Vrijdag 30/07/2021

Orloff, tot de dood volgt

In een vorige aflevering van deze rubriek liet ik David Price aan het woord, de man die jarenlang de 'laatste maaltijden' van terdoodveroordeelden klaarmaakte in de Walls Unit in Huntsville, Texas. Ik noteerde de ontroerendste zin uit zijn verslag: "Veel veroordeelden bestelden eten dat ze kenden uit hun kindertijd." Nog een allerlaatste keer proeven van de verloren onschuld, dus.

Sindsdien denk ik met een zekere regelmaat terug aan wat ikzelf toentertijd gegeten heb, in de jaren des onschulds. Men kan maar beter voorbereid zijn op elke vorm van terdoodveroordeling. Maar het is moeilijk. Sommige mensen hebben voor dit soort terugdenken een onbegrijpelijk precies geheugen. Een vriend kan bijna een dag-aan-dagkalender samenstellen van zijn kinderjaren. Als een verhaal, met een plot, leidmotieven, wendingen, overgangen, catharsissen en vooral: onnoemelijk veel details. Ik verrek dan van de jaloezie. Mijn kinderjaren zijn gehuld in nevelen van onherinnerbaarheid.

Slechts flarden blijven er over. Restjes oude confetti die rondzweven in het heiige hoofd. Als ik goed oplet, kan ik er enkele vangen.

Choco. Grote witte plastic potten zie ik, met een enorme hazelnoot erop afgebeeld, uit Colruyt, de supermarktketen die toen nog Discount heette, de eerste winkel met een computer aan de kassa en ponskaarten in de rekken, die wij gemeenzaam 'diskoent' noemden. Zaterdag was diskoent-dag. Daar kwamen ook van mee, zie ik nog: veel blikjes vanillerijst, dózen vol chocolade, Bastogne-koeken, Candico-kandijsiroop, hagelslag, After Eight, boudoirs. Karrenvrachten lekkers. Het moeten mierzoete jaren zijn geweest. En dan vergeet ik nog haast het onvergetelijkste: de peperkoek, met dikke brokken parelsuiker aan de randen.

Wat wij allemaal voor gezonds aten, herinner ik mij niet precies meer. Wij aten het wel, granen, groenten, fruit en melkproducten, maar we deden het niet vanwege de cholesterol.

Wij moesten alles eten, het hele alfabet, van asperges tot zuurkool, en er was geen sprake van lange tanden, laat staan protest. Moeder kookte op gas en met het soort onwrikbare gezag dat heden niet meer voorstelbaar is.

En pannenkoeken zie ik, en wafels, en 's zomers, in de lommer van het afdak, grenadineijs, water met stroop in een vriesbakje gedaan. Dat het langs onze kinnen af droop, op vel dat later nooit meer zo cacaobruin is geworden. En rabarbergelei, met de lepel. En chocomousse, ook met de lepel.

Zo komt er dus af en toe wat confetti langsgedwarreld - de boterhammen met omelet op schoolreizen, de dikke zwarte muizen in de snoepwinkel zondag na de mis, de gelige en melige suiker op het ochtendbrood - maar wat zou nu het allerenigste en allerlaatste zijn wat ik nog eens wilde eten uit die tijd? De keuze zou hartverscheurend zijn. En mogelijk zou het, door de hoogdringendheid, in het hoofd ineens hevig beginnen dwarrelen van onvermoede herinneringen. Maar voorlopig, zonder de luciditeit van die hoogdringendheid en in de fictie van het hypothetische, zou het dan toch maar wezen: Orloff-gebraad.

De vreemde naam alleen al.

Orloff-gebraad is varkensgebraad met kaas (gruyèrekaas, betoogt Piet Huysentruyt op zijn site) en ham tussen de sneeën gevoegd. Het ontstaan ervan, lees ik, "ligt bij een belangrijk Russisch geslacht waarvan de bekendsten zijn: Gregori Ivanovitch Orlov (1734-1783), die bijdroeg tot de troonsbestijging van Catharina II van Rusland, en Aleksey Fjodorovitsj Orlov (1786-1861), die als leider van de Russische delegatie de Vrede van Parijs ondertekende en door Alexander II verheven werd tot prins. De bereiding Prince Orloff werd op punt gesteld door Urbain Dubois, een Franse keukenchef die meer dan twintig jaar kok was van deze prins Orloff."

Ook in mijn herinnering is het een edel, in zekere zin aristocratisch gerecht. Het is best smakelijk, maar niet daarom zou ik het David Price laten klaarmaken als laatste avondmaal.

Telkens als wij het aten, werd moeder een markiezin. Orloff-gebraad was het standaardgerecht voor communie- en andere feesten. Eerst stond zij als een assepoes te kokkerellen, maar tegen dat het volk aankwam, was zij helemaal omgetoverd. Elke keer vond ik haar de mooiste vrouw ter wereld. Een blauwe rok, een witte bloes en een parelsnoer. Meer had zij niet nodig om mij voor altijd overgevoelig te maken voor klasse, elegantie en volkomen vrouwelijkheid.

En voor geur.

Daar zou ik het om doen, die laatste keer. Dat dwaze varkensgebraad zou, ik weet het bijna zeker, in dat slotmoment nog één keer haar onvervreemdbare geur in mij terugbrengen. Ik kan mij niets zinnelijkers voorstellen, en mogelijk zou ik dan vredig gaan - mocht ik moeten gaan.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234