Zaterdag 22/02/2020

Orlando Figes

In 1853 brak een oorlog uit tussen Rusland en Turkije. Enkele maanden later besloten Groot-Brittannië en Frankrijk de Turken te hulp te schieten en stuurden ze een grote vloot naar de Krim, het schiereiland in de Zwarte Zee.

In De Krimoorlog of de vernedering van Rusland doet de Britse historicus Orlando Figes op een briljante manier verslag van deze strijd. Figes maakt zich sterk dat deze oorlog een ommekeer in de geschiedenis betekende. Voor het eerst steunden christelijke naties een moslimstaat in zijn conflict met een christelijk rijk. Voor het eerst speelden de pers en de publieke opinie een doorslaggevende rol. Het was ook technologisch gezien de eerste moderne oorlog: stoomschepen en spoorwegen, telegrafie en fotografie, moderne geweren en nieuwe vormen van logistiek bleken van cruciaal belang. Ook de nasleep van het conflict zette de politieke verhoudingen op zijn kop. De Krimoorlog maakte een einde aan de conservatieve alliantie van de Europese grootmachten en gaf zuurstof aan nieuwe natiestaten zoals Italië, Roemenië en Duitsland. Bovendien verhardde de Russische afkeer van het Westen en ontstond er in het Ottomaanse Rijk een ‘diepe aversie’ tegen christenen. Het is de grote verdienste van Figes dat hij alle aspecten van het conflict onder de loep neemt. Daarbij neemt hij soms controversiële standpunten in. Is het echt zo dat Rusland een kruistocht tegen de Turken voerde? Figes lezen is een genot. Zijn stijl is meeslepend, het tempo is strak, zijn ontleding is haarscherp en zijn standpunten zijn uitdagend. De Krimoorlog is een voltreffer.

Waarom zegt u aan de lezers dat ze er goed aan doen de eerste hoofdstukken over te slaan als ze enkel over de oorlog willen lezen?

“Tot nu toe begonnen haast alle boeken over de Krimoorlog bij het eerste geweerschot. Maar oorlogen komen niet uit de lucht gevallen. Ik wilde weten wat de politieke en religieuze context was. Als Ruslandkenner wilde ik bijvoorbeeld weten wat de Russische positie was in de Kaukasus en de Balkan en wat ze van het Ottomaanse Rijk wilden.”

Bent u tijdens uw onderzoek op verrassingen gestoten?

“De grootste verrassing viel mij te beurt toen ik door de Britse Koninklijke Archieven in Windsor ploegde en ik de commentaar las van koningin Victoria in de herfst van 1853, toen Rusland in oorlog was met Turkije en de westerse mogendheden nog aan de zijlijn stonden. Het is te hopen, schreef ze, dat de Russen de Turken een flink pak voor de broek geven en dat ze daarna alle moslims tot het christendom bekeren. Vijf maanden later moest ze aan Lord Aberdeen, haar eerste minister, uitleggen waarom Groot-Brittannië op het punt stond de oorlog aan Rusland te verklaren.”

Wat was er zo drastisch veranderd?

“De Britse pers had het publiek sinds december 1853 klaargestoomd voor een oorlog tegen Rusland. Een storm van Russofobie waaide door de kranten. Vreemdelingenhaat was trouwens aan de orde van de dag. Er waren betogingen waarbij het gepeupel om het hoofd van Prins Albert, een Duitser, schreeuwde. De koningin dreigde zelfs met aftreden. De haatcampagne heeft haar effect niet gemist: Victoria ging overstag en steunde de oorlog. Om de monarchie te redden? Het is in elk geval hoogst merkwaardig dat de pers en de publieke opinie de aanzet tot de oorlog hebben gegeven.”

Had de Russofobie ook van doen met de expansionistische ambities van tsaar Nicolaas I?

“Historici staan nog altijd voor een raadsel. Waarom was deze tsaar bereid om zijn rijk in een oorlog te storten die hij onmogelijk kon winnen? Een kwestie van arrogantie van de macht en van een veel te groot zelfvertrouwen omdat hij al meer dan twintig jaar aan het bewind was? Ik denk het wel. Maar hij heeft die gok vooral gewaagd omdat hij er heilig van overtuigd was dat God hem de opdracht had gegeven om oorlog te voeren tegen de heidenen. Nicolaas was een religieuze ideoloog. Hij zou en moest de orthodoxe minderheid in het Turkse rijk beschermen en als het kon onder zijn hoede brengen. Als Nicolaas I zijn gezond verstand had gebruikt, zou er nooit oorlog zijn uitgebroken. Hij wist dat zijn rijk, dat zich van de Oostzee tot de Kaukasus uitstrekte, onmogelijk efficiënt verdedigd kon worden. Hij wist dat de Britten en de Fransen sterke legers hadden, en dat de Oostenrijkers op de loer lagen om hem de voet dwars te zetten. Bovendien hebben de westerse mogendheden hem de gelegenheid geboden om zich eervol terug te trekken. En toch besloot hij de gok te wagen. Dat kan enkel verklaard worden vanuit zijn religieuze ideologie, vanuit de idee dat hij een Heilige Oorlog moest voeren.”

Hoe moeilijk is het voor een historicus in de 21ste eeuw om die religieuze ijver van de 19de eeuw exact in te schatten?

“Ik besef dat ik mijn hoofd op het blok leg als ik beweer dat godsdienst de motor van het conflict is geweest. Ik blijf erbij dat de tsaar zijn rijk niet enkel als een geopolitieke entiteit zag, maar ook als een religieus imperium. De moederkerk van de Russisch-orthodoxe kerk was tenslotte de Hagia Sophia in Constantinopel. Nog in 1914 hadden de Russen hun claim op die stad niet opgegeven. Maar omdat we allemaal Marx hebben gelezen, denken we te gauw dat de fundamentele oorzaken van een conflict enkel van economische aard kunnen zijn. Oorlog gaat over handelsroutes en olie en andere natuurlijke rijkdommen, en als een land God erbij haalt, is dat alleen als alibi.”

Maar waren het niet precies economische overwegingen die de Britten ertoe hebben aangezet om naar de Krim op te stomen?

“Dat klopt. Rusland bedreigde het machtsevenwicht in Europa, het bedreigde het overwicht van de Royal Navy in de Middellandse Zee, en ze dachten zelfs dat de tsaar zijn zinnen had gezet op India. Daarnaast hoopten de Britten nieuwe vrije markten in het Ottomaanse Rijk te openen. Het is dan moeilijk om te beweren dat God aan jouw kant staat. Maar voor de Russen was het echt een zaak van religie. Zeker, de tsaar was bezorgd over zijn grensgebieden in de Balkan. Maar waarom? Omdat daar moslims woonden. Hij wilde die gebieden kerstenen en zo het politieke probleem oplossen. Ook de oorlog in de Kaukasus was zuiver religieus: de Russen wilden de moslims verdrijven, de moslims wilden zich niet laten verdrijven.”

Wie uw boek leest, zal ongetwijfeld merken dat er parallellen worden getrokken met de wereld van vandaag.

“Die parallellen zijn mij ook opgevallen. De Britse historicus Alexander Kinglake zei honderdvijftig jaar geleden al dat landen er beter aan zouden doen om de waarheid te zeggen over de redenen waarom ze ten oorlog trekken. De echte redenen worden altijd verzwegen. Men spreekt van right against might, van een kruistocht tegen het kwaad of tegen tirannie of terreur, van vechten voor vrijheid en rechtvaardigheid. Terwijl dat niet meer dan voorwendsels zijn. In het geval van de Britten en de Fransen was het in 1854 zonneklaar: ze wilden een stok tussen de benen van de tsaar gooien. Hij bedreigde het machtsevenwicht in Europa, punt uit.”

Ook de etnische zuiveringen zijn niet nieuw.

“Er is niet veel veranderd, nietwaar? Tijdens de Krimoorlog slachtten de Tataren van de Krim de Russen af, en na de oorlog slachtten de Russen de Tataren af. En in Nablus en Gaza slachtten de moslims christenen af omdat ze vonden dat de Britten en de Fransen na de oorlog hun neus te veel in moslimzaken wilden steken. De Krimoorlog heeft de afkeer van de moslimwereld voor het Westen flink aangezwengeld. Dat is trouwens de reden waarom die oorlog in Turkije zogoed als verzwegen wordt: hij was het begin van de bemoeizucht van het Westen met de waarden van de islam. Tot dan bestond in de islam het milletsysteem: christenen en joden werden getolereerd, maar ze bleven tweederangsburgers. Na de Krimoorlog vroegen de westerse overwinnaars in een decreet dezelfde religieuze en burgerlijke rechten voor christenen, en die zogenoemde Hatt-i-Hümayun stootte op grote tegenstand.”

En de Russische afkeer van het Westen is evenmin een nieuw fenomeen.

“Net als nu vonden de Russen in de 19de eeuw dat het Westen met twee maten mat. En ze kregen onvoldoende respect. Rusland is per slot van rekening een grootmacht. Waarom wordt het dan met minachting behandeld? Onthullend zijn de marginalia van Nicolaas I bij een memorandum van de panslavist Michail Pogodin. ‘Het Westen doet in zijn achtertuin waar het zin in heeft en zegt dan tegen ons dat wij in onze eigen achtertuin niet mogen doen wat wij willen. Het Westen gedraagt zich als een kolonialist, maar wanneer wij hetzelfde doen, roepen ze moord en brand.’ De commentaar zou evengoed door Poetin kunnen zijn geschreven.”

Figes in opspraak als anonieme recensent

In april dit jaar zorgden enkele online recensies op Amazon voor ophef. Een anonieme recensent had brandhout gemaakt van Robert Service en Rachel Polonsky. De anonieme schrijver bleek niemand minder dan Orlando Figes te zijn, de gevierde auteur van schitterende boeken over o.m. de Russische Revolutie en het leven onder Stalin. Nadat hij was ontmaskerd, diende hij zich tot twee keer toe te verontschuldigen en ontsnapte hij nauwelijks aan een proces voor smaad. In juli betaalde hij voorts gerechtelijke kosten en voldeed hij aan de eis van de advocaat van Service om zijn cliënt voor de opgelopen schade te vergoeden. Wat bezielde een gerespecteerd historicus met zes literaire prijzen om zijn collega’s aan te vallen? Feit is dat er in de Russische vijver een behoorlijk groot aantal Britse historici vist. Ook Antony Beevor, Sebastian Sebag Montefiore en Catherine Merridale hebben een voortreffelijke reputatie als Ruslandkenners. Omdat ze ook elkaars werk beoordelen, krijgen ze vanzelfsprekend geregeld forse kritiek te slikken. Vandaag wil Orlando Figes niet meer praten over de affaire.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234