Zondag 26/06/2022

Opzeg

Elke studio in Carnegie Hall heeft zijn geschiedenis

"Ik weet sinds gisteren dat ik tegen het einde van dit jaar uit mijn atelier moet", zegt Gertrude treurig. Artiesten die hun opzeg krijgen is dagelijkse kost in het almaar duurder wordende New York, maar het lot van Gertrude en haar vijftig buren was deze week elke dag in het nieuws. Want van hun huisbaas zou je niet verwachten dat hij zomaar kunstenaars op straat zet. Die huisbaas is de beheerraad van de kunsttempel Carnegie Hall, een van 's werelds bekendste concertzalen.

Het is de heetste dag van de zomer. De voetpaden van Manhattan walmen hitte uit. Ik duw een zijdeur van Carnegie Hall open. Het is koel in de kleine inkomhal. Op deze plek komen de concertgangers nooit. Mocht de marmeren vloer kunnen spreken, dan zou hij vertellen over de duizenden muzikanten, acteurs, dansers, schilders, schrijvers en fotografen die hier sinds 1890 gepasseerd zijn om les te volgen, te repeteren en te werken. Sommige kunstenaars woonden hier ook. Daar wil Carnegie Hall nu een punt achter zetten. De beheerraad zegt dat ze de woonateliers nodig heeft voor educatieve programma's, repetities, kantoren en opslagruimte.

Gertrude is afkomstig uit Gent, waar ze nog Trui Versyp heette. Toen ze als kunstenares debuteerde, ruilde ze haar achternaam in voor die van haar man, fotograaf David Hamilton, die wereldberoemd werd met dromerige foto's van naakte jonge meisjes. 'Ik ben inmiddels gescheiden en hertrouwd maar voor de continuïteit gebruik ik nog steeds de naam Hamilton", zegt ze. Het was via haar eerste man dat ze de studio's van Carnegie Hall ontdekte. "We reisden veel", vertelt ze. "Als we in New York waren, logeerden we boven Carnegie Hall. In 1991 kon ik hier mijn eigen studio huren. Ik woon niet ver van het Whitney Museum. Ik wandel door Central Park naar mijn studio. Ik kan me hier fantastisch concentreren. Mijn buren zijn ook kunstenaars. Het is hier een oase." Gertrude maakt delicate waterverfschilderijen van bloemen, planten en dieren. Op haar werktafel staan wel 200 schilderborstels. Het noorderlicht dat door haar 7 meter hoge ramen binnenvalt is de droom van veel kunstenaars. "We hebben een advocate onder de arm genomen", zegt ze. "We gaan ons niet zomaar laten buitenzetten. Ik heb het geluk dat ik ergens anders woon. Waar we het meest mee inzitten zijn de oudste bewoners. Carnegie Hall zegt dat ze hen een ander onderkomen zal zoeken en hun huur zal betalen voor de rest van hun leven. Maar een oude boom verplant je niet zomaar. Onze oudste bewoonster, fotografe Editta Sherman, woont hier al sinds 1949. Elke studio hier heeft zijn geschiedenis. In de mijne ontving astrologe Evangeline Adams in het begin van de 20ste eeuw haar klanten. Mary Pickford, Enrico Caruso en koning Edward VII hebben hier hun toekomst laten voorspellen. In een studio wat verder woonde Marlon Brando. Marilyn Monroe volgde hier acteerles. De bekendste namen uit de danswereld zijn hier gepasseerd." Gertrude's overbuurvrouw Ashtiana ziet er uit als een zigeunerkoningin. Ze stelt zich voor als "een geboren en getogen New Yorker, schilder en meditatietherapeute". Haar loftatelier heeft een open haard met wit-blauwe keramiektgeltjes. "Mijn zoon is hier opgegroeid", zegt ze. "Er woonden nog andere kinderen. Ze amuseerden zich kostelijk." Er wordt op de deur geklopt. Het is fotograaf Josef Astor. Hij neemt me mee naar zijn twee verdiepingen hoge zolderstudio met schuin glazen dak die aan oud-Parijs doet denken. De meer dan een eeuw oude krakende houten trappen en vloeren, het meubilair, en de luchters en rekwisieten vormen een bestoft palet van bruine tinten. Naast zijn bed is er een klein raampje. We wurmen ons erdoor naar het plat dak, vanwaar we een fantastisch zicht hebben op Central Park.

De concertzaal onder ons werd in 1890 gebouwd door de fabelachtig rijke Andrew Carnegie, die zijn reputatie van meedogenloze uitbuiter probeerde bij te sturen met culturele cadeau's. Boven de concertzaal liet hij twee torens voor artiesten zetten. Zijn familie verkocht het complex in 1925. Op het einde van de jaren vijftig werd beslist om Carnegie Hall af te breken, om plaats te maken voor een lelijk modern kantoorgebouw. Violist Isaac Stern zette een protestcampagne op touw die de stad overtuigde om de gebouwen te kopen. De stad vertrouwde het beheer toe aan de vzw Carnegie Hall Corporation. Die wil tot 200 miljoen dollar besteden om de twee torens grondig te moderniseren. Dat geld heeft ze nog niet, maar er zijn rijken genoeg die bereid zijn om miljoenen te geven. In ruil hiervoor zullen de zalen in de vernieuwde torens naar hen genoemd worden. "Voor die schenkers is kunst een trofee", zegt Ashtiana bitter, "maar de mensen die die kunst maken, interesseren hen niet."

U wilt reageren? Stuur een e-mail naar

jgoossens@verizon.net

www.jacquelinegoossens.com

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234