Donderdag 08/12/2022

Opnieuw getrouwd met de wereld en het publiek

De theatermakers lijken op zoek naar hoe je al het wereldleed weer een menselijke vertaling kunt geven, op het herkenbare niveau van onderlinge relaties

Theater komt weer onder de mensen

Vandaag begint met het Theaterfestival ook het nieuwe toneelseizoen. En er zal weer veel te zien zijn, als je de stapel glimmende brochures van alle huizen bekijkt. Eén brochure vat de andere alvast mooi samen. Die van deSingel drukt op de cover een credo van de Zwitserse kunstenaar Rémy Zaugg af: 'Maar ik / de wereld / ik zie / jou'. Het lijkt bijna een liefdesverklaring en dat is niet toevallig. Het theater zoekt meer dan ooit naar een persoonlijke band tussen de makers, het publiek en de maatschappij.

Liefde, en meer bepaald het huwelijk, was vorig seizoen alvast thema nummer één. Zowat een derde van alle producties waren relatiedrama's. In de slipstream van seizoenstopper Scènes uit een huwelijksleven van Ivo Van Hove speelde 't Arsenaal een verrassend goede versie van Peer Wittenbols' Zullen we het liefde noemen?; haalde De Koe na zoveel jaar nog eens Who's Afraid of Virginia Woolf uit de kast; creëerde Peter De Graef bij Malpertuis het heel fijne Iets over de liefde; bracht figurentheater Froe Froe een burleske Orfee en (met Transparant) een ontroerende Dido; schreef Joris Van den Brande voor Bronks Miss Mie, over twee verliefde pubers; slaagde Marijke Pinoy met brio in haar enscenering van Garcia Lorca's Yerma, maakte Walpurgis met De Roovers en het Spectra Ensemble één groot bruiloftsfeest van De Noces op de Zomer van Antwerpen en mocht Victoria na een gerechtelijke rel toch in première gaan met Aalst.

Stuk voor stuk waren het voorstellingen die met onverdeeld succes de donkere lades van de liefde opentrokken, en allemaal werden ze grote publiekstrekkers. Maar je kunt je met Johan Simons (in een aanval op Van Hove) natuurlijk afvragen wat precies de relevantie is van al die huwelijksverhalen in een tijd die bepaald wordt door de globale clash of civilisations en de terroristische uitwassen daarvan. Heeft het theater zijn voordeur op de wereldpolitieke werkelijkheid finaal toegetrokken om zich te gezapig neer te vlijen bij de haard van zijn kleine huiskamer? Je zou het bijna vrezen, als je ziet hoe die huwelijkstendens dit seizoen amper in kracht afneemt.

Het Festival Van Vlaanderen wijdt er in Gent meteen zijn hele programma aan, met bijvoorbeeld Victoria, dat op 6 oktober een echt koppel zal trouwen. Daarnaast maakt De Koe Miller/Nin, Het Toneelhuis Onegin, Toneelgroep Amsterdam Perfect Wedding, Dood Paard Zomernachtliefde en Het Zuidelijk Toneel De nacht zingt zijn eigen lied. Doen ze in liefde omdat ze zich van al de rest afgekeerd hebben?

Nee, toch niet. Na vele expliciet politieke monologen in de nasleep van 9/11 lijken de theatermakers nu net op zoek naar hoe je al dat wereldleed weer een menselijke vertaling kunt geven, op het herkenbare niveau van onderlinge relaties. Typerend zijn bijvoorbeeld de drie producties die dit seizoen over Vlaams-islamitische liefdesverhoudingen gaan: Het huwelijk (NTGent/Victoria Deluxe), De lege cel (cc Genk) en Biz Kolderbos (De Queeste). Ze willen de grote machtsverhoudingen weer dichter op je eigen huid en huis betrekken, en zo des te krachtiger inwerken. Wat een terugtrekkende beweging lijkt, is zo bekeken veeleer een humanistisch offensief: terug naar de mens in het verhaal, op zoek naar diens creatieve mogelijkheden om zijn persoonlijke situatie ten goede te veranderen. Die kruisbestuiving tussen het individuele en het politieke zie je trouwens ook in de vele historische (machts)figuren die dit seizoen opduiken: Sisi (De Parade), Edward II (NTGent), Martens (NTGent/Antigone), Bulger (Bronks), Heliogabal en Raymond Borremans (Toneelhuis).

Dat plaatje is de logische som van een aantal recente tendensen. Met een overheid die financieel onder druk staat en daarom een discussie is begonnen over de relevantie van theater kun je als theatermaker niet anders meer dan maatschappelijk gaan denken. Maar gehecht aan hun artistieke autonomie en geconfronteerd met het grote individualisme van deze tijd hebben ze dat vertaald in precies die nadruk op het persoonlijke die je nu overal op de planken ziet. Daar hangen een paar gevaren aan vast, zoals de neiging van bijvoorbeeld Wayn Traub en Jan Fabre naar een mystieke zelfbezinging van de kunstenaarsrol. Maar aan de andere kant van het spectrum zie je dat verrassend veel theatermakers naar niet-toneelliteratuur grijpen om de mens net in een bredere context te kunnen schetsen. Het cynisme van de jaren negentig lijkt dus out, en gewisseld voor de utopische vraag wat idealisme vandaag kan inhouden, op een persoonlijk plan. De Queeste van De Queeste en Welcome in My Backyard van Wunderbaum hebben dat vorig seizoen ingeleid, en dit seizoen volgt een rist andere producties.

Onder die menselijke vertaling van grote existentiële thema's als liefde (en in het jeugdtheater: dood) schuilt nog een andere tendens. Het theater wil weer rechtstreeks een publiek aanspreken en ráken. Ook vormelijk. Zo valt het op hoe teksttheater steeds vaker een verhaal wordt van ook componisten en muzikanten. Vooral in grote huizen als Het Toneelhuis, NTGent en HetPaleis merk je dat, maar ook bijvoorbeeld Laika maakt dit jaar vooral muziektheater. Parallel is er een subtiele verschuiving van tekst naar beeld, bijvoorbeeld in de switch die Dito'Dito maakte van teksttheater à la Discordia naar de beeldende bewegingsvoorstelling Zijden stad en de simpele generositeit van Toon Tellegens dierenverhaaltjes in 313 - Misschien wisten zij alles. Het directe gevoel is in opmars en het theater wil weer géven, met de nodige plaatjes en muzikale omlijsting als resultaat. Daarmee lijken de gezelschappen op het podium zelf een antwoord te vinden op het jarenlange gehamer van overheidswege op meer publieksparticipatie. Er wordt gezocht naar een emotionele band.

Vooral in het gesubsidieerde jeugdtheater zie je welke gevolgen dat op termijn kan hebben. Hoewel producties als Orfee van Froe Froe en Beuysband van de Kopergietery er vorig seizoen goed in slaagden om een eigen kwalitatieve vertaling te vinden voor commerciële formats als de musical waren ze inhoudelijk toch een stuk zwakker. Hetzelfde verhaal geldt voor beeldrijke producties als Het is lam van Ben Benaouisse of Jean-Baptiste van Wayn Traub in het volwassenentheater. Het publiek sterke indrukken geven, dreigt te gaan primeren op wat er precies verteld wordt. En dus wordt het dé uitdaging voor vooral de stadstheaters om in hun nieuwe koers hun taak inzake publieksverbreding en -verdieping juist af te stemmen op hun rol als maatschappelijk commentatoren. Aan de brede omkadering in vooral KVS en NTGent van debatten en reflectie merk je dat ze zich daar alvast erg bewust van zijn. Ook dat is een signaal van een directere én meer geëngageerde relatie met het publiek.

Vier wensen voor het komende seizoen, tot slot.

1) Dat de interesse van theatermakers in concreet menselijke verhoudingen voldoende zicht houdt op de grote wereld daarrond, want je belandt soms sneller bij huiskamerdramatiek dan je denkt.

2) Dat de nieuwe artistieke leiders van NTGent en het Toneelhuis de weinig opmerkelijke laatste seizoenen van beide theaters naar het verleden kunnen verwijzen en niet enkel op papier.

3) Dat de nieuw verworven relatie tot het publiek (zeer toe te juichen, met de hete adem van de vrije sector en de zogenaamde anti-elitairen van het Vlaams Belang in de nek) toch voldoende voorstellingen blijft opleveren die de grenzen van het medium verleggen. Want daar is op basis van de laatste seizoenen minstens evenveel nood aan.

4) Dat iedereen veel voorstellingen gaat zien, want we hebben het beste theater van Europa.

Wouter Hillaert

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234