Dinsdag 19/10/2021

Opkomst (en neergang) van een bijzonder team

Een kleine club die ineens de grootste successen boekt, dan is er meestal sprake van een combinatie van getalenteerde spelers en de genialiteit van één man

Drie jaar absolute wereldklasse

De winst in de finale van de Beker der Bekerwinnaars op 11 mei 1988 - 1-0 tegen Ajax - wordt vandaag feestelijk, maar ook met enige heimwee herdacht. KV Mechelen was immers de laatste Belgische club die een Europese beker won, én die een team op het veld bracht dat op wereldniveau acteerde. Maar dat kon niet blijven duren.

Door Walter Pauli

BRUSSEL l Toen in 1988 de Mechelse voorzitter John Cordier (1942-2002) zijn ultieme triomf vierde, kreeg hij vanzelfsprekend alle applaus - zo gaat dat in de sport: the winner takes it all. Toen zijn ploeg relatief snel in ademnood kwam, was het oordeel scherper, maar eerlijker: KV Mechelen had zich als een nouveau riche gedragen. Veel cash geld om succes te kopen, maar uiteindelijk te weinig traditie en een te smal draagvlak. Toen Cordier wegviel, liep het mis. Het elftal, de vereniging, was te afhankelijk van één man en zijn financiële middelen.

Tot dan was Malinois - later gepopulariseerd tot het vulgaire Malinwa, een naam voor analfabeten - wel een van de oudere namen van het Belgische voetbal, maar zeker geen grote club. Een club met geschiedenis maar zonder echt palmares. Op de vreemde 'wederopbouw'-jaren na de Tweede Wereldoorlog na: toen werd Malinois met vedetten als Bert De Cleyn en 'Torke' Lemberechts driemaal kampioen. De vooroorlogse clubs trapten op hun adem, de nieuwe groten (Anderlecht, Standard, Club Brugge) waren nog niet op niveau. Maar nadien deemsterde Malinois, later KV Mechelen, geleidelijk aan weg. Lokale vedetten als Kamiel Van Damme en spits Yvo Van Herp (een paar caps in de Goethalsperiode) konden het tij niet keren. Degradatie was onvermijdelijk.

Nadat Mechelen in de vroege jaren tachtig een liftploeg was tussen tweede en eerste klasse, kwam dan die ene man aan het roer. John Cordier, ex-zeeman, bedrijfsleider van Telindus en 'bedenker' van Cova-Invest, een lucratief systeem waarbij de spelers onder contract kwamen van een nv, die hen verhuurde aan de club.

Door dat innovatieve financieringsmodel, én door het feit dat bedrijfsleider Cordier kon delegeren (hij stelde Ajax-trainer Aad de Mos aan als coach en gaf die in ruime mate carte blanche) zorgde hij met 'zijn' KV Mechelen voor een onvergetelijke periode in het Belgische voetbal. Mechelen werd bekerwinnaar in 1987, landskampioen in 1989 en won in 1988 ook de Beker der Bekerwinnaars, dankzij winst met 1-0 in de finale, in Straatsburg, tegen Ajax.

Tussen 1987 en 1989 was Mechelen een van de beste elftallen ter wereld. De meeste spelers van toen schattten hun rol bescheidener in (zie het interview met Graeme Rutjes elders op deze pagina's), en dat siert hen, maar in dit geval geven de feiten toch een positiever beeld.

Neem nu die Europese finale. Tegen een "verzwakt Ajax", werd gezegd. Welnu, Ajax bracht onder anderen Stanley Menzo, Danny Blind, Jan Wouters, Aaron Winter, Arnold Mühren, John van 't Schip, Rob Witschge en John Bosman tussen de lijnen, met Dennis Bergkamp als piepjonge invaller.

Het jaar nadien walste KV Mechelen in de Supercup over PSV Eindhoven heen, ook een memorabel elftal, met Romario, Ronald Koeman, Gerald Vanenburg, 'onze' Eric Gerets, Stan Valckx, Berry van Aerle, Sören Lerby en Hans Gillhaus.

KV Mechelen was op het veld dus de betere van zowat het beste wat Nederland toen te bieden had. Geen wonder dat een aantal Mechelse Nederlanders - Erwin Koeman, Wim Hofkens en Graeme Rutjes - geregeld de (pre)selectie van Oranje haalden. Alleen Erwin Koeman dwong een basisplaats af, hij speelde in het elftal dat in 1988 Duitsland en nadien de Sovjet-Unie de baas bleef en zo Europees kampioen werd.

Nadien speelt KV Mechelen zo mogelijk nog beter voetbal dan het jaar van de Europese finale. In 1989 wint de ploeg niet alleen de Supercup en de landstitel, maar bereikt het ook weer de halve finale van de Europacup. Pas daar gaat het mis, tegen Sampdoria Genua.

Het jaar nadien geldt de Europese kwartfinale tegen AC Milan als een vooruitgeschoven eindstrijd. Mechelen had zich alleen maar versterkt, met John Bosman, Bruno (en Patrick) Versavel, Philippe Albert en de jonge en onstuimige Marc Wilmots.

De ploeg imponeerde in de eerste rondes. Rosenborg met 5-0 van het veld gespeeld, Malmö met 4-1. In de kwartfinale kwam het tot een clash tegen Milan, dat een van de beste clubelftallen uit de Europese geschiedenis kon opstellen. Behalve de drie beroemde Nederlanders (Gullit, Rijkaard, Van Basten) speelden ook Costacurta, Baresi en Maldini mee. In Brussel (Achter de Kazerne was te klein) bleef het 0-0. Voor Milan een gestolen draw, want Rutjes kopte de 1-0 tegen de touwen. Maar net zoals dat in 2002 Marc Wilmots op het WK tegen Brazilië zou overkomen, zag de Nederlander zijn goal wegens een hoogst onduidelijke 'duw' afgekeurd worden. Op San Siro bleef het negentig minuten lang ook 0-0, maar in de verlengingen bleek Milan vooral fysiek superieur: 2-0, en het verhaal was over.

De Mechelaars wonnen verder echt alles. Vier gouden schoenen haalden ze binnen. Eerst drie op een rij, met Preud'homme (1987), Clijsters (1988) en weer Preud'homme (1989), nadien nog Albert (1992). Marc Emmers werd tegelijk Man van het Seizoen en Profvoetballer van het Jaar (1989), een prestatie die Philippe Albert in 1989 herhaalde. Aad de Mos werd tweemaal Trainer van het Jaar (1987 en 1989). KV Mechelen speelde Anderlecht in het eigen Astridpark van het veld, zowel voor de Europabeker als in de nationale competitie. Philippe Albert speelde toen de match van zijn leven, ook al omdat hij net daarvoor voor Anderlecht had getekend. Of beter: juist omdat hij naar Anderlecht ging. Hij wilde het spel eerlijk spelen.

Maar daarmee was de neergang ingezet. Anderlecht kocht heel KV Mechelen leeg, zoals het voordien al met FC Luik had gedaan. Trainer Aad de Mos wisselde van club, en in zijn zog vertrokken Graeme Rutjes, John Bosman, Philippe Albert, Marc Emmers en Bruno Versavel. Alle vijf werden ze basisspeler. Met die Mechelse injectie bereikte Anderlecht trouwens zijn laatste finale, in 1990 verloren van Sampdoria Genua.

KV Mechelen probeerde nog, maar noch de nieuwe trainers (Ruud Krol in 1989-1990, na een intermezzo van adjunct-coach Fi Van Hoof, en Georges Leekens in 1991-1992), noch de meeste nieuwe aankopen bleken een schot in de roos. Klas Ingesson, Cisse Severeyns, René Eijkelkamp of de overroepen Frank Leen konden KV Mechelen op hoog Europees niveau houden. Zelfs in de nationale competitie werd het elk jaar moeilijker om de hoge status te blijven afdwingen.

In die zin blijft KV Mechelen een Europese rariteit, een beetje vergelijkbaar met het Nottingham Forest van Brian Clough: twee keer op rij een Europese beker gewonnen, maar uiteindelijk ook niet in staat om blijvend een topplaats te claimen. Zelfs het clublied 'We Have the Whole World in Our Hands' veranderde daar niets aan.

Kleinere clubs die ineens de grootste successen boeken: het lijkt een sprookje, maar het spoort niet met de redelijk harde wereld van het profvoetbal. Zo'n uitschieter is doorgaans toe te schrijven aan een toevallig samengaan van getalenteerde spelers en de genialiteit van één man. Het maniakele voetbalinzicht in het geval van Brian Clough, het zakeninstinct van John Cordier. Maar geen enkele Belgische ploeg die dat eenmalige succes kan evenaren, nu al twintig jaar lang.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234