Zaterdag 15/08/2020

Opgepeuzelde kanaries

Spitsen en spelmakers

Een goede reden om verliefd te worden op Braziliaans voetbal is altijd de aanwezigheid geweest van spelmakers en spitsen buiten categorie. Of je favoriet nu Pelé of Garrincha heette, Zico of Sócrates, Romário of Bebeto, Ronaldo of Rivaldo: ze stonden voor stijl, gratie, klasse en dodelijke efficiëntie.

Voor Brazilië ging je zitten. De ploeg speelde voetbal om je op te verheugen. Ze waren vaak tovenaars en titelkandidaat ineen. En speelden ze toch een keer voetbal waar je misschien niet zo vrolijk van werd, zoals tijdens het WK van 1994 in de VS, dan waren er altijd wel momenten in een wedstrijd die je deden verlangen naar meer.

Dat gold niet voor het Brazilië van dit WK, een middelmatig elftal dat in alles tekortschoot. 'Goddelijke Kanaries'? Laat ons niet lachen.

De hoop was gevestigd op posterboy Neymar, een 22-jarige pingelaar die er een moeizaam seizoen bij Barcelona op had zitten. Hoewel hij er op bewonderenswaardige wijze in slaagde om zijn elftal in een aantal wedstrijden bij de hand te nemen, kon ook hij de scepsis niet verdrijven.

Brazilië werd in de eerste groepswedstrijd tegen Kroatië geholpen door scheidsrechter Nishimura, toen het land op een cruciaal moment een strafschop cadeau kreeg voor een fopduik van de zeer beperkte spits Fred.

Tegen Mexico volgde een doelpuntenloos gelijkspel, waarna de lapzwansen van Kameroen de Seleção vrije doorgang verleenden naar een ruime zege in het laatste pouleduel. Vervolgens had het al mis behoren te gaan tegen de sterkere Chilenen, die er in de strafschoppenserie uit gingen nadat invaller Pinilla in de slotminuut van de verlengingen tegen de lat had geschoten.

In een harde wedstrijd tegen toernooilieveling Colombia volgde een terechte overwinning, maar de daarin opgelopen schade was aanzienlijk. Neymar werd het toernooi uitgeschopt. Aanvoerder Thiago Silva, leider van de defensie, pakte een gele kaart die hem op een schorsing kwam te staan.

Daardoor miste Brazilië dinsdag in Belo Horizonte zijn twee belangrijkste krachten. Het was de ploeg aan te zien. De defensie met daarin nu de kwetsbare Dante van Bayern München werd uiteen gereten.

David Luiz, voor wie Paris Saint-Germain onlangs 50 miljoen euro betaalde aan Chelsea, was bij de 1-0, uit een hoekschop van Toni Kroos, even vergeten dat Thomas Müller best makkelijk scoort.

De backs Marcelo, al jaren te onstuimig, en Maicon, een beetje op leeftijd, doen in de verste verte niet herinneren aan de grootheden van voorheen, zoals Roberto Carlos en Cafu. En, om terug te komen op het eerder aangehaalde gebrek aan topklasse in de voorste linie: wie had het dinsdag eigenlijk moeten doen voor Brazilië?

De geboorte van een topploeg

Vijf jaar geleden was scheidsrechter Björn Kuipers erbij, toen een nieuwe generatie toptalent opstond. De Nederlander floot op 29 juni 2009 in Malmö de finale van het EK voor spelers onder 21 jaar, tussen Duitsland en Engeland.

Het werd 4-0. Vooral de manier waarop de ploeg met de huidige internationals Manuel Neuer, Benedikt Höwedes, Jérôme Boateng, Mesut Özil, Mats Hummels en Sami Khedira de titel veroverde, sprak tot de verbeelding. Sterk combinatiespel, uitgaand van eigen kracht, erop gericht de tegenstander kapot te spelen.

Dat is ook het Duitsland van de laatste toernooien, het team waarvan het zo genieten is. De Süddeutsche Zeitung sprak in de zomer van 2010 van een 'Bloemenrevolutie', toen deze groep nieuwe internationals, onder wie ook Thomas Müller, zich aan een veel groter internationaal voetbalpubliek presenteerde.

Kort voor het WK in Zuid-Afrika was de toenmalige sterspeler Michael Ballack geblesseerd afgevallen, waardoor anderen onder wie Özil de hoofdrol konden grijpen. Dat deden ze, tot Spanje in de halve finale dwars lag. Twee jaar later, tijdens het EK in Polen en Oekraïne, zouden dat de Italianen zijn.

De druk op de Duitsers om de belofte dit WK in te lossen was groot. Spelers als Bastian Schweinsteiger, Philipp Lahm en Lukas Podolski (dit WK reserve) hadden al deel uitgemaakt van de WK-ploeg in 2006 die eervol was gesneuveld tegen Italië. Toenmalig bondscoach Jürgen Klinsmann werd opgevolgd door zijn assistent Joachim Löw, die doorging met het laten excelleren van al dat talent.

Doordat een prijs uitbleef in de laatste vier eindtoernooien, groeide het ongeduld in eigen land. Waar Spanje verzadigd door zilverwerk afhaakte in de groepsfase, voelden de Duitsers aan dat dit het toernooi was om de macht te grijpen.

Overtuigend was het spel al geweest tegen Frankrijk, in de kwartfinales. En dinsdag volgde de bevestiging: met deze groep valt niet te spotten.

Doelman Neuer is haast niet te passeren. Bij Lahm maakt het niet meer uit of hij rechtsback is of defensieve middenvelder: hij blinkt toch wel uit. Toni Kroos is de beste middenvelder van het toernooi. Thomas Müller is aangever en afmaker ineen. En Miroslav Klose, toch al 36 jaar oud, kun je er nog altijd prima bij hebben. Een pure afmaker die niet met zijn krachten smijt.

Duitsland heeft de meest evenwichtige selectie. Kijk maar naar de reservebank, waarvan André Schürrle (Chelsea) al een paar keer is ingevallen om de fraaiste doelpunten te maken. En dan te bedenken dat hét Duitse toptalent, Marco Reus, kort voor het WK afviel met een blessure.

Ja, Löw heeft goud in handen. Hij moet het nu alleen nog even winnen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234