Zondag 13/06/2021

Opgefrist 'Nieuwzuid' herdenkt Michel Bartosik

Het literaire tijdschrift Nieuwzuid omschrijft zichzelf als een "driemaandelijkse discursieve machine voor cultuurkritiek en amusement". Met deze mondvol wil het aangeven dat het een proeftuin is voor tegendraadse essayistiek. "Het vraagt zich af of wat vanzelfsprekend lijkt te zijn dat ook echt is." En wat had u gedacht? "Natuurlijk is het dat niet." Gelukkig onderkent de redactie - volgens het principe van Diogenes en Peter Sloterdijk, "dat een niets en niemand ontziende lach niet zelden de beste kritiek is". Nieuwzuid, dat weleens als de postmodernistische dependence van Dirk van Bastelaere wordt gezien, sleept de reputatie mee van een bijwijlen hermetisch tijdschrift, maar daar is in nummer 29 weinig van te merken. Bovendien heeft het blad een wonderlijk geslaagde opwaardering van zijn lay-out gekregen, waarvoor Herman Houbrechts tekende. De bladspiegel is sober maar bijzonder tactiel en uitnodigend. En ook inhoudelijk lijken er kenteringen te bespeuren. Het mooiste stuk is afkomstig van Hans Vandevoorde en spijtig genoeg is het een in memoriam. Wat wil je in een periode waarin de man met de zeis lelijk huishoudt onder de Nederlandstalige schrijvers? Vandevoorde schrijft een hommage aan Michel Bartosik, de begin 2008 tragisch overleden dichter en VUB-literatuurprofessor. Hij omschrijft hem als de "dichter met de mooiste stem, een diep geluid alsof zijn borst van brons was". En merkt op: "Herfst en dood waren van in het begin sterk aanwezig in zijn gedichten, die proberen dood en leegte teniet te doen met het woord." Vandevoorde heeft vooral lof voor Sunt lacrimae (1990), "een koningsgraf voor zijn (Poolse) vader" en onderstreept Bartosiks "fijne neus" bij het introduceren van bijvoorbeeld Kees Ouwens en Gerrit Kouwenaar. "Te weinig bekend, onvoldoende gewaardeerd en te vroeg gestorven, we hebben zijn bescheidenheid te weinig attentie gegeven. (...) Zonder twijfel was hij onze beminnelijkste dichter, die door de dood te vroeg werd bemind." Van Bartosik zijn ook een aantal hoogwaardige gedichten te lezen. Veel poëzie trouwens in dit nummer, met onder meer gedichten van Arnoud van Adrichem en Hendrik Carette en een knap dossier waarin onvermoeibaar vertaler Jan H. Mysjkin als geen ander de Franse poëzie van de laatste decennia van de vorige eeuw ontgint en omkadert. Ook het essay over het fotografische werk van Esther Eggermont door Steven Humblet is van goede makelij. Nieuwzuid maakt een fraai nummer over de gehele lijn. (www.nieuwzuid.be)

Honderdjarige Claude Lévi-Strauss opgenomen in de Pléiade

Op de drempel van je honderdste verjaardag opgenomen worden in de prestigieuze Franse klassiekenreeks de Pléiade, wat kan een mens zich nog meer wensen? Het is wat dezer dagen de Franse antropoloog Claude Lévi-Strauss overkomt. Lévi-Strauss, wereldberoemd geworden met Tristes tropiques (1955) waarin hij verslag uitbracht over zijn ervaringen bij indiaanse gemeenschappen in Brazilië, tilde de etnologie op een hoger plan. Hij werd ook de grootste pleitbezorger van het structuralisme in de sociale wetenschappen en gold tegelijk als peetvader van "het wilde denken", zoals zijn boek uit 1962 heette. De Pléiade-uitgevers konden bij het samenstellen van de zeven delen een beroep doen op de "welwillende en genereuze" medewerking van de nog steeds kranige Lévi-Strauss. Ze bevatten zowel zijn klassieke werken, maar ook mengelwerk waarin hij "intellectuele bricolage" bedreef en steeds de voorrang gaf aan onderzoek ter plekke. Het geheel is aangevuld met 200 illustraties en, zoals de traditie van de Pléiade dat wil, een uiterst zorgvuldig notenapparaat en een index. Bij leven in de Pléaide belanden is een voorrecht dat trouwens weinigen genieten. Toch gingen romanciers als André Gide, Roger Martin du Gard, Marguerite Yourcenar, Nathalie Sarraute en Julien Gracq gingen hem voor, evenals dichters als René Char en Saint-John Perse. Volgens Pléiaderedacteur Vincent Debaene toont de consacratie van Lévi-Strauss aan dat "de ware antropologie in feite literatuur is".

Barcelona toont enerverende J.G. Ballard-expo

De Britse cultauteur J.G. Ballard (°1930) heeft de aureool van een onversneden anti-utopist. De schrijver van apocalyptische technologische verhalen zoals Crash is in zijn vijftigjarige schrijverschap zowel verguisd als verheerlijkt. Sommigen vinden dat zijn heilloze wereld als geen ander de nachtzijde van onze op hol geslagen consumptiemaatschappij blootlegt (denk aan Super-Cannes en Millenium People), anderen zijn van oordeel dat voor de schrijver "geen psychiatrische hulp meer mag baten". Maar Ballard is wél zodanig invloedrijk dat hij al vereeuwigd is op een postzegel en in Collins English Dictionary het eigen adjectief 'ballardian' kreeg toegewezen, min of meer synoniem voor "ontwrichtende psychologische effecten van technologische, sociale of milieuontwikkelingen, die zich afspelen in kale landschappen".

In de Catalaanse hoofdstad Barcelona is zojuist een tentoonstelling geopend waarin dit unheimische oeuvre vol innovatieve sciencefiction op een gedurfde wijze in beeld wordt gezet. Een scalpel dat menselijk vlees opensnijdt, een been dat verbrijzeld is door een wagen en een man die de tepelgrootte van zijn beminde meet met een schuiflat, naast views van desolate landschappen en kille shopping malls: het zijn beelden die de bezoeker over de streep moeten trekken om Autopsy of the New Millennium te betreden. Onheil en dreigende rampspoed is een thema dat Ballard als geen ander bespeelt. Maar op de expo wordt niet enkel zijn oeuvre op een wervelende manier voor het voetlicht gebracht, ook Ballards leven komt aan bod, met veel getuigenissen van de schrijver zelf. Daaruit blijkt hoezeer de twee jaar die hij doorbracht in een Japans interneringskamp hem tekenden (zoals beschreven in Empire of the Sun). Ballard studeerde geneeskunde, was ook piloot bij de RAF en raakte later bezeten van auto-ongevallen én de verwondingen die ze veroorzaakten. Geen wonder dat curator Jordi Costa Ballard treffend omschrijft als "een dichter die schrijft als een forensische wetenschapper". De tentoonstelling is de komende vier maanden te bezichtigen in het Centro de Cultura Contemporánea de Barcelona (www.cccb.org)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234