Dinsdag 03/08/2021

‘Operatie Vancouver’: het leven zoals het was voor de vijf Belgische bobsleemeisjes‘De eerste keer denk je: dit doe ik nooit meer’

Een Elfje speelt de hoofdrol, maar sprookjesachtig zal de Belgische afdaling van de bobbaan in Vancouver niet worden. Het gaat ook niet om de prestatie, wel om de deelname op zich. Want straf is het nu al: van leek tot olympiër in drie jaar tijd. Een ideetje werd een Canvasprogramma, van ‘Operatie Winterberg’ tot ‘Operatie Vancouver’. Zes meisjes werden er vier en dan toch weer vijf. Zondagnacht volgt de ontknoping: Elfje Willemsen en Eva Willemarck ‘bobben’ olympisch.

Elfje en Eva, jullie hebben de baan van Vancouver al verkend. Is die zo snel als beweerd wordt? Elfje Willemsen (voormalig speerwerpster): “Absoluut. Vanaf bocht twee zit je aan 110 kilometer per uur. Andere banen beginnen veel langzamer. Pas bij bocht acht of negen gaat het echt hard.”Eva Willemarck (voormalig sprintster): “Bij de start gaat het direct razendsnel naar beneden. Dat is goed, want op een vlakke start kun je heel lang lopen, daar verliezen wij tijd in vergelijking met de toplanden.”Elfje: “Ook voor het sturen is zo’n snelle baan een voordeel. Ik maak vooral fouten op de trage stukken. Ik zal daar nu geen tijd voor hebben.” (lacht)Een goede piloot maakt het verschil als het traag gaat?Elfje: “Absoluut. Op trage stukken moet je meer met gevoel sturen. Hoe sneller je gaat, hoe kleiner de impact. Op trage stukken is ervaring superbelangrijk. Je moet het voelen: wat doet de slee als ik een klein beetje links ga, wat als ik een klein beetje rechts... Al doende leren, veel meer is er niet aan te doen.”Rudi Diels (sprintcoach): “We hebben nog tekortkomingen. Gebrek aan talent en gebrek aan ervaring. Talent zit hem in dat eerste stukje: het kunnen doorsprinten. Daarin zitten we nog niet op het niveau van de beste teams. En in ervaring zitten we heel ver achter. Als Elfje meer ijservaring zou hebben, kan ze beter inschatten hoe ze op de trage stukken moet sturen. We hebben hier in België geen piste, dus moeten we steeds op een ander gaan. En in het buitenland schermen ze hun banen heel fel af. Tenzij je er veel voor betaalt.”Jullie presteerden het best in Winterberg en Lake Placid: tragere banen, eigenlijk in jullie nadeel. Is kennis van de baan dan doorslaggevend?Leen Blondelle (voormalig roeister): “Kennis is belangrijk omdat je voor een wedstrijd weinig tijd krijgt om te oefenen: zes trainingsafdalingen die gemiddeld één minuut duren, dat is het. Je hebt dus zes specifieke trainingsminuten per wedstrijd. Vergelijk dat met een basketter. Die gooit duizend keer naar een ring.”Diels: “Een ring die altijd dezelfde afmetingen heeft.”Leen: “We doen telkens opnieuw een baan die in niks lijkt op de andere.”Elfje: “En als wij een centimetertje anders in de bocht komen, dan scheelt dat direct in tijd. Met een paar jaar meer ervaring op alle banen, is er echt nog veel progressie mogelijk.”Eva: “Er zijn wel baanwandelingen: we gaan dan in de baan en dan stappen we die een paar keer af.”Eva, wat is jouw jobomschrijving als ‘remster’?Eva: “Ik duw de bobslee in gang samen met de piloot. Zo hard mogelijk uiteraard. Dan springt de piloot in, de remster doet een paar passen meer en springt ook in. Daarna is het bochten tellen: dat is de enige manier om te weten wanneer je precies moet remmen. De rem zit tussen onze voeten. Het is een hendel die je naar achter trekt, waardoor je een ijzeren pin in het ijs duwt.”Bieke Vandenabeele (voormalig zwemster): “Je moet ook redelijk zwaar zijn. Hoe zwaarder de persoon, hoe lichter de bob. Die moet samen met de inzittenden minstens 340 kilogram wegen. Het is zoeken naar een evenwicht.”Diels: “De inbreng van de remster stopt na de start. Een remster moet daarna zo weinig mogelijk last veroorzaken. Gewoon onbeweeglijk in de bob zitten, eigenlijk. De piloot moet tijdens de afdaling dat touwtje (dat fungeert als stuur, red.) nog beheersen.”Leen: “Je moet echt een klik maken, niet gemakkelijk. Honderd procent lopen, dan inspringen en dan, klik, in de bob zitten en sturen.”Elfje: “Dat vind ik ook het moeilijkste: je springt boordevol adrenaline in die bob. En dan denk je: ‘Juist, nu afdalen’. Maar op dat moment is de eerste bocht er al en is het eigenlijk te laat.”Diels: “Niet vergeten: ze zitten met 5G.”“En dat betekent?Evi Petro (voormalig sprintster): “Dat de longen uit je lijf worden gezogen. Een milliseconde denk je: ‘Waar ben ik nu?’ De eerste keer schrik je geweldig, hé Leen?”Eva: “Wat zei jij toen? ‘Dit doe ik nooit meer?’”Leen: “Jullie zagen ook allemaal wit. Alleen wilden jullie dat niet toegeven.”Rudi: “Ik heb het één keer gedaan. Mijn eerste reactie: ‘Ik geloof nooit dat een piloot iets zinnigs kan doen met dat touwtje. Het gaat zo snel, de druk is groot... Ik twijfelde echt of een piloot bewust invloed kon hebben op het traject van de bob. Maar voor alle duidelijkheid: dat is dus wel zo.”Elfje: “Je hebt er wel invloed op, maar de allereerste afdalingen doe je gewoon ‘iets’. Puur op instinct. Gewoon aan de touwtjes trekken. Zoals een koe melken. ‘Hier is de uitgang van de bocht, ik zal maar naar beneden sturen.’”Leen: “Het duurt lang voor je echt iets kunt.”Bieke: “Elfje heeft wel talent. Ze is nog nooit gecrasht. Dat moet uniek zijn.”Leen, jij bent als pilote al twee keer zwaar gecrasht. Is bobslee een gevaarlijke sport?Leen: “Bobsleeën kan gevaarlijk zijn. Ik was ook tamelijk zwaar gekwetst. Ik brak mijn sleutelbeen.”Bieke: “Iedereen is altijd wel bang. Dat moet ook. Alleen mag de schrik niet verlammend werken.”Elfje: “Leen heeft al veel pech gehad. Er zijn er die tien keer op een week crashen en er fluitend weer uit stappen. Zij crasht twee keer en is twee keer zwaar geblesseerd.”Bieke: “Het eerste jaar maakten we dertig crashes. Nooit iemand geraakt.”Operatie ‘Vancouver’ heeft veel geld gekost. Er was sprake van een jaarbudget van 400.000 euro.Leen: “Het is echt wel een heel dure sport. Hoeveel maanden zijn wij nu al niet op toer? Overal hotels, reizen...”Eva: “Een nieuwe bob laten maken met alles erop en eraan kost 45.000 euro. Eén afdaling is vijftig euro.”Diels: “Stel je voor dat je in Gent in de topsporthal 50 euro moet betalen per sprintje van zestig meter. Onze coach Sigi zegt altijd: ‘België geen wintersportland? Met de auto staan jullie zo overal.’ Dat is juist. Maar we hebben wel geen eigen piste. Dus moeten we overal betalen om iets te mogen doen.”Bieke: “Het materiaal maakt ook het verschil. De beste bobsleeën worden in Dresden gemaakt. En de Duitsers hebben ook altijd de snelste sleeën. Dat maakt ook dat ze dominant zijn. De Amerikanen starten soms sneller, maken minder fouten en toch winnen de Duitsers op het eind. Hoe komt dat dan?”Jullie hebben ook alle vijf een profcontract.Diels: “Het ging niet anders. Geleidelijk aan, spelenderwijs beginnen, daar was geen tijd voor. Ze moeten niet alleen leren ‘bobben’. Er kwam veel meer bij kijken: de meisjes halen bijvoorbeeld ook de bob af. Ze rijden ondertussen met een vrachtwagen. Zo leerrijk is de ervaring dus geweest.”Eva: “Het was geen echte vrachtwagen, gewoon de grootst mogelijke B-klasse. Wel een hele mooie, hoor. Spectaculair.”Leen: “En dan aan 40 kilometer per uur met de bob door de bergen. Op de autostrade, alle vrachtwagens haalden mij in.” (lacht)Diels: “Eigenlijk hebben jullie nog niet veel accidentjes gehad.”Eva: “Nog geen enkel.Diels: “Twee blutsen toch?”Eva: “Iemand die tegen ons reed.”Bieke: “Vrouwen achter het stuur, dat is helemaal niet wat er over verteld wordt.”Maar toch: moeten bobsleemeisjes niet vooral bobsleeën?Diels: “We zitten in een fase van dit project waarbij nog niet alles voor handen is. En dat maakt het ook zo zwaar.”Elfje: “De laatste drie jaren zijn we er constant mee bezig geweest. Elk uur, neen, elke minuut gaat naar bobslee. Als we opstaan denken we aan bobslee, overdag is het bobslee en zelfs ’s avonds in ons bed denken we aan bobslee. Ik ga dan alle banen na in mijn hoofd. Echt waar.”Leen: “Je leeft bobslee.”Elfje: “We zijn een week thuis en constant sturen we mailtjes: wist je dit al? Je mist het wereldje meteen. En ik denk aan alle dingen die nog moeten gebeuren: het schuurpapier, het vet, gewoon alle dingen die we nog moeten gaan halen.”Het schuurpapier, het vet?Evi: “Dat heb je nodig om de bob wedstrijdklaar te maken. Wij doen ook zelf de mechaniek.”Diels: “Op termijn moet dat doorgegeven worden aan professionele mensen. De meisjes mogen geen kopzorgen hebben over schuurpapier en vet. Maar in het leerproces is het wel interessant: ze kennen de sport ondertussen. Ze weten nu waarover het gaat. Ze hebben er met hun eigen handen aan gesleuteld.”Elfje: “Dat helpt heel zeker. Je kent de bob zo door en door.”Leen: “Wat je zelf maakt, dat vertrouw je ook. Je weet dat alles in orde is, je hebt het zelf gezien.”Leen: “Pas als we het zelf niet vinden, gaan we bij de Polen of de Letten om hulp vragen.”Evi: “We zijn nog geen concurrenten. Ze helpen ons nog met plezier.”Rudi: “Een typisch Belgisch fenomeen: ze zien er goed uit, ze kunnen alle talen en dus zijn ze nu nog overal welkom. Tot ze te goed worden. Zo zal het gaan.”Jullie zeggen zelf dat Sotchi 2014 het einddoel is, maar is het zeker dat dit project zolang doorgaat?Diels: “Het is een verhaal van ondersteuning. We hebben nu ongelooflijke financiële ondersteuning gekregen vanuit de privé, waar Bloso en het BOIC mee ingestapt zijn. De vraag is hoe de verhouding zal liggen na de Spelen. We spreken over 240.000 euro per jaar, geen 400.000 euro. Dat moet gevonden worden. Maar dit project laat je niet zomaar vallen.“Ja, het is de bedoeling om in Sotchi iets meer te laten zien. We spreken altijd over een haalbare maar uitdagende doelstelling. Nu was dat de Spelen halen. Zeker uitdagend, maar in het begin leek dat niet haalbaar. Veel mensen lachten ermee. Maar de meisjes hebben het bewezen. Nu denkt het BOIC natuurlijk: ‘Op de Spelen begint het pas’. Maar dat is het stukje dat we willen doorschuiven naar 2014. Dan kunnen we het doen met een complete voorbereiding.”Tot slot is er natuurlijk nog de obligate opmerking over het YouTube-filmpje met het gescheurde pak en de blote billen.Leen: “Dat waren wij niet! Onze pakken zijn stevig, die gaan niet kapot.”Eva: “Ik dacht ‘ocharme’, dat het net met haar moet gebeuren, zo’n lief meisje. Ik ken haar nogal goed.”Diels: “Het is publiciteit voor de sport.”Evi : “Stel je voor dat ze loslaat en dat de piloot alleen weg is.”Eva: “Dat is al gebeurd. Dan moet de piloot na de finish snel naar achter om te remmen.”Elfje: “We hebben dat nog niet voor gehad. Al scheelde het één keer wel bijzonder weinig. In die wedstrijd vorig jaar in februari.”Rudi: “Jullie hebben nog vier jaar, het zal nog wel eens lukken.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234