Zaterdag 16/10/2021

Operatie oogverblinding bij Oosterweelverbinding

Zelden hebben we zoveel openlijk misprijzen voor de wettelijk voorziene procedures gezien

Manu Claeys en Peter Verhaeghe zijn verbolgen over het MER-studierapport

Het regende de voorbije maanden kritiek op de ondoorzichtige besluitvorming in het dossier van de Oosterweelverbinding. Kranten en tijdschriften brachten artikels waarin verwijten van amateurisme, belangenvermenging en onbeheersbaarheid van de kosten nog tot de beleefdste horen. Bij die kritiek wordt wel eens uit het oog verloren dat het Oosterweelviaduct zoals gepresenteerd door de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (BAM) ook nefast is voor de Antwerpse stadsontwikkeling, het leefmilieu en de verkeersafwikkeling. Omdat stRaten-generaal zich daarover zorgen maakte, schoof het bewonerscollectief in september 2005 een alternatief tracé naar voor, noordelijker gesitueerd en verder weg van de stadskern. Tegelijk bepleitte stRaten-generaal het openhouden van de Kennedytunnel voor vrachtverkeer (met tolheffing), om de kortst mogelijke rijroutes van linker- naar rechteroever te garanderen en zo het aantal vrachtkilometers op de Antwerpse ring in te perken.

In april van dit jaar raakte bekend dat het alternatieve tracé niet werd weerhouden. Die beslissing viel op basis van een studierapport (31 maart 2007) opgemaakt in het kader van het milieu-effectenrapport over de Oosterweelverbinding. Wij trokken naar Brussel om het studierapport op te vragen bij de Vlaamse administratie, en vielen van de ene verbazing in de andere. De evaluaties uit het studierapport bleken met plak en spuug aan elkaar te hangen, in een weinig subtiele poging om het referentieontwerp niet ter discussie te moeten stellen.

De lijst van gehanteerde trucs is eindeloos: conclusies die haaks staan op wat telresultaten aantonen, vergelijkingsmateriaal dat genegeerd wordt omdat het in het nadeel pleit van het referentieontwerp, irrelevante maar misleidende extrapolaties van de ene randvoorwaarde naar de andere, twee maten en twee gewichten bij de vergelijking van beide tracés, eenzijdig en selectief gebruik van feitenmateriaal, verdraaiingen van de werkelijkheid, niet-correcte basisgegevens, nattevingerwerk in de argumentatie, tendentieuze formuleringen en retorische uitspraken, het niet in rekening brengen van criteria die het alternatieve tracé in een gunstig daglicht stellen, onevenwicht bij het toekennen van gewicht aan maatstaven, enzovoort. De scheve argumentatie in het studierapport hier samenvatten is onbegonnen werk.

De slordige en tendentieuze manier waarop de kwaliteiten van het alternatieve tracé in het studierapport weggeredeneerd worden, tonen aan dat de BAM de decretale vereiste om alternatieven te bestuderen als een verplicht nummer ziet. Voor de opmaak van het milieu-effectenrapport deed de BAM een beroep op haar eigen studiebureau TV SAM. Wettelijk is dat correct, maar is het aangewezen om een dergelijke opdracht uit te besteden aan het bureau dat sinds 2001 het studiemonopolie heeft voor alle BAM-projecten en waarvan de medewerkers worden beschouwd als BAM-personeel? Het studierapport werd goedgekeurd door de manager Bestuurlijke Zaken van de BAM, Leo van der Vliet. Voor hij aan de slag ging bij de BAM was Van der Vliet afdelingshoofd planologie bij het studiebureau Arcadis Gedas, dat nu deel uitmaakt van TV SAM.

Van onbevooroordeeld en onafhankelijk onderzoek van het alternatieve voorstel is hier geen sprake. De conclusies lagen al bij voorbaat vast: zo'n project-MER wordt als tijdverlies beschouwd. Woordvoerder van de BAM Nick Orbaen bevestigde dat al op 10 maart 2006 in de Gazet van Antwerpen: "Het project-MER (milieu-effectenrapport) moet nog definitief worden vastgesteld. Wij werken alvast verder en gaan ervan uit dat de verwachte scenario's voor de Oosterweelverbinding uit de bus komen. Als je nu stopt om eerst te wachten op de antwoorden uit de procedures, verlies je echt een heleboel tijd."

Tijd verliezen bij het vrijgeven van het studierapport over het alternatieve tracé bleek dan weer geen probleem. Op 8 juni 2006 werden de definitieve resultaten van het onderzoek gebundeld. Pas negen maanden later, op 30 maart 2007, werden ze vrijgegeven. Intussen was een kaderovereenkomst gesloten tussen het Vlaams Gewest en de BAM over het definitief sluiten van de Kennedytunnel voor vrachtverkeer, had de Vlaamse overheid zich geëngageerd in een kaderovereenkomst met financiers en werd het definitieve viaductontwerp al bekendgemaakt, terwijl het milieu-effectenrapport over mogelijke alternatieven nog in opmaak was.

Zelden hebben we zoveel openlijk misprijzen voor de wettelijk voorziene procedures gezien als in het dossier van de Oosterweelverbinding. Een politiek van voldongen feiten en angst voor kritiek bepaalt de hele besluitvorming.

Het gaat hier om het grootste en duurste infrastructuurwerk in Vlaanderen, met een aanzienlijke impact. Daarom eist stRaten-generaal een onafhankelijke lectuur van dit studierapport evenals van de uitgebreide evaluatienota ervan opgesteld door stRaten-generaal.

In het studierapport worden overigens slechts drie bladzijden besteed aan het criterium 'mobiliteit', terwijl dat de essentie is van het Masterplan Mobiliteit Antwerpen. Een kritische evaluatie van die bladzijden en de bijbehorende verkeerstellingen leidt tot verrassende conclusies die een heel ander licht werpen op de mobiliteitsaspecten van het Oosterweeldossier. Zo leidt het gratis maken van autoverkeer aan de Oosterweeltunnel in combinatie met tolheffing voor vrachtwagens aan de Kennedytunnel tot hogere inkomsten, minder sluipverkeer op het onderliggende wegennet en een betere spreiding van het verkeer over de hele ring. Die piste sluit de BAM nu uit.

Een bijkomende reden om dit studierapport aan een nadere lectuur te onderwerpen.

Manu Claeys en Peter Verhaeghe voor stRaten-generaal.

http://www.oosterweelverbinding.info, www.oosterweelverbinding.info.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234