Maandag 30/03/2020

Operatie Desert Fox: een noodzakelijke chirurgische aanval

'Noch Groot-Brittannië, noch de VS wensen de politieagent van de wereld te worden. Maar wanneer acties duidelijk nodig zijn om de internationale vrede en veiligheid te garanderen komt niet handelen neer op plichtsverzuim'

Ik ben mij ten zeerste bewust van het verzet tegen de recente luchtaanvallen op Irak. Ik blijf er echter van overtuigd dat we juist handelden. Onze actie was erop gericht om te voorkomen dat Saddam opnieuw geweld gebruikte om de stabiliteit van de regio te bedreigen en om te voorkomen dat we later veel grotere middelen moesten gebruiken om hem in te tomen. We mogen Saddams geschiedenis niet vergeten. Hij kwam aan de macht in 1979. In 1981 begon hij een oorlog tegen Iran die acht jaar duurde. Toen die beëindigd was, viel hij Koeweit binnen. Toen hij uit Koeweit verdreven werd, gebruikte hij chemische wapens tegen de Koerden. Daarna verdreef hij 150.000 Arabieren die in de moerassen in Zuid-Irak leefden, waarbij duizenden doden vielen.

Onze militaire doeleinden waren duidelijk en werden ook verwezenlijkt: afname van de dreiging van het gebruik van wapens voor massavernietiging door Saddam Hoessein en van de dreiging tegenover zijn buurlanden. De gerichte aanvallen op specifieke militaire doelwitten - de zenuwcentra van zijn militaire regime - waren precies en zeer succesvol. Uit onze informatie blijkt duidelijk dat de burgerlijke schade en het aantal burgerslachtoffers gering waren, wat ook de bedoeling was.

Ons optreden was nodig omdat het zeer duidelijk was dat Saddam Hoessein niet bereid was tot medewerking met de VN-wapeninspecteurs.

Wij moesten dit afwegen tegen de prijs die we zouden moeten betalen indien we niet optraden wanneer Saddam opzettelijk de wil van de internationale gemeenschap op de proef stelde. Indien hij de positie had verworven die hij op het oog had, waar hij niet langer beperkt werd door UNSCOM en we hadden hem laten doen, waren de gevolgen duidelijk. Wij zouden af te rekenen hebben met een Saddam die in alle vrijheid zijn wapens voor massavernietiging opnieuw kon ontwikkelen om er zijn buren mee te bedreigen. Vroeg of laat zou er een confrontatie moeten komen in omstandigheden die veel gevaarlijker zouden zijn voor zijn buurlanden en voor ons.

Iedereen gaf de voorkeur aan een niet-militaire oplossing. Maar niemand heeft een realistisch alternatief geboden dat kon werken. De mogelijkheden qua dialoog en diplomatie werden uitgeprobeerd. En degenen die zeggen dat opheffing van de sancties van Saddam een meer bereidwillig lid van de internationale gemeenschap zouden maken, negeren gewoonweg de feiten. De waarheid is dat Saddam dacht dat hij verdeeldheid kon zaaien in de internationale gemeenschap, de twist kon laten aanslepen en de bezorgdheid over de sancties kon uitbuiten, en dit alles ten voordele van zichzelf.

Het militaire optreden heeft dit belet. Bovendien moeten wij klaar staan om opnieuw te handelen indien Saddam zijn buurlanden bedreigt, niet het minst door het verder ontwikkelen van zijn chemische en biologische wapens. Door intensief toezicht en andere methodes zullen wij weten wanneer dit het geval is. Ondertussen zullen wij steeds scherp reageren op de Iraakse pogingen om onze vliegtuigen aan te vallen die patrouilleren over de Iraakse zones met vliegverbod, na de Golfoorlog ingesteld om Saddams buurlanden en zijn eigen bevolking, niet het minst de Koerden, te beschermen.

Maar dit betekent niet dat wij veroordeeld zijn tot een eindeloze cyclus van militaire aanvallen. De schade die wij hebben toegebracht aan het vermogen van Saddam om zijn militaire machine te gebruiken kan niet snel hersteld worden. Bovendien is er, indien Irak dit wil, een alternatieve weg. Wij zullen voorstellen voorleggen om ervoor te zorgen dat humanitaire goederen Irak gemakkelijker kunnen bereiken. Wij bespreken met andere grote leden van de Veiligheidsraad nieuwe ideeën om de inspecties en het toezicht in Irak te hervatten, maar deze keer zodanig dat aanwezigheid van de VN-inspecteurs niet leidt tot een nieuwe crisis om de drie maanden. Dit omvat nieuwe praktische medewerking van Irak voor de terugkeer van de VN-inspecteurs, bijvoorbeeld het leveren van de ontbrekende gegevens aangaande chemische en biologische wapens.

Twee dingen kunnen Irak hiertoe aansporen. Het vermijden van verdere militaire acties en geleidelijke opheffing van de sancties indien zijn inschikkelijkheid duidelijk is. Wij zouden met genoegen de voorkeur geven aan deze oplossing boven gewoonweg de machtsinperking. Maar die keuze ligt in de handen van Irak. Indien wij gedwongen worden om de andere weg te kiezen, zullen wij dat aanvaarden.

Mensen vragen waarom wij en de Amerikanen de actie voor Kerstmis alleen op touw zetten en wat ons het recht gaf om dit te doen. De eerste reden voor deze Brits-Amerikaanse actie was een militaire. Dit was geen nieuwe Golfoorlog, met de noodzaak een grote strijdmacht in te zetten, maar een snelle, chirurgische aanval waarbij de tactische verrassing belangrijk was. Een dergelijke operatie kon snel opgezet worden door de VS en het VK dank zij de nauwe banden die wij van oudsher onderhouden, de aanwezigheid van strijdkrachten ter plaatse en de aard van ons militair vermogen. Vele bondgenoten hadden ons eerder in de crisis hulp aangeboden. Maar het was gewoon niet praktisch om deze te gebruiken in het soort plan dat wij nodig achten.

Wij handelden ter ondersteuning van de eisen van Veiligheidsraad betreffende de ontmanteling van Saddams vermogen om wapens voor massavernietiging te ontwikkelen en te gebruiken. Het mechanisme dat eerder werd ingevoerd om dit te verwezenlijken, UNSCOM, werd tegengewerkt. De Veiligheidsraad waarschuwde Irak in februari van vorig jaar voor de gevolgen indien het memorandum van Kofi Annan, tot stand gekomen na moeilijke onderhandelingen, niet werd gerespecteerd. Deze overeenkomst werd echter spoedig na de ondertekening reeds door Irak genegeerd. Wij en de Verenigde Staten waarschuwden Irak er in november in duidelijke bewoordingen voor dat indien het doorging met het niet naleven van de resoluties van de Veiligheidsraad, dit zou resulteren in een militaire aanval en dit zonder verdere uitvluchten.

Waar mogelijk moeten wij optreden onder de bescherming van de VN en met de volledige steun van de Veiligheidsraad. Maar, eerlijkheidshalve, er zijn tijden en situaties waarin we, indien we wachten op deze steun, eeuwig kunnen wachten, en waarin - om ingewikkelde diplomatieke redenen - niets wordt gedaan om duidelijk onrecht recht te zetten. Terwijl wij weten dat als er dan niets ondernomen wordt, wij later zullen worden geconfronteerd met een groter gevaar. De toestand in Irak vorige maand was een van deze situaties.

Noch Groot-Brittannië, noch de VS wensen de politieagent van de wereld te worden. Maar wanneer duidelijk acties nodig zijn om de internationale vrede en veiligheid te garanderen, vooral wanneer de internationale gemeenschap reeds duidelijke doelen heeft geformuleerd die worden genegeerd, komt niet handelen neer op plichtverwaarlozing. Militaire acties moeten nooit zomaar of zonder rekening te houden met de ruimere gevolgen, ondernomen worden. Maar ik ben van mening dat de kostprijs van niet optreden gewoonweg te hoog was.

Ik ben het niet eens met de beweringen dat - door samen met de Amerikanen op te treden in Irak - deze regering de VS verkiest boven andere bondgenoten en vrienden, in Europa of elders. Zoals ik reeds vaak heb gezegd, is het verkeerd te denken dat wij een keuze moeten maken. Wij hebben meer invloed op de Amerikanen indien zij weten dat wij ons sterk en positief inzetten binnen Europa en bereid zijn om, in andere omstandigheden, op te treden met Europa alleen; en indien zij ons met bondgenoten en vrienden in de wereld samen zien streven naar een veiligere, welvarendere en stabielere toekomst voor ons allen. Een vooraanstaande rol spelen in Europa en elders gaat beter indien onze partners weten dat wij invloed hebben in Washington - en zij die de Brits-Amerikaanse betrekkingen goed kennen, weten dat het verkeer in twee richtingen gaat.

Ik zal de Amerikanen niet volgen indien ik van mening ben dat zij fout zijn. Ik zal hen niet in de steek laten indien ik denk dat zij het bij het rechte eind hebben. In dit geval zou ik getracht hebben de Amerikanen te overtuigen om om te treden, indien zij dit niet van plan waren. En ik zou hen aangeraden hebben om te handelen op exact hetzelfde moment teneinde de militaire verrassing te behouden en de ramadanperiode zoveel mogelijk te vermijden.

Ik ben trots op wat onze strijdkrachten hebben bereikt in Irak en op de verzwakking van Saddam Hoessein. Ik wil koste wat het kost voorkomen dat hij opnieuw een bedreiging kan vormen in de regio. Ik geloof dat dit kan worden verwezenlijkt via de diplomatieke weg, indien de Irakezen bereid zijn om mee te werken en werkelijk opheffing van de sancties willen. Indien dit niet zo is, ben ik bereid om de weg te bewandelen van bedwinging en bereidheid om opnieuw op te treden indien nodig. Saddam Hoessein heeft een keuze. Onze twist was er nooit een met het lijdende volk van Irak en voor dat volk hoop ik dat hij de diplomatieke weg kiest.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234