Zondag 22/09/2019

'Opera moet je van je sokken blazen'

Regisseur David Freeman wil dat het stormt op de bühne als hij een oud stuk als 'Wozzeck' brengt

David Freeman, die in de Munt zijn versie van Wozzeck van Alban Berg opvoert, is een 'angry old man'. Veertig jaar geleden probeerde hij met zijn Opera Factory een omwenteling teweeg te brengen; vandaag hoopt hij nog altijd op een revolutie.

Door Stephan Moens

"Opera heeft meer verleden dan toekomst. De rol van de opera als levend onderdeel van maatschappij, cultuur, politiek en levenswijze lijkt uitgespeeld. Het aandeel van klassieke muziek in de cd-markt is dramatisch achteruitgegaan. Pop en rock, die in de jaren 60 één alternatieve levensstijl waren, zijn uiteengevallen in ten minste vijftien verschillende muziekstijlen met bijbehorende subculturen. In Caruso's tijd zong de tenor in het café min of meer dezelfde dingen als Caruso; nu denkt de meerderheid van de mensen dat opera fake en pompeus is. En wie wel nog van klassieke muziek houdt, doet dat vaak uit een soort escapisme: hij of zij wil aangename achtergrondmuziek. En dan komt de populistische vraag of je escapisme van rijkelui wel moet subsidiëren terwijl het gewone volk de volle prijs moet betalen voor het voetbal."

David Freeman is niet te stuiten. "Uiteraard vind ik persoonlijk wél dat opera en klassieke muziek belangrijk zijn, anders zou ik er mijn leven niet aan besteden. Maar ik vind wel dat je een aantal vragen moet stellen. Het soort klassieke muziek dat bestaat uit reizen van het festival van Salzburg naar dat van Edinburgh en op beide plaatsen hetzelfde opvoeren in je rokkostuum voor rijke mensen die het allemaal fantastisch vinden, moet dat wel? Artiesten die dat doen, hebben geen idee van wat er op straat gaande is."

En gewoon maar Wozzeck opvoeren dan?

"Wozzeck is een oud stuk en iedereen doet alsof het nieuw is, een uitdaging. Het was een uitdaging in 1926 maar nu toch niet meer! Ken jij één kunstvorm of zelfs aspect van het leven waar men tachtig jaar oude dingen modern vindt? We moeten met onszelf in het reine komen, toenadering zoeken tot de popmuziek. Ik was onlangs op een radioprogramma in Engeland met de pianiste Mitsuko Uchida, die ik erg bewonder. Je moest daar een paar muziekfragmenten meebrengen en laten horen. Een van de mijne was uit Wozzeck, het tweede was een streepje van de Australische popgroep Midnight Oil. Toen ik dat speelde, zei Mitsuko: 'Ik vermoed dat het belang ervan in de tekst ligt.' Nou, die song verschilt muzikaal niet zo veel van het laatste lied uit Schuberts Winterreise. Waarom wordt het één dan zo verschrikkelijk ernstig genomen en het andere helemaal niet? Is dat geen intellectuele luiheid?"

Misschien omdat het bewijst dat popmuziek tweehonderd jaar achterop hinkt, in tegenstelling tot hedendaags-klassieke muziek?

"Precies dat is een tweede probleem: de taal van de hedendaagse muziek. Ulysses van Joyce is een meesterwerk, net als de grote werken van de tweede Weense school en die van het kubisme. Die drie richtingen keken in hun tijd naar wat er gebeurde in de wetenschap, de relativiteitstheorie bijvoorbeeld. Het probleem is dat nauwelijks iemand de relativiteitstheorie begrijpt, en dus ook niet de reflecties erop. En dan vind ik Ulysses nog toegankelijker dan de kwantumfysica. In elk geval werkt ook die tendens tegen opera als een populaire kunstvorm. Er moet altijd ergens een plaats zijn waar iemand een simpel lied goed kan zingen. Zelfs in Wozzeck heb je nog brokstukken van volksmuziek; bij Schoenberg is er niets van die aard. Abstractie is altijd een abstractie van de werkelijkheid; zie de evolutie van Mondriaan - van bomen naar witte vlakken - of Rothko. Abstractie zonder wortels in de realiteit is binnenhuisdecoratie.

"Nog een probleem is dat hedendaagse opera vaak ook voor de uitvoerders erg moeilijk is. Ik herinner mij de Bacchanten van Xenakis; wees maar eens een wilde, seksueel opgehitste bacchante als je de hele tijd de maat moet tellen! Het leken wel bibliothecaressen op speed.

"Vele hedendaagse componisten hebben niet genoeg vertrouwen in de uitvoerder .Ze willen alles neerschrijven, zodat de uitvoerder het enkel nog moet naspelen. Een van de dingen die ik in Wozzeck wil bereiken, is die opera menselijker maken, meer op maat van de uitvoerders."

Toch hebt u veel hedendaagse opera's opgevoerd. Welke daarvan kunnen een toekomst zijn voor het genre?

"Als ik er een paar mag noemen: Le grand macabre van Ligeti, The Mask of Orpheus van Birtwistle, Akhnaten van Philip Glass. Glass heeft in dat stuk een relatie tot popmuziek. Als je dat om culturele redenen verwerpt, ga je er nooit van houden maar ik vind het geweldig.

"Weet je, heel erg weinig mensen komen blij uit een concert met twaalftoonsmuziek. Of juister: de meesten gaan er niet eens naartoe. Zelfs binnen de kleine wereld van klassiekemuziekliefhebbers is het een kleine minderheid. Nochtans denk ik niet dat dat de schuld van de muziek is; Wozzeck is een van de beste opera's ooit geschreven. Maar er is méér nodig, namelijk een uitvoering die het niet alleen maar correct brengt. Ik zou aan de grote componisten willen zeggen: 'Kom wat meer buiten en maak van uitvoerders niet uw onderdanige dienaars.' In een opera moeten de componist, de librettist, de dirigent en de regisseur op de achtergrond gaan staan. Wat er op het toneel gebeurt moet je van je sokken blazen. In de Middeleeuwen mochten acteurs niet in gewijde grond begraven worden omdat ze elke dag in een andere rol kropen en dus geen ziel konden hebben. En zo moet het ook zijn: acteurs moeten de samenleving verontrusten. Maar vandaag de dag schudden ze ons niet meer wakker; ze willen ons alleen maar behagen.

"Mensen hebben het vaak, enigszins misprijzend, over 'moderne producties'. Meestal bedoelen ze enkel het decor en de kostuums. Stukken worden constant "gehercontextualiseerd", vaak heel slecht. Veel van die intellectuele ideeën dienen enkel om te verdoezelen dat de regisseur wel veel weet en een tekst kan interpreteren maar eigenlijk geen theater kan maken. Ze maken een soort metatheater, programmaboeken op het toneel."

Terug naar Wozzeck. Waarom voert u dat stuk op?

"Het is een wonderlijke ironie: als er één persoon niet in de Munt zou worden toegelaten om Wozzeck te zien, zou het wel Wozzeck zijn. Dat is net zoals Jezus die terug zou komen: het Vaticaan zou die kleine timmerman zeker niet binnenlaten. Maar serieus: waarom? Omdat het een prachtig stuk is; omdat ik met een van de beste dirigenten, Mark Wigglesworth, mag werken, die echt begrijpt wat theater is; omdat ik mijn brood moet verdienen. Maar vooral omdat ik dat stuk naar een publiek kan brengen waarvan het merendeel de armen op straat snel voorbijloopt, in een tijd waarin de kloof tussen arm en rijk sneller groeit dan ooit. Daar zal een prijs voor betaald worden: als de rijken te rijk en de armen te arm worden, vermoorden de armen de rijken. Ik ben geen grote socialist; ik observeer en stel vragen. Dit stuk doet dat ook.

"Mijn opvatting over het stuk is niet echt naturalistisch. Je zult zien: het toneel is een plateau vol aarde, waar een strijd op leven en dood op wordt opgevoerd. Ik ben niet ouderwets maar ook niet noodzakelijk nieuw. Nieuw is nieuw en goed is goed. Onze redenen om Wozzeck nu op te voeren zijn heus niet dezelfde die Berg had toen hij het in de twintiger jaren schreef. Zij moeten beter zijn: je voert een oud stuk enkel nog op omdat het meer zegt over een bepaald aspect van de menselijke existentie dan gelijk welk ander stuk daarna."

Première in de Munt op 26 februari. www.demunt.be

Operaregisseur David Freeman:

We moeten toenadering zoeken tot de popmuziek. Of ken jij één kunstvorm waar men tachtig jaar oude dingen modern vindt?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234