Maandag 26/10/2020

Opera > 'Death in Venice' in de Munt HHHHH

Een wonder van ritmiek en beweging

BRUSSEL l Schoonheid had regisseuse Deborah Warner ons beloofd. Die krijg je in overvloed in Death in Venice in de Munt. Maar de voorstelling is veel meer dan enkel esthetiek. Ze is in alle opzichten een toonbeeld van bijzonder talent.

DOOR STEPHAN MOENS

Met schijnbaar eenvoudige middelen - gordijnen, een gondelpaal en enkele meubelstukken - tovert ze samen met scenograaf Tom Pye de ene wereld na de andere voor je ogen: een donkere werkkamer, een schip, de zee, een hotellobby, een hotelkamer met het mooiste uitzicht ter wereld (dat op het eindeloze niets), het strand. Als Aschenbach gaat zitten op de estrade en een man achter hem hanteert een stok, weet je: een gondel met de laatste veerman, Charon erin. Dood in Venetië.

Maar deze voorstelling is veel meer dan een reeks mooie beelden. Ze is een wonder van ritme, van beweging, van versnelling, vertraging en verstilling. De krachtige spelen en dansen van de jongens (choreografie van Kim Brandstrup) geven het tempo van één wereld aan, die van de jeugd; de zenuwachtige handbewegingen van Aschenbach dat van de ouderdom. Boven dat alles rolt de eeuwige beweging van de zee. De woorden van de schrijver zijn als het kabbelende water, het gestoei van de jongens als de branding. Zelfs de hotelgasten lijken het toneel te overspoelen.

Alles is in deze opvoering vervat: de tragiek van de schrijver, de kleine dood die in elke verliefdheid verschuilt, de wanhoop omdat de tijd niet teruggedraaid kan worden. Maar ook de grote tragedie, de Griekse. Het noodlot ligt als een boze god op de loer in de beweging van het water, in de wind die over de lagune waait, in het broeierige licht van de zon maar ook in de vele personages die Aschenbach omringen en hem ertoe verleiden te blijven (de gondelier, de hoteldirecteur, de kapper... zeven rollen worden door één duivelse bariton, Andrew Shore, gezongen).

Perfecte synchronie

Wonderlijk is dat dit alles perfect synchroon verloopt met de dramatische puls van Benjamin Brittens prachtige muziek. Death in Venice is wellicht niet zijn meest schokkende, ontroerende operamuziek (dat is Peter Grimes); het is wel zijn mooiste. Koor en orkest van de Munt zijn onder Paul Daniel opnieuw buitengewoon. Nog uitmuntender is de tenor John Graham-Hall, die geen enkele nuance van Aschenbach verloren laat gaan, niet in het gebaar en niet in de stem. Zelfs niet de nuance van het verval. Daar is veel moed, een bijzonder talent en grote kunde voor nodig. Het is er allemaal.

Warner heeft gelijk: met seks heeft deze voorstelling bitter weinig te maken. Des te meer met erotiek, de ware, goddelijke, Eros gewijde bovenmenselijke zwakheid, die de tegenstelling tussen Dionysos en Apollo overwint. Aschenbachs laatste blik naar de knaap Tadzio, die met zijn voeten in het water voor de ondergaande zon (Apollo!) staat, zegt alles.

Nog voorstellingen op 20, 22, 23, 24, 27, 28 en 29 januari, www.demunt.be.

n Alles zit in deze uitmuntende opvoering van Death in Venice vervat, van verliefdheid tot wanhoop.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234