Dinsdag 12/11/2019

Afrika

Open luchtruim in Afrika stap dichterbij: Afrikaanse regeringsleiders willen vrij verkeer van handel en personen

Een Ethiopisch vliegtuig landt op Zaventem. Beeld BELGA

Vliegen binnen Afrika gaat vaak met een grote omweg, omdat landen hun luchtruim voor elkaar gesloten houden. Een nieuw verdrag moet daar een eind aan maken. De opmaat naar open grenzen, of een elitaire droom?

Afrikaanse landen hebben dit weekend afgesproken hun luchtruim te openen voor elkaars nationale vliegmaatschappijen. Liberalisering van de Afrikaanse luchtvaart wordt gezien als een belangrijke stap om vrij verkeer van handel en personen op het continent te bespoedigen en zo de economie aan te jagen.

Op de jaarbijeenkomst van de Afrikaanse Unie in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba werd het verdrag voor een Single African Air Transport Market door 23 landen ondertekend, waaronder Ethiopië, Zuid-Afrika en Kenia, die veruit de grootste spelers zijn op de Afrikaanse luchtvaartmarkt.

De Afrikaanse luchtvaartsector wordt hevig gefrustreerd door tal van tariefsbelemmeringen en restricties. Nationale prijsvechters krijgen over de grens nauwelijks voet aan de grond. In 2016 leed de sector volgens de Wereldbank een totaalverlies van 800 miljoen dollar, en veel bedrijven dreigen om te vallen. Reizigers betalen de prijs voor het protectionisme: vliegreizen tussen Afrikaanse landen zijn vaak peperduur of gaan met een fikse omweg. Wie van Algerije naar Rwanda wil vliegen, moet via Qatar, Istanbul of zelfs Parijs reizen.

Volgens Afrikaanse media gaat het om een "historische eerste stap" in het realiseren van de zogenoemde 'Agenda 2063' waarin de Afrikaanse Unie in 2013 haar economische ambities heeft vastgelegd. "Dit verdrag maakt de weg vrij naar de volgende mijlpalen: het Afrikaanse paspoort en een continentale vrijhandelszone", jubelt Amani Abou-Zeid, commissaris voor Infrastructuur en Energie van de Afrikaanse Unie op de Ghanese nieuwswebsite Modern Ghana.

De Afrikaanse Unie verwacht dat het luchtvaartverdrag de handel tussen landen zal opdrijven en dienstensectoren stimuleert zoals het snelgroeiende Afrikaanse toerisme - in twintig jaar verdrievoudigde het aantal Afrikaanse toeristen tot 45 miljoen. Hierdoor zouden driehonderdduizend directe en twee miljoen indirecte banen kunnen worden gecreëerd.

Afrikaanse elite

Deskundigen temperen die verwachtingen. "Afrika staat niet bekend om het implementeren van plannen", reageert politicoloog Klaas van Walraven van het Afrika Studie Centrum in Leiden die onderzoek deed naar de Organisatie van Afrikaanse Eenheid, de voorloper van de Afrikaanse Unie die in 2002 naar het voorbeeld van de Europese Unie werd opgericht.

"Afrikaanse leiders koesteren vaak surrealistische ambities. In de vorige eeuw waren dat pan-Afrikaanse spoorwegen, nu fantaseren ze over hogesnelheidstreinen uit China. De elite is er goed in om mooie plannen te formuleren om het gebrekkige imago van het continent te herstellen. Maar die ambities leven niet bij de bevolking", zegt Van Walraven.

Ook de Zuid-Afrikaanse econoom Lawrence Edwards, gespecialiseerd in handelsliberalisatie in Afrika, vindt het te vroeg om te juichen. "De vraag is wat er gebeurt als de belemmeringen eenmaal worden opgeheven. Houden regeringen hun rug recht als hun nationale luchtvaartmaatschappijen de concurrentie gaan voelen en tegen het verdrag gaan lobbyen?", zegt hij aan de telefoon vanuit de Universiteit van Kaapstad.

Liberalisering van de luchtvaart acht hij wel onontkoombaar. "Transportkosten in Afrika zijn het hoogst ter wereld. Een ticket tussen Johannesburg en Harare was onbetaalbaar totdat er prijsvechters werden toegestaan. Toen vlogen de prijzen omlaag", vertelt Edwards. Elders in Afrika krijgen goedkope nationale vliegmaatschappijen vaak geen toegang om buiten de landsgrenzen te vliegen.

Hoewel er duidelijk sprake is van hernieuwd enthousiasme om een Afrikaanse geïntegreerde markt te creëren, blijf het feit dat het continent vooralsnog alleen regionaal iets voor elkaar krijgt. In de acht bestaande economische handelsblokken, waaronder ECOWAS in West-Afrika, Comesa in Oost-Afrika en SADC in Zuidelijk Afrika, zijn volgens Edwards wel al positieve resultaten te zien na het wegnemen van belemmeringen. "In Oost-Afrika zie je meer mobiliteit van mensen dankzij visumversoepelingen, in West-Afrika zijn minder regels voor vrachtverkeer. Dat leidt aantoonbaar tot meer buitenlandse handel en investeringen."

Doorpakken

De Economische Commissie voor Afrika (ECA) van de Verenigde Naties drong er deze week bij de Afrikaanse Unie op aan het moment in Addis Abeba aan te grijpen om door te pakken. "Een vrijhandelszone biedt Afrika de mogelijkheid om zich uit de armoede te handelen", zei VN-commissaris Vera Songwe tegen de Rwandese krant The New Times. Volgens ECA neemt de handel tussen Afrikaanse landen met 53,2 procent toe als invoerrechten vervallen. De handel verdubbelt zelfs wanneer ook andere importbelemmeringen worden opgeheven.

Open grenzen zullen het bovendien makkelijker maken voor jongeren om elders te werken en bedrijven te starten. Dit zou volgens de Afrikaanse Unie ook de migratiedrang naar Europa kunnen wegnemen. "Veel Afrikanen zouden liever op het eigen continent werken dan in Europa, maar de legale routes zijn beperkt", zo zei Mohamed Yahya van UNDP, het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties eerder in een Deens onderzoek naar migratieoorzaken. "Het is makkelijker om voor Coca-Cola in Zuid-Afrika te werken als je Brits bent, dan Ghanees."

Volgens Edwards is er nog een lange weg te gaan voordat vrij verkeer van personen mogelijk is. "In Zuid-Afrika bijvoorbeeld wordt het alleen maar moeilijker een visum te krijgen om binnen te komen, zelfs voor studenten. De angst voor massamigratie zal voorlopig niet leiden tot open grenzen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234