Maandag 24/01/2022

Opa Golf

In een andere eeuw - in 1994 om precies te zijn - ben ik door onze toenmalige baas eens naar Amerika gestuurd voor een aantal verhalen. Ik moest de Antilliaan Andruw Jones interviewen. Dat is de centerfielder van de Atlanta Braves en dan hebben we het over honkbal. Die kent u niet, maar dat is niet erg, want die kende ik ook niet. Meer zelfs, ik had nog nooit live baseball gezien. Normaal had ik bedankt voor de eer, maar de lentetraining van de baseballteams gaat altijd door in Florida en dat is geen slechte plek zo rond maart-april. Aangekomen in de VS kocht ik een Baseball for beginners guide. Die heb ik weggegooid, wegens te moeilijk. Waarop mij een Baseball for kids werd aangeraden. Dat ging nog net. Enfin, het verhaal kwam er en het was nog redelijk, ook al omdat je als journalist bij het baseball met het team leeft. Dat moet erg letterlijk worden opgevat. Je mag in de dug-out zitten tot de eerste bal wordt gepitcht en je hebt een stoeltje in het clubhouse, de kleedkamer. Alleen eten doe je ergens anders, maar ook dat is een belevenis want het baseballteam is verplicht de journalisten te voederen.

De gemiddelde baseballjournalist heeft een vetpercentage van om en nabij de 50 procent, dan weet u meteen wat voor voer we daar kregen.

Van West Palm Beach, want daar zat ik een weekje, ging het naar Atlanta, voor een voorverhaal over de Olympische stad. En dan - had de baas gezegd - was het tijd dat wij als blad nog eens bij de Masters gingen kijken. Dus toog ik na drie dagen Atlanta richting Augusta. De National Golf Club aldaar is ongeveer het meest exclusieve oord in de wereld.

Wat ik mij nog herinner, is hoe mooi 'Augusta' er bij ligt in de lente. Veel te mooi om maar vijf dagen per jaar open te stellen voor een ook al select publiek.

Wat ik mij ook nog herinner zijn de duizenden azalea's die daar ooit door hoofdzakelijk Belgische handen zijn aangeplant en hoe die rond die tijd in bloei staan.

Evenzeer levendig in mijn herinnering was het gescheiden restaurant: een deel voor de echte golfpers en een deel - met fastfood - voor de occasionele golfpers, waar ik toe behoorde.

Dat was niet het enige gescheiden circuit, merkte ik op. Pas op de tweede dag zag ik de eerste zwarte op Augusta. Het keukenhulpje dat achter de perszaal met emmers etensresten zeulde, had wel zin in een praatje met een journalist met een funny accent. Hij zei letterlijk: 'Ik ben zwart, dus ik mag niks in de bediening doen. Ik moet op de achtergrond blijven.' Dat was in 1995 en behalve dat er nu een tweede zwart lid is - Tiger Woods als winnaar - is er nog geen haar veranderd op Augusta.

Dat vond ik toen hét verhaal, meer dan de aanstaande overwinning van de Spanjaard Olazabal. Dus vroeg ik een interview aan met een hoge piet van de club en kreeg dat ook. Dat duurde precies zeven minuten - ook dat herinner ik mij nog - waarna de man rechtstond en zei: "Dit leidt nergens toe, u hebt uw accreditatieformulier niet goed gelezen". Dat had ik inderdaad niet, want dat had de secretaresse voor mij ingevuld. Bleek dat we een brief hadden moeten ondertekenen waarbij gevraagd werd onze journalistieke insteek te beperken tot het sportieve. En ik was begonnen met een vraag over het financiële aspect van het toernooi - not done - gevolgd door een vraag over het raciale aspect - capital crime. Een uur na het korte interview kwam mevrouw de perschef mij opzoeken. Of ik het clubhouse en vervolgens ook de club zou willen verlaten. Ik was niet netjes genoeg gekleed in mijn Ralph Lauren-short en bijpassend polootje op sokloze Sebago Docksides. Ik wees op de Engelse journalist naast mij in zijn vieze van hamburgervlekken voorziene polyesterbroek, zijn bruine leren winterschoenen met witte sportsokken en zijn hemdje met de bruine nek- en witte okselranden. Of ik dan zo had moeten komen, grapte ik. Lap, had ik de voorzitter van de Pro Golf Writers Association ook nog eens tegen.

Neen, het schoot niet op, daar in Augusta, zodat ik mij uitgangwaarts begaf. Waar mijn huurauto stond, dat was minstens vijf kilometer lopen; dus was ik erg opgetogen met het voorstel van de oude grijze baas die mij in zijn golf cart oppikte en onderweg zou droppen.

"Wat doet u hier?", vroeg ik.

'Ik heb net een rondje gespeeld", zei de oude man lichtjes verwonderd.

"En", zei ik, "goed gespeeld?"

"Neen", antwoordde hij, "het ging niet te best."

Bij een kruispunt vol azalea's moesten we door het publiek en toen onze cart politiebescherming nodig had om zich een weg te banen door de massa, viel mijn frank. Arnold Palmer was mijn chauffeur.

Dé Arnold Palmer. Ik zei: "Mister Palmer...", waarop hij: "You can call me Arnie, they all do."

Dus zei ik: "Arnie, ik ben niet zo'n golfkenner maar ik weet wel dat u de eerste atleet was waarop uw vriend Marc McCormack zijn IMG-imperium heeft gebouwd en u daarmee dus eigenlijk aan de basis ligt van de marketing van sportatleten." Palmer haalde de cut niet. Mieke Vogels denkt nu dat hier een schrijffout staat, maar het wil gewoon zeggen dat hij niet naar de laatste speeldagen mocht. Palmer was al oud, maar als all-American opa nog razend populair.

Ik verloor hem uit het oog en het enige teken van leven van Arnold 'Arnie' Palmer dat mij nog bereikte, was een paar jaar geleden toen hij mij toelachte vanop een reclame voor middelen tegen prostaatongemakken. Iets later las ik dat hij zelfs prostaatkanker had.

Arnold Palmer is nu 71 en hij leeft nog steeds en hij speelt ook nog golf. Dat begreep ik vorige week toen hij het wereldnieuws haalde toen hij op een rondje golf zijn eigen leeftijd speelde: hij sloeg 71, geen wereldscore want net par, maar wel precies zijn leeftijd en daar stond de VS van te kijken want dat was nog maar twee keer in de geschiedenis van het professionele golf iemand gelukt. (Absurd kunstje overigens, want geen normaal mens speelt professioneel golf tot 65, wat ongeveer een minimumpar is, en andersom speelt geen enkele jonge golfer een rondje in veertig, laat staan dertig slagen.)

Iets later kreeg ik het overzichtje van de Amerikaanse atleten met de meeste endorsements, sponsorcontracten zijn dat. Na Tiger Woods stond Arnie Palmer mooi op twee. Opa Golf is 71 jaar, aan de prostaat geopereerd, heeft geen cent bij elkaar getikt met zijn sport, maar is in 2000 wel weer 19,5 miljoen dollar rijker geworden. Hij verdiende daarmee precies het dubbele van de bestbetaalde voetballer.

Hans Vandeweghe

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234