Zondag 05/04/2020

Op zoek naar het homogen

Is homoseksualiteit aangeboren, of is het allemaal de schuld van je te dominante moeder? 'Moeders die te dominant zijn, hebben niks met het ontstaan van homoseksualiteit te maken', zegt moleculair geneticus Sven Bocklandt. 'Maar de genen van moeder hebben wel meer invloed dan de genen van vader.'

Door Katrijn Serneels

n een vorig leven was moleculair geneticus Sven Bocklandt medewerker van het radioprogramma De lieve lust. Hij deed er onder meer interviews over de eerste keer. "Ik had geen probleem met praten over seks, ik vind dat leuk." In zijn huidige leven praat hij ook over seks, maar dan vooral over de moleculaire genetica achter de seksuele voorkeuren van de man. "Ik kan al het onderzoek dat gebeurd is naar homoseksualiteit in 10 minuten samenvatten." Bocklandts doctoraat brengt daar nu verandering in.

Het homogen zoeken, hoe begin je daaraan?

"Eigenlijk zoek ik het heterogen, en is dat gewoon hetzelfde als het homogen. Ik ben op zoek naar het gen dat onze seksuele voorkeur bepaalt. En dat gen, of je het nu homogen of heterogen noemt, moet al zo oud zijn als de mens. Of nog ouder, want bij bijna alle dieren heb je mannetjes en vrouwtjes, en is seks tussen man en vrouw de enige manier om kindjes te maken. Dat mannen een seksuele voorkeur hebben voor vrouwen en vrouwen voor mannen is dus essentieel voor het voortbestaan van dier en mens. Het is te belangrijk om aan het toeval over te laten. Daarom is er ook een gen of meerdere genen die onze seksuele voorkeur bepalen. En we weten ook waar die zitten: in het gebied Xq28, in het onderste stuk van onze chromosomen. Spijtig genoeg zit dat gebied vol met genen, het is een beetje een rotzooi, alles zit er door elkaar. En wat het ook nog extra moeilijk maakt, is dat we niet precies weten wat voor gen we zoeken. Als je onderzoek doet naar het depressiegen, dan weet je dat een gen dat serotonineproductie in de hersenen beïnvloedt waarschijnlijk het gen is dat je zoekt, want serotonine maakt dat je je goed voelt. Maar wat bepaalt seksuele voorkeur, en dus ook homoseksualiteit? Is het een gen dat hormonen beïnvloedt? Is het een gen dat neurotransmitters in ons brein beïnvloedt?"

Hoe komt het dat er ook holebi's op de aardbol rondlopen, en niet alleen bij mensen, maar ook bij schapen en vogels?

"Daar zijn verschillende theorieën over. Volgens de ene theorie is het een afwijking op wat normaal is: je hebt een gen dat aanstaat bij vrouwen zodat zij op mannen vallen, en per ongeluk staat dat aan bij een man. Anderen zeggen dat de natuur zelden perfect werkende systemen maakt: als het systeem voor het bepalen van seksuele voorkeur in 97 procent van de gevallen goed werkt, dan is dat genoeg om het overleven van de soort veilig te stellen. Dat er ook holebi's rondlopen, of aseksuele mensen, is dan normaal, want het systeem is gewoon niet perfect."

Hebben opvoeding en ouders dan niks met seksuele voorkeur te maken? Zijn het de genen die alles bepalen?

"Homoseksualiteit wordt voor de helft door de genen bepaald, en voor de helft door de omgeving. Maar onder omgeving moet je niet de opvoeding thuis of op school begrijpen. Het bewijs dat dominante moeders of afwezigheid van mannelijke rolmodellen er niks mee te maken hebben, blijkt uit tweelingenonderzoek. Bij identieke tweelingzonen, die opgroeien in hetzelfde gezin en naar dezelfde school gaan, heb je vaak een homo en een hetero. Nee, de omgeving waar ik het over heb, is de biologische omgeving, wat er in het lichaam, bij de vorming van de embryo's, gebeurt. De genen van een identieke tweeling zijn identiek, maar je hebt ook epigenetica. Epi is het Griekse woord voor bovenop, het gaat over wat er met die genen gebeurt. Want het gaat niet alleen om welke genen je hebt, maar vooral om welke je gebruikt."

De genen van een homo komen ook ergens vandaan: van mama en papa meer bepaald.

"Geneticus Dean Hamer ontdekte eerder al dat homoseksualiteit vaker voorkomt bij nonkels en neven langs moederskant. Uit het onderzoek dat we tot nu toe kennen, blijkt ook dat de genen van de moeder meer invloed hebben op seksuele voorkeur dan de genen van de vader. Bij een kwart van alle moeders die twee of meer homoseksuele zonen hebben, is er iets vreemds aan de hand. Een vrouw heeft twee chromosomen, XX, een man heeft ook twee chromosomen, XY. Je zou verwachten dat bij vrouwen de helft van hun cellen van de ene X komen, en de andere helft van de andere X. Dat is dus niet waar, meestal is er een overwicht van een van de twee X-en. Bij moeders met meerdere homozonen is dat overwicht enorm groot: bij een kwart van hen komt 90 procent of meer van hun cellen allemaal van dezelfde X. We noemen dat proces, waarbij een van de X-en minder vertegenwoordigd wordt, X-inactivatie. We vermoeden dat bij vrouwen met een erg hoge X-inactivatie er ook een mechanisme aan het werk is dat maakt dat ze meer homoseksuele zonen krijgen. Verder is er ook nog iets vreemds aan de hand met chromosoom 10, dat je alleen bij vrouwen vindt. Maar ook chromosoom 7 bevat interessante afwijkingen, en dat vind je ook bij de vaders. Voorlopig lijkt de genetische rol van de moeder groter dan die van de vader als het om seksuele voorkeur gaat."

De zoektocht naar het homogen is bezig, het overspelgen werd al eerder ontdekt. Hebben we nog wel iets over ons eigen seksleven te beslissen?

"Genen kunnen zorgen voor een aanleg, een drang die aanwezig is: een drang die je op andere mannen doet vallen, de drang om met veel vrouwen te vrijen. Maar het blijft je keuze wat je met die drang doet. Een homo kan beslissen om met een vrouw te trouwen. We blijven verantwoordelijk voor onze keuzes."

Je bent zelf ook homo. Heeft je onderzoek je kijk op je eigen seksualiteit veranderd?

"Vroeger vroeg ik mij ook wel eens af hoe het komt dat iemand homo is of niet, maar ik lag daar niet echt wakker van. Wat mij intrigeert, is het mysterie van het leven. En van de liefde. Op wie je valt, met wie je kinderen maakt, dat is biologisch gezien ongelooflijk belangrijk voor het instandhouden van leven. En toch weten we daar zo weinig over."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234