Zaterdag 28/03/2020

Rellen Brussel

Op zoek naar een verklaring voor het probleem van onze hoofdstad: "Personne ne nous aime"

'Het Muntpunt is een unieke zone voor jongeren', schrijft Koen Vidal. En net dat Muntpunt was een mikpunt van woede.Beeld Tim Dirven

Hoe vermijd je dat Brussel weer wordt getroffen door heftige rellen? Sommigen roepen om meer 'preventie' of meer 'repressie'. Maar wie een oplossing wil vinden, moet eerst een verklaring voor het probleem hebben, vinden experts. Ewoud Ceulemans en Yannick Verberckmoes

russel likt haar wonden. In vier dagen tijd werd onze hoofdstad tweemaal getroffen door rellen. Zaterdag ontspoorde het aan de Beurs, toen Marokkaanse Brusselaars op straat kwamen om de WK-kwalificatie van Marokko te vieren; woensdagavond sneuvelden ruiten van winkeliers en de Muntpunt-bibliotheek aan het Muntplein, toen het tot een confrontatie kwam tussen honderden jongeren en de politie.

Sindsdien roepen politici om strengere straffen: repressie als afschrikmiddel voor potentiële relschoppers. Anderen vragen om in te zetten op preventie. Maar de ongemakkelijke vraag die te weinig wordt gesteld, luidt: hoe is het zo ver kunnen komen? "Je kunt geen verklaring geven zonder dat het wordt gelezen als een verontschuldiging voor hun gedrag", stelt een straathoekwerker. "Maar als je deze problematiek wil aanpakken, moet je weten wat er foutloopt. Dat gaat niet over afgelopen week, dat gaat over jaren aan structurele sociale problemen."

Die problemen kennen we nog te weinig. "We weten omzeggens niets over Brusselse jongeren", zegt Dimokritos Kavadias, directeur van het Brussels Informatie Documentatie en Onderzoekscentrum (Brio). "Er zijn wel cijfers over de werkgelegenheid in de Kanaalzone, waardoor we weten dat 56 procent van de jonge inwoners werkloos is en niet op school zit. Maar hoe ze aankijken tegen de samenleving weten we niet precies." En dat is opmerkelijk. Zorgelijk zelfs. Want wat we wel weten over de Brusselse jongeren is niet bepaald rooskleurig. Brussel is volgens Kavadias dan ook een stad van paradoxen en als iemand daar hardhandig op gewezen wordt, zijn het de 75.000 jongeren wel. "Nergens zijn er meer hoogopgeleiden dan in Brussel, tegelijk zijn er nergens zoveel jongeren die geen enkel diploma halen."

Grondwettelijk recht

De roep om meer repressie klinkt dan ook hol, vinden straathoekwerkers die dagelijks in contact komen met Brusselse jongeren. "Het gaat om een systematische problematiek, die je alleen op lange termijn kunt oplossen." Onderwijs is een van de grote struikelblokken. "Er zijn hier in Brussel 10 tot 15.000 plekken tekort op school. De laagste klasse is daar het grootste slachtoffer. Dit gaat over een grondwettelijk recht op onderwijs dat niet gerespecteerd wordt. En op de arbeidsmarkt begint het probleem opnieuw: die wordt dan overladen door jongeren zonder diploma, terwijl er nauwelijks banen zijn voor niet-gediplomeerden."

Nochtans is het belangrijk om deze groep jongeren tijdens hun jeugd te bereiken. "Als ze volwassen zijn, is het te laat. Dan kun je niets meer doen, dan is hun wereldbeeld gevormd. En dat wereldbeeld is te vaak: personne ne nous aime."

Dat gevoel zit er diep in. Een sociaal werker die zelf opgroeide in Kuregem, een van de beruchte Brusselse quartiers, ziet dat de zaken de afgelopen jaren alleen erger zijn geworden. "Ik kan alleen maar vaststellen dat er geen verbetering merkbaar is. Dit gaat over een opeenstapeling van frustraties. Frustraties met de pers, die hun verhaal nooit vertelt. Frustraties met de autoriteiten, die hun macht misbruiken. Met 'niemand houdt van ons' als gevolg."

"Ik heb nooit iemand een positief verhaal over de politie horen vertellen", zegt een blanke straathoekwerker. Hijzelf is nog nooit gecontroleerd, maar zijn collega met migratieachtergrond werd twee weken geleden nog tegengehouden door agenten. "Er is een mentaliteitsverandering nodig: de politie moet meer betrokkenheid tonen." Probleem: de Brusselse agenten wonen vaak zelf niet in Brussel. "Dat zijn agenten die een risicopremie krijgen om hier te werken. Maar ze kennen de wijk niet. Laat staan de mensen die er wonen."

"Ik had deze reacties wel verwacht", zegt Vincent Houssin van politievakbond VSOA. "Maar met gemeenschapspolitie alleen kun je een zestienjarige niet tegenhouden om een vitrine in te slaan. Repressie maakt hoe dan ook deel uit van het preventieve luik. Want als je straffeloosheid toelaat, welk signaal geef je dan aan kinderen die keet schoppen? Dat alles zomaar kan?"

Maar een angstgevoel creëren is fout, vinden straathoekwerkers. "Respect voor de politie: natuurlijk. Maar bang zijn, dat is verkeerd. Investeringen zijn nodig, in onderwijs, justitie én bij de politie. Maar ook voor preventie, en niet alleen om semi-automatische wapens te kopen."

Nu kan de politie kan maar op weinig medelijden rekenen. Bovendien maakt de groepsdynamiek onder die jongeren maakt hun acties ook onvoorspelbaar. "Het zijn tieners, die machogedrag tonen. Ze willen de sterkste zijn. En de grootstedelijke context zorgt voor meer druk. Er wordt sneller en heftiger gereageerd. Als wij hier in de wijk iets organiseren, zoals de uitzending van een voetbalmatch op groot scherm, weet je nooit hoe dat gaat lopen. Maar als je elkaar kent, is dat op een heel andere manier op te lossen. Dan hoef je geen repressieve middelen te gebruiken."

Dat veel jongeren uit achtergestelde wijken een connectie missen met de rest van de stad, helpt ook niet. Rond het kanaal is de gentrificatie in Brussel sterk ingezet. Door de hippe nieuwbouwwoningen, komen er steeds meer hoogopgeleiden naar die zone, die ook vlak bij het centrum ligt. Andere bewoners komen er bijgevolg in de verdrukking. Of dat is toch het gevoel dat bij hen leeft, zegt Kavadias. "Ik praat niets goed. Maar de groei van de kloof tussen hen die het steeds beter hebben en degenen die hun kansen alsmaar zien slinken, zorgt mee voor uitbarstingen zoals die van de voorbije dagen. Er moet meer gedaan worden om de huisvesting in de stad te verbeteren, maar dat is een politieke keuze."

Chronisch probleem

Het leidt ook tot een gevoel van vereenzaming. Een straathoekwerker: "Hoe minder banden je hebt met je omgeving, hoe minder je te verliezen hebt. Dit is een verhaal van een meerderheid en minderheid die geen aansluiting vinden. Die laatsten hebben het gevoel dat hun stem niet gehoord wordt. Je ziet dezelfde tendens in Brooklyn, in favela's in Brazilië en in de banlieues van Parijs."

Moeten we dan echt vrezen voor een escalatie, zoals die in 2005 in die Parijse banlieues plaatsvond? "We hebben zulke rellen hier al gehad. In Vorst, een dikke twintig jaar geleden." Honderden inwoners protesteerden in 1991 tegen een jobtekort en racisme. Er werden 273 mensen opgepakt. In de jaren nadien vonden gelijkaardige, kleinere incidenten plaats in Molenbeek en Anderlecht. "Dat toont dat het om een chronisch probleem van ongelijkheid gaat. Zo lang die blijft bestaan, kunnen dat soort opflakkeringen altijd gebeuren."

Hoe kunnen we dat vermijden? Wie die vraag stelt, komt onvermijdelijk terecht in een discussie over de financiering van Brussel - "waar niemand aan wil beginnen", zegt Kavadias, maar waarvan overal de consequenties van te zien zijn. Zo beschikt het onderwijs in Brussel als gevolg van de staatsstructuur niet over voldoende geld, laat staan over de juiste leerkrachten. "In het Franstalige onderwijs zijn er het meeste drop-outs, maar ook in het Nederlandstalig onderwijs zijn er serieuze problemen", zegt Kavadias. "Jonge leerkrachten beginnen erg gemotiveerd les te geven, maar binnen de vijf jaar is 46,7 procent van de leerkrachten onder de dertig uit Brussel weg. Je krijgt zo de paradoxale situatie dat jonge onervaren leerkrachten steeds voor de moeilijkste klassen komen te staan."

Vanuit de Brusselse regering klinkt dat er tal van initiatieven zijn om jongeren te helpen. Het time-outproject bijvoorbeeld, waarbij schoolmoeë jongeren geholpen worden om hun opleiding af te maken. In het Nederlandstalige net zijn zo een 300-tal scholieren geholpen. "We zien dat 85 procent van die jongeren naar de school terugkeert", zegt Brussels minister van Gelijke Kansen Bianca Debaets (CD&V). "We investeren dus wel in onderwijs, maar of de leerlingen hun talenten ook willen benutten, blijft natuurlijk hun keuze."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234