Zaterdag 27/11/2021

Op zoek naar een gekooide rebel Ai WeiWei

ind juli vloog ik naar China, al was ik er zeker van dat het me niet zou lukken te spreken met de persoon die ik wilde spreken, een man genaamd Ai Weiwei.

Als ik er niet in zou slagen de man zelf te ontmoeten, dan hoopte ik in elk geval genoeg te leren van de wereld die hij de zijne noemt, om klaar te zien in een redelijk belangrijke kwestie: hoe komt het dat nogal wat mensen hem een van de meest toonaangevende actuele kunstenaars vinden? En hoe komt het dat de Volksrepubliek China Ai Weiwei beschouwt als een ronduit gevaarlijke man?

Naarmate de dagen voorbij gingen in de verzengende hitte en de onvoorstelbare zomersmog in Peking werd mijn ambitie alsmaar hopelozer. Hoe meer ik leerde over Ai Weiwei en zijn wereld, hoe wanhopiger ik werd. Van een vriend van Ai had ik gehoord dat hij graag brunchte in een restaurant, met zijn zoontje van tweeënhalf en zijn moeder met wie hij niet getrouwd is. Als ik er op een bepaald tijdstip naartoe ging, dan was de kans groot dat ik hem er tegen het lijf zou lopen.

Als een paparazzo nam ik plaats in een bistro in een aangename residentiële buurt. Samen met Zhao, de jonge vrouw die ik als vertaalster had ingehuurd, zaten we daar onschuldig te dineren in de open lucht - onderwijl verdoken spiedend naar vaste klanten die naderden en passeerden.

Een blik in het restaurant maakte duidelijk waarom iemand die in de jaren tachtig in New York had gewoond, zoals Ai, gehecht kon raken aan de plek. Het menu kwam niet echt overeen met het standaard Chinese ontbijt: eieren op diverse manieren, botermelkpannenkoeken, 'cowboyomelet'. Koffie werd geserveerd in koppen. Er waren vele jonge gezinnen. Moeders met kinderen in Crocs van Toy Story wachtten op vaders die de BMW waren gaan parkeren. Duur suburban Americana.

Ik bleef vergeefs wachten.

Dat de kans erg klein was dat ik Ai Weiwei zou ontmoeten, was toen al duidelijk. In de ochtend van 3 april passeerde Ai de douane van de luchthaven van Peking met een van zijn vele assistenten. Ze waren op weg naar Hongkong en van daar naar Taiwan, voor een routinereis, om te praten over een mogelijke expositie. Maar voor ze aan boord gingen, namen twee agenten Ai in hechtenis. Intussen was een politieteam op weg naar zijn studiocomplex in het district Chaoyang in Peking. Toevallig of niet was de stroom in de buurt uitgevallen. In de studio van Ai nam de politie documenten en elektronische apparatuur in beslag, zoals laptops, harddrives, dvd's en camera's.

De opsluiting van Ai was geen verrassing voor mensen die hem kenden. Meer zelfs: noch zijn vrienden, noch zijn vijanden begrepen hoe hij zo lang een arrestatie had kunnen ontlopen. Een internationaal gerenommeerde kunstenaar wiens werk een half miljoen dollar haalt op een veiling, een schilder, beeldhouwer, architect, curator, fotograaf, installatiebouwer, filmmaker - Ai was het allemaal. Maar het klopte evenzeer - volgens de Chinese perceptie - dat zijn artistieke bezigheden verbleekten tegen zijn activisme als blogger, twitteraar en geënga- geerd burger. Het is niet overdreven te stellen dat geen enkele Chinese burger zich zo onomwonden, creatief, herhaald, krachtig én ongestraft had uitgesproken tegen de Volksrepubliek China en haar beperking van de vrije meningsuiting als hij.

Onderzoek naar aardbeving

Op 12 mei 2008 werd de provincie Sichuan getroffen door een aardbeving met een kracht van 8.0 op de schaal van Richter. Actuele schattingen hebben het over 90.000 doden, maar destijds was het moeilijk om aan cijfers te raken. Eén ding werd snel duidelijk: overal waren scholen minder schokbestendig gebleken dan de omliggende gebouwen. Zevenduizend klaslokalen werden herschapen tot puin. En de leerlingen hadden les.

De ouders van de dode kinderen schreeuwden hun verontwaardiging uit, het regime beloofde een onderzoek. En toch kon de overheid aan het eind van 2008 nog altijd geen cijfer plakken op de dodentol. In december deed Ai Weiwei op zijn blog - die miljoenen lezers trok sinds hij er in 2005 mee begonnen was - een oproep aan vrijwilligers om de provincie in kaart te brengen en een lijst met namen van kinderen op te stellen.

In maart werd een andere activist die de aardbeving onderzocht, Tan Zuoren, gearresteerd. Hij beweerde bewijs te hebben dat gemeentebesturen hadden toegestaan dat aannemers minderwaardig bouwmateriaal gebruikten voor de scholen. Ai Weiwei liet zich niet afschrikken, en tegen april 2009 had hij een lijst met 5.212 namen opgesteld. Hij publiceerde die samen met hopen artikels breeduit op zijn blog. Aan een grote muur in zijn studio in Chaoyang hing Ai tachtig pagina's op met de namen van de kinderen, een achtergrond voor interviews met de internationale media.

Wat in de zes maanden daarna volgt - en eigenlijk voortduurt tot vandaag - komt neer op een escalerende reeks tactische zetten tussen Ai en de Volksrepubliek. Het regime gaf uiteindelijk een dodenlijst vrij, een paar weken nadat Ai de zijne had gepubliceerd. Maar twintig dagen later legde de overheid de blog van Ai plat; elke post en miljoenen commentaren werden gedeletet. Om hun boodschap extra te onderstrepen hingen ze twee veiligheidscamera's aan een mast tegenover zijn voordeur. Ai begon dan maar te twitteren. Hij heeft tot nog toe 100.000 volgers vergaard voor zijn 60.000 tweets - wat neerkomt op 100 tweets per dag.

Constant twitterend en nog altijd geconcentreerd op de aardbeving reisde Ai naar Chengdu, om te getuigen in de zaak tegen Tan Zuoren, de aardbevingsactivist. Maar in de nacht voor het proces viel de politie om 3 uur binnen in Ais hotelkamer. Er vielen klappen. Ai maakte een geluidsopname van de raid. Je hoort hoe de deur ingetrapt wordt, iets wat lijkt op een klap, en dan volgt er een stukje dialoog dat zo absurd is dat het wel uit een totalitaire staat móet komen.

Ai: "Wat doen jullie?"

X: "Ik doe niets."

Ai: "Mag u mensen slaan? ... U hebt al die agenten meegebracht om me te slaan? Hebt u gezien dat hij me sloeg?"

X: "Wie heeft u geslagen? Wie heeft het gezien?"

Ai: "Is dit de manier waarop politieagenten zich gedragen?"

X: "Bewijs het."

Ai: "Is dit de manier waarop politieagenten zich gedragen?"

X: "Wie heeft u geslagen? Waar is de wonde? Bewijs het!"

Ai: "Ik ga niet op deze manier met u in discussie."

X: "Denkt u dat u met mij kunt discussiëren?"

Ai: "Wat is uw naam?"

X: "Wat moet u met mijn naam?"

Ai: "U komt midden in de nacht mijn kamer binnen - natuurlijk wil ik uw naam weten. Toon me uw badge!"

X: "Ben ik uw kamer binnengekomen? Ben ik in uw kamer?"

Ai: "Hebt u niet zonet ingebroken?"

X: "Wie heeft ingebroken? Wat bedoelt u met 'inbreken'?"

De politie wou niet weggaan. Ze hielden Ai de volgende dag vast in het hotel, zodat hij niet voor Tan kon gaan getuigen.

Na het pak slaag had Ai een maand hoofdpijn. Toch bleef hij fervent twitteren. Omdat Chinese karakters hele woorden voorstellen, kun je veel meer zeggen in een tweet. Zoals:

Keuzes als je ontwaakt: 1. Leven of sterven? 2. De waarheid vertellen of liegen? 3. Er voor gaan of wegkwijnen? 4. Liefhebben of in de steek gelaten worden? 5. Wijs zijn of idioot zijn? 6. Glimlachen of vernederd worden? 7. Aan de kaak stellen of loven? 8. Moediger zijn of angstiger zijn? 9. In actie komen of gebrainwasht worden? 10. Vrij zijn of gevangen zitten? [5 september 2009, 08:50:36]

Ai zat in München om een enorme retrospectieve van zijn werk op te stellen in het Haus der Kunst, toen de hoofdpijn zo erg werd dat hij naar het ziekenhuis moest. Na een reeks scans stelden artsen vast dat er een bloedophoping was aan de linkerzijde van de hersenen, het gevolg van een trauma na het brute geweld van een maand daarvoor. Een spoedoperatie aan de hersenen redde hem het leven. Nog maar net uit de operatiekamer begon Ai al meteen beelden door te twitteren van zichzelf met een buisje dat bloed draineerde uit zijn verbonden hoofd. Die beelden haalden wereldwijd de kranten.

Het activisme en de kunst van Ai voedden elkaar: de geschiedenis dwong hem een manier te vinden om van zijn kunst een soort propaganda te maken die niet triviaal maar mooi was. En zijn groeiend belang op de internationale scène bood hem een zekere bescherming: hij was te groot geworden voor het regime om hem te straffen zoals ze andere activisten straften.

Een reporter wilde van Ai weten waarom hij zulke risico's bleef nemen. "Ik heb mezelf vaak afgevraagd: 'Moet ik dit wel doen?', zei Ai. "Ik moet handelen op basis van mijn gevoelens."

In april 2011 zorgden die gevoelens ervoor dat hij helemaal verdween.

81 dagen opgesloten

Tijdens de eerste weken van zijn gevangenschap werd de familie niet meegedeeld waar hij zich bevond, en hoe hij het maakte. Na vijf dagen meldde een Chinese functionaris dat er een onderzoek tegen Ai liep wegens "economische misdrijven". In de weken die volgden, citeerden kranten anonieme bronnen en niet nader genoemde politiewoordvoerders die mogelijke redenen aanvoerden voor zijn arrestatie: belastingontduiking, vernietigen van bewijsmateriaal, handel in pornografie.

Op de 81ste dag van de hechtenis, toen de overheid nog geen beschuldigingen had ingebracht en nog geen woord gezegd had over zijn toestand, kreeg zijn vrouw, de kunstenares Lu Qing, een telefoontje van de politie. Ze mocht haar man ophalen. Maar al snel werd duidelijk dat Ai niet echt vrij was. Een woordvoerder van Buitenlandse Zaken, Hong Lei, gaf de eerste officiële verklaring van de overheid aan internationale media. In de komende twaalf maanden, zo zei Hong, "loopt er nog altijd een onderzoek tegen Ai Weiwei. Zonder toelating mag hij de plek waar hij zich bevindt in Peking niet verlaten."

Ai verscheen aan de deur van zijn studio, waar een massa camera's en microfoons hem opwachtten. "Ik kan niet praten over de zaak", zei hij. "Ik kan niets zeggen." Net voor hij de deur weer sloot vroeg hij iedereen beleefd weg te gaan. Dat was 23 juni.

Zoals ik in het begin al zei, vloog ik eind juli naar Peking.

Wat ik daarvoor over de drukte in en de omvang van de Chinese hoofdstad had gehoord, bleek te kloppen. Tien dagen in Peking doen New York en Rome lijken op slaapstadjes. Bedenk wat Ai over de stad schreef op zijn blog in 2006, toen hier nog 8 miljoen mensen minder woonden dan de geschatte 22 miljoen vandaag. "Peking kan mensen echt martelen. Er zijn ontelbaar veel grote districten, en als je rond één zo'n district zou wandelen, dan zou je sterven van uitputting... De jaarlijkse toename van de gebouwen in Peking is groter dan de totale som van alle nieuwe architectuur in Europa."

Zoon van een dichter-toilettenreiniger

Ai was 23 toen hij uit China vertrok.

Als je iets over zijn kindertijd weet, dan begrijp je de puurheid van die impuls. Hij werd geboren op 18 mei 1957 in Peking. Zijn vader, Ai Qing, was een dichter die begonnen was als schilder. Hij studeerde in Parijs in 1929, kwam in 1932 terug naar China, werd lid van een linkse kunstorganisatie, en werd door de nationalisten drie jaar in de cel gedraaid. Toen hij vrij was, werd hij lid van de Communistische Partij.

Links stoomde op naar de macht. Ai Qing bleef schrijven, ging publiceren, kreeg lezers, sleepte de functie van universiteitsdecaan in de wacht, en toen het communisme in 1949 de wet werd, werd hij een gevierd patriottisch poëet. Zijn bedje leek gespreid. Tot hij er in 1957 door zijn kameraden van beschuldigd werd rechtse sympathieën te hebben. Eerst werd het gezin verbannen naar Mantsjoerije, vervolgens naar een dorp met 200 inwoners bij de Mongoolse grens. Ze woonden in een hut die was uitgegraven in de grond. De vader van Ai kreeg als beroep toiletten reinigen, dertien per dag. "Ik ging hem vaak bezoeken in die toiletten, om te zien wat hij aan het doen was", zei Ai ooit tegen een interviewer. "Hij maakte die publieke ruimte heel proper - extreem, nauwkeurig proper - en ging dan naar de volgende. Dat was de opvoeding die ik kreeg als kind."

Het gezin mocht in 1976 terugkeren naar Peking, aan het eind van de Culturele Revolutie. Ai voltooide zijn middelbaar onderwijs en verliet in de zomer van 1977 Peking om drie maanden lang in een keramiekatelier te gaan werken. Het zou hem later nog van pas komen.

Terug in Peking schreef hij zich in aan de filmacademie, waar hij al snel vaststelde dat hij niet geïnteresseerd was in film. Ai bracht veel tijd door met vrienden van zijn vader, de kunstenaars van de generatie van zijn vader die zelf vijanden van de staat waren geworden. "Ze hadden een enorme invloed op me", zei Ai ooit, en dat in tijden van grote verandering in China: Nixon was op bezoek gekomen, Mao was dood, en het allereerste licht uit het Westen scheen door de spleet in de politieke muur. Er ontstond een informele uitleenbibliotheek in Peking, boeken werden stiekem doorgegeven, monografieën van kunstenaars van wie jonge studenten niet wisten dat ze bestaan hadden. "De kennis stopte bij het kubisme", zei Ai. "Picasso en Matisse waren de laatste helden van de moderne geschiedenis." Hij begon te tekenen en bracht uren door in treinstations, waar een eindeloze stroom gratis modellen passeerde. Hij begon te schilderen.

Ai wist waar hij wilde zijn. "In mijn hoofd dacht ik al dat New York de hoofdstad van de hedendaagse kunst was", zei hij. "En ik wilde daar bij zijn. Op weg naar de luchthaven zei mijn moeder dingen zoals 'Je hebt geen geld' (ik had 30 dollar in mijn hand), en 'Wat ga je daar doen?' Ik zei: 'Ik ga naar huis.'"

Ai zou twaalf jaar in de VS verblijven, kort in Philadelphia en Berkeley, en vervolgens in New York City, waar hij in goedkope appartementen woonde. Hij verdiende geld door op straat karikaturen te maken, schreef zich in bij de Parson School of Design, verliet die weer, bleef naar kunst kijken (vooral Duchamp, Warhol en Beuys, die hij imiteerde) en speelde veel blackjack.

Ai verdiende ook geld aan foto's die hij verkocht aan The Post, The Daily News en Times. Door de band fotografeerde hij mensen die hij kende in New York, meestal Chinese kunstenaars en muzikanten en filmmakers, die zoals hij een leven wilden uitbouwen in Amerika. De meeste foto's zijn stiekem genomen, of zijn snapshots van mensen die dagelijkse dingen doen.

Maar er duikt ook een andere foto uit die periode op, een foto die een dimensie van zijn persoonlijkheid openbaart die vooruitloopt op zijn toekomstige houding: een bereidheid om zijn neus in conflictsituaties te steken.

In 1993 werd de vader van Ai ziek. De zoon besloot terug te keren naar China. Als een mislukkeling kwam hij daar aan, zo heeft hij bij herhaling verklaard. Hij had geen diploma, geen vrouw, geen werk van betekenis om te tonen. En toch zou hij kort daarop zijn eerste en in de ogen van het Westen bekendste werk creëren: Dropping a Han Dynasty Urn (1995).

Zoals Ai op de sequentie van drie foto's een antieke urn kapot laat vallen, zo probeert men in het hedendaagse China al zo'n zestig jaar de erfenis van 4.000 jaar beschaving te vernietigen. Tijdens de Culturele Revolutie werden burgers aangemoedigd om hun porselein en aardewerk te vernielen, want dat waren pronkstukken van een decadent verleden.

Een aarzeling, en een kuch

Als ik er toch niet in zou slagen Ai te zien in Peking, wilde ik zijn kunst zien. Als je momenteel werk van Ai Weiwei wilt zien, ga dan naar Zwitserland of Engeland of de VS. In juli was er geen kunst van Ai Weiwei te zien in Peking. Dat maakte me nieuwsgierig, en dus sprak ik met Leng Lin, directeur van Pace Beijing. Pace is een van de grootste verkopers ter wereld van topkunst.

Lengs kantoor was passend grandioos en sober. Achter een enorm bureau hing werk van Zhang Xiaogang, de Chinese kunstenaar voor wie collectioneurs het meest betalen. Hij schildert al dertig jaar. Een doek van hem uit de jaren '80 - Forever Lasting Love - werd in april verkocht voor 10,1 miljoen dollar.

Leng, een rijzige man met het kapsel van een schooljongen, spreekt een welluidend soort gebroken Engels. Hij was uitermate hartelijk, en legde me geduldig uit hoe China goed op weg was om een belangrijke speler te worden in de kunstwereld, dat er eind de jaren '90 nog geen kunstgalerieën waren toen hij zijn eerste opende. Ik vroeg wie volgens hem de Chinese kunstenaar is aan wie in kunst geïnteresseerde westerlingen spontaan denken. Leng twijfelde niet: Zhang.

"Nee", zei ik. Leng lachte. "Ai Weiwei."

"O. Natuurlijk. Ai Weiwei." Een aarzeling. Enig gekuch. "Ziet u... zijn rol is anders hier, dan andere kunstenaars."

"Op welke manier verschillend?"

"Hij is een... U kunt hem beter rechtstreeks interviewen. Dat is beter." Machinegeweerachtige lach.

"Wilt u niet over hem praten?" Machinegeweersalvo.

"Hij is... hij is... een goed kunstenaar."

Mijn maag kromp een beetje ineen toen ik dat antwoord hoorde. De baas van de grootste, westers georiënteerde galerie, die daarna zou beweren dat China helemaal zoals het Westen geworden is wat de vrije expressie in de kunsten betreft, wilde niet praten over die ene uitzondering die zijn regel ontkrachtte.

Ik had mijn vertaalster gevraagd om FAKE, de studio van Ai, op te bellen. Maar haar boodschappen werden niet beantwoord. Uiteindelijk kreeg ze iemand te pakken, maar die leek Engels noch Chinees te begrijpen. Ze belde opnieuw en poogde mijn situatie uit te leggen. Dat ik hoopte te praten met iemand die Ai kende, iemand die me kon zeggen hoe het met hem ging.

Ik kreeg te horen dat ik een e-mail moest sturen naar die persoon bij de studio. Dat deed ik. Ik zei dat ik begreep dat dit "een heel gevoelige tijd voor Ai Weiwei is, en dat ik geen problemen wil creëren voor hem of voor de studio. Ik hoef Ai Weiwei niet te interviewen, niemand vragen te stellen als dat problemen voor hen kan creëren. Maar aangezien ik deze week naar Peking ben gekomen om aan een verhaal te werken, zou een bezoek aan FAKE, als ik werk van Ai Weiwei kan zien dat ik nergens anders kan zien, en als ik de studio kan zien, me de gelegenheid geven om een diepgaander portret te schrijven." Het spreekt voor zich dat het antwoord niet meteen kwam. Maar tegen het einde van de week kreeg ik een mail van FAKE.

Dear Wyatt, Dank u voor uw berichtje. U bent welkom om de studio elke ochtend te bezoeken, en Weiwei zou erin moeten slagen u daar te ontmoeten. Laat me weten op welke dag u wilt komen. Groet, Jennifer.

De ontmoeting

Het was weer zo'n blauwe dag, helder maar heter, bijna 38 graden, om 9 uur 's ochtends. De rit zat erop, de taxi zette ons af aan nummer 260 in Caochangdi. Het adres van FAKE was Caochangdi 258. We waren er. En toch waren we er niet.

Er gingen dertig minuten voorbij terwijl we heen en weer liepen in Caochangdi, een residentiële buurt. De nummers op de gebouwen leken meer gekozen voor hun mooie vorm dan voor redenen die ik kon begrijpen. Er was geen mathematisch schema. De nummers volgden elkaar niet op. We belden Jennifer. Jennifer nam niet op.

We wandelden. We draaiden een hoek om, naar een andere hoek, Caochangdi 256, dat dichter lag bij 258 dan 260. We probeerden opnieuw Jennifer te bereiken, die deze keer wel opnam. We probeerden haar uit te leggen waar we waren. Ze gaf ons richtlijnen, van Weiwei. Hij zei, zei ze: stap in de richting van de zon. De zon stond hoog aan de hemel.

Je hebt er lang over gedaan", zei Ai toen we samen over de binnenplaats van het gebouwencomplex liepen.

Hij had ons welkom geheten aan de deur, in het volle zicht van de veiligheidscamera's aan een lantaarnpaal aan de overkant van de straat. Hij droeg een aquamarijn T-shirt, een geelbruine short, zwarte sportschoenen. Ik wist dat hij imposant zou zijn, maar toch was ik verrast. Hij nam ons mee naar een kamer, zes meter hoog, met één heel groot venster tot aan het plafond. De kamer, de binnenplaats, de compound had hij allemaal op een middag ontworpen en in een wip laten bouwen, als het eerste van zijn ontelbare gebouwen in China. Het straalt een soort perfectie uit, eenvoud, rust. Baksteen, gestort beton, hout. Alles heel sober. Een reeks ruimtes. Dozen van licht.

We zaten aan de tafel, hij aan het hoofd, zijn rug naar het venster. We spraken een paar minuutjes off the record. Hij vroeg me naar mijn intenties. Zijn Engels was vloeiend, kleurrijk, vastberaden. Zijn stem had het diepe timbre van een cello. Hij zei me waarover hij niet wilde praten. En toen nam hij met een iPhone foto's, eerst van Zhao, dan van mij.

Ik vroeg of ik het gesprek mocht opnemen.

"Laten we eraan beginnen", zei hij.

"Hoe gaat het met u?" Een lange pauze.

"Oké, vermoed ik. Het is moeilijk om het te beschrijven. Maar ik voel me goed. Ik ben wel anders. Niet heel normaal."

"In welk opzicht anders?"

"Wel, ik ben op borgtocht. Zogenaamde borgtocht. Maar ik werd van niets beschuldigd. Werd nooit gearresteerd."

"U werd gewoon opgesloten."

"Ja. Ik werd... 81 dagen opgesloten. En er is geen duidelijke verklaring voor wat er aan de hand is, dus... Voor mij is het niet echt. Ofwel is de situatie nu niet echt ofwel zijn die 81 dagen niet echt. Dat is de reden waarom ik daar mentaal nog altijd mee worstel, omdat die 81 dagen..."

"Dat is lang."

"Het is niet alleen lang; het zijn extreme omstandigheden. Het overtuigt je echt dat het realiteit is. Je maakt er deel van uit, en je weet dat het geen grap is. Tegelijk is er geen reden, geen duidelijke reden - althans, de mensen die je vasthouden schrikken er voor terug je een duidelijke reden te geven. Maar tegelijkertijd beperken ze je bewegingsruimte zelfs als je buiten gaat, en dus moet je je gedragen zoals zij het willen. En dus is de psychologische oorlogsvoering nog altijd aan de gang."

Voetstappen. Een jongetje komt van buiten de kamer in gelopen, naar Ai toe.

"Da-da."

Ai spreekt Chinees met hem. Huishoudelijke geluiden klinken op de achtergrond. Ik zie in de keuken Ais vrouw, Lu Qing, groot, mooi.

"Dit is mijn zoon... O, voorzichtig."

Onder het venster ligt een groot stuk rots. De jongen probeert het op te tillen. Het is groter dan zijn hoofd. Hij tilt het op.

"Hey...!"

"Sterk."

"Heel slimme jongen. Toen ik daar was, bleven ze maar zeggen: als je hier buiten komt, is hij ouder dan tien jaar en herkent hij je niet meer. Elke dag zeiden ze dat. Dat deed echt pijn."

Hij spreekt Chinees tegen hem met zachte stem. Zijn zoon antwoordt. Ai lacht. De jongen rent weg. Ai kijkt naar mij.

"Ze praatten dus veel met u, zeiden dingen die beangstigend waren."

"Vijftig keer. Meer dan vijftig keer."

"Ondervragingen, bedoelt u?"

"Als je het over ondervragingen hebt... De helft van de tijd, de andere helft is het meer als onderwijzen, of brainwashen, of psychologische oorlogsvoering. Het is geen echt gesprek. Geen argumentatie. Communicatie is heel fragiel, want ze dringen je altijd bepaalde ideeën en oordelen op."

Hoe hard bepaalt zijn omgeving de kunst die hij maakt?

"Als je op dit spoor zit, dan weet je dat niet. Wat ik wel weet, is dat ik mezelf helemaal geef in deze situatie. Toen de mensen in het begin begonnen te zeggen 'Die man is dissident, of politiek, of kritisch voor de regering', maakte ik me zorgen. Mensen vinden het niet leuk om zo genoemd te worden, zeker niet in deze samenleving. Nu kan het me niet meer schelen, want in een paar jaar heb ik me volledig blootgesteld, niet alleen aan de Chinese samenleving, maar ook aan het Westen..."

Het geluid van een trein weerklinkt in de kamer.

"... en ik zeg duidelijk waar het op staat. De trein moet passeren."

We wachten tot de trein voorbij is. Ai licht helder op in het zonlicht achter hem.

"Ik heb nergens spijt van. Het kan me niet schelen of het altijd kunst is, of niet, of het politiek is of geen politiek. Ik deed het omdat ik het moet doen. Ik ben een persoon, een individu - dat is de kern van de zaak. Je bent dat, je komt op deze wereld en je ziet wat er gebeurt, en je gaat relaties aan met mensen, buren, vrienden, wie dan ook, en je hebt de mogelijkheid om te praten.

"En je krijgt te maken met een overheid die die politieke macht uitoefent op een vijfde van de mensheid - wat veel is. Maar tezelfdertijd weigeren ze te praten over die basiswaarden, de waarde van het leven, van de vrijheid van meningsuiting, wat essentieel is voor de kunst of voor kunstenaars of voor iedereen. Vraag ik te veel? Dat denk ik niet. In de generatie van mijn vader - vele generaties in de voorbije eeuw - offerden vele mensen hun leven en hun geluk op om een rechtsstaat te stichten. Om concepten zoals fatsoensrechten en elementaire rechtvaardigheid en recht te introduceren. Maar het is hen niet gelukt. Vandaag de dag kunnen ze die waarden nog altijd niet openlijk bespreken. Mensen kunnen nog altijd 'verdwijnen', of ontvoerd worden, of valselijk beschuldigd of gevangengezet of geslagen - alleen omdat ze een andere kijk hebben op de wereld, of een andere ideologie of gewoon andere gedachten.

"Sorry, ik moet... Mijn broer komt op bezoek voor de eerste keer sinds mijn vrijlating."

Ik zeg: "Het spijt me dat ik u lastigval."

"Nee, het is niet lastigvallen. Mijn broer... We zijn nog altijd heel close. Ik zal niet beweren dat hij bang is, maar hij weet niet wat te doen. Hij voelt zich droevig, maar wat kun je eraan doen?

We praten over een hele reeks zaken. Over kunst en de waarde ervan, en over hoe makkelijk het verwordt tot pure merchandising. Over de impuls om dingen te maken. Over de reden waarom kinderen, die zo nieuwsgierig zijn, zo bezig met hun handen, er op een bepaalde leeftijd mee stoppen ze te gebruiken, en niet meer maken.

"Ik denk dat dat komt doordat de maatschappij zo praktisch is", zegt hij. "De hele maatschappij is op zoek naar zekerheid. Het is het meest misleidende concept. Je wilt zeker zijn. Je moet nuttige kennis leren. Je moet de uitdaging aangaan. Iemand wórden. Onmiddellijk bewijzen dat je slim bent. Een paar zinnen. Een kunstwerk. Dat wordt zo competitief in de moderne samenleving. Het vraagt een groot offer van de menselijke aard. Als je het hebt over maken... Maken is zo belangrijk. Het is niet het product dat gemaakt wordt. Het product heeft ons gemaakt. Onze technologie heeft ons echt gemaakt. En door het maken beseffen we wie we zijn, en het zegt de mensen wie we zijn."

Uitgenodigd voor de lunch

We nemen opnieuw een pauze. Jennifer zegt dat mijn vertaler en ik uitgenodigd zijn voor de lunch. Ze leidt ons naar een heldere, vrolijke, eenvoudige vergaderzaal met een lange witte tafel waaraan gemakkelijk twintig mensen kunnen zitten. De helft ervan is bedekt met grote stomende schotels en plateaus met eten. Het ruikt heerlijk.

Aan het hoofd van de tafel zit een erg mooie jonge vrouw, de moeder van Ais zoon. Zij en de jongen wonen in de buurt. De jongen komt recht uit de douche en is gewikkeld in een grote handdoek, die oogt als de mantel van een kleine koning. Liu Xiaoyuan, Ais advocaat, komt erbij zitten, we zijn nu met negen.

Ai komt al snel terug, en je voelt dat de energie in de kamer zich op hem richt. Hij is duidelijk het zwaartepunt waarrond alles draait. Dit huishouden, Ais huishouden, met dat dozijn mensen dat is overgebleven rondom hem, straalt een onmiskenbare warmte uit, een klimaat dat comfort lijkt te brengen.

"Jij als kunstenaar maakt dingen, maar de mensen kijken naar jóu", had Ai eerder gezegd. "Sommige mensen kijken naar je omdat ze vinden dat wat je maakt of zegt zinvol is. Maar de overheid bekijkt je omdat ze je gevaarlijk vindt. Ik denk dat wat we zinvol vinden in zekere zin gevaarlijk is. Het wordt alleen zinvol omdat het zo fragiel is. Het raakt zo gemakkelijk kwijt, en we kunnen het niet vervangen. Als we het gemakkelijk kunnen vervangen, dan zullen we het nooit waardevol achten. Als een zin, een schrijver, een regel poëzie, of een kunstwerk zinvol is, dan is dat altijd om die reden."

Als je mij vraagt welke kant van Ai Weiwei ik te zien kreeg in China, dan kan ik alleen zeggen dat ik hem thuis zag, met zijn familie. Alles wat hij liefhad, was daar.

© 2011 Wyatt Mason

Wyatt Mason doceert aan Bard College in New York en is redacteur van Harper's Magazine. Dit artikel schreef hij in opdracht van GQ.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234