Donderdag 01/12/2022

Op zoek naar de ultieme wals

Klassiek leeft, maar niet volgens iedereen. De Morgen legt het dilemma voor de laatste keer voor aan vier eminente kenners van het klassieke-muziekveld. Vandaag bespreken ze de erfenis van de oude-muziekbeweging, die met Philippe Herreweghe, Paul van Nevel, Jos Van Immerseel en Grammy-winnaar René Jacobs Vlaamse ambassadeurs van formaat heeft.

Brussel

Eigen berichtgeving

Ward Daenen en Stephan Moens

In de eerste aflevering van deze reeks kwamen ze al even ter sprake, de grote vier van de oude muziek of de 'historische muziekpraktijk'. Dat Herreweghe (Collegium Vocale), Van Nevel (Huelgas Ensemble), Van Immerseel (Anima Eterna) en Jacobs "voor internationale kwaliteit staan", dat ze zich via de oude-muziekbeweging sinds de jaren zestig en zeventig "scherp geprofileerd hebben" maar dat hun aplomb "atypisch is voor onze Vlaamse houding". De openingsvraag is niet erg netjes, maar toch.

Wie van hen - we voegen er Sigiswald Kuijken nog aan toe - is de beste?

Pieter Andriessen: "Ik dacht vroeger dat Philippe Herreweghe de 'minst goede muzikant' was, maar in carrièretermen heeft hij het wel het verst geschopt. Hij heeft, behalve bij ons Collegium Vocale, ook in Frankrijk ensembles opgericht (Chapelle Royale, Ensemble Vocale Européen en Orchestre des Champs Elysées, WD / SM) en daarnaast een zomerfestival in Saintes uitgebouwd. En dan hebben we het nog niet over zijn loopbaan als gastdirigent."

Herreweghe en co. sloten aan bij een internationale beweging, die van de historically aware performance style, afgekort 'hip'. Die beweging was inderdaad hip.

Andriessen: "Tot 1960 werd het bekende repertoire uitsluitend op moderne instrumenten gespeeld. Toen men oude instrumenten begon te gebruiken en originele partituren ging volgen, klonk dat revolutionair."

Nikolaus Harnoncourt heeft de Brandenburgse concerto's in 1964 opgenomen met oude instrumenten. Dat klonk vooruitstrevend, maar het werd ook als vals ervaren.

Andriessen: "Het ging er toen nog niet zozeer om of het juist of vals, goed of slecht was. Belangrijk was dat het op de juiste manier gedaan werd. Inmiddels intoneren vele oudemuziekensembles juister dan de meeste symfonieorkesten. Jos Van Immerseel en Anima Eterna bewijzen vandaag dat je met een projectorkest het traditionele repertoire evengoed, als je het al niet beter kunt spelen dan met een traditioneel orkest."

Jan Michiels: "Ik was een van de grootste sceptici toen Anima Eterna met Schubert, Beethoven en Liszt aan het negentiende-eeuwse repertoire begon. Ik heb onlangs Van Immerseels uitvoering van Brahms' Eerste symfonie gehoord. Die heeft me ervan overtuigd dat zijn weg een unieke is die tot bijzondere resultaten leidt. Maar, stellen dat er maar één waarheid is om Brahms uit te voeren (zie hiernaast) kan ik niet aanvaarden."

Van Immerseel ontkent niet dat er een tweede weg is. Alleen, hij accepteert niet dat je vandaag de weg van 1960 kiest, een weg tussen Brahms en onze tijd dus.

Michiels: "Elk goed orkest bewandelt een tussenweg, zeker als Harnoncourt of Herreweghe ervoor staan. Wat zij van het historische instrumentarium geleerd hebben, kunnen zij deels overdragen op hedendaagse instrumenten. (op dreef) De Strauss-opname van Anima Eterna (Walsen, polka's, ouvertures, 2002, WD/SM) is ronduit schitterend. Het lijkt alsof je door een Weens museum wandelt en van de ene aha-erlebnis in de andere tuimelt. Alleen, de ultieme wals hoor ik niet. Voor mij ontbreekt daar iets dat ik wel hoor bij de Wiener Philharmoniker. Dat speelt met moderne instrumenten, maar walst wel. Dat zijn twee benaderingswijzen die ik geen van beide wil missen."

Nochtans zie je in die orkesten ook oude instrumenten opduiken. Zelfs binnen de Berliner Philharmoniker is er al een groep musici die oude instrumenten speelt. Dat was dertig jaar geleden ondenkbaar.

Herman Baeten: "De historische muziekpraktijk is onmiskenbaar van invloed geweest. Dat merk je bij de institutieorkesten. Bijvoorbeeld in het orkest van de Muntschouwburg vervangt men nu de dwarsfluiten door houten fluiten en grote door kleine pauken als er Gluck of Mozart gespeeld wordt. Bij oude muziek hebben zulke orkesten geen keuze meer: de luide blaasinstrumenten en brede bogen moeten eruit."

Toch blijft het een toegift, een compromis. Van Immerseel zegt: geen compromissen.

Michiels: "De enige partij die geen compromissen mag sluiten, is de uitvoerder. Er zijn daarnaast nog twee andere partijen: het instrument en wat er gespeeld wordt. Daar maak je altijd compromissen. Wat het instrument betreft, je kunt ernaar streven maar je weet nooit zeker of het orkest dat je nu voor je hebt, exact dat van Brahms is of dat van Mozart."

Bach speelde alleszins niet op een Steinway-vleugelpiano.

Michiels: "Van Immerseel heeft gelijk: je moet de historiek van je instrument kennen. Ik studeer óók op een pianoforte en leer ook dat een Graf uit 1826 ideaal is voor Schubert. Maar Harnoncourt heeft ooit gezegd: wij moeten alles weten wat in de tijd van Bach en Mozart werd gedaan, wat zij schreven en wat zij dachten, maar wij moeten het begot niet nadoen. Op het moment dat we beginnen spelen, moeten we het vergeten zijn. Ik geloof niet dat het historische bewustzijn per definitie via een oud instrument moet verlopen.

"Het contact met de historische instrumenten is belangrijk om te weten wat je met een moderne piano kunt. Een Steinway - die uit de jaren zestig en zeventig gelden nog altijd als de Rolls Royce onder de piano's - is voor mij als een onbeschreven blad. Je moet alleen weten welke tekens je erop schrijft."

n Philippe Herreweghen Paul van neveln rene jacobs

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234