Maandag 26/08/2019

Op zoek naar de man van Red Sonja

's Nachts waakt Luc Van Duyse over psychiatrische patiënten, overdag observeert hij vogels. Maar altijd is hij einzelgänger. Hoog tijd voor een portret van de man die de verlamde Marcel speelt in Red Sonja. 'Ik ben een plant die graag in de schaduw leeft'.

'Villa Stil Geluk' prijkt op de gevel van zijn woning. Sierlijke letters, haarfijne boodschap. "Dat zegt genoeg", zegt Luc Van Duyse als de voordeur opendraait. "Zoals je ziet, is dit helemaal geen villa. Maar ik ben nogal op mijn eigen, en vond dit opschrift wel gepast. Vroeger woonde ik in een heel klein rijhuisje, dat was nog grappiger. Het is plezant dat je tot hier komt, maar ik word eigenlijk het liefst zo min mogelijk gestoord. Ik heb daarnet zelfs nog snel op Google de woorden 'interview' en 'acteur' ingetikt, om te zien wat al die acteurs zoal zeggen tijdens interviews."

Weinig woorden, maar toch heimelijk enthousiast, het typeert Luc Van Duyse, maar ook Marcel, zijn personage in Red Sonja. Constant in beeld, maar geen tekst. Marcel raakte verlamd na een verkeersongeval, en is meer last dan lust voor zijn echtgenote Odette, briljant neergezet door Sien Eggers. Andere rollen worden ingevuld door onder meer Charlotte Vandermeersch, Wim Willaert, Dirk Van Dijck, Marijke Pinoy, Chris Willemsen en Stefaan Degand. Vijf afleveringen ver is Red Sonja intussen uitgegroeid tot een succes à la Duts vorig jaar.

"Het was een hele eer om tussen die mensen te mogen rondlopen", zegt Van Duyse. "Naar zulke acteurs kijkt een mens op. Het is een wonder dat ik daarin een plaatsje heb kunnen veroveren. Uit respect voor hen heb ik me tijdens de opnamen iedere keer goed geconcentreerd. Ik kan u zeggen: als dat niet het geval is en Charlotte Vandermeersch komt op je zitten, dan zit je met een probleem. Maar al was er een bom ontploft, ik was nog in mijn rol gebleven."

Het interieur van Van Duyse weerspiegelt de sfeer van Red Sonja. Weemoedig, maar fris. Koekoeksklok tegen de muur, dvd's op de tafel, van Terug naar Oosterdonk en Bad Lieutenant onder meer. "Onvoorstelbaar straf hoe die Harvey Keitel een slechterik neerzet. Hij slaat helemaal door. Onvergetelijk. Dat zijn mannen waar ik naar opkijk."

Vogels kijken

Van Duyse laat de koffie dampen. En de woorden ratelen. Het hoofd een beetje schuin, de blik priemrecht. Wat volgt is een monoloog van iemand die het gewoon werd om tegen zichzelf te praten. Om het met de woorden van Dimitri Verhulst te zeggen.

"Normaal gezien zit ik hier gewoon naar de vogels te kijken, de hele middag lang. Ik woon hier nog maar vijf jaar, van toen mijn moeder is overleden. Dit is mijn ouderlijk huis. Mijn leven is eigenlijk beperkt tot mijn tuin. Vinken, mezen, sijzen: hier komt wat langs. Ik kijk daar verwonderd naar. Met Wim Willaert, ook een fervent vogelobservator, heb ik afgesproken om eens samen naar vogels te gaan kijken. Hij kent blijkbaar een paar interessante plekken in Frankrijk. En binnenkort kan ik er het groot stuk grond daarachter bij nemen, tot aan die knotwilgen. Ik ben van plan er bessenstruiken te planten, daar zullen waarschijnlijk ook merels en pestvogels op afkomen.

"Ik ben nogal een eenzaat. Niet dat ik asociaal ben of zo, ik ken iedereen in het dorp, maar ik sluit hier thuis alles altijd goed af. Het liefst word ik zo weinig mogelijk gestoord. Komt er ook bij dat ik meestal 's nachts werk. Ik werk op de psychiatrische afdeling van het Algemeen Ziekenhuis in Vilvoorde en sta momenteel op een regime van vijf nachten werken en negen dagen thuis. Een fantastische job, ik doe dat al mijn hele leven.

"Ik ben verantwoordelijk voor een dertigtal patiënten die ook 's nachts blijven. Heel divers, we krijgen echt van alles binnen. De meeste gevallen zijn verslavingen. Drank, drugs, medicijnen. Maar ik zie eigenlijk bijna alle ziektebeelden passeren, gaande van depressies tot eetstoornissen en psychoses. Bij ons blijven ze voor observatie en worden ze na een drietal weken doorverwezen: naar huis of terug naar gespecialiseerde instellingen. Boeiend, wat je daar allemaal te zien krijgt. Recht tegenover een necrofiel zitten en proberen te begrijpen hoe hij denkt, hoe vreemd zijn opwinding ook is. Als psychiatrisch verpleger leer je de echte problematieken van de samenleving snel kennen. Ook het locked-insyndroom waarmee ik in de reeks zogezegd kamp, was mij welbekend. Mijn werkomgeving is dus een grote hulp bij mijn acteerprestaties, het is een heel dankbare omgeving.

"In de psychiatrie hebben ze mij een tijdje Meneer Rodenburg genoemd, omdat ik nog heb meegespeeld in De Rodenburgs. Maar naar Red Sonja hebben ze blijkbaar nog niet gekeken. Hier in het dorp wel. Vorige week was ik aan het lopen en riep er plotseling iemand Marcel naar mij. Vreemd, ik ben dat niet gewend. Maar die appreciatie is wel fijn."

Van Duyse loopt de keuken in. Haalt een tweede lading koffie. "Ik zet altijd verse", roept hij. "In porties van twee koppen. Dat is veel beter." Speculooskoeken worden op tafel gezet. Van Duyse kijkt door het raam. "Zo'n schoon zicht. Op heldere dagen kun je hier zelfs de koeltoren van Doel zien staan." Vandaag is er geen koeltoren te bespeuren. En vinken evenmin.

Wroeten op vertwijfeling

"Het was echt een feestje om met Gijs Polspoel (regisseur van 'Red Sonja', LDW) te mogen werken. Een echte vakman. Hij heeft mij ontdekt toen hij als gastregisseur een aflevering van De Rodenburgs draaide. Binnenkort begin ik aan een nieuwe reeks, zei hij, ik bel jou nog wel. Zo ben ik er in gerold. Ik vraag me echt af waarom hij niet iemand als Frank Focketeyn heeft gekozen. Er zijn toch genoeg goede acteurs in Vlaanderen? Volgens mijn vriendin ligt het aan mijn blik. Heel raar, vind ik dat. Ik heb geen idee hoe andere mensen mij zien, om eerlijk te zijn.

"Mijn ambitie bestaat erin me telkens volledig in te leven in de rol die me wordt aangeboden. Diep graven in jezelf en op zoek gaan naar hoeveel er van dat personage in jezelf schuilt. Om het personage van Marcel in Red Sonja te creëren, heb ik fel op mijn vertwijfeling gewroet. En op mijn innerlijke woede. Op mijn onvermogen om mezelf te uiten ook. Die eigenschappen zitten allemaal in mij, en ik heb dat meegepakt naar Marcel. Niets is mij vreemd. Het is een kwestie van het op te zoeken, en het uit te vergroten.

"Ik heb me eigenlijk altijd al acteur gevoeld. Vreemd, hè? Om te overleven in dit leven heb ik altijd moeten acteren. Het is een vorm van zelfbescherming. Ik ben altijd vrij verlegen geweest, ik heb het moeilijk om me te manifesteren. Zeker in groep. Acteren is voor mij een vorm van omgaan met het leven. Daarmee bedoel ik niet dat ik de hele dag door een rol speel, maar ik zal me altijd zo bescheiden mogelijk opstellen. Dat valt pas weg bij mensen die ik al lang ken, en vertrouw. Mijn vriendin bijvoorbeeld. Die kent mij door en door, die moet ik geen foefkes wijsmaken.

"Nochtans ben ik heel laat met acteren begonnen. Pas op mijn dertigste stond ik voor de eerste keer op de planken. Via een aantal rollen bij de betere gezelschappen hier in de streek ben ik bij Tsoeflurken in Sint-Gillis-Waas terechtgekomen. Dat is een vereniging die toch wat verder probeert te gaan dan de gemiddelde amateurbeweging, en vaak jonge, ambitieuze regisseurs in huis haalt. Echte beroepsmensen. Wij maakten mooie producties. Niet de klassieke stukken, maar meer richting alternatief circuit. Je kon ons misschien wel vergelijken met wat Theater Zuidpool in Antwerpen doet.

"Op een dag zat Christophe Ameye, hoofdregisseur van De Rodenburgs, in de zaal. Na de voorstelling kwam hij naar mij en vroeg mijn contactgegevens. Hij was bezig met een nieuwe reeks voor vtm, zei hij, en hij zou wel een rol voor mij vinden. Die hoor ik nooit meer, was mijn eerste reactie. Maar acht maanden later kreeg ik plotseling een mail. Om te vragen of ik geen zin had om mee te doen in De Rodenburgs. Ik kon kiezen tussen een drietal personages, maar die van chauffeur voor Mike Verdrengh leek mij meteen perfect. Die rol had namelijk de meeste draaidagen, dat zou dus het best verdienen. Ik had niet veel tekst, maar ik zat wel in bijna alle afleveringen. Een beetje zoals nu, dus.

Komische underdog

"Ik heb in mijn theaterjaren erg diverse rollen gespeeld. Maar die van komische underdog lag mij wellicht het beste. De mensen in het publiek heel even een goed gevoel geven: daar doe ik het voor. Maar het boren in bepaalde psychologische afwijkingen boeit mij eigenlijk nog meer. Het kan vreemd klinken, maar ik zou graag eens de rol van psychopaat spelen. Bijzonder graag, zelfs. Dat komt ooit nog wel een keer, hoop ik. Dat is zeker niet simpel, maar het zijn heel boeiende figuren om je in te verdiepen. Gezien hoe Ronald Janssen tijdens zijn proces lacht, maar hoe toch ook voortdurend een ijskoude blik aanwezig is? Wat zit er van die trekken in mezelf? Hoe zou ik mij in dergelijke omstandigheden voelen? Hoe zou ik mij kunnen afsluiten van de pijn en gruwel die ik andere mensen aandoe? In die thema's graven: dat lijkt me onvoorstelbaar boeiend."

Mondje Russisch

Meer koffie volgt niet. Meer woorden wel. "Of ik de twee zinnen nog weet die ik moest zeggen in Red Sonja? Ja zunne: "Moskou zit nog een beetje in mijn lijf, maar als alles een beetje meezit, ben ik morgen voor het eten terug thuis." Tegen de muur hangt een reeks familiefoto's. Luc Van Duyse met kinderen, Lyc Van Duyse met vriendin, Luc Van Duyse alleen.

"Mijn broer heeft ooit eens een familiestamboom gemaakt, tot in 1400. In mijn familie was iedereen boer. Eén abt zat er tussen, en één brouwer. Ik heb nooit ambities in die richting gehad, ook al drink ik graag een Duvel. Om zo hard te werken, ben ik allicht te lui. Niemand van de familie is bovendien uitgezworven, iedereen bleef hier in de streek hangen. Ik ook.

"Ik heb wel lang in de vroegere Sovjet-Unie rondgereisd. Eind de jaren tachtig was dat, in de periode van glasnost en perestrojka. Een jaar aan een stuk. Een beetje de route die Martin Heylen ook heeft gevolgd. Van de Poolse grens door Oezbekistan tot in Siberië, en terug via Ossetië en Georgië. Helemaal in mijn eentje.

"Mijn broer was het jaar ervoor in Moskou en Leningrad geweest, met een strikt georganiseerde reis. Hij had daar bovendien toch wat mensen leren kennen, een professor aan de universiteit van Moskou onder andere. Dat kwam mij goed uit, want ik kon bij haar overnachten. Zij had ook connecties over de hele Sovjet-Unie, en kon mij telkens voorstellen als een universiteitsmedewerker. Dat moest wel, want westerlingen waren niet altijd even graag gezien. Voor mijn vertrek had ik een mondje Russisch geleerd, met de cassettes van Assimil. Ik kon mijn plan trekken, maar de eerste keer dat een taxichauffeur ook echt Russisch tegen mij sprak, was toch ferm schrikken.

"In sommige streken, zoals in Ossetië, was ik de eerste westerling die ze sinds de revolutie van 1917 zagen. Dat was precies alsof Michael Jackson door zijn fanclub was uitgenodigd. Ik werd er als een koning onthaald. Niet normaal. In Ossetië ben ik acht dagen gebleven, en dat was meer dan genoeg. Ik werd van de ene vooraanstaande familie naar de andere gevoerd, en iedereen had wel een feest voorbereid voor hun eregast. Telkens moest ik meedrinken met die mannen. Geen vodka, maar cha-cha. Een veredelde vorm van vodka is dat. Zelf gestookt. Zestig graden. De hele avond door werd er getoost. In limonadeglazen dan nog. Ik kan u verzekeren: ze dronken mij allemaal onder tafel.

"Alsof ik driehonderd jaar terug in de tijd werd geslingerd, zo voelde die reis aan. Maar ik heb nooit het gevoel gehad bij mensen terecht te komen die ongelukkig waren. Hier zijn de mensen, in veel rijkere omstandigheden, veel ongelukkiger. Reizen heeft mij hard veranderd. Ik ben er een veel rijker mens door geworden. Elke dag besef ik hoe goed wij het hier hebben. En hoe content ik mag zijn met wat ik tot nog toe heb mogen meemaken. Op scène staan met Sien Eggers of Gilda De Bal: ik koester dat als een zeer groot geschenk.

"In de bossen rond Moskou heb ik ook rondgetrokken, trouwens. Met een paar vrienden van die professor. Kompas en rugzak mee, en hop, patatten gaan trekken bij de kolchozen. Drie weken lang. Om hun kop leeg te maken. Een heel bijzondere ervaring. Dat soort dingen heeft mij altijd aangetrokken. Zet mij niet midden tussen het volk, daar hou ik niet van. De drukte van de massa, dat is niet mijn ding. Ik ben een plant die graag in de schaduw leeft."

Het gesprek loopt ten einde. Van Duyse staat op, kijkt naar buiten en vraagt: "was het een beetje interessant wat ik heb verteld?"

Red Sonja loopt nog tot 23 januari, elke maandag om 21.30 uur op Canvas. Herhaling op vrijdag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden