Donderdag 12/12/2019

Burgeroorlog Syrië

Op zoek naar de maker van mijn zeepje uit Aleppo

Zeepproductie in Aleppo. De miljoenenbusiness van weleer is in verval. Beeld Imageselect

Verslaggever Marjon Bolwijn kocht in Amsterdam een zeepje dat uit Aleppo bleek te komen. Ze ging na of de maker ervan nog in leven is en wat er nog over is van een eeuwenoud ambacht in de zwaar gebombardeerde Syrische stad.

Een stuk zeep is het sufste cadeau dat een vrouw kan krijgen. Maar daar ligt een bijzonder exemplaar. Een kunstwerk. Een okergeel vierkantje versierd met een beeldschoon reliëf. Op een plank met snuisterijen bij Zenza, een interieurwinkel in Amsterdam vol Arabische spullen, waar ik op zoek ben naar een origineel verjaardagscadeau. Deze zeep heeft iets onweerstaanbaars. Ik pak haar op, ruik eraan – een bescheiden, allesbehalve chemische lucht – en als ik haar weer terugleg, valt mijn oog op het bijbehorende doosje. In fragiele witte letters staat er gedrukt: Savon d'Alep.

Alep, zou dat Aleppo zijn, de zwaar geteisterde stad in het door een bloedige burgeroorlog getroffen Syrië? "Komt deze zeep uit Aleppo?" De verkoopster antwoordt bevestigend. "Wordt ze daar nog steeds gemaakt?" Dat vraagt zij zich ook af. "Deze zijn niet meer te krijgen, dit is onze laatste."

Ik leg 6,50 euro neer en besluit de maker van het zeepje te achterhalen. De miljoenenstad Aleppo, een van de oudste nog bewoonde steden ter wereld. Nu (het is september 2016) het middelpunt van oorlog, verwoesting, dood, voedseltekort, vluchtelingenstromen. Zou de zeepmaker nog in leven zijn?

Eerst maar eens googelen op 'savon' en 'Alep'. Op het computerscherm verschijnen eindeloze reeksen afbeeldingen van ruwe brokken zeep, oude gewelven met glanzende olijfkleurige vloeren en honderden langs muren opgestapelde blokjes. Een kalende man op sportschoenen, met plankjes onder zijn voeten gebonden, buigt zich gehurkt over een dikke groene massa, een stempel in de hand.

Aleppo-zeep heeft een historie die 4.000 jaar teruggaat. Het is een van de oudste zeepsoorten ter wereld, met de hand gemaakt van olijfolie, soda, water en laurierbesolie. Via karavanen langs de zijderoute naar Europa, Afrika en Azië verhandeld en nog steeds dé huis-tuin-en-keukenzeep voor Arabieren wereldwijd. De savonniers waren eeuwenlang te vinden in het oude centrum van Aleppo. Dat ligt nu grotendeels in puin.

Verwoest of verlaten

Voor de oorlog in 2011 begon, was Aleppo als grootste stad van Syrië het economische en financiële centrum van het land. Door de strategische ligging, op het kruispunt van handelsroutes tussen Azië, het Middellandse Zeegebied en Europa, groeide het in bloeiperioden tijdens de klassieke oudheid en onder het Ottomaanse Rijk uit tot een welvarend, internationaal handelscentrum. Het is een stad van ambachtslieden als goud- en edelsmeden, houtbewerkers, zeepmakers en van handelaren in textiel, olijven, olijfolie, kruiden en pistachenoten. 

De afgelopen decennia ontwikkelde zich daarnaast een moderne chemische, farmaceutische en voedselindustrie en legde ook de toenemende stroom toeristen de stad geen windeieren. De helft van Syriës inkomsten uit export was in 2009 te danken aan Aleppo. De banenmotor van het land trok steeds meer inwoners van het platteland, die zich vestigden in het armere oosten van de stad. Nu zijn de productie en handel in Syrië nog maar een fractie van die in de vooroorlogse jaren. De export is gereduceerd tot 10 procent. Dat geldt ook voor de ooit zo lucratieve zeepindustrie.

Met een zekere eerbied pak ik 'mijn' zeepje erbij. Op het doosje staat het adres van Karawan in Lyon, Frankrijk. Kennelijk de importeur. Ik draai het nummer van de marketingafdeling en krijg Christine Delpal aan de lijn. Ze vertelt dat van de 'beroemde' zeepindustrie in de Syrische stad vrijwel niets meer over is. De meeste bedrijfjes zijn verwoest of verlaten. Talloze gezinnen waren economisch afhankelijk van de 300 familiezaken die er voor de oorlog waren. Een aantal daarvan heeft de productie verplaatst naar de kust van Syrië en landen als Libanon, Turkije, Frankrijk, Zweden en zelfs Australië.

En waar haalt Karawan nu zijn Savon d'Alep vandaan? "Nog steeds uit Aleppo", luidt het verrassende antwoord. De zeepmaker die aan deze Franse webwinkel levert, blijkt stug te zijn doorgegaan. Twee broers pogen ondanks de beroerde omstandigheden de productie en export voort te zetten. Eén broer woont nu met zijn gezin in Frankrijk. De ander is in Aleppo achtergebleven.

Telefoon kwijt

Christine Delpal belooft mij in contact te brengen met de broer in Frankrijk. Fateh Chehadeh luidt zijn naam. Er gaan twee weken van ongeduldig wachten voorbij. In de tussentijd traceer ik via internet andere zeepmakers uit Aleppo. Een aantal zit werkloos in Beiroet. Een heeft een fonkelnieuw fabriekje opgezet onder de rook van Parijs. Een ander maakt nu zeep in de Turkse havenstad Mersin.

De eigenaar van een Nederlandse webwinkel vertelt voorlopig gestopt te zijn met de inkoop. "Sommige leveringen waren bagger. Er zijn producenten die nu palmolie gebruiken in plaats van olijfolie. Het is ook onduidelijk waar ze gemaakt zijn, dus weet ik niet zeker of ik wel de vermaarde zeep uit Aleppo in handen heb", zegt Pieter Hofland.

Na enig aandringen gaat Karawan toch Fateh Chehadeh contacteren. Diezelfde middag krijg ik hem aan de lijn. Een imponerende basstem. Of ik 's avonds kan terugbellen, want hij is in zijn winkel aan het werk. Talrijke belpogingen na sluitingstijd leveren niets op.

In de weken die voorbijgaan (het is inmiddels eind oktober) hervatten het Syrische en Russische leger na een wapenstilstand van drie weken de bombardementen op het oosten van Aleppo. Er zijn tientallen doden te betreuren, ziekenhuizen en scholen worden verwoest en de water- en elektriciteitsvoorziening is gehavend. Het Rode Kruis meldt dat er een tekort is aan medicijnen en artsen en dat inwoners gras en huisdieren eten.

Ik informeer bij Christine Delpal. Fateh is zijn telefoon kwijtgeraakt. Zodra hij een nieuwe heeft, zal hij contact opnemen. Twee dagen later belt de basstem. "Mijn broer woont in West-Aleppo, daar is het relatief rustig."

De meeste Syrische zeepmakers zijn uitgeweken naar buurlanden, waar hun productie niet in het gedrang komt. Beeld Imageselect

De rebellen die in juli 2012 gewapend Aleppo binnentrokken, kregen alleen het oosten van de stad in hun greep. Zij slaagden er de afgelopen vier jaar niet in de controle van het leger op het westen te breken. En zo bleef het vrij rustig in het deel van de stad met de meeste economische activiteiten en overheidsgebouwen. In het kosmopolitische westen domineren rijke industriëlen met hun middeleeuwse stadspaleizen, een sterke middenklasse, dure hotels en uitgaansgelegenheden. Het oosten is conservatiever en sociaal-economisch zwakker.

Op niets-aan-de-handfilmpjes met de titel 'Aleppo life' liet het ministerie van Toerisme in september zelfs een idyllisch beeld van het westen zien: zonovergoten parken, zwembaden en moderne straten met weinig verkeer. Maar ook dit stadsdeel heeft, zeker in het begin van de oorlog en in de afgelopen drie maanden, te lijden gehad onder bombardementen en gebrek aan stroom en water. Bovendien waren de zware bombardementen in het oosten in de hele stad te horen en voelen.

Het groene goud

Fateh Chehadeh staat achter de toonbank van een charmant pand in het historische centrum van Straatsburg, omringd door zijn zeepjes. L'âme du Savon d'Alep heeft hij zijn winkel gedoopt (De ziel van Aleppo-zeep). De winkel in oosterse sferen ligt in een voor een handelaar ondraaglijk uitgestorven straatje. De rijzige gestalte leidt ons naar de voorraadruimte, waar juist deze dag een tiental vaten met vloeibare zeep uit Aleppo is gearriveerd, ingevlogen vanuit Damascus. In de hoek ligt een aantal juten zakken opgestapeld. Fateh (56) haalt er een brok lichtbruine zeep uit, snijdt die doormidden en toont de frisgroene binnenkant. "Dit is de originele olijfkleur." Hij brengt de twee helften naar zijn neus, snuift met de ogen dicht de geur langzaam op en roept stralend: "L'or vert!" (Het groene goud)

Zoals een sommelier zijn wijn proeft, zo keurt de zeepmaker zijn zeep. Fateh slaat een tweede doorkliefd blokje tegen de tafelrand. Het harde geluid van een baksteen. Hij weegt het in zijn hand en bekijkt de groene binnenkant. "Die eerste zeep is een jaar oud, deze vijf. Hoe ouder, hoe lichter van gewicht en hoe kleiner het groene hart."

Fateh kijkt blij verrast als ik mijn exemplaar tevoorschijn haal. Een kort moment lijken zijn gedachten weemoedig af te dwalen. En dan, zacht: "Ja, deze zeep komt uit ons familiebedrijf." Hij weegt het okergele blokje in zijn hand, ruikt en voelt eraan, tikt ermee op de tafel. "Het is geparfumeerd met komijn en is van 2010." Het geboortejaar voelt en ruikt hij niet alleen. Hij ziet het ook aan het sierlijke reliëf en aan de fraaie verpakking. "Zo kunnen we onze zeep helaas niet meer maken."

Privéchauffeur

Eind 2012 werd het 4.000 vierkante meter grote familiebedrijf uit de 17de eeuw bij een raketaanval op de binnenstad van Aleppo verwoest. Een paar medewerkers kwamen om het leven. Dieven plunderden de inventaris met een waarde van 2 miljoen euro.

"We kunnen nu alleen nog de originele, onbewerkte blokken maken, zonder doosje. De versierde, zoals jij hebt gekocht, waren vooral voor de westerse en Aziatische markt." Hij vertelt dat het reliëf is terug te vinden in het houtsnijwerk van deuren en luiken dat vele huizen in het oude centrum siert. Sierde, moet hij zeggen, want de sprookjesachtige binnenstad met de grootste bazaar ter wereld, de smalle steegjes, de hooggelegen citadel en de fraaie stadspaleizen, die tot Unesco-werelderfgoed werd verklaard en die jaarlijks honderdduizenden toeristen trok, is grotendeels verwoest. De aanvankelijke vriendelijke grijns op Fatehs gezicht verdwijnt als hij vertelt over deze "menselijke en culturele tragedie" in zijn stad.

Het familiebedrijf met Fateh aan het hoofd had in het jaar dat mijn zeepje werd gemaakt een omzet van een paar miljoen dollar en exporteerde zijn producten naar tal van Arabische, Afrikaanse en Europese landen, China, Japan, Canada en de Verenigde Staten. Afhankelijk van het seizoen had hij 30 tot 60 personeelsleden in dienst en kon hij het breed laten hangen met zijn gezin. Ze bewoonden een groot huis met personeel en lieten zich rondrijden door een privéchauffeur. "We maakten 1.500 ton zeep per jaar. Driekwart was voor de export, met Irak als grootste afnemer."

Na de verwoesting van hun bedrijf besloten Fateh en zijn twee jaar jongere broer Hassan de productie kleinschalig en op een veiliger plek voort te zetten. Dat werd de benedenverdieping van Hassans woning in een buitenwijk in het westen van Aleppo.

Fateh vertrok in de zomer van 2013 met zijn gezin naar Frankrijk om van daaruit de export nieuw leven in te blazen. Terneergeslagen: "Sinds het begin van de oorlog hebben al onze importeurs afgehaakt. Ze lijken banger dan wij. Mijn buitenlandse klanten waren als vrienden. Ik had gehoopt dat ze ons zouden steunen door te blijven inkopen. De oorlog raakt de burgers hard; alles wat ze hebben opgebouwd is hun ontnomen." Fateh zelf is weer bij nul begonnen en reist in Frankrijk met heimwee in zijn hart stad en land af om zijn zeep op beurzen en markten te verkopen. Vaak met in zijn kielzog zijn 21-jarige zoon Laïth, zijn beoogde opvolger.

Wat drijft de broers om het gevaarlijke Aleppo als locatie om te produceren te verkiezen boven veiliger oorden buiten Syrië waarnaar andere zeepmakers zijn uitgeweken? Dat is eenvoudig, stelt Fateh. Alleen in Aleppo is de hoge kwaliteit te halen waaraan de zeep haar roem dankt: nergens anders is het klimaat zo ideaal om de zeep in negen maanden tijd goed te laten drogen. Ook willen Fateh en Hassan geen concessies doen aan de kwaliteit van de ingrediënten. Weten we wel dat het water uit de Eufraat "zijdezacht" is en dat de Syrische olijfolie niet onderdoet voor die uit Spanje of Italië? Bovenal is het een heilige plicht voor de broers om het bijna 400 jaar oude familiebedrijf voort te zetten.

De eerste twee oorlogsjaren verliep de zeepmakerij nog redelijk gesmeerd. De olijfoogst was goed, de kwaliteit van de zeep dus ook. Maar in 2013 is een groot deel van de olijfbomen gekapt om in de winter als brandhout te dienen. De boomgaarden ten noorden van Aleppo werden door de oorlog niet goed meer onderhouden. En er waren weinig plukkers, voor zover ze niet al waren gevlucht, die hun leven wilden wagen.

Door de geringe olijfoogst en het gebrek aan ruimte en mankracht is de productie de voorbije jaren nog geen 10 procent van die van voor de oorlog, vertelt Fateh. De meeste kopzorgen hebben de broers nog over het transport: van de olijven en laurier naar Aleppo, en van de exportzeepjes de stad uit, naar de haven van Latakia. Voor de oorlog een rit van een uur, nu een tienvoud daarvan, laverend rond blokkades, checkpoints en vuurlinies. "Elke truck die vertrekt, is een nachtmerrie. Komen de goederen wel aan? Wordt de chauffeur onderweg niet beschoten, bestolen of afgeperst?"

Samen in de pick-up

Het plan was deze middag in Straatsburg via Skype met broer Hassan te praten. Dat gaat niet lukken, want er is geen elektriciteit, zegt Fateh. En ook de vele weken erna blijkt contact vanuit Nederland met Hassan niet mogelijk. Mijn Arabisch sprekende collega Sakir Khader krijgt Hassan af en toe even aan de lijn, waarop de verbinding weer wordt verbroken.

De drie maanden van deze zoektocht is Aleppo vrijwel dagelijks in het nieuws. Het regeringsleger van president Assad, gesteund door Rusland, wint steeds meer terrein in het noorden en oosten van de stad. Alle ziekenhuizen zijn kapotgebombardeerd, 250.000 inwoners zitten wekenlang als ratten in de val.

Ook het westen van Aleppo is regelmatig het doelwit van luchtaanvallen. Bij een bombardement op een school vinden zeven kinderen de dood. Fateh maakt zich zorgen om zijn stad en zijn broer. Het geweld van de bommen dreunt door tot in alle uithoeken van Aleppo. "Ik leef hier onder voortdurende spanning. Maar soms heb ik de indruk dat Hassan daar gelukkiger is dan ik hier. Als er na een week weer water is, vieren ze feest. Terwijl ik de bangste dromen heb, roken zij de waterpijp. Hassan is altijd optimistisch als ik hem spreek. Misschien doet hij dat voor mij."

Fateh bereidt zich voor op een vliegreis naar Damascus. Hij gaat de export van een deel van Hassans zeepproductie van het afgelopen jaar regelen. In de hoop dat de vrachtwagens ongeschonden de haven van Latakia bereiken. En Hassan, die bereidt zich voor op een nieuw zeepjaar. Het is oogsttijd in de olijfgaarden. Zijn broer in Straatsburg baalt dat hij er niet bij kan zijn. "Mijn ziel is in Aleppo achtergebleven. Maar ooit breekt de dag aan dat ik kan terugkeren en dat we samen in onze pick-up ons groene goud gaan ophalen."

Een paar weken nadat hij is teruggekeerd in Straatsburg, verhevigt de strijd in Aleppo. De regeringstroepen van Assad veroveren wijk na wijk op de rebellen. Tot begin vorige week de laatste gevechtshaard, in het zuiden, ook in handen valt van het Syrische leger. Fateh had donderdagavond kort telefonisch contact met zijn broer Hassan. Die vertelde dat de situatie in de stad "erg gevaarlijk" is. De bombardementen gaan door. Zijn deel van de stad blijft niet gespaard. Fateh: "Er moet werk worden gemaakt van een staakt-het-vuren om nog meer vernietiging van mensenlevens en materie te voorkomen."

Het zeepje waarmee dit verhaal begon, staat tijdens de weken van de speurtocht te pronken op mijn vensterbank. Op zoek naar originele cadeautjes voor onder de kerstboom kijk ik rond in de webwinkel van Fateh. Bij het openen van de site klinkt een opgewekt deuntje: 'Jingle bells, jingle bells...'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234