Zaterdag 07/12/2019

Op zoek naar de Belgische 'Ed Wood', de slechtste regisseur aller tijden

'Indien ik over dezelfde middelen als Steven Spielberg beschikte, dan zou ik het beter gedaan hebben. Maar indien hij het had moeten stellen met mijn middelen, dan had hij nooit een film gemaakt', zegt Jean-Jacques Rousseau in de Belgische documentaire Cinéastes à tout prix. In Cannes werd die boude uitspraak in ieder geval op applaus onthaald.

Jean-Jacques Rousseau - jawel, dat is zijn echte naam - is een van de drie cineasten uit de titel, die door de Belgische regisseur Frédéric Sojcher worden opgevoerd in zijn grappige documentaire Cinéastes / tout prix. De film werd op het Festival van Cannes in Officiële Selectie (buiten competitie) voorgesteld en draait vanaf vandaag in de Belgische bioscopen.

Naast Rousseau worden ook Max Naveaux en Jacques Hardy opgevoerd. Wat deze drie mannen met elkaar gemeen hebben, is dat zij geen geld, geen professionele ploeg en ook geen echte acteurs hebben, maar dat ze toch absoluut en ten koste van alles - / tout prix - films willen maken.

Jean-Jacques Rousseau is in een vroeger leven metser geweest en werkt nu in een cultureel centrum, Max Naveaux is een gepensioneerde filmprojectionist en Jacques Hardy voorzag eerder in zijn broodwinning als leraar economie. Objectief beschouwd zijn het stuk voor stuk amateur-cineasten en over hun respectieve talent kan men gerust van mening verschillen, maar ze zijn blijkbaar zo door de filmmicrobe gebeten dat ze zich telkens weer in een nieuw filmavontuur storten. En dat ze steeds opnieuw een groep mensen rond zich kunnen verzamelen om die even onvoorstelbare als onvoorspelbare avonturen met hen te delen.

Max Naveaux heeft een duidelijke voorkeur voor oorlogsfilms en vertelt trots dat hij de enige filmmaker is die ooit van het ministerie van Defensie de toelating kreeg om echte oorlogsmunitie te gebruiken. Een van zijn vaste acteurs, een vertegenwoordiger in karton en ander verpakkingsmateriaal, haalt herinneringen op aan zijn vertolking als SS-officier waarbij hij effectief zijn leven riskeerde omdat er op de set met scherp werd geschoten. Om de risico's toch enigszins te beperken, werden de kogels in kwestie wel door een eliteschutter afgevuurd! Voor meer grootschalige slagveldscènes moet Naveaux zich dan weer behelpen met maquettes waarop hij zijn miniatuursoldaatjes positioneert en dan zijn camera enkele bewegingen in vogelvlucht laat maken.

Van zijn kant verandert Jacques Hardy graag van filmgenre: dat gaat dan van een eigenzinnige variatie op het Don Camillo-thema, over een western, tot de Asterix-achtige peplum 'Cesar Babarius', waarvoor hij zelfs Voeren-politicus Jean-Marie Happart bereid vond om te figureren als Romeins senator. Ook Hardy heeft zijn eigen fetisj-acteurs, zoals de rondbuikige koster van de parochiekerk van Haccourt, die heel fier laat weten dat hij altijd mee mag beslissen over de vrouwelijke cast. Zijn voornaamste en eigenlijk enige criterium: ze moeten mooi zijn.

In de documentaire loopt Jean-Jacques Rousseau het grootste deel van de tijd met een zwarte bivakmuts over zijn hoofd. De reden is dubbel, legt hij uit. Er is die indiaanse legende die wil dat men samen met de 'afbeelding' ook de ziel van iemand kan stelen. En daarnaast wil hij liever niet herkend worden, ook al is het niet meteen duidelijk waarom hij dat eigenlijk wil. Rousseau wil wel laten weten dat hij een artiest is en dat hij dus enorm lijdt! En ja, hij heeft ooit met zelfmoordplannen rondgelopen omdat hij "het beu was de meest debiele regisseur van de streek, of zelfs van heel België", genoemd te worden.

Gelukkig was er net op tijd de ontmoeting met de roemruchte cinefiel en 'entarteur' Noel Godin, die Jean-Jacques wist te overtuigen dat hij toch goed bezig was! Volgens Godin moeten de werkstukken van Rousseau onder de noemer 'art brut' gecatalogeerd worden, terwijl acteur Benoît Poelvoorde, die ook geïnterviewd wordt in deze documentaire, de films in kwestie als 'onquichottesques' omschrijft.

De camera van Sojcher volgt Rousseau - dit keer zonder masker, maar dan wel in de nek gefilmd - als hij de markten afschuimt op zoek naar acteurs en figuranten voor zijn films, die dan wel bereid moeten zijn om ter plekke een geïmproviseerde auditie te doen. Een van de vaste vertolkers van Rousseau legt uit dat hij toch wel een aparte regiestijl heeft: "Soms geeft hij aanwijzingen. Soms niet. En soms achteraf."

De documentaire laat ook verschillende fragmenten zien uit het werk van de cineasten, waarbij duidelijk wordt dat ze alle drie in aanmerking komen voor de titel van de Belgische 'Ed Wood'. Dat was die Amerikaanse cineast die met films als Plan 9 from Outer Space de geschiedenis in ging als 'de slechtste regisseur aller tijden'. Een tijdje geleden draaide Tim Burton een 'biopic' over hem met Johnny Depp in de titelrol.

Wat die Ed Wood-film en deze Belgische documentaire met elkaar gemeen hebben, is dat de respectieve protagonisten met heel veel sympathie en zonder neerbuigendheid benaderd en geportretteerd worden. Ook al kunnen bepaalde uitspraken en/of gedragingen van Rousseau, Naveaux en Hardy 'belachelijk' genoemd worden, toch heeft regisseur Frédéric Sojcher vooral aandacht voor hun koppige volharding, voor hun passionele gedrevenheid, voor wat hij zelf hun 'fièvre du cinéma' (filmkoorts) noemt. Tegelijk is zijn film ook een soort onderzoek naar de soms dunne scheidingslijn tussen 'officiële' cultuur enerzijds en deze zeer persoonlijke, maar atypische en niet geconsacreerde uitingen van artistieke bevlogenheid anderzijds. "Ils rendent le réel délirant", vindt Sojcher. En het is volgens hem dan ook geen toeval dat deze drie Don Quichottes van de film afkomstig zijn uit het land van het surrealisme. Waar anders zou men bijvoorbeeld een film laten beginnen met een pancarte waarop de mededeling 'Paris. Vingt ans après' prijkt.

Twintig jaar later!? Maar niemand weet eigenlijk wat voorafging. Dat surrealistische land heeft trouwens ook zijn eigen Festival de Canne, waar onder meer ruimte is voor de films van Rousseau, Naveaux en Hardy. Canne is namelijk een dorp aan het Albertkanaal, ergens tussen Luik en Maastricht, en daar heeft men dus ook een filmfestival.

Zoiets kan men gewoon niet uitvinden. Net zoals men niet kan verzinnen dat Rousseau een videocassette met daarop enkele van zijn films onder een boom begraven heeft in een loden box. Om zijn werk te beschermen tegen mogelijke radioactiviteit. En het zo te bewaren voor als onze planeet ooit het bezoek zou krijgen van buitenaardse wezens.

Jan Temmerman

HHH VERTOLKING Max Naveaux, Jacques Hardy, Jean-Jacques Rousseau, Noel Godin, Benoît Poelvoorde, Bouli Lanners, Jean-Marie Happart

REGIE Frédéric Sojcher GENRE documentaire LAND Belgie SPEELDUUR 66 minuten

Docu over drie mannen zonder geld, zonder professionele ploeg en zonder echte acteurs

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234