Maandag 28/11/2022

Op weg naar overal en nergens

Een musivisch debuut: Peter Drehmanns. 'De blindganger'

Joris Gerits

Peter Drehmanns' debuut De blindganger kan men omschrijven als een musivische roman, maar ook het beeld van een speeltafeltje met intarsia is geschikt om de inhoud weer te geven, en wie De blindganger een rapiarium zou noemen heeft helemaal geen ongelijk. Musivisch, intarsia, rapiarium, de woorden staan allemaal in het woordenboek, ze hebben te maken met respectievelijk mozaïek, inlegwerk en tekstencollectie.

Terwijl de inhoudsopgave van een roman dikwijls verwaarloosbare lectuur is, loont het in het geval van De blindganger de moeite die heel goed te bekijken, want er tekent zich een aantal figuren in af die de lezer in het tekstmozaïek kan herkennen. Zes fragmenten hebben een cursieve titel met als kernwoord begin, waaraan dan adjectieven worden toegevoegd: voorlopig, voorzichtig, voorspoedig, voortvluchtig, voorbeeldig, definitief. Deze roman heeft blijkbaar geen ontwikkeling, hij begint telkens opnieuw.

De openingsregel luidt verrassend: "Maar nee, zo is het natuurlijk niet gegaan." Hoe het dan wel gegaan is? De lezer krijgt letterlijk wat brokstukjes voorgeschoteld om zelf zijn mozaïek te maken, dat nooit af raakt. Zelfs het slotfragment met de titel 'Happy end' is een begin, een onbevlekte ontvangenis: met de pen die hij met eigen sperma gevuld heeft, begint de ik-figuur te schrijven. Die ik-figuur heet Petr Pert en in vier over de roman verspreide signalementen wordt een portret van hem getekend. Dat portret is zoals zijn naam "een woordspelig verzinsel van nabokoviaanse snit".

Vijf fragmenten beginnen met de aanspreking 'Lief dagboek', en onthullen wat de bezigheden en drijfveren in het leven van Petr Pert zijn: "dat leven van mij dat gaat nergens over, dat is als een verhaal waarbij men zich wanhopig afvraagt: waar gaat dat in godsnaam over, daar is toch geen touw aan vast te knopen?!" Aan zijn dagboek vertrouwt hij verder toe: "eigenlijk wil ik het liefst niets zijn". Hij noteert er de volgende droom in: hij moest zich bij een instantie melden waar hem gevraagd werd zijn naam op een formulier te schrijven, wat een hele nacht duurde en een berg papier veroorzaakte omdat hij, tot zijn ontzetting, in de lettertekens die hij op papier zette nooit zijn naam kon herkennen. In het laatste dagboekfragment lezen we onder meer: "Mijn bestaan bestaat nauwelijks, bestaat steeds minder. Mijn methode is een methode van sporen uitwissen, zeg ik maar altijd om mijn beuzelarijen nog wat cachet te geven, om de moed erin te houden, om de spot te drijven met mijn bezigheden."

We hoeven er niet aan te twijfelen, De blindganger presenteert zich als een postmoderne roman. De personages erin worden verdonkeremaand in plaats van diepzinnig geanalyseerd. In plaats van de zinvolheid wordt de leegte en futiliteit van hun handelingen beklemtoond. Een van de bezigheden van Petr Pert is het maken van ontwerpen voor een oudejaarsboodschap aan de vooravond van een nieuw millennium. De blindganger bevat vijf van zulke ontwerpen.

Met zwier mixt de auteur oude dure woorden (ausculteren, ciceroniaans otium) met nieuwe modewoorden (internetter, magnetronconsument). Hij heeft aandacht voor de problematische taal waarin boodschappen verpakt worden. Dat demonstreert hij ironisch in een tweetalige toespraak waarvan de zogenaamd Engelse vertaling compleet het tegenovergestelde zegt van de Nederlandse tekst. De werkelijkheid is nu eenmaal grillig en ambigu, wit en zwart tegelijkertijd. In 'Domicilie (exterieur)' wordt het huis van Petr Pert gesitueerd en in 'Domicilie (interieur)' wordt het, in overeenstemming met de leegte van het bestaan van zijn bewoner, beschreven als "een huis als de fata morgana van een gestrande reiziger". Petr Pert reist erin rond als een nomade, "verankerd in het drijfzand van zijn dromen".

In die dromen komen twee ex-geliefden voor. Er is een Vlaamse vriendin die in Brussel woont en die Petr Pert de duivelsdochter noemt omdat ze het kind is van de ex-jezuïetenpater die als de Troubadour van het Heilig Hart bekendheid heeft verworven. Er is ook Grazia Tettamanti, receptioniste op een camping in de buurt van Rome. In een hymne, al even barok als het lijf van Grazia, beschrijft Petr Pert zijn verliefdheid en zijn kortstondige relatie met haar. Beide gelieven hebben hem in de steek gelaten. Als men vraagt hoe het met hem staat, antwoordt Petr Pert: "Voortreffelijk; ik sta met een voet in het graf en met de andere op een bananenschil!" Tussen de dreiging en de zekerheid van het terechtkomen in die definitieve valkuil zwalkt het bestaan van Petr Pert, in dienst van dottor Gabriele Snotzi, oprichter van de Antonius Associatie. Zijn opdracht is het opsporen van mensen die kostbare objecten zijn kwijtgeraakt die ondertussen teruggevonden zijn. Het is werk dat voornamelijk uit wachten bestaat, tot die schimmige Snotzi, die in Brussel woont, voor hem weer een opdracht op zijn antwoordapparaat achterlaat. Die opdrachten zijn inderdaad zo dun gezaaid dat Petr Pert erop wacht met een zelfde intensiteit als Vladimir en Estragon op Godot. "Het heeft er alle schijn van dat ik, Petr Pert, een zich vervolmakende overbodigheid aan het worden ben," luidt de conclusie van een zelfbeschouwing.

Perts oblomoviaanse levenshouding maakt hem verwant met de hoofdpersoon uit Heldenjaren van P.F. Thomèse. Zijn encyclopedische nieuwsgierigheid deelt hij met de personages van Atte Jongstra of Koen Peeters. De reflectie van de ik-verteller op de betekenis van het schrijven heeft raakpunten met die van Pol Hoste. Die gebruikte in Ontroeringen van een forens het beeld van de palimpsesttekst als een oerbeeld van de intertekstualiteit. 'Palimpsest' is de titel van een van de fragmenten in De blindganger, terwijl een ander fragment met de titel 'Gestolen boodschap(pen)' louter uit citaten van meer dan dertig auteurs bestaat. In bijgevoegde noten geeft Drehmanns ook meer dan dertig benamingen voor dit soort ontleningen, zoals geroofd van, ontstolen aan, afgeluisterd, opgevangen van, gejatmousd, gepikt, gegapt, gejat, gebietst, enzovoort. Als hij het Vlaamse idioom poogt te imiteren ("we besluiten ergens een pinteke te vatten!") slaat hij de plank echter nogal eens mis. De blindganger is een opmerkelijk debuut, een musivische mentale expeditie naar overal, alles, niks en nergens. Het kleinste tekststeentje uit het mozaïek van dit boek bestaat uit amper twee zinnen. Ik wil ze graag citeren als een voorbeeld van de suggestieve stijl van Drehmanns: "Jeugdherinnering. Eens zat ik op een schommel en dacht ik dat de hemel bestond en dat de sterren dichtbij waren. Toen hield iemand op mij te duwen." Na de lectuur van De blindganger verwonderde het mij geenszins te vernemen dat Peter Drehmanns ook hoofdredacteur is van het pas opgerichte In 't Schip, tijdschrift voor verdwaalde expeditieleden en ontspoorde dromers.

Peter Drehmanns, De blindganger, Anthos, Amsterdam, 197 p., 695 frank.

(Foto RV)(Ill. omslag boek)

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234