Woensdag 03/03/2021

Reportage

Op weg naar nergens: tussen de vluchtelingen in Hongarije

Het Keleti Station in Boedapest. Hier verzamelen asielzoekers in de hoop de trein naar Duitsland of elders te kunnen nemen. Beeld Eric De Mildt
Het Keleti Station in Boedapest. Hier verzamelen asielzoekers in de hoop de trein naar Duitsland of elders te kunnen nemen.Beeld Eric De Mildt

Met duizenden per dag stromen de vluchtelingen Hongarije binnen, het land waar ze vooral zo snel mogelijk weg willen. Wat onze reporter ter plekke niet zag, was het fel gemediatiseerde hek. "Maar of dat ding er nu wel of niet staat, het werkt wel."

De honderden snippers roze karton liggen er zomaar, uitgestrooid door honderden handen en vervolgens door de wind nonchalant uit elkaar gewaaid langs vele kilometers spoorwegberm. Te midden van de kledingstukken, de lege plastic ­flessen, de gescheurde rugzakken, achtergelaten slaapzakken en andere bewijzen van een intense menselijke passage. "Requesting ­political asylum", kunnen we nog net lezen op zo'n stukje roze karton, met daarboven een identieke tekst in het Grieks.

De naam van de man of vrouw die eerder op de tocht in Griekenland geregistreerd werd en daar dan ook politiek asiel moest aanvragen, valt nog onmogelijk te reconstrueren. En dat was uiteraard ook de bedoeling: Griekenland was de hel, daar wilden ze onder geen beding blijven, zal een naar eigen zeggen Afghaanse vluchteling ons iets later vertellen. Naar Duitsland willen ze, om te studeren of om te werken, en dan vormen een eerdere registratie en asielaanvraag in een ander EU-land een onoverkomelijk obstakel.

De hele setting hier, diep in het Hongaarse platteland en op een boogscheut van de grens met Servië, heeft iets surrealistisch. Zonne­bloemvelden en paprika­plantages zover het oog reiken kan, met daartussen een spoorweg die zich zachtjes richting Servië ­slingert. Op die spoorweg, en in de berm, komen de vluchtelingen in kleine groepjes afgesjokt: de blik op ­oneindig, rugzak en wat verschoten kleren op de rug, waterfles in de hand. Hele families, jonge snaken in de fleur van hun leven, oude ­mannen met door de zon gegroefde gezichten, maar ook opvallend veel jonge vrouwen, niet zelden met kleine kindjes aan de hand of op de arm.

Iets verderop langs diezelfde spoorweg wacht de Hongaarse ­politie, klaar om het menselijk wrakhout op te vangen en met zachte dwang naar een veld te ­leiden waar een aantal agenten hen zal bewaken. "In afwachting van de komst van enkele bussen", zo vertelt ons de enige agent die een mondje Engels praat. "Die zal de ­vluchtelingen dan naar een ­opvangkamp brengen."

Een lokale journalist ziet het hoofdschuddend aan. "De ­vluchtelingenkampen in het hele land zitten overvol, ze weten gewoon niet meer waar naartoe met al die mensen. De meeste vluchtelingen willen daar overigens ook ­helemaal niet heen, bang als ze zijn om hun vingerafdrukken te moeten laten nemen en dan hier ook ­politiek asiel te moeten vragen. Kom hier vanavond laat of ­morgen­ochtend vroeg maar eens een kijkje nemen. Dan staan de mensensmokkelaars rijen dik aan te schuiven met hun BMW's of Mercedessen aan het benzine­station even verderop. Als je maar genoeg betaalt, brengen ze je overal naartoe, tot in Berlijn als het moet."

Spoorweg bij Röszke. Hier steken asielzoekers de grens tussen Servië en Hongarije over Beeld Eric De Mildt
Spoorweg bij Röszke. Hier steken asielzoekers de grens tussen Servië en Hongarije overBeeld Eric De Mildt

Het hek

Anno 2014 leefden er in Hongarije zowat 140.000 - hoofdzakelijk Europese - migranten, op een totale bevolking van goed 10 miljoen. Proportioneel is dat een van de ­laagste aantallen in de hele EU. Het aantal asielzoekers zit ­daarentegen al enkele jaren stevig in de lift: in 2013 ging het nog maar over 18.900 mensen - van wie er amper 415 ook asiel kregen -, vorig jaar waren er ruim 42.000 ­aanvragen en eind juni van dit jaar stond de teller al op 59.000. Al hoort daar meteen ook een ­stevige kanttekening bij: de ­overgrote meerderheid van die ­asielaanvragers verliet het land al haast onmiddellijk nadat de ­procedure werd opgestart.

Maandenlang was het wereldwijd voorpaginanieuws: de Hongaarse premier Viktor Orbán bouwde in zijn land een gigantisch hek langs de volledige grens met Servië. Het hek, zo berichtten tal van media, zou ruim 170 kilometer lang en tot 4 meter hoog worden. Om de vluchtelingenstroom te stoppen, dat spreekt. Vier grensovergangen zijn we deze week gepasseerd of ­overgestoken, kilometers hebben we door de fraaie Hongaarse velden gestapt, maar het hek, dat hebben we niet gevonden. Of je moest de drie rollen prikkeldraad bovenop elkaar, zelfs geen anderhalve meter hoog, als een hek beschouwen.

Hier en daar patrouilleren agenten, of houden ze de wacht bij een stuk prikkeldraad waar overduidelijk al mensen op- of onder geklauterd zijn. Een onderbroek, een rolletje wc-papier, een kapotte rugzak of een busje deodorant: het zijn de stille getuigen van de kleine drama's - of net niet - die zich hier de voorbije dagen afspeelden.

De agenten tonen zich opvallend vriendelijk, twijfelen overduidelijk zelf aan de zin van hun opdracht hier, maar spreken onvoldoende Engels om daar ook iets zinnigs over te kunnen vertellen. Dat we naar het commissariaat van Szeged moeten gaan, goed 20 kilometer verderop, als we vragen hebben over de ­aanpak of de zin daarvan. En dus blijft het, niet in het minst voor de vele journalisten hier, vergeefs ­zoeken naar een strategie in een poging de zin hiervan enigszins te vatten. Vooral als je de almaar ­aanzwellende stroom vluchtelingen aanschouwt die via de spoorweg zomaar Hongarije binnentrekt. Want hoewel de overgrote meerderheid daarvan zich gedwee laat ­wegleiden door de politie, haasten hele groepjes zich even voor de ­politiecontrole ook van de spoorweg af, om via een omtrekkende ­beweging rond de controlepost te trekken.

De agenten staan erbij en kijken ernaar. Wat zouden ze ook, met een tiental agenten tegenover deze vluchtelingenzee? "Gisteren kregen we aan deze grensovergang een recordaantal mensen binnen", zal politieofficier Szabolis Szenti ons wat later ­bevestigen bij de ingang van het ­provisoire, bijzonder chaotisch ogende tijdelijke opvangkamp net over de grensovergang met Servië in Roske. "Op 24 uur tijd kwamen er 2.330 vluchtelingen de grens over, 555 daarvan waren kinderen."

Hij ontkent niet dat er af en toe wat kleine schermutselingen ­plaatsvinden - tientallen agenten met wapenstok bewaken de ingang van het kamp, journalisten worden op afstand gehouden - maar Szenti probeert de pers ervan te overtuigen dat de Hongaarse politie echt wel haar best doet om de vluchtelingen op menswaardige wijze op te ­vangen. "Alle mensen die we hier oppakken, worden in dit voorlopige kamp opgevangen, voor maximaal 36 uur", klinkt het. "Vervolgens ­voeren we hen naar de echte opvangkampen, waar ook de ­immigratiediensten aanwezig zijn en waar ze dus asiel kunnen ­aanvragen."

Op onze vraag waar het ­veelbesproken metershoge hek - ook hier in de praktijk niet meer dan drie rollen prikkeldraad - dan wel verrijst en of het überhaupt enig nut heeft, volgt een wat verveelde reactie. "Dat moet je niet aan mij vragen, dat is een klus voor het leger."

Tijd voor een ommetje richting Servië, naar het dorp Kanjiza, goed 20 kilometer over de grens met Hongarije. Wekenlang verzamelden de vluchtelingen die hier met ­bussen vanuit Belgrado gedropt werden zich in het dorpscentrum, in almaar grotere aantallen. Dit zorgde voor enige wrevel, en dus besloot de Servische overheid het geweer van schouder te veranderen. Enkele kilometers buiten het dorpscentrum openden ze een tijdelijk opvangkamp.

null Beeld Eric De Mildt
Beeld Eric De Mildt
null Beeld Eric De Mildt
Beeld Eric De Mildt
Het befaamde hek in de buurt van Röszke Beeld Eric De Mildt
Het befaamde hek in de buurt van RöszkeBeeld Eric De Mildt

Cynisch visitekaartje

Vluchtelingen én journalisten kunnen er vrij in- en uitlopen, en dat is geen toeval. Het kamp is schoon en ruim, biedt ­voldoende sanitaire voorzieningen en intussen zijn er ook allerlei humanitaire organisaties ­neergestreken. Een mooi, maar ook behoorlijk cynisch visitekaartje, zeg maar: de Serviërs willen ons maar al te graag duidelijk maken hoe zij zich hier, vlakbij de grens, uitsloven voor het welzijn van de vluchtelingen. Dat ze dan hopelijk nog sneller het land uit zijn, dat is dan toch maar mooi meegenomen?

Eén ding is zeker: de taxichauffeurs die hier aan- en afrijden naar de grens, met vaak zes of zeven Syriërs in hun auto gepropt, doen gouden zaken. Diezelfde avond nog keren we terug naar de spoorlijn, waar de mensenstroom zo mogelijk nog grotere proporties heeft aangenomen. We worden er aangeklampt door een groepje hippe jonge kerels: Lacoste of Jack & Jones om het lijf, All Stars aan de voeten, dure smartphone in de hand. Zoals nogal wat vluchtelingen die hier ons pad ­kruisten, zijn ook zij overduidelijk geen arme drommels.

Fadil Abassi (29) en zijn vrienden vertrokken twee weken geleden ­vanuit Aleppo. Via Turkije, waarna het met de boot naar Griekenland ging. "Daarna reisden we verder met de trein, met de fiets, hele stukken te voet ook. You name it, we did it. Het was bij momenten een helletocht, heel gevaarlijk soms, maar de ­situatie in Aleppo was onhoudbaar geworden. We zaten soms letterlijk tussen twee vuren, IS en het ­regeringsleger. Elke dag vielen er bommen en overal waren er doden. Het is ook heel moeilijk geworden om in de stad nog aan drinkbaar water te raken, iedereen wil er weg."

Fadil doet, opvallend genoeg, zijn relaas in behoorlijk Frans. "Ik werkte als leerkracht Frans in Aleppo. Mijn vriend hier gaf er les filosofie. Mijn vrouw en dochtertje zijn in Aleppo gebleven, maar zodra ik in Duitsland ben laat ik hen zo snel mogelijk overkomen."

En dan willen ze weg, zo snel mogelijk richting Boedapest, met een taxi als het even kan. Of we hen een tocht door de velden kunnen aanbevelen, om zo de politie te ­ontwijken? De sociale tamtam werkt hier razendsnel, maar in tegenstelling tot deze jonge kerels hebben de meeste vluchtelingen de moed noch de kracht om na alweer een vermoeiende dag nog de velden in te trekken.

Net voor de politiecontrole en het tijdelijke opvangkamp worden we nog aangesproken door een jonge vader, die haast bezwijkt onder het gewicht van een rugzak, enkele ­tassen en een zak met flessen water en een doosje melk. In zijn kielzog een mooie gesluierde vrouw, met een klein meisje op de arm, haar beentje in het gips. Engels spreken ze nauwelijks, hun ogen staan dof en angstig, maar het enige woord dat almaar terugkomt is 'police'.

Je kunt de Hongaren veel ­aanwrijven, maar dit is zeker: de anti-migratieretoriek in de ­internationale media heeft zijn effect niet gemist. Ook al is het ons intussen duidelijk geworden dat er hoogstens over een afstand van enkele kilometers sprake is van een echt hek langs de grens, de ­boodschap is wel aangekomen. En daar was het de Hongaarse regering wellicht ook om te doen.

Water in het Keleti Station in Budapest Beeld Eric De Mildt
Water in het Keleti Station in BudapestBeeld Eric De Mildt
null Beeld Eric De Mildt
Beeld Eric De Mildt

Symboolfunctie

"Vanuit UNHCR hebben wij uiteraard een groot probleem met het zogenaamde hek, wat dit in praktijk ook moge inhouden", stelt Babar Baloch, woordvoerder van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR in Hongarije. "Elk land mag z'n ­grenzen beveiligen zoals het dat zelf wil, maar asiel aanvragen is geen ­misdaad, het is een internationaal erkend recht. Een hek kan nooit een oplossing zijn voor een vluchtelingenprobleem. Op de koop toe staat het ook al op Hongaarse bodem: als mensen bij het hek komen, kunnen ze dus gewoon asiel aanvragen in Hongarije. Ik kan me dus niet ­ontdoen van de indruk dat dit hek eerder een symbool is, naar Europa toe en voor binnenlands politiek gebruik. Alleen gaan sommige vluchtelingen hierdoor ook gewoon op zoek naar riskante alternatieven, of belanden ze zo sneller in de ­klauwen van mensenhandelaars."

Volgens het verdrag van Dublin moeten asielzoekers zich laten ­registreren in het eerste EU-land waar ze de Unie binnenkomen. In dat land moeten ze vervolgens ook asiel aanvragen als ze dat wensen. Met andere woorden: Hongarije zou de tienduizenden Syriërs, Afghanen of Irakezen die vandaag het land binnenkomen in theorie stuk voor stuk kunnen terugsturen naar Griekenland, vanwaar ze via Turkije de EU binnen kwamen, en hen ­verplichten om in Griekenland asiel aan te vragen? "Theoretisch gezien is dat zo," bevestigt Baloch, "maar heb je al gezien hoeveel mensen er vandaag aanspoelen op de Griekse kusten? Het land zelf is een economische puinhoop, en kan de situatie ­overduidelijk niet meer de baas. Zolang wij Griekenland niet echt helpen, en asielzoekers daar op straat moeten slapen, proberen we Hongarije duidelijk te maken dat we het hier over mensen hebben, ­mensen die niet de speelbal moeten worden van de internationale politiek. Vandaag tellen we wereldwijd 20 miljoen vluchtelingen, 4 miljoen daarvan zijn Syriërs. Ook Hongarije moet meer inspanningen leveren om die vluchtelingen hier op menswaardige wijze te ontvangen."

De volgend avond gaan we 's avonds naar het prachtige Keleti Station, hartje Boedapest, waar zowat 600 mensen al wekenlang in de openlucht kamperen naast de stationshal. De affiches op de ­stationsmuren, in het Engels en in het Arabisch, laten weinig aan de verbeelding over. 'Warning for asylum seekers: Buying a ticket to Vienna or Munich? Be careful! If you do not have proper travel documents ­(passport, visa, asylum documents) you can be taken off the train by police/border guards. You will lose your ticket money and be returned to transit zones in Budapest. Worse: you could be deported to Serbia!'

null Beeld Eric De Mildt
Beeld Eric De Mildt
Controle op de trein naar Berlijn. Zonder papieren van asielaanvraag in Hongarije kom je er niet op Beeld Eric De Mildt
Controle op de trein naar Berlijn. Zonder papieren van asielaanvraag in Hongarije kom je er niet opBeeld Eric De Mildt

Ontmoedigend

Voor de honderden vluchtelingen die nog amper wat geld overhouden, lijkt de odyssee hier voorlopig dan ook te eindigen: geen papieren ­betekent immers ook een reisverbod, en dan resten enkel nog de eigen creativiteit of de mensensmokkelaars om het laatst traject richting Oostenrijk en Duitsland te overbruggen. Enkele tieners verdoen er de tijd met een partijtje voetbal, honderden mensen liggen er lusteloos op dekens en matrassen op de grond, vrouwen proberen krijsende ­zuigelingen te bedaren. Iets ­verderop houden enkele agenten een oogje in het zeil.

Nora (29), een vrijwilligster uit Boedapest, sleurt enkele zakken met oude kledij aan, maar het is duidelijk dat de situatie stilaan ook het handvol vrijwilligers dat zich hier dagelijks uitslooft boven het hoofd begint te groeien. "Vanuit het stadsbestuur doet men letterlijk niets voor deze mensen", klinkt het bitter. "Het heeft weken geduurd alvorens er enkele waterkraantjes werden geplaatst, zodat ze zich toch minstens ietwat kunnen verfrissen. De meeste ­vluchtelingen hier beschikken wel over tijdelijke registratiepapieren, maar daarmee mogen ze van de politie niet reizen. De voorbije weken werden ze systematisch van de trein geplukt als ze richting Duitsland probeerden te reizen, nu controleert de politie heel streng aan de perrons hier in het station. Een stuk efficiënter wellicht."

Hoe dat precies in zijn werk gaat, stellen we wat later met eigen ogen vast in de imposante stationshal. Een drietal agenten staat strategisch opgesteld bij de toegang naar de sporen. Wie blond of blank is, of westers oogt, kan zonder enig ­probleem doorlopen. Reizigers met een ietwat getaande huid of een Arabisch uiterlijk wacht een strenge controle, waarna ze doorgaans ­ontmoedigd afdruipen. En dat is, als je twee dagen lang de verhalen van deze mensen gehoord hebt en de angst en ellende in hun ogen gelezen hebt, een heuse schande. Voor Europa, maar net zo goed voor de moorddadige regimes, fanatici en andere heilsprofeten die - in naam van hun godsdienst of het eigen grote gelijk - miljoenen ­mensen richting Europa blijven ­drijven. Of richting een anonieme container, waar met het laatste restje lucht ook hun droom ­definitief verdwijnt.

null Beeld Eric De Mildt
Beeld Eric De Mildt
null Beeld Eric De Mildt
Beeld Eric De Mildt
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234