Zaterdag 21/05/2022

Op universiteit staat geen leeftijd

Een verplichte oriëntatieproef is één antwoord op de lage slaagcijfers

"Mijd de universiteit", schrijft schrijver-journalist Thomas Blondeau in De Morgen van 25/8. Hij lanceert daarmee een opvallende en schijnbaar wat tegendraadse oproep. Ten eerste neemt het aantal universiteitsstudenten aan Vlaamse universiteiten immers jaar na jaar toe; alleen al de KU Leuven zag zijn studentenaantal in acht jaar tijd groeien van bijna 30.000 naar ruim 40.000. Ten tweede lijkt die oproep op het eerste gezicht ook moeilijk te rijmen met wat Europa nastreeft in haar ambitieuze Europa 2020-strategie: een geleidelijke toename van het aantal Europeanen dat tertiair onderwijs, of een equivalent daarvan, heeft afgewerkt.

Maar Blondeau heeft een punt. Niet zozeer in het beeld dat hij met enige couleur locale schetst van het universitair onderwijs zoals hij dat als 18-jarige, intussen al zo'n 15 jaar geleden, moest trotseren: met 'proffen die de 31ste druk van hun syllabus voorlazen'. Hopelijk zorgen de huidige evaluatiesystemen voor docenten ervoor dat studenten dit anno 2012 niet meer hoeven te pikken. In de kern van zijn betoog slaat hij echter de nagel op de kop: de lage slaagcijfers van eerstejaarsstudenten aan Vlaamse universiteiten (een recente studie heeft het over 36 procent), zijn wel degelijk zorgwekkend. Met alle financiële, maatschappelijke en, vooral, persoonlijke gevolgen van dien, want telkens opnieuw mislukken komt niet meteen iemands zelfbeeld ten goede.

Verlengd middelbaar

In België hebben studenten gelukkig een zeer grote keuzevrijheid. Vooral in deze periode, net voor de start van het nieuwe academiejaar, ervaren duizenden jongeren dat die keuzevrijheid tegelijk een enorme uitdaging inhoudt. Kies je voor wat je graag doet en aansluit bij jouw interesses? Kies je - evenzeer verdedigbaar vanuit maatschappelijk oogpunt - voor een studierichting die economisch rendeert en naar een knelpuntenberoep leidt? Zoek je een compromis? Niet eenvoudig, zeker niet voor een achttienjarige die nog volop in ontwikkeling is en op dat moment ook tientallen andere keuzes moet maken. In die zin kan wat Blondeau voorstelt - een 'tussenjaar' gevuld met buitenlandse ervaring of (vrijwilligers)werk - er inderdaad voor zorgen dat er na wat 'rijping' uiteindelijk wel een juiste studiekeuze gemaakt wordt. Hele horden Amerikaanse en Australische jongeren die ook nu weer in hun gap year de wereld rondtrekken, zullen dat graag beamen.

Maar een 'tussenjaar' is maar één element en een dat niet meteen voor iedereen (financieel) haalbaar is. Er is dus meer nodig dan wat Blondeau "de daadkracht om te besluiten: misschien volgend jaar nog even geen unief" noemt.

Meestal wordt er dan gekeken naar het middelbaar onderwijs, dat leerlingen onvoldoende zou voorbereiden op een jaar aan de universiteit. Feit is dat we aan de universiteit gelukkig nog steeds fantastische studenten vanuit het middelbaar onderwijs krijgen aangeleverd: studenten die matuur zijn, weten wat ze willen, zich op een intelligente wijze in de leerstof kunnen verdiepen en er zelfs een bijdrage toe kunnen leveren. Feit is tegelijkertijd dat er door de democratisering van het hoger onderwijs steeds meer studenten aan de universiteit terechtkomen uit richtingen die niet in de eerste plaats voorbereiden op hogere studies. Dat veel studenten nu kansen krijgen die vorige generaties moesten missen, is positief, maar vaak is er nog werk vóór studeren ook kan renderen.

En daar kan de universiteit zelf ook met oplossingen komen. Onder meer KU Leuven-rector Marc Waer pleitte precies een jaar geleden voor een 'brede bacheloropleiding', met binnen de geesteswetenschappen meer aandacht voor positieve wetenschappen en omgekeerd. Sommigen vrezen ervoor dat zo'n 'verlengd middelbaar' in het nadeel is van studenten die op hun achttiende wél weten wat ze willen, maar dat hoeft niet zo te zijn met het huidige flexibele studiepuntensysteem en de zogenaamde 'verdiepende bachelors'. Daarnaast biedt ook een verplichte oriëntatieproef bij het begin van het eerste jaar, niet te verwarren met de toelatingsproef zoals die voor de opleiding geneeskunde bestaat, mogelijkheden. Zo'n proef, met daarin een toetsing van strategische taalvaardigheid, vermogen tot abstract denken en motivatie, geeft studenten meteen een signaal dat er werk aan de winkel is, zonder zware repercussies. Nu ploeteren studenten vaak nog tot februari eer ze hun eerste waarschuwing krijgen, niet zelden in de vorm van cijfers die niets aan de verbeelding over laten. Een bijkomende troef voor de universiteit is de investering in 'levenslang leren' (LLL). Dat concept staat sinds 2001 stevig op de Europese agenda: in combinatie met e(lectronic)-learning, is LLL een essentieel onderdeel van een Europese kennismaatschappij en -economie die kan concurreren met 'de rest van de wereld'. In de praktijk is er echter nog werk. Een geïnteresseerde werknemer met een gezin moet zich nu nog al te vaak in duizend bochten wringen om aan de universiteit één of enkele vakken te volgen, ook al bestaat er een grote meerwaarde voor de 'student-professional', voor de medestudenten én voor de professor. Met zulke studenten zou die de 31ste druk van zijn cursus niet durven voor te lezen.

Het rigide automatisme, of de sociale druk, dat iemand best naar de universiteit gaat op 18-jarige leeftijd (of überhaupt naar de universiteit gaat) wringt steeds meer met wat Anthony Giddens en Ulrich Beck al een hele tijd geleden de reflexieve moderniteit noemden, een maatschappij waarin we voortdurend mogen/moeten kiezen. Dat is geenszins een pleidooi om een universitair traject eindeloos te rekken, zo lang dat de overheid, zoals in Nederland, uiteindelijk 'langstudeerboetes' moet opleggen. Integendeel. Een goede, weloverwogen keuze aan het begin van het traject kan er net voor zorgen dat studenten hun studieparcours, ten eerste, tot het einde afleggen, en ten tweede, vlotter afleggen. En daar heeft iedereen bij te winnen: de maatschappij die in onderwijs investeert, de professoren, en - vooral - de studenten zelf.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234