Dinsdag 01/12/2020

op Theater aan Zee ‘local hero met bigband’

“Is het met drums?” vroeg Vermandere ooit na een aanzoek tot samenspel van Wannes Cappelle. “Bah, een muur van lawaai rond je optrekken uit onzekerheid. Zing toch gewoon alleen met je gitaar, als je dàt kan, ben je juist bezig.”

Wannes Cappelle staat helemaal alleen met zijn gitaar in de Uitgelezen-tent op het Zeeheldenplein. Twee liedjes, een opwarmertje voor het grote concert van straks. Zijn groep, Het Zesde Metaal, staat vanavond gewoon tussen het publiek. Zij stonden de voorbije vijf jaar al drie keer op TAZ. De eerste keer om de wedstrijd Jong Muziek te komen winnen, het jaar daarna om die overwinning te vieren, en de laatste keer om hun album Akattemets voor te stellen. “Festivalcoördinator Luc Muylaert is een fan”, zegt Wannes. Hij niet alleen. In deze vierde passage merk je hoezeer het TAZ-publiek zich is gaan hechten aan hun local hero.

Benieuwd wat Vermandere, toch de voorvader der zingende zeehelden, zou vinden van het nieuwste ‘excuus’ om Wannes hier te programmeren. Ik stel mij een plotse witte flits voor in het TAZ-brainstormbureau: Frank Vaganée staat dit jaar in voor de muzikale uitnodiging en die leidt toch ook het Brussels Jazz Orchestra... En als één plus één minstens twee is, waarom arrangeren we dan de liedjes van Het Zesde Metaal niet voor een bigband, op die manier hebben we Wannes hier nog niet gehad. En alles viel schone en stif ‘armonieus samen in de breinen van de curatoren.

Toch niet zo evident volgens Wannes. “Ik ben niet zo vertrouwd met bigbands, maar ik was zeer vereerd en nieuwsgierig naar hoe dat zou klinken. Onze liedjes hebben de meest eenvoudige strofe-refreinstructuurtjes, het BJO was evenzeer benieuwd naar wat er precies van hen verwacht werd met dit materiaal. Ik heb hen meteen gerustgesteld, ik vind het niet meer dan logisch dat je dergelijke topmuzikanten de volledige vrijheid geeft om hun ding te doen. Gyuri Spies schreef de arrangementen voor deze uitvoering en dan ging het snel. De nieuwe partituren werden uitgedeeld en al na twee repetities voelden we dat het goed zat.”

Op het podium van Café Koer lijkt Wannes maar niet te kunnen wennen aan de grote eer die hem hier te beurt valt. “Mijn liedjes door een groot orkest laten spelen is een even merkwaardige oefening als van de avonturen van Pietje Puk een film noir maken.” Toch illustreren net dat soort bindtekstjes hoe gemakkelijk hij zich daar staat te voelen. Geen nieuw lied zonder een flauwe woordspeling vooraf, hij komt er mee weg wegens authentiek. “Er zijn over mij nochtans al een aantal recensies verschenen waarin letterlijk staat: Cappelle zaagt en blijft zagen... Ik weiger mezelf te serieus te nemen. Soms worden de dingen mooier als je ze wat kleiner maakt.”

Diezelfde schoonheid van het kleine, de ode aan het alledaagse vind je in al zijn teksten terug en toch verglijden die miniatuurtjes nergens naar banale anekdotiek. De poëzie die hij weet bloot te leggen in dat kleiige West-Vlaams heft zijn verhaaltje naar een hoger, universeler plan. In ‘Appartementje’ tast een jong koppel - ze hebben het niet breed - de moeilijke discipline van het samenwonen af: gie è gekookt, ik vin’ het lekker en gie staa’ vroeg ip, ik zette de wekker. De taken zijn eerlijk verdeeld. Dieper in het lied voel je hoe barsten uit afzonderlijke verledens opnieuw door de muren trekken. Al was het maar voor het zicht, dure renovaties dringen zich op. ’t Gaa voe stif veel geld moeten zijn a’k u ooit verkope.

Dat Wannes Cappelle hier dit jaar zo mag blinken tussen de blazers van het Brussels Jazz Orchestra getuigt van een trouwheid aan eigen overtuigingen van de TAZ-programmatoren. Het toont hun betrokkenheid bij de jonge maker, de bekommernis om een inhoudelijk parcours, de waardering voor en opvolging van zijn artistiek materiaal.

Dat deze Wannes Cappelle een dergelijk gloriemoment verdient, daar was iedereen in de grote tent het roerend over eens. Dat de eenmalige samenwerking met het BJO een succes mag genoemd worden lijdt geen twijfel. Het leverde soms spectaculaire climaxen op waar je in de ‘gewone’ cd-versietjes niet naar moet zoeken. In een uptempo song als het populaire ‘Keuning van de jacht’ ontstaat er een energie waardoor alles wonderwel samenvalt. Maar ik moet bovenal bekennen dat ik grote fan ben van de intimiteit en de poëtische spankracht in de liedjes van Wannes Cappelle. Lichtjes aangeraakt door de viool van Liesa Van der Aa en verder heeft dat voor mijn part niet veel nodig. Ik zit liever in de bruine kroeg dan in de pluche concertzaal. Ik raak sneller ontroerd door de afgezonderde knotwilg dan door de koninklijke serres.

Voor u mij verdenkt van kousen in sandalen: het gebeurt niet alle dagen dat ik de uit steen gekapte meningen van Vermandere bijtreed, maar vandaag stond de wind gunstig.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234