Zondag 16/05/2021

Op Super Besse tellen enkel superbenen

's Ochtends aan de start op het autocircuit van Le Mans grijnsde Jurgen Van den Broeck zo waar. Hij kwam ontspannen de bus uit, strekte even de armen, leek zo relaxed dat de meeste journalisten even niet wisten wat vragen, en fietste rustig naar het podium om het startblad te tekenen. "Om hem draait het", zei Mark Sergeant, met een hoofdknikje naar zijn kopman, terwijl de manager van Omega Pharma-Lotto belegerd bleef door camera's en micro's en nog eens mocht uitleggen dat Greipel op het einde van de rit in een massasprint echt zijn kans mocht gaan en dat de ploeg hem hierin ten volle zou steunen, maar dat dit Philippe Gilbert toch niet hoefde te beletten. Maar de Tour de France is een containerbegrip dat minstens twee aparte competities omvat: de strijd om de dagzege, en die om het algemeen klassement. Die zijn wel met elkaar verstrengeld, maar ze leiden tot een ander leven. Ze worden betwist door andere renners, andere ploegen zelfs, met andere prioriteiten. Ze kunnen elkaar in de weg lopen of juist versterken, zoals op Mûr-de-Bretagne.

Maar verder heeft de helft van de renners van Omega Pharma-Lotto deels andere besognes dan de echte kopman, Jurgen Van den Broeck. Die voor zijn doen relaxed is, want het gaat hem goed. Elke rit opnieuw zit hij vooraan. "Ik heb nog geen enkele valpartij gezien", had hij tijdens een of andere debriefing gezegd. "Ik hoor het altijd door de oortjes, maar het gebeurt achter mij." Dat hoeft geen grootspraak te zijn. In bijna elke rit - ook de sprintersetappes - eindigt Jurgen Van den Broeck dicht achter de snelle jongens. Hij niet alleen, overigens. Cadel Evans en Andy Klöden laten zich ook niet snel uitzakken, en gisteren was Andy Schleck - met zijn tenger lichaam en dunne benen lichamelijk zowat de antisprinter - zestiende in de door Cavendish gewonnen massasprint, amper twee plaatsen na Philippe Gilbert, die nochtans mee aanzette om zijn groene trui te verdedigen.

Randanimatie

Ze raken dus stilaan in conditie: de favorieten, de klassementsrijders, de klimmers, noem hen hoe je wil. Vanaf dit weekend raakt de echte sportieve hiërarchie weer hersteld: hoe spannend en spectaculair ook, Mark Cavendish en de sprinters zijn uiteindelijk de betere randanimatie, het gesmaakte vooroptreden. Maar de Tour de France draait niet om de groene, maar de gele trui. En al zit die nu al zes dagen om de schouders van Thor Hushovd, de sterke Noor is slechts een pandhouder van dat textiel. De echte eigenaar is nog niet bekend, maar zijn naam verwijst wellicht niet naar de Scandinavische mythologie. In Walhalla, het mythische paleis voor de krijgers die sneuvelen op het veld van eer, woont er voorlopig nog geen Alberto, Andy of Cadel. Zij zullen hun strijd voeren vanaf de komende dagen.

Het Centraal Massief zou dit jaar belangrijker kunnen zijn dan oorspronkelijk gewild. Dat komt door het verloop van de eerste week. Superfavoriet, titelverdediger en drievoudig Tourwinnaar Alberto Contador staat bij bijna alle andere favorieten in het krijt. Hij heeft ongeveer een minuut veertig achterstand op Cadel Evans en Andy Schleck. Hij kan wachten tot de Pyreneeën om aan die achterstand te knagen, maar elke dag uitstel maakt de onderneming heikeler. Waarom al geen halve minuut terugwinnen: dat past in de wiskundige logica (de laatste jaren worden de meeste Touroverwinningen geboekt met een voorsprong die in Parijs niet eens één minuut bedraagt), en het is bovendien goed voor het moreel.

En het terrein leent zich ertoe. Dit is geen Vogezenrit waar de laatste col op vele kilometers voor de traditionele streep in Colmar ligt. De parcoursbouwers van deze Tour trekken het stramien van de eerste 'vlakke' ritten door: zowel de zaterdagrit naar Super Besse als de zondagrit naar Saint-Flour komen op een helling aan - in Saint-Flour een kort (1,6 kilometer) maar nijdig (gemiddeld 6,1 procent) klimmetje, de Montée des Orgues.

Toch is het profiel van de beide etappes totaal verschillend. Er is één goed vergelijkingspunt: de Tour van 2008, waar de renners net als nu aankwamen in Châteauroux (kijk eens aan: Cavendish won), en de dag nadien de rit net als nu over haast hetzelfde traject als vandaag startte in Aigurande en aankwam op Super Besse. Contador was er toen nog niet bij omdat zijn Astanateam geen startrecht kreeg, de Schlecks en Cadel Evans wel, maar ze lieten zich ringeloren door de nu afwezige Carlos Sastre.

Eerst de zaterdagrit. Toen lag in Super Besse de streep op 1.289 hoogte, nu op 1.275 meter. De dagwinnaar was de infame epo-junk Riccardo Ricco (een klimmer, een ronderenner), na hem eindigden Alejandro Valverde (een klassieke renner, zelfs een snelle man) voor Cadel Evans (tijdrijder, ronderenner) en Fränk Schleck (ronderenner). Als Philippe Gilbert nog fit genoeg zou zijn, mag hij tot het type-Valverde gerekend worden, en een goede Alberto Contador klom en klimt net zo sterk als Riccardo Ricco. Met andere woorden: op Super Besse kan elk type favoriet winnen. En als de krachtsverhoudingen van 2009 zich ongeveer herhalen in 2010, met niet té grote tijdsverschillen. Ricco won toen met één seconde op Valverde en vier op Schleck. Maar wie op zijn adem trapt en niet in vorm is, moet op zijn tellen letten: Andy Schleck verloor op Super Besse een flinke 45 seconden. Of Thor Hushovd zijn gele trui kan houden, is een open vraag. Destijds liep hij in 'de bus' binnen, op bijna achttien minuten. Paniek voor Super Besse is niet nodig, alertheid - en conditie - wel.

De dag nadien trokken de renners van Brioude naar Aurillac, een rit over twee colletjes van tweede categorie. Zondag wordt het huidige peloton van Issoire naar Saint-Flour gestuurd, drie colletjes van tweede categorie (plus drie van derde en twee van vierde). Alleen ligt het gros van dat klimwerk tussen kilometer 90 en 154, waarna nog meer dan vijftig kilometer te fietsen valt tot de streep. Niet dat de klimmen niet nijdig zijn - de col Perthus is 'maar' 4,4 kilometer lang, maar stijgt gemiddeld wel 7,9 procent, waaronder één gemene strook van 11,5 procent. Toen won de ontsnapte Luis-Leon Sanchez, en hij bleef net uit de greep van een eerste peloton van een man of vijftig. Die waren toen vuil, nat en doodmoe, want het was écht een slopende rit. Die staat van fysieke uitputting zal vandaag niet anders zijn, maar maandag is het rustdag. Dan mag een renner wat dieper gaan - en op die kleine slotklim zàl natuurlijk gereden worden door wie dat kan: of voor de ritzege, of voor enige tijdswinst, of voor beide.

Al heeft het kransje favorieten zichzelf aardig uitgedund. "Crashes are a part in cycling but it's crazy", twitterde Levi Leipheimer. Zeg dat wel: geen team dat zo geteisterd werd dan RadioShack. In de rit naar Cap Fréhel brak Brajkovic zijn sleutelbeen. Naar Lisieux mikte Leipheimer zich in de vangrail en verloor een minuut. Gisteren kwakten niet minder dan zés Shack-renners tegen de grond. Chris Horner - vorig jaar nog tiende in Parijs - had een hersenschudding "avec perte de connaissance", volgens het medisch bulletin. Toch vervolgde hij de rit - hij kwam als laatste binnen - werd overgebracht naar het ziekenhuis, waar men onder meer een gebroken neus vaststelde. Toch is het nog niet zeker of Horner opgeeft. De eerste voetballer die klaagt over een pijn aan de teen verdient hier een strafstage.

Naast Horner waren er nog slachtoffers bij RadioShack. Levi Leipheimer verloor weer 3:06 en kan een klassement haast vergeten. Hij zat vandaag in het onfortuinlijke gezelschap van de Tsjech Roman Kreuziger (Astana), vorig jaar nog negende, en de Canadees Ryder Hesjedahl (Garmin), vorig jaar nog zevende en twee rechtstreekse concurrenten van Van den Broeck voor een ereplaats. Nog onfortuinlijker verging het Skykopman Bradley Wiggins, winnaar van de jongste Dauphiné en in 2009 nog vierde: hij viel en brak zijn linkersleutelbeen: opgave.

Zo daalt elke dag het aantal usual suspects op een hoge klassering. Als men abstractie maakt van de logische superfavorieten (Contador en de Schlecks) en de top van het klassement van vorig jaar (Samuel Sanchez, Jurgen Van den Broeck, Robert Gesink), en een paar ambitieuze oude krijgers (Ivan Basso, Alexander Vinokoerov), zijn er twee namen die verrassen. RadioShackkopman Andreas Klöden, al een heel jaar sterk op dreef en in deze Tour nog niet op één foutje te betrappen: misschien zorgt de pech bij zijn ploegmaats dat de hiërarchie in het team ineens in de plooi valt - voor zover de maats nog in staat zijn te helpen natuurlijk. En dan is er de vreemde verschijning die Cadel Evans heet. Dit jaar al de prestigerit op Mûr-de-Bretagne gewonnen, voor alle schoon volk, en - toch niet vergeten - vorig jaar ook al in het geel. Hij veroverde dat tricot na de felle Alpenklim van Avoriaz, doch viel al de volgende rit en moest verder met een barst in het schouderblad. Vorig jaar was het dus niet van niet kunnen. En voorlopig 'kan' Evans het opnieuw, en bovendien lijkt zijn BMC-team bijzonder paraat voor de dag te komen. Vraag is, zoals elk jaar, of hij een hele Tour lang op niveau kan blijven.

Samen met Cavendish is Evans het meest authentieke karakter in het Tourpeloton. Cavendish is brutaal en onwaarschijnlijk working class. Zoals deze tweet, gisteren na de rit: "1 point today I got bad stomach cramp & farted unintentionally. Really thought I'd..ahem..followed through. So sorry to Liquigas guy behind." Dit soort 'pis, kak & scheet'-grollen zal niet voor ieders bek zijn, maar Cavendish spreekt er wel een breed publiek mee aan. Evans heeft ook een aparte humor. Een supporter die te dicht bij zijn hond komt (die komt ook naar de Tour) wordt bedreigd dat zijn kop eraf gaat. Een VRT-collega die hem interviewde, kreeg te horen: 'Wat ben jij een oninspirerend persoon.' Waar Cavendish met zijn optreden zijn aanhang verbreedt, vernauwt Evans die, zondert hij zich af, bijna tot het hoekje van de zonderling.

Maar dat telt niet in de cols. Of Andy en Fränk Schleck vriendelijk en verleidelijk zijn, of Jurgen Van den Broeck nors of stuurs is, of Cadel Evans zich als een halve weirdo met falsetstem gedraagt, dat is allemaal bijzaak. Op Super Besse tellen alleen superbenen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234