Zondag 27/11/2022

Op stap met SchrijversZelden worden plekken zo mooi beschreven als door schrijvers. We gingen op zoek naar de plaatsen waar vijf auteurs bijzondere herinneringen aan hebben. Loop met Herman Brusselmans door de straten van Gent, beleef het Brussel waar Kristien Hemmerechts werd geboren en trek met Remco Campert naar de ‘Verboden Duinen’ van Den Haag.Door Katrijn SerneelsMet Herman Brusselmans door Gent

Herman Brusselmans: “Ik was achttien en ging als jongen uit het dorp Hamme, in Oost-Vlaanderen, studeren in de grote stad Gent. Mijn hoofdvakken waren Nederlands en Engels, en die werden gedoceerd in een universitair gebouw dat ‘de Blandijn’ werd genoemd, omdat de straat waarin het lag de Blandijnberg heette. Ook al in de jaren zeventig, waarin dit verhaal zich afspeelt, was het een niet al te best onderhouden gebouw dat van onder tot boven was afgebladderd door de adem, de voetstappen en de angst van duizenden studenten. Toch maakte het in het begin indruk op mij omdat ik, als ik er binnenkwam, vreesde dat uit een van de ontelbare deuren een oude professor zou opduiken die tegen mij bazelde: ‘Ga jij maar terug naar Hamme, sukkel, want hier heb je niks te zoeken.’ Iedere dag ging ik met de trein van 7 uur naar Gent. Daar arriveerde ik om 8 uur, hoewel het eerste college pas om 9 uur zou beginnen. Op den duur ging het als volgt: in de hal van de Blandijn stonden houten banken met daarnaast asbakken op hoge poten - natuurlijk mocht je in die tijd altijd en overal roken zoveel je wou - en ik ging op zo’n bank zitten, rookte mijn sigaretten en keek naar wat er allemaal gebeurde in de Blandijn. Mensen kwamen en gingen, oude professoren negeerden mij, mooie meisjes maakten hun opwachting. En nu, meer dan dertig jaar later, zit ik in gedachten wel eens op een houten bank in de hal van de Blandijn, en ik heb een heel klein beetje heimwee. Die asbakken op hoge poten, die vergeet ik nooit meer.”

Vijf aanraders

De Faculteit Letteren en Wijsbegeerte aan de Blandijnberg ligt op het hoogste punt van Gent. Het is een mooi vertrekpunt voor een tocht door de stad. De asbakken van weleer staan er nu niet meer, de banken nog wel.

De immense gebouwen van de Leopoldskazerne worden niet langer bewoond door militairen, maar zijn in gebruik als oefenruimtes voor musici en ateliers voor kunstenaars.

Brasserie Mub’art heeft een terras met uitzicht op het Citadelpark, in 1875 aangelegd in Engelse landschapsstijl. Als je langs de grot met waterval loopt, kom je uit bij het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst (SMAK).

In het museumcafé van het SMAK kun je vanaf 10 uur ontbijten. Het museum is gevestigd in een voormalig casino. Aan de overkant heb je het indrukwekkende Museum voor Schone Kunsten met Vlaamse meesters.

Restaurant Grade, verscholen achter twee statige, zwarte gevels, is genoemd naar luitenant-generaal Eugène Grade, de vroegere eigenaar. In de loungebar krijg je vanaf 11 uur een koffie of een drankje. Achter het restaurant met zijn barokke plafonds ligt een binnentuin met terras.

Met Connie Palmen naar ‘Parel van de Roer’

Connie Palmen: “Op de oude foto’s ligt het huis nog aan een rulle landweg en is het omgeven door velden met koren en andere gewassen. Het is 1953 en mijn vader heeft zelf de plek in zijn geboortedorp uitgezocht waarop hij zijn eigen huis wil bouwen. Hij koopt het land van zijn toekomstige buren, ontgint het en ontwerpt samen met een architect het huis waarin hij de rest van zijn leven wil wonen. Op een mistige dag in november van dat jaar trouwt hij met de vrouw van wie hij houdt en die de moeder zal worden van mijn drie broers en mij, en ze betrekken het naar cement, verf en vers hout geurende huis. Het dorp telt dan nog geen tweeduizend zielen. In de ogen van de dorpsbewoners is het nieuwe huis op de hoek van de Molenstraat modern. Het is in de hoogte gebouwd, met grote ramen en een ruime bovenetage. Het huis is nu meer dan een halve eeuw oud en inmiddels omgeven door eenzelfde soort huizen. Niemand beschouwt ze nog als modern. Modern is de nieuwbouw aan de rand van het dorp. De nieuwe en jonge dorpsbewoners herken je het snelst in de avonduren, als het buiten donker is en binnen het licht aan moet. Dan zijn bij de oude dorpsbewoners de gordijnen dicht en de rolluiken naar beneden en kun je bij de jongeren naar binnen kijken. Dan kun je zien of ze op Little House on the Prairie hebben afgestemd.”

Vijf aanraders

Sint Odiliënberg, waar Connie Palmen opgroeide, wordt de ‘Parel aan de Roer’ genoemd. De elfde-eeuwse basiliek met haar imposante torens is het kroonjuweel van het dorp.

Loop het moderne winkelcentrum aan de Molenweg binnen en neem bij bakkerij Cox een heerlijke Limburgse vlaai mee.

In de molenloods van Verbeek, gebouwd in 1883, vind je nu de kunstgalerie van Marleen Hansen, die samen met Connie Palmen op school zat. Je kunt er een cursus abstract schilderen volgen.

Twee kasteelhoeves, Huis Hoosden uit de zestiende eeuw en Huis Hoveren, liggen middenin de natuur te wachten op een bezoek.

De voormalige dokterswoning aan de Hagelkruisweg 7 heeft een tweede leven gekregen als B&B Bergopwaerts.

Met Remco Campert naar de Haagse duinen

Remco Campert: “Als ik aan Den Haag denk, mijn geboortestad, zie ik allereerst de zee voor me. Het is nog voor de Tweede Wereldoorlog en we wonen in het villadorp Kijkduin, onder de rook van Den Haag. Vanuit onze tuin liep je zo de duinen in. Als het zomerseizoen voorbij is, hebben wij, jongetjes, de duinen, het strand en de zee voor ons alleen. De duinen worden de ‘Verboden Duinen’ genoemd. Op straffe van iets mag je ze niet betreden, maar daar trekken we ons niets van aan. De avond valt, we sluipen door de duinen, op onze hoede voor koddebeiers die jagen op stropers, die op hun beurt jagen op het duinkonijn. Op het strand gekomen blaast de najaarsstorm in ons gezicht. Golven ploffen neer op het strand en trekken zich in zilverachtig ruisen terug. Het is pikdonker en voorbij onze bedtijd als we thuiskomen, waar men zich juist ongerust begon te maken. Later wonen we middenin Den Haag. Ik ben bijna elf als 10 mei 1940 aanbreekt. We zouden naar de kermis in de dierentuin gaan, maar dat gaat niet door. Het is nog nacht als we gewekt worden door gebrom en getier van vliegtuigen, droge knallen van afweergeschut, de radio die onheilspellende berichten afvuurt. Ik woon allang niet meer in Den Haag. De oorlogsgeluiden zijn verstomd, maar het ruisen van de zee zal ik altijd blijven horen.”

Vijf aanraders

Villapark Meer en Bosch in Kijkduin werd in de jaren twintig door architecten Blijvoet en Duiker ontworpen. Vele van de rietgedekte cottages in de duinen zijn nu verdwenen. Aan de Scheveningselaan en Noordwijkselaan vind je nog enkele originele exemplaren terug, zoals nummer acht, met de loggia, het lage rieten dak en de tuin die uitgeeft op de duinen.

Achter het Atlantic Hotel begint een pad door de duinen. Het Westduinpark en de Bosjes van Poot behoren tot een beschermd natuurgebied van 250 hectare. Je vindt er duinplanten zoals zeewinde, duindoorn en blauwe zeedistel en maar liefst 140 soorten broedvogels.

Bij Strandslag 5 staat de Jutterskeet van Ome Jan. Op zaterdag en zondag vanaf 12 uur opent hij de deuren. Binnen vind je bakken met schelpen, een mammoetkies, vissershelmen, schoenen, slippers en gevonden fietssleutels.

Aan het begin van de wandelpromenade staat een kleine vuurtoren, die je op eigen risico kunt beklimmen.

Poffertjeshuis Kijkduin heeft meer dan veertig soorten pannenkoeken op het menu en ouderwetse poffertjes met boter en poedersuiker. Geen zin in zoetigheid? Zet je dan neer op het terras van een ander restaurant op de boulevard. Hier hoor je ook het ruisen van de zee.

Met Kristien Hemmerechts door Brussel

Kristien Hemmerechts: “Ik was jong en veel moest me vergeven worden. Een vriend van me werkte als redacteur voor het blad van het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten. En of ik een stukje kon schrijven over mijn lievelingskunstwerk. Ik hoefde niet lang over de vraag na te denken. Mijn lievelingskunstwerken, schreef ik, waren de route van bus 71 en de mannelijke kont. Instappen doe je bij het Centraal Station. De bus klimt de Kunstberg op en rijdt voorbij het Paleis voor Schone Kunsten. Dan zwenkt hij naar links en dendert over de kasseien langs de Warande en het Koninklijke Paleis, dat alleen bij officiële gelegenheden gebruikt wordt. De bus steekt de kleine ring over en duikt Matonge, de Afrikaanse buurt binnen. Ik stapte altijd bij het Ferdinand Cocqplein uit en ging iets drinken in Amour Fou, wat dolle liefde betekent. Of wilde liefde. Of dwaze liefde. Alsof liefde ooit verstandig is. Een enkele keer reed ik tot het Flageyplein, waar het oude omroepgebouw van de VRT staat. Als kind ben ik er vaak geweest, want mijn vader werkte er. Tijdens zijn lunchpauze wandelde hij langs de vijvers van Elsene. En soms liep ik naast hem. Mijn vader is er niet meer, maar bus 71 volgt nog altijd dezelfde route. En met een beetje geluk is er een man met een knappe kont aan boord.”

Vijf aanraders

Het Paleis voor Schone Kunsten alias Bozar is een art-decogebouw met maar liefst acht niveaus. In de kostschool van Monsieur en Madame Héger die vroeger op deze plek stond, hebben Charlotte en Emily Brönte les gevolgd halfweg de negentiende eeuw. Charlotte werd verliefd op Monsieur Héger, een onvervulde liefde die haar romans inspireerde. Zij liet haar personages door Brussel lopen, dat ze “Villette” noemde, petite ville, kleine stad.

In de Naamsestraat vind je verleidelijk mooie winkels zoals Natan, waar prinses Mathilde haar kleding koopt.

Tegenover het gemeentehuis van Elsene ligt L’Amour Fou. De houten stoelen en tafels zijn simpel, maar het eten is bijzonder lekker.

Het Flageygebouw, het voormalige omroepcentrum van de BRT, werd gebouwd in 1935. Sinds 2002 is het in gebruik voor culturele manifestaties.

De Elsenevijvers zijn omzoomd met treurwilgen en kastanjebomen. Verborgen achter de groene haagjes van het terras van de chique brasserie Canterbury kun je er heerlijk mensen kijken.

Met Cees Nooteboom in Baarns kasteel

Cees Nooteboom: “We zijn in de jaren vijftig, ik zat op het katholiek lyceum in Hilversum. Ik was een ijverige lezer van de Tachtigers, de natuurbeschrijvingen in Van de koele meren des doods en De kleine Johannes hadden hun werk gedaan; in mijn allereerste onbeholpen gedichten hebben de maan, de mist en de bomen het voor het zeggen. Dat werd niet minder toen ik ontdekte dat er, verscholen in de bossen van Baarn, een kasteel lag, waar je uit de verte naar kon kijken. Daar stond ik dan, tussen de zware rododendronstruiken, en keek. Wat zag ik? Verre, hoge, oud-Hollandse ramen, waarachter licht scheen. Daar woonden dus mensen. Over wat voor mensen dat waren, had ik allerlei voorstellingen die meer met sprookjes dan met iets anders te maken hadden. Jaren later kwam ik niet door de achterkant, maar door de grote voordeur naar binnen en leerde de mensen die daar woonden kennen, een oude anarchistische fotograaf en zijn onvergetelijke vrouw, Jopie en Ali Colson. Niet lang daarna woonde ik er zelf omdat Joop me gelegenheid wilde geven aan een boek met korte verhalen te werken, dat De verliefde gevangene zou gaan heten. Jopie en Ali zijn dood, het sprookjeskasteel is nu een geordend museum, de wilde dagen met de grote feesten zijn voorgoed voorbij, en weer net als vroeger staar ik met heimwee naar die grote ramen. Alleen weet ik nu wat ik mis, en heb mijn les geleerd: heimwee is erger dan verlangen.”

Vijf aanraders

Kasteel Groeneveld werd drie eeuwen geleden gebouwd als zomerverblijf door rijke vrijgezel Marcus Mamuchet. Het is nu een museum waar je alles over de geschiedenis van het kasteel te weten komt.

Voor kinderen is er het kabouterpad, een soort speurtocht door het kasteel en het park. Aan het einde van de tocht krijgen ze een kaboutercertificaat. Volwassenen kunnen er met behulp van gps crosscountrywandelingen ondernemen.

Zoek in het park de negentiende-eeuwse ijskelder, waar tegenwoordig grootoorvleermuizen wonen. Sta ook even stil bij de vijvers, het eiland met de rode beuken en de 8 meter hoge Wijnberg.

In de selfservicebrasserie kun je terecht voor koffie, thee, landgoedsapjes, cake brownies en moorkoppen. Voor de lunch zijn er huisgemaakte soepen met biogroenten en ambachtelijke hamburgers van het landgoed.

Er worden regelmatig poëzie- en muziekavonden georganiseerd. Schrijvers op zoek naar een rustige plek kunnen hier tijdelijk logeren om aan hun boek te werken, eenmaal per jaar is er een schrijversbanket.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234