Dinsdag 10/12/2019

Op stap met Adolf en Sigmund

Het tijdperk van nazi-Duitsland lijkt een onuitputtelijke bron voor auteurs te zijn. Drie totaal verschillende boeken die vrijwel tegelijkertijd uitkomen, spelen zich af tegen de achtergrond van het Derde Rijk. Joseph Pearce

Rotte tijden

Robert Seethaler (1966) komt in De Weense sigarenboer ongeschonden uit de confrontatie met de geschiedenis. Dat komt in de eerste plaats door de lichtvoetige manier waarop de Oostenrijkse auteur de tiener Franz Huchel met Sigmund Freud, de grondlegger van de psychoanalyse, laat converseren. Humor en zelfspot zijn daarbij trouwens extra troeven.

In de tweede plaats past Seethaler de ontmoetingen van Huchel met Freud zo doordacht in, dat er een mooi evenwicht ontstaat tussen de beslommeringen van de jongen enerzijds en de zielsgesteldheid van de wereldberoemde neuroloog anderzijds.

Ten derde houdt de schrijver het brede politieke kader constant in het oog, zodat er een knap contrast ontstaat tussen het lot van ieder individu en het lot van Oostenrijk en bij uitbreiding de hele wereld. De gebeurtenissen spelen zich immers af vanaf de nazomer van 1937 tot en met de gevolgen van de annexatie van Oostenrijk door nazi-Duitsland in de lente van 1938.

Huchel is een naïeve, weke knaap als hij vanuit het vredige Salzkammergut naar het bruisende Wenen trekt om er als hulpje van de oorlogsinvalide Otto Trsnjek in diens sigarenzaak te werken. Al bij zijn aankomst krijgt de naïviteit van de jongen een deuk. Wanneer hij opmerkt dat de riool een vreselijke stank verspreidt, antwoordt een dame: 'De riool? Nee. Het zijn de tijden. Rotte tijden zijn het namelijk. Rot, wormstekig en bedorven.' En als Huchel denkt dat hij met het Boheemse hoertje Aneszka de perfecte liefde heeft gevonden, helpt Freud hem uit die droom. 'We komen niet op de wereld om antwoorden te vinden', waarschuwt hij, 'maar om vragen te stellen'.

Seethaler hakt ten slotte zonder pardon in op het toenmalige antisemitisme van zijn landgenoten. Ook vandaag nog vinden vele Oostenrijkers dat hun land het eerste slachtoffer van Adolf Hitler was. Seethaler heeft geen spat medelijden met dat zelfbedrog. De Weense sigarenboer charmeert ten slotte door een klasrijke stijl die zowel ragfijne natuurbeschrijvingen als bevattelijk geformuleerde overpeinzingen moeiteloos doet opglanzen.

Siamese tweeling

Seethalers' bekoorlijke stijl staat in schril contrast met de banale stijl in Vandaag leven we nog. Deze roman van Emmanuelle Pirotte, ontstaan uit een filmscenario dat ze samen met Sylvestre Sbille schreef, opent al met een vreemde zin: 'De boterham bleef vlak voor de lippen van de vader in de lucht hangen.' Was de man een goochelaar die boterhammen kon doen zweven?

Gelukkig zet Pirotte daarna alles in op actie en spanning. Tijdens de slag om de Ardennen in de winter van 1944 valt het 7-jarige Joodse meisje Renée in handen van twee als Amerikaanse soldaten vermomde SS'ers. De Duitsers maken deel uit van Operatie Greif, die voor verwarring in de geallieerde gelederen moet zorgen. De SS'ers nemen haar mee naar het bos om haar te executeren. Maar op het ogenblik dat ze zal worden doodgeschoten, bedenkt de ene soldaat zich en schiet hij zijn kameraad neer. Waarom hij die keuze heeft gemaakt, begrijpt hij niet. Wél beseft hij dat hij zijn lot voortaan aan het lot van het meisje zal moeten verbinden.

Wie van thrillers houdt, wordt met ettelijke cliffhangers vertroeteld. Wat voor een man is Mathias, de redder van de kleine Renée? Waaruit bestaat de kracht van het vroegrijpe kind om zich overal doorheen te slaan? Zullen de Amerikanen de Duitse soldaat ontmaskeren? Zal hij zichzelf de das omdoen? Zullen de Duitsers wraak nemen op de burgers op de boerderij waar Renée en Mathias schuilen? Meng dit alles met een portie lijf-aan-lijfgevechten, een oude kruidenvrouw die voor heks wordt aangezien, burgers in doodsangst, een jonge boerin die een oogje heeft op Mathias, een jaloerse Amerikaanse officier, een jongen die zijn kruisboog met dodelijk effect weet te hanteren en een verrassend einde, en de liefhebbers van drama en tragiek zullen beslist aan hun trekken komen.

Alle anderen zullen zich wellicht ergeren. Aan de mengelmoes van vertelstandpunten en het festival van clichés, bijvoorbeeld. Honing heet er uiteraard gouden brij en champagne de sprankelende gouden vloeistof. Of aan de flashbacks die psychologische diepgang moeten geven aan de moordmachine die Mathias in feite is. Of aan het overbodige schimpen op de ideologie van het Derde Rijk en Adolf Hitler, dat 'bruinhemd met het snorretje'. En waarom laten de vertalers het dialect van de burgers op de boerderij als zuiver Antwerps klinken?

Ondanks de gebreken houdt het boek de lezer dankzij de slimme filmische insteek in de ban. Kunst of kitsch? In dit geval een Siamese tweeling.

Titanenwerk

Terwijl Pirotte enkel SS-Obersturmbannführer Otto Skorzeny, de leider van Operatie Greif, in haar historisch tableau ten tonele voert, laat Peter Keglevic (1950) alle nazikopstukken in vol ornaat defileren.

Keglevic is een Oostenrijkse filmregisseur en auteur van korte verhalen, toneelstukken en draaiboeken. Twintig jaar heeft hij aan Hoe ik Hitlers getuige werd gewerkt. Heeft die fenomenale inspanning een fenomenaal resultaat opgeleverd? Wie bereid is mee te lopen met de 25-jarige Paul Renner in diens duizend kilometer lange koers van Hitlers Arendsnest in de Beierse Alpen tot de Führerbunker in Berlijn, staat een nu eens wonderlijk absurdistische, en dan weer naar de keel grijpende leeservaring te wachten.

April 1945. Het duizendjarige rijk van Adolf Hitler staat op instorten. In het westen rukken de Amerikanen en Britten op, in het oosten walst het Rode Leger over alles en iedereen heen. De Berlijnse Jood Paul Renner - die in werkelijkheid Harry Freudenthal heet - leeft al jaren ondergedoken, als hij per toeval in de loopwedstrijd belandt. De eindmeet? Berlijn op 20 april, de verjaardag van de Führer. Keglevic neemt de lotgevallen van Renner en diens medeatleten te baat om een totaalbeeld van de waanzin en gruwel van het nazisme te scheppen.

Een titanenwerk dat hij op drie niveaus uitwerkt. Er zijn de gebeurtenissen in real time. De lopers passeren kapotgeschoten steden, werken zich langs stromen vluchtelingen, ontredderde troepen, dwangarbeiders en Joodse gevangenen en maken kennis met nazifanatici die zich rücksichtslos aan de eindzege vastklampen.

Dan zijn er de met Jiddische zelfspot verrijkte herinneringen van Paul aan zijn jeugd, zijn in de Shoah omgekomen familie en zijn jaren als onderduiker. Flashbacks van een zowel diep doorvoelde tederheid als van een om wraak schreiende grimmigheid.

Ten slotte metselt Keglevic steen voor steen aan een monumentale, knotsgekke fantasiewereld. De geallieerde generaals Montgomery en Patton zetten geld in op de koers. De befaamde nazifilmregisseuse Leni Riefenstahl maakt elke dag opnames van de wedstrijd. Adolf Hitler voert vertrouwelijke gesprekken met Paul Renner en vraagt hem zelfs om hem dood te schieten. Eva Braun beleeft een passionele nacht met Paul.

De vraag is niet of dit alles (en veel meer) compleet verzonnen is, maar of het verstandig van Keglevic was om de lezer uit te dagen in zijn fantastische universum mee te stappen. Het loont hoe dan ook de moeite om de handschoen op te nemen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234