Vrijdag 04/12/2020

Op reis met poedel

In 1962 nam John Steinbeck, schrijver van klassiekers als The Grapes of Wrath, Of Mice and Men en East of Eden, de Nobelprijs Literatuur in ontvangst. Als om dat te vieren verscheen datzelfde jaar zijn verrukkelijke reisverslag Travels with Charley in Search of America, nu in Nederlandse vertaling.

Niet elke zoektocht hoeft concrete resultaten op te leveren om naderhand als geslaagd te worden gekenschetst. Sterker nog, John Steinbeck (1902-1968) zal zelf wel hebben geweten dat het vinden van 'de ziel van Amerika' zonder meer onbegonnen werk was. Dat hij zich dit niettemin aanvankelijk tot doel stelde toen hij in september 1960 op een drie maanden durende reis door bijna veertig staten van zijn land vertrok, had dan ook ongetwijfeld meer te maken met zijn behoefte aan een zinverlenend alibi dan met dwaze overmoed.

De eigenlijke reden waarom Steinbeck het avontuur in kwestie aanging, was zijn levenslange "drang om ergens anders te zijn", "weg van ieder Hier". En misschien wel was 'Hier' in zijn geval de langzaam naderende ouderdom: Steinbeck, achtenvijftig jaar, schrijft aan het begin van Reizen met Charley dat hij niet alleen recent zwaar ziek is geweest, maar bovendien geenszins van plan is "van zijn ziekte een levensstijl" te maken. Ten bewijze daarvan trakteert hij de lezer algauw op een - en ik wik mijn adjectieven - onvergetelijke, meesterlijk geschreven scène waarin hij zich bij orkaanweer in een kolkend meer begeeft om zijn voor anker liggende boot voor stormschade te vrijwaren. Later, allang weer veilig op het droge, laat hij zich schouderophalend ontvallen: "Mijn vrouw is met een man getrouwd; ik zag geen reden waarom ze een baby zou erven."

Hond met herenallures

Dus kocht hij een pick-uptruck die hij voorzag van het bovenstuk van een camper en 'Rocinante' doopte, naar het ros van Don Quichote, en ging hij, in het gezelschap van Charley, "een oude, Franse poedel met herenallures", goedgemutst en uitgewuifd door zijn afgunstige buren de hort op. Wat volgt is een hele resem van ontmoetingen, natuurbeschrijvingen, filosofische terzijdes, herinneringen, anekdotes en fantasieën die aan het oog van de lezer voorbijtrekken als evenzovele landschapsfragmenten aan de blik, jawel, van een autobestuurder. Zo spectaculair als in dat door stormwind dolgebeukte water wordt het nooit meer, maar bijvoorbeeld de scène waarin Steinbeck zich ontpopt als een hoogbegaafde speurneus die aan een nog niet opgeruimde motelkamer genoeg heeft om Sherlock Holmes in een amateuristisch daglicht te stellen, is er een om ronduit in te kaderen. Het heeft er alle schijn van, leidt Steinbeck uit een hoop details af, dat zijn voorganger, die hij 'Eenzame Harry' doopt, een professionele genotsdame op bezoek heeft gehad: "Ze had niet te veel dingen laten slingeren, zoals een amateur misschien had gedaan. En ze is ook niet dronken geraakt. Haar glas was leeg, maar de vaas met rode rozen - met de complimenten van het management - rook naar Jack Daniel's en het deed ze geen goed." Op deze bedrieglijk lichtvoetige, soms zelfs wat kolderieke toon weet Steinbeck als terloops de desperate conditie van de mens te vatten, wat ook mooi tot uiting komt in het feit dat hij, eenzaam en alleen onderweg, de neiging heeft om vrolijke conversaties met zijn hond te voeren - waarbij Charley praat met zijn staart - en er zelfs toe overgaat zijn wagen te personifiëren wanneer die onverhoeds getroffen wordt door een klapband: "Ik heb gemene auto's met een slecht karakter gekend en gehad die dit uit pure kwaadaardigheid hadden gedaan, maar zo was Rocinante niet."

Een monster van een land

Met zijn - en ik wik opnieuw - formidabele talent voor dialogen, zijn robuuste fijngevoeligheid, zijn preoccupatie met mannelijkheid, zijn voorliefde voor vissen en jagen, het plezier ook dat hij put uit de fles, doet de bebaarde, rusteloze Steinbeck vanzelf denken aan zijn generatiegenoot Ernest Hemingway, maar er zijn eveneens belangrijke verschillen, met name op het vlak van zelfspot ("Ik verdwaalde ook in Ellsworth, wat naar ik gehoord heb onmogelijk is") en tout court het gebruik van humor. De volgende scène, lang als ze mag zijn, wil ik u niet onthouden, - ik geef, zeg maar, gulweg een rondje op andermans kosten: "Ik heb altijd gehoord dat inwoners van Maine nogal zwijgzaam zijn, maar deze kandidaat voor Mount Rushmore was al ondraaglijk spraakzaam als hij twee keer op één middag ergens naar wees. Hij beschreef met zijn kin een klein boogje in de richting waarin ik gereden had. Als de middag niet al bijna verstreken was, had ik geprobeerd om nog een woord uit hem te krijgen, al was dat gedoemd om te mislukken. 'Dank u', zei ik, en het klonk me in de oren alsof ik maar doorratelde."

En de 'ziel' dan, het 'wezen' van Amerika en zijn bevolking? Veel verder dan vaststellingen als dat het stripverhaal 'tegenwoordig' voor de voornaamste lectuur blijkt te zorgen, dat in de wegrestaurants hygiëne primeert op smaak en dat de Russen een uiterst geschikte, comfortabele vijand zijn om van alles wat er in je leven of je relatie fout loopt de schuld te kunnen geven, komt Steinbeck niet, of het zou moeten wezen dat alle Amerikanen, hoe groot de onderlinge verschillen ook zijn, zich in de eerste plaats Amerikaan voelen en deel uitmaken van "een natie, een nieuw ras". "In Europa", luidt het terecht schamper, "is het een populaire sport om te beschrijven wat voor mensen Amerikanen zijn. Iedereen lijkt dat te weten", maar de realiteit is uiteraard oneindig veel complexer dan wat bevooroordeelde bazelaars met giftige tong plegen te suggereren. Zo complex dat zelfs een Nobelprijswinnaar Literatuur in wiens oeuvre dit "monster van een land" een prominente plaats inneemt, van een bijzonder prettige maar al met al kale reis thuiskomt. Juist deze 'mislukking', echter, zou je kunnen zien als de kroon op Reizen met Charley, dat weigert om een sluitend antwoord te bieden op een vraag die hierdoor alleen maar fascinerender wordt, en die je zelfs met de nijpende drang opzadelt om pardoes de boel de boel te laten, koudweg op het vliegtuig te stappen en - zoef - de plas over te steken teneinde daar de huismus in jezelf definitief de nek om te wringen.

Maar eerst dus zeker langs de dichtstbijzijnde boekhandel passeren.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234