Donderdag 17/10/2019

Reportage

Op pad met de arbeidsinspecteur: ‘Zijn jullie hier nu weer? De volgende keer zal mijn geweer klaarstaan!’

Beeld Anton Coene

Sjoemelende bazen die het vertikken overuren uit te betalen of hun personeel heimelijk in het zwart tewerkstellen, krijgen vroeg of laat een bezoekje van de arbeidsinspectie. Soms moet arbeidsinspecteur Jan daarvoor politieagenten meebrengen omdat de spanning te hoog oploopt.

Lees ook: Op pad met de eetwareninspectie

Officieel is Jan (*) ‘sociaal inspecteur bij de Inspectie Toezicht op de Sociale Wetten’, maar wanneer hij op pad is, kondigt hij zich iets kordater aan: ‘Goeiedag, arbeidsinspectie!’ Dat zinnetje doet het koud zweet uitbreken bij het personeel van de Turkse restaurantketen waar Jan net is binnengestapt. Meteen scant hij de omgeving: hoeveel mensen zijn er aan het werk in de zaal? Hoeveel in de keuken? Terwijl zijn teamleden de identiteitskaarten van het personeel opvragen, trekt Jan een sprintje naar de eetzaal boven. 

Beeld Anton Coene

Jan: “Soms verstoppen personeelsleden zich in de privévertrekken. Het is belangrijk dat we alle aanwezigen zo snel mogelijk weten te lokaliseren.”

Vijf minuten later zit het team aan één van de eettafels en komt de baas met de uurroosters van zijn personeel aandraven. Hij vraagt of we koffie of thee wensen.

Jan: “Dat is uitzonderlijk geworden. Vroeger bood iedereen ons iets aan, maar onze populariteit is er niet op vooruit gegaan. Of misschien waren we vroeger gewoon vriendelijker? (lacht)”

Dat blauwe mapje dat u overal meedraagt, valt nogal op. U ziet er niet uit als een gewone klant.

Jan: (lacht) “Ik weet het. Meestal neem ik mijn laptoptas mee. Dan zie ik er nog altijd niet uit als een doorsnee restaurantbezoeker, maar onze papierwinkel is tegenwoordig zo uitgebreid dat ik wel één of andere tas móét meenemen.”

Is het belangrijk om er min of meer incognito uit te zien?

Jan: “Je moet kunnen opgaan in de massa, om daarna, op het juiste moment, je ware identiteit te onthullen.

“Ik liep onlangs over een marktplein toen mijn oog op een glazenwasser viel. Ik kan niet zeggen waarom, maar ik dacht: laten we hem even controleren. Toen ik hem aansprak, staarde hij me 2 seconden aan, en zette hij het meteen op een lopen.”

Loopt u zo iemand dan achterna?

Jan: “In mijn jonge jaren: altijd! Ik trek nog weleens een sprintje, maar tegenwoordig kan ik sneller mijn nederlaag toegeven en uithijgen op een bankje.

“Zo’n achtervolging is trouwens niet evident. We hebben geen arrestatierecht: we mogen zo’n persoon niet tegenhouden of hem de weg belemmeren. Als ik de keuken van een druk restaurant binnenstap, en ik zie iemand loeren naar de nooduitgang, helpt het wel als ik me wat breder maak en me voor die deur zet. Maar iemand fysiek tegenhouden, dat mogen we niet. Gelukkig kunnen we wél een pv maken tegen de werkgever als hij ons de identiteit van de weggelopen persoon niet kan of wil geven.”

En pootjelap?

Jan: “Misschien nog net! (lacht) Nee, zoiets doen we nooit. Je weet maar nooit welke verwondingen iemand daaraan overhoudt.”

De schrik lijkt erin te zitten zodra u zich identificeert. Durven mensen op het moment dat jullie binnenkomen nog knoeien met documenten?

Jan: “Dankzij de digitalisering is sjoemelen heel wat moeilijker geworden. Maar vroeger gebeurde dat vaak. Dan kwamen we een café binnen en zat de baas achterin snel nog even de dienstroosters aan te vullen van kelners die die dag vier uur stonden ingeschreven, maar acht uur zouden werken.

“Tegenwoordig werkt iedereen met Dimona, een elektronisch systeem waarmee je de prestaties van een werknemer aangeeft bij de RSZ. Soms gebeurt het wel dat we een zaak binnenstappen om 16.01 en dat we achteraf zien dat Dimona om 16.05 is bijgewerkt. Een veeg teken.”

Beeld Anton Coene

48.000 EURO BOETE

Hoe beslist u waar u gaat controleren?

Jan: “De meeste controles gebeuren spontaan. Als ik ’s avonds laat voorbij een loods rijd en ik hoor lawaai, word ik een beetje achterdochtig. Als ik een vermoeden heb dat er tewerkstelling is, mag ik altijd en overal controleren.”

De Belg klikt graag over zwartwerk. Dat bewijst het succes van het meldpunt. Krijgen jullie veel tips à la: ‘Dáár moet je eens binnenvallen’?

Jan: “Zeker! Die moeten per brief, per mail of in persoon aan ons worden overgebracht. Niet telefonisch: we zijn geen callcenter. Zulke tips kunnen zeker nuttig zijn, maar sommige tipgevers hebben onrealistische verwachtingen. 10 minuten na ons bevestigingsmailtje sturen ze dan terug: ‘Wel, ik zit hier in dat louche café dat jullie moeten controleren en ik zie jullie nergens.’ Zo werkt het natuurlijk niet.”

Wie zijn die tipgevers? Misnoegde buren?

Jan: “Bijvoorbeeld. Maar ook familie, zoals een broer of zus die al jaren in de clinch liggen en elkaar op alle mogelijke manieren de duvel willen aandoen. Of exen. Deze week kreeg ik een bericht: ‘Mijn ex-vriendin verricht zwartwerk in dat café. Check dat maar eens!’ Bleek dat ze daar recentelijk tot zaakvoerster was benoemd: alles in orde dus. Vergane liefdes wekken weleens wrok op, en soms worden wij daarin meegesleurd.

“Er zitten natuurlijk ook waakzame burgers tussen. Niet alle tips zijn ingegeven door een vendetta. We kunnen trouwens ook niet alle suggesties checken, daar hebben we te weinig personeel voor.”

Van wie krijgt u het liefst tips?

Jan: “Ex-werknemers. Zulke inside information is van grote waarde. Dan krijgen we info over een zwarte boekhouding, overuren die niet worden uitbetaald... Soms geven ze zelfs mee wáár we moeten zoeken. ‘In de bovenste lade met zwarte sticker.’

“Sinds een aantal jaar mogen we ons beroepen op zoekingsrecht: we mogen rommelen in alle kasten en bureaus die zich niet in een privévertrek bevinden. Dat is een belangrijk wapen geworden. Ik was lang geleden eens op inspectie in een bankkantoor toen ik plots de map met gevoelige info zag die ik moest hebben. Ze lag te blinken in een glazen kastje, maar aangezien we toen nog geen zoekingsrecht hadden, mocht ik ze niet zelf uit de kast nemen. Gelukkig wist de bankdirecteur dat niet. Schijnbaar achteloos vroeg ik hem naar dat mapje. Hij nam het zelf uit de kast.”

Wat gebeurt er wanneer jullie iemand betrappen op een inbreuk op de sociale wetgeving?

Jan: “Er zijn drie opties: een waarschuwing, een termijn waarbinnen bepaalde inbreuken moeten worden hersteld of een proces-verbaal. In dat laatste geval zijn er nog eens drie opties: de rechtbank, een minnelijke schikking of een doorverwijzing naar de studiedienst van de FOD. De studiedienst legt administratieve geldboetes op of klasseert de zaak zonder verder gevolg. Iets meer dan de helft van de inbreuken levert een boete op.”

Hoe hoog lopen die boetes op?

Jan: “Een strafrechtelijke boete kan oplopen tot 48.000 euro. In de regel gaan die monsterboetes naar werkgevers die illegalen tewerkstellen. Bij ‘gewoon’ zwartwerk wordt een administratieve boete van zo’n 2.400 euro opgelegd, maar het kan ook zijn dat je forfaitair opgelegde RSZ-bijdragen van zo’n 2.900 euro per werknemer moet betalen.

“Die boetes gaan meestal naar de werkgever, maar soms riskeert ook de werknemer een boete: wanneer hij tegelijk dopt en zwartwerkt, bijvoorbeeld.”

Roepen jullie soms verzachtende omstandigheden in?

Jan: “De mens blijkt heel inventief in het verzinnen van excuses. ‘Ja maar, meneer, ik heb net een kindje gekregen dus ik heb nog niet de tijd gehad om mijn administratie in orde te brengen.’ Het is dan aan de juristen van de studiedienst om daar al dan niet rekening mee te houden.”

Ziet u soms markante gevallen van mensen die hun vel proberen te redden?

Jan: “Laat ons zeggen dat ik me soms een figurant voel in een absurd theaterstuk (lacht). Op een inspectie van een kleine bouwwerf zag ik plots een man met een gele helm op zijn hoofd weglopen. Een zwartwerker, zo bleek. Ik zag hem 20 meter verder achter een ontiegelijk klein struikje wegduiken. Ik liep er op m’n gemakje naartoe, terwijl zijn gele helm de hele tijd zo zichtbaar was als een brandende toorts. ‘Meneer, ik zie u zitten, hoor!’

“In een Chinees restaurant had de eigenaar een gat gemaakt onder de toonbank. Dat leidde naar een geheime gang die eindigde in een vals plafond boven het toilet. MacGyver had het niet beter gedaan.”

Beeld Anton Coene

Blauw oog

Escaleren situaties soms?

Jan: “Dat gebeurt meer en meer. Ik heb het gevoel dat we vroeger meer respect kregen. Vandaag worden sommige mensen al opstandig als ik nog maar gewoon hun paspoort vraag. Zelfs mensen die achteraf met alles in orde blijken te zijn!

“Als de gemoederen verhit raken, is dat meestal bij een werkgever die weet wat de gevolgen kunnen zijn. Als je al eens 10.000 euro hebt moeten ophoesten voor een fraudegeval en je ziet ons opnieuw opdoemen, dan word je daar niet bepaald vrolijk van, hè? Heel af en toe komt een werkgever op het einde van een inspectie ons nog even bedanken. Waarschijnlijk is hij dan gewoon blij dat we eindelijk oprotten (lacht).”

Wat doet u als uw team fysiek bedreigd wordt?

Jan: “De veiligheid van de inspecteurs primeert altijd. Het is niet de bedoeling dat we met een blauw oog naar huis gaan. Als de situatie te dreigend wordt, zijn we weg en keren we op een later moment terug met politiebegeleiding.

“Bij een controle in een restaurant waar we al verschillende keren zwartwerk hadden vastgesteld, werd de eigenaar plots verbaal agressief: ‘Zijn jullie hier nu weer? De volgende keer zal mijn geweer klaarstaan!’ De situatie werd zo grimmig dat we zijn opgestapt. Twee dagen later stonden we opnieuw voor zijn deur, mét politieagenten.

“Het heeft geen enkel nut om te dreigen: de controle die volgt, zal alleen maar uitgebreider zijn. En je riskeert een extra straf, want in de rechtbank lachen ze daar niet mee.”

 Kunt u zelf altijd de rust bewaren?

Jan: “Dat moet wel: als wij rustig blijven, blijft de tegenpartij dat meestal ook. En als inspecteur moet je beseffen dat die agressie niet op jouw persoon is gericht. Tegenover ons staat vaak iemand die mogelijk veel geld zal moeten betalen. Niet iedereen blijft dan goedgemutst. Dat begrijpen wij ook wel. Maar wij zijn ook maar mensen. Op sommige dagen hebben we echt geen zin in explosieve toestanden. Dan moet je het slim aanpakken en kiezen voor een dagje administratie.

“Niet iedereen is gemaakt voor deze job. Ik had eens een hele goeie inspecteur in opleiding, maar hij is ermee gestopt omdat hij de nacht voor een controle niet kon slapen van de stress. Je weet nu eenmaal nooit in welke situatie je zult belanden.”

Worden inspecteurs opgeleid om om te gaan met agressie?

Jan: “We krijgen regelmatig opleidingen. Zowel theoretisch, maar ook in de praktijk, zoals een inleiding tot jiujitsu. Nu, dat is niet mijn manier van aanpakken. Geef mij maar gewoon een goeie dosis assertiviteit. Als ik de keuken van een druk restaurant binnenkom en de chef me uitkaffert en zegt dat ik op een ander moment maar eens moet terugkomen, mag ik mij niet laten doen. Ze moeten heus het vlees niet laten aanbranden door mijn aanwezigheid, een klein beetje medewerking is genoeg.”

Beeld Anton Coene

Zaken met een notoire reputatie bezoeken jullie in groep.

JIll (*) (collega van Jan) “Daar moet je ook mee opletten. Met te veel mensen een nachtwinkel binnenstappen, kan agressie uitlokken. Maar soms is het gewoon nodig om versterking in te zetten. Zelf zal ik nooit meer alleen een café controleren. Vaak is de cafébaas wel oké, maar zetten de dronken tooghangers een grote bek op.

“Of het een voordeel is een vrouw te zijn? Als mensen denken aan de arbeidsinspectie, denken ze veelal aan een oude grijze man met stoffige mappen onder de arm. Een jonge vrouw verwachten ze niet. Mannen zijn weleens gecharmeerd en laten vlotter hun papieren zien. Maar waarschijnlijk is dat ook de reden waarom ik soms vijf keer moet uitleggen dat ik geen stagiaire ben (lacht).”

Eén van de sectoren waar zwartwerk welig zou tieren, is de bouw. 16 procent van de bouwwerkzaamheden in Europa zou op één of andere manier in het zwart gebeuren, blijkt uit onderzoek van de EU.

Jan: “Het is wel wat verminderd. Vroeger was het zo goed als onmogelijk om te weten welke bouwvakker op welke werf aan het werk was, maar dankzij verplichte werfmeldingen hebben we daar nu een beter zicht op. Uiteraard zijn er mensen die dat systeem omzeilen en leven met het risico op controle. Maar als we een inbreuk vaststellen, mag de RSZ een boete van 5 procent op het totale factuurbedrag inhouden. Het leven is niet altijd aan de durvers (lacht).”

Maar zwartwerk in de bouw blijft toch moeilijk aan te pakken, aangezien bouwvakkers na een paar weken vaak al op een nieuwe werf aan de slag zijn.

Jan: “Grote werven zijn tegenwoordig aan meer controles onderworpen. Dankzij dat werfmeldingsysteem hebben we voor elke firma een begin- en einddatum en een overzicht van welke werknemer op welke dag aanwezig is. Megawerven hebben soms een soort prikklok waartoe ook wij toegang hebben. De digitalisering helpt ons, maar is niet heiligmakend. Vooral op kleine werven zie je nog veel zwartwerk. Daar heersen minder verplichtingen en komt de foefelaar in de mens naar boven. Daarom houd ik regelmatig halt als ik rondrijd en twee dakwerkers op een rijwoning zie klauteren.”

 Wie zijn de zwartwerkers in de bouw? Onderaannemers die voor andere onderaannemers lange dagen moeten kloppen voor een laag loon?

Jan: “Het gaat veelal om gedetacheerde werknemers. Mannen die vanuit een andere Europese lidstaat in België komen werken, maar wel betaald worden in hun land van herkomst. Valse concurrentie dus. Stukadoors uit Portugal verdienen met hun werk hier 10 euro bruto per uur, terwijl het Belgische minimumloon 15 euro is. Die mannen blijven verzekerd in hun land van herkomst, maar respecteren de loon- en arbeidsvoorwaarden van ons land niet. Het probleem met die onderaannemingen is dat er op den duur zoveel schakels ontstaan dat de hoofdaannemer niet meer weet wie voor hem werkt. Tot er een arbeidsongeval is en wij worden opgeroepen.”

Zitten er hardleerse overtreders bij?

Jan: “Dat zijn dan de koppelbazen. Zij richten een bedrijf op en wanneer ze merken dat de zaken slecht gaan of de inspectie in hun nek ademt, gaan ze failliet en beginnen ze een volgend bedrijf. De échte baas werkt achter de schermen en duidt telkens een andere stroman aan die officieel als zaakvoerder aangesteld wordt. Zo valt het niet op dat ze het ene na het andere bedrijf oprichten.

“Die hardleersheid vind je ook in de horeca. Ze nemen de bluts met de buil: ze blíjven zwartwerk doen en betalen de bijhorende boetes. Maar wie vaak tegen de lamp loopt, moet zich op een bepaald moment wel verantwoorden bij het gerecht.”

Wat met schijnzelfstandigheid?

Jan: “Schijnzelfstandigen zijn in feite vaste werknemers die onder een vals statuut werken. Voor zelfstandigen geldt geen maximale grens op de arbeidsduur: verleidelijk voor een werkgever die zijn werkvolk wil uitbuiten. Nu, vaak weten die werknemers zelf niet eens dat ze als zelfstandige zijn ingeschreven. Wie betrapt wordt, riskeert hoge boetes.”

En mensen die illegaal tewerkgesteld zijn?

Jan: “Soms gaat het om mensen wier verblijfsvergunning is afgelopen en dat niet hebben gemeld aan hun werkgever. Maar ik kom ook schrijnende toestanden tegen. Illegalen die uitgebuit worden door hun baas. Die mensen zijn bang om hun rechten te laten gelden en naar een instantie als de onze te stappen. Ze denken dat we er meteen de politie bijhalen. Maar dat doen we niet als ze een klacht komen indienen op ons kantoor, wél wanneer we hen betrappen tijdens een controle.”

(*) Fictieve naam om de anonimiteit van de inspecteur te waarborgen.

 © Humo 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234