Zondag 22/05/2022

Op naar 'het radicale centrum'?

'Ik geloof dat de sociaal-democratie niet enkel kan overleven, maar zelfs kan bloeien, zowel op ideologisch als op praktisch vlak. Dit kan echter alleen wanneer de sociaal-democraten bereid zijn hun principes grondiger te herzien dan de meesten tot nu toen gedaan hebben. Zij moeten een 'derde weg' vinden.' Zo begint Anthony Giddens zijn boek De Derde Weg. Over de vernieuwing van de sociaal-democratie. Giddens is directeur van de London School of Economics and Political Science en in academische kringen al langer bekend als socioloog van de moderniteit. Met zijn Derde Weg heeft hij nu een belangrijke plaats verworven in het politieke vocabulaire van de sociaal-democratie. Maar ook daarbuiten: Guy Verhofstadt praat over paars, Gerhard Schröder heeft het over 'die neue Mitte', Frank Vandenbroucke over 'de actieve welvaartstaat' en Stefaan De Clerck is van mening dat het de CVP is die de èchte Derde Weg bewandelt. Met het begrip kan men blijkbaar alle richtingen uit. Of niet?

door Jos Geysels & Dirk Holemans

Anthony Giddens

Houtekiet, Antwerpen/Baarn, 176 p., 690 frank.

Voor Anthony Giddens wijst de derde weg naar een "denk- en beleidskader dat erop gericht is om de sociaal-democratie aan te passen aan een wereld die zich de afgelopen twee of drie decennia grondig heeft gewijzigd", en wel als poging om zowel de oude sociaal-democratie als het neoliberalisme te overstijgen. Beide ideologieën zitten heden ten dage in de problemen. De vrije markt holt de sociale cohesie uit waarop het neoliberalisme gebouwd is. De sociaal-democratie ziet een groot deel van haar vooronderstellingen verkruimelen: het traditionele gezinsconcept, een homogene arbeidsmarkt, een stabiele economie gericht op massaproductie, ze behoren alle tot het verleden. Wil de sociaal-democratie (want dat is Giddens' uitgangspunt) overeind blijven, dan moet ze een standpunt bepalen tegenover vijf dilemma's: globalisering, individualisering, 'links en rechts', politieke actoren en ecologische problemen.

Wie stelt dat de globalisering gewoon het vervolg is op al lang bestaande trends, vergist zich volgens Giddens. De belangrijkste wijziging die de globalisering tot een echt fenomeen maakt, is de toegenomen rol van de vrijgemaakte financiële markten. De laatste vijftien jaar steeg de verhouding van financiële transacties in vergelijking met handel met een factor vijf. Globalisering omvat evenzeer de transformatie van tijd en ruimte in ons leven. Gebeurtenissen op verre afstand beïnvloeden ons leven sterker dan tevoren. En andersom: een wijziging in onze voedingsgewoonten heeft gevolgen voor de voedselproducenten aan de andere kant van de wereld.

In de sociaal-democratische welvaartsstaat werd sterk de nadruk gelegd op het collectief. Sinds de jaren zeventig ontstond een veelvoud aan levensstijlen en gingen mensen niet alleen als individu hun leven bewust plannen en ontwerpen, maar gingen ze ook op zoek naar nieuwe vormen van sociale cohesie en solidariteit. 'Geïnstitutionaliseerd individualisme' noemt de Münchense socioloog Ulrich Beck dat. Het uitstippelen van een eigen levenspolitiek vergt een nieuwe balans tussen individuele en collectieve verantwoordelijkheden.

De inhoud van de begrippen 'links' en 'rechts' verschuift. Maar dat betekent nog niet, aldus Giddens, dat ze volledig verdampen. Wel moeten we ons de vraag stellen of we met het links/rechts-schema nog het hele politieke veld omvatten. Het gaat hier onder meer over ecologische problemen, de veranderende gezinspatronen, persoonlijke en culturele identiteit. Giddens stelt voor de traditionele linkse politiek van emancipatie aan te vullen met "bestaanspolitiek": "Emancipatiepolitiek heeft betrekking op de kansen die men in het leven krijgt, bestaanspolitiek houdt verband met beslissingen ten aanzien van het leven". Moeten we bijvoorbeeld kernenergie en genetische manipulatie aanvaarden of niet, en wat betekent dat dan voor onze levensstijl? Hoe sterk moet arbeid een centrale levenswaarde blijven?

Om de levenspolitiek te realiseren moet de sociaal-democratie zich omvormen tot "het actieve midden" of "het radicale centrum". De problemen op het domein van de levenspolitiek vergen namelijk radicale oplossingen, die rekening houden met de actieve levensstijlkeuze van mensen, met ecologische problemen en risico's.

Hiermee wordt de vraag gesteld wie in onze samenleving deze vernieuwing in de praktijk zal uitvoeren. Onder meer de opkomst van nieuwe sociale bewegingen (zoals ngo's) heeft twijfel doen rijzen aan de daadkracht van de traditionele politiek. Het waren deze ngo's en niet de politieke partijen die nieuwe thema's zoals ecologie, dierenrechten, seksualiteit op de maatschappelijke agenda zetten. Deze evolutie gaat hand in hand met een dalend vertrouwen van de bevolking in de traditionele politiek. Maar burgerorganisaties kunnen onmogelijk de taken van politieke partijen overnemen. Ook de natiestaat en nationale overheden blijven noodzakelijk, zij het in een nieuwe vorm, alleen al om het mogelijk te maken dat de tegenstrijdige claims van belangengroepen met elkaar verzoend kunnen worden.

Zo komen we tot het vijfde dilemma. Ecologische problemen kunnen niet langer ontkend worden. En met marktfundamentalisme zullen we ze niet oplossen. Wel met een ecologische modernisering die kan samengaan met economische ontwikkeling.

Maar deze win-winsituatie is geen vanzelfsprekendheid, en bovendien blijven er twee fundamentele problemen: onze omgang met wetenschappelijke vooruitgang en onze houding ten aanzien van nieuwe, vooral ecologische risico's (zoals het broeikaseffect of de BSE-crisis). Sociaal-democraten hebben zich steeds bekommerd om de veiligheid van de burger. Ecologische problemen bewijzen dat er minstens evenveel aandacht moet worden geschonken aan deze risico's. Trouwens: "risico is niet alleen een negatief verschijnsel, iets dat vermeden moet worden. Het is tegelijkertijd een stimulerend principe in een samenleving die zich heeft losgemaakt van traditie en natuur".

Willen we uit deze met elkaar verbonden dilemma's raken, dan moeten we burgers steunen om hun weg te vinden in deze belangrijkste revoluties van onze tijd: de globalisering, de transformatie van het persoonlijke leven en onze verhouding tot de natuur. Dat is het algemene doel van de derde weg. Hierbij hoort een positieve opvatting van globalisering. Cultureel of economisch protectionisme is uit den boze, maar sociale rechtvaardigheid blijft een kernbezorgdheid. Een eerste motto van de nieuwe politiek luidt: 'Geen rechten zonder verantwoordelijkheden'. Terwijl de oude sociaal-democratie rechten opvatte als onvoorwaardelijke claims, moet het uitdijende individualisme gepaard gaan met een uitbreiding van individuele plichten. Wie een werkloosheidsuitkering krijgt moet actief naar werk zoeken.

Een tweede motto luidt: 'Geen autoriteit zonder democratie'. In een samenleving waar traditie en gewoonten hun macht verliezen, is democratie de enig mogelijke weg om autoriteit te verkrijgen. Als centrale waarden van de derde weg wijst Giddens verder op gelijkheid, bescherming van de kwetsbaren, vrijheid opgevat als autonomie, kosmopolitisch pluralisme, filosofisch conservatisme. Deze uitgangspunten vertaalt Giddens naar zes domeinen.

Een eerste is de verdieping en verbreding van de democratie. De democratie is niet democratisch genoeg. De staat moet de globalisering structureel van antwoord dienen: de versterking van de staat gaat hand in hand met een verschuiving van macht naar zowel hogere als lagere niveaus (zeg in ons geval maar: naar de Europese Unie en naar Vlaanderen). Daarnaast is het nodig de rol van de publieke sfeer te vergroten. Dat vergt meer transparantie en openheid. Behalve aan de klassieke stemprocedures is er behoefte aan democratische experimenten die de zeggenschap van de burger versterken en de rol van experts reduceren.

Ook de civiele maatschappij kan meer steun genieten. Staat en civiele maatschappij handelen het best als partners, zo kunnen ze elkaar tegelijk versterken en controleren. Tegenover globalisering zijn hedendaagse vormen van gemeenschap nodig die wijken en steden de mogelijkheid geven zich materieel en sociaal op te krikken. Kortom: democratisering en gemeenschapsontwikkeling (waarbij veiligheid niet verwaarloosd mag worden) moeten met elkaar verbonden zijn.

De gezinspolitiek is één van de belangrijkste toetsstenen voor een nieuw beleid. Maar dan moeten we, aldus Giddens, wel af van de nostalgie naar het traditionele gezin en vooruitkijken naar het "democratische gezin", waarin gelijkheid, wederzijds respect, autonomie, geweldloosheid en overleg in plaats van dwang basiswaarden zijn. De opvoeding wordt zo een onderhandelingsopvoeding.

Giddens pleit verder voor een nieuwe gemengde economie die "streeft naar samenwerking tussen de publieke en private sector door gebruik te maken van de dynamiek van de markten zonder het publieke belang uit het oog te verliezen". Deze economie hecht veel belang aan het scheppen van welvaart, maar zorgt er tegelijk voor dat individuen niet verdrinken in de maalstroom van de concurrentie. Sociaal-democraten moeten de relatie tussen risico en zekerheid verschuiven om zo op de arbeidsmarkt een gemeenschap van "verantwoorde risiconemers" te ontwikkelen.

Sociaal-democraten moeten de ongelijkheid die voortkomt uit structurele veranderingen blijven bestrijden. Maar gelijkheid moet wel anders gedefinieerd worden dan weleer. Zo komt Giddens tot een van de kernpunten van zijn betoog en tot zijn "social investment state", wat in België en Nederland dikwijls vertaald wordt als 'actieve welvaartsstaat'. Gelijkheid moet worden opgevat als insluiting en ongelijkheid als uitsluiting. Insluiting verwijst naar burgerschap, naar civiele en politieke rechten en plichten, naar kansen en betrokkenheid in de publieke ruimte. Aan de andere kant hebben we de uitsluiting van diegenen aan de onderkant, maar ook de vrijwillige uitsluiting: de heel rijken die zich liever verschansen achter de muren van hun beveiligde buurten. Uitsluiting verwijst dus niet zozeer naar gradaties inzake ongelijkheid, maar naar mechanismen die mensen en groepen losmaken van de maatschappelijke hoofdstroom.

Daarom moet de Europese welvaartstaat de inkomens blijven herverdelen. Alleen een systeem waar het overgrote deel van de bevolking de vruchten van plukt kan een gemeenschappelijke moraal genereren. De armoedecycli moeten met alle middelen doorbroken worden. Het best kan men dat aanpakken op lokaal niveau. Op die manier wordt ook het sociale netwerk verstevigd en komt democratische participatie dichterbij. Onderwijs en vorming zijn de nieuwe mantra's geworden voor sociaal-democratische politici. Tony Blair vertaalde dat in drie prioriteiten: onderwijs, onderwijs en onderwijs.

Banen zijn belangrijk, maar insluiting, zegt Giddens, omvat meer dan werk. Want een samenleving die al te sterk gedomineerd wordt door arbeidsethos is niet de aantrekkelijkste plaats om te leven. Een inclusieve samenleving voorziet ook in de basisnoden van hen die niet kunnen werken en erkent de bredere diversiteit aan doelen die het leven te bieden heeft. Maar dat vereist wel een ombouw van de welvaartstaat. Investeren in menselijk kapitaal wordt belangrijker dan in economisch onderhoud. Zo komen we tot een sociale investeringsstaat.

Een actievere risiconemende attitude staat centraal, waar mogelijk door aanmoedigingen, waar nodig door wettelijke verplichtingen. Strategieën voor het scheppen van banen moeten gebaseerd zijn op de nieuwe economische eisen. Bedrijven en consumenten opereren meer en meer op wereldschaal. Giddens spreekt van een wereld "waar klanten werknemers letterlijk kunnen inkopen". Dat stelt zwaardere eisen aan de arbeidskrachten.

De wereldorde kan niet uit een pure marktplaats bestaan. Dat leidt tot extreme fragmentering. Naties blijven een belangrijke rol spelen, maar dan wel met een kosmopolitische grondtoon die de negatieve aspecten van nationalistische tendensen beteugelt. Een sterke staat betekent voor Giddens een staat die zelfverzekerd genoeg is om nieuwe grenzen van soevereiniteit te aanvaarden. Dat betekent onder meer meervoudig burgerschap: bijvoorbeeld Vlaams, Belgisch, Europees, en misschien wel kosmopolitisch. De mondiale democratie is sterker dan men denkt. Het aantal internationale overheidsorganisaties en ngo's stijgt voortdurend. Groepen als Amnesty International opereren wereldwijd.

Deze nieuwe mondiale samenleving heeft echter net als de nationale samenleving behoefte aan regels. Wereldinstellingen zoals IMF en Wereldbank moeten worden herdacht, en waarom niet binnen de Verenigde Naties een wereldparlement oprichten? Fundamenteel is de uitbreiding van de kosmopolitische democratie een voorwaarde voor de effectieve regulatie van de wereldeconomie, zodat mondiale economische ongelijkheden worden aangepakt en ecologische risico's ons niet boven het hoofd groeien. De regulatie van de financiële markten is in dit verband het urgentste probleem. Speculatie moet worden ingeperkt, want ze verstoort de signalen die de markt uitzendt. Ook de Tobin tax is een interessant instrument, waarvan de invoering tot op heden eerder door politieke dan praktische bezwaren wordt belet.

Giddens besluit: "(W)e kunnen globale problemen zoals milieuproblemen en grote ongelijkheden niet overlaten aan de grillige beweging van de globale markt en relatief machteloze internationale instellingen wanneer we streven naar een wereld waarin tegelijkertijd sprake is van stabiliteit, gelijkheid en welvaart."

In politieke milieus is er een hype over de derde weg ontstaan. Het interessante (en het problematische) hierbij is dat er al politieke conclusies - "Paars is de derde weg en omgekeerd" - worden getrokken voor het inhoudelijke debat gevoerd is. De vertaling van dit boek van Anthony Giddens, een van de peetvaders van de derde weg, is dan ook erg nuttig. Maar de titel van de Nederlandse vertaling is dan weer verwarrend. Door op het omslag 'Paars. De derde weg' te zetten blijft de uitgever de verwarring stimuleren tussen de samenstelling van een regering en een politiek-ideologisch project.

Wat blijft er dan over na de lectuur van dit boek? Een dubbel gevoel. Enerzijds slaagt de auteur erin om in relatief weinig pagina's een brede en omvattende analyse te presenteren van de westerse samenleving. Zijn sterkste punt is de verbinding tussen de oude klassieke emancipatiepolitiek en de noodzakelijke nieuwe levenspolitiek. In een samenleving waar burgers het gezag van de overheid niet langer vanzelfsprekend vinden, waar milieuproblemen maatregelen veronderstellen die electoraal niet lonend zijn, kan een radicale politiek niet zonder de betrokkenheid en deelname van de burgers. Giddens geeft, terecht, burgerschap de progressieve inhoud die het verdient.

Ook zijn pleidooi voor een nieuwe invulling van sleutelbegrippen als gelijkheid, welvaart en veiligheid is verhelderend. Om een mooie omschrijving over burgerschap te citeren: "Het gaat er daarbij om hoe we ons voelen in contacten met vreemdelingen, of we ons veilig voelen tijdens ontmoetingen op openbare plaatsen met individuen die we misschien maar één keer in ons leven tegen zullen komen."

Maar toch blijven we met vele vragen zitten. Hoewel Giddens een opvatting van gelijkheid als 'gelijkheid van kansen' verwerpt, legt hij sterk de nadruk op het evenwicht tussen rechten en plichten. Het is je plicht de kansen te grijpen. Maar is deze nadruk op individuele plichten gerechtvaardigd als de politiek er niet in slaagt deze kansen voor de hele samenleving te veralgemenen? Dat brengt ons bij het spanningsveld dat we wel meer terugvinden bij derde-wegdenkers. Enerzijds geven ze de (loon)arbeid een centrale plaats in hun denken. Anderzijds willen ze het burgerschap breed invullen en hun aandacht ook richten op andere zinvolle activiteiten in het leven.

Maar hoe verhoudt deze "vrije" burger zich dan tot de strikte aanbeveling dat iedereen moet intreden in de ondernemerscultuur en zich moet ontwikkelen tot een "risiconemer"? Ralf Dahrendorf omschreef deze paradox op een krasse manier: "Moet iedereen in de derde weg risico's nemen, uitgezonderd de top?" Giddens schenkt ruime aandacht aan de ecologische problemen, maar integreert ze te weinig in een andere kijk op de huidige manier van produceren en consumeren. Is de economie een gegeven of een probleemstelling? Hoe gaan we om met onze eindige milieugebruiksruimte? Hoe bevorderen we een eerlijke verdeling tussen zes miljard wereldbewoners?

Giddens noemt het allemaal wel, erkent de problemen. Maar zijn antwoord voldoet niet. En daarmee bereikt hij ook zijn eigen doel, het overstijgen van zowel neoliberalisme als klassiek socialisme, onvoldoende. Biedt de derde weg nu een nieuwe uitweg of is het een variant van de (oude) middenweg? Is het een nieuwe melange of een oude mix tussen socialisme en liberalisme? Biedt dit de sociaal-democratie een nieuw perspectief? Die vragen blijven open.

Toch is dit een belangrijk boek en verdient het in het centrum van de politieke belangstelling te staan. We hopen dat het genoeg prikkels bevat voor discussie en polemiek. Al was het maar om te vermijden dat het alleen gebruikt wordt om de (te grote) belangstelling voor het (overbevolkte) politieke centrum nog groter te maken.

Giddens' sterkste punt is de verbinding tussen de oude klassieke emancipatiepolitiek en de noodzakelijke nieuwe levenspolitiek

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234