Zondag 05/12/2021

OP naar een genetisch proletariaat?

Het gekloonde embryootje van Cell Advanced Technologies, dat deze week de wereldpers haalde, heeft de discussie over de eugenetica weer aangezwengeld. Terwijl de onderzoekers de ene barrière na de andere slechten, vragen politici en ethici zich vertwijfeld af waar de grenzen liggen. Een essay van Jos De Man.

Jos De Man

Tekening Jan Vanriet

Van de term eugenetica krijgen veel mensen een vieze smaak in de mond. Met het idee is nochtans niets mis. Eugenetica is immers de studie en toepassing van wetenschappelijke methodes gericht op de verbetering van de erfelijke eigenschappen van toekomstige generaties. Wie wil nu geen welgeschapen, kerngezond en intelligent nageslacht? Het begrip kreeg een griezelige bijklank omdat het misbruikt werd door de nazi's en op een bedenkelijke wijze gehanteerd werd door de naties die in de eerste helft van de vorige eeuw sterilisatiewetten invoerden.

De term was vanaf zijn ontstaan al omstreden. Sir Francis Galton, een neef van Darwin, vond het concept uit. Hij pleitte voor een genealogisch onderzoek dat gezinnen zou rangschikken in vier genetische klassen: begaafd, bekwaam, modaal en ontaard. Jonge vrouwen uit de eerste twee categorieën zouden door middel van kraamgeld worden aangemoedigd om een groot aantal kinderen ter wereld te brengen. Darwin was het eens met zijn neef. Hij schreef hem: "Wij beschaafde mensen doen er alles aan om het proces van eliminatie (van zwakken naar geest en lichaam) aan banden te leggen; we bouwen gestichten voor de imbecielen, de verminkten en de zieken; we vaardigen wetten uit ten gunste van de armen; en onze artsen doen hun uiterste best om iedereen tot het uiterste moment in leven te houden. Op die manier worden de zwakkere leden van beschaafde samenlevingen in staat gesteld zich voort te planten. Niemand die zich heeft ingelaten met het kweken van dieren zal betwijfelen dat dat uitermate nadelig moet zijn voor het menselijke ras."

Een hoogst politiek incorrecte tekst van de vader van de evolutieleer! Galtons opvattingen kregen ruime weerklank. Vanaf 1907 vaardigden 27 staten van de VS sterilisatiewetten uit met de bedoeling epileptici, zwakzinnigen en 'ontaarde' personen te verhinderen zich voort te planten. De Scandinavische landen, Duitsland en Zwitserland volgden dat voorbeeld. In welvaartsstaat Zweden werden de sterilisatiewetten pas in 1976 afgeschaft. Een ambtelijke slordigheid wellicht, want in de hele wereld was een consensus ontstaan over de onwenselijkheid van eugenetische ingrepen.

Die eensgezindheid bestaat niet langer. De snelle vorderingen in de microbiologie hebben de eugenetica weer op de agenda geplaatst. Dat doet met name David Galton, een Britse professor in de genetica en de preventieve geneeskunde, in zijn boek In our own Image. Hij is geen nazaat van Francis Galton en zijn opvattingen hebben niets gemeen met diens denkbeelden. David Galton gaat uit van zijn opdracht als arts, die erin bestaat zieken te genezen. Voorkomen is uiteraard nog beter dan genezen. Inzake preventie kwam de medische stand tot voor kort niet verder dan het verstrekken van injecties en goede raad. Tegenover de aanleg tot zware kwalen zoals hartziekten, kanker en diabetes stond men machteloos. In de zeer nabije toekomst zal dat genetische noodlot door een preventieve ingreep kunnen worden afgewend. Er is een techniek ontwikkeld om embryo's te onderzoeken op foute genen. Door de combinatie van die techniek met in-vitrofertilisatie is men in staat te voorkomen dat kinderen geboren worden met fatale genetische defecten.

Mooi. Of toch niet? Tal van ethische bezwaren worden geopperd. Zij verdienen een grondige afweging. Daartoe is het noodzakelijk de methodes te beschrijven die ter discussie staan. Grosso modo gaat het om twee soorten genetische manipulatie: het vervaardigen van zogeheten 'designer babies', ook wel aangeduid als 'mensen op maat', en het klonen van mensen.

De designer baby is in eerste instantie een reageerbuiskind. Het is niet tijdens geslachtelijk verkeer verwekt, maar in een schaaltje waarin eicellen van de moeder worden vermengd met sperma van de vader (of van een donor wanneer de vader onvruchtbaar is). Een aantal eicellen wordt bevrucht en gedurende een of twee dagen op lichaamstemperatuur in de reageerbuis bewaard. Vervolgens worden ten minste drie bevruchte eicellen ingeplant in de baarmoeder, om de kans op een geslaagde zwangerschap te vergroten. 's Werelds eerste testbuisbaby, Louise Brown, werd geboren in 1978. Er zijn sedert Louise Brown tienduizenden testbuisbaby's ter wereld gekomen. In de meeste gevallen waren de moeders niet in staat om op natuurlijke wijze zwanger te worden. Tegen het procédé van in-vitrofertilisatie worden nog nauwelijks bezwaren geopperd. Dat is wel anders geweest. In 1978 werden de Britse artsen die ivf als eerste toepasten gelaakt omdat ze 'God speelden'.

Fase twee van de vervaardiging van een 'kind op maat' is de selectie van embryo's. Het is die handelwijze die zoveel weerstand oproept. Van de embryo's in de reageerbuis worden, wanneer ze uit 16 tot 32 cellen bestaan, monsters genomen. Het is mogelijk een tweetal cellen te verwijderen zonder het embryo te schaden. Van die monsters wordt het dna geïsoleerd en onderzocht op schadelijke mutaties. Uiteraard worden vervolgens alleen embryo's van goede hoedanigheid bij de moeder ingeplant.

Die techniek staat nog in de kinderschoenen. Ze werd voor het eerst toegepast in de jaren tachtig, op dringend verzoek van echtparen die wisten dat ze het risico liepen een ernstige erfelijke ziekte aan hun kinderen door te geven en die abortus afwezen op grond van hun godsdienstige of morele opvattingen. Uit familieonderzoek was gebleken dat zij dragers waren van schadelijke genen op het X-chromosoom, het eerste waar men met grote precisie dergelijke genen had kunnen lokaliseren. Een voorbeeld is retinitis pigmentosa. Een kind van wie beide ouders het gen voor die kwaal dragen, heeft één kans op de vier om op jonge leeftijd blind te worden. Andere fouten op het X-chromosoom kunnen de dystrofie van Duchenne (degeneratie van de spieren) veroorzaken, of mentale retardatie. Vandaag is het ook mogelijk geworden embryo's te screenen op de fatale taaislijmziekte, op darmkanker en op de ziekte van Tay-Sachs, die het brein aantast. Het is nogal delicaat om aan de ouders die dat risico in zich dragen te vertellen dat ze hun lot maar gelaten moeten ondergaan en moeten afwachten hoe hun kind het er zal afbrengen in Gods genetische loterij.

Hier komt een fundamentele tegenstelling aan het licht, waarom het hele ethische debat over genetische manipulatie bij mensen draait: de tegenstelling tussen de noden en wensen van het individu en de morele beginselen van de samenleving. Sommige opwerpingen van ethici zijn zinledig of voorbijgestreefd. Dat men zich de rol van God niet mag aanmeten, is geen zinvolle bewering. Over wie of wat God is en wat zijn bedoelingen zijn, bestaan immers de meest uiteenlopende theorieën. Het argument dat het selecteren van embryo's, en dus het weggooien van ondeugdelijke exemplaren, neerkomt op moord, is hetzelfde dat tegen abortus wordt aangevoerd en heeft nog maar weinig gewicht. Een kind is geen technologisch product, is een ander argument. Verliest men niet uit het oog dat heel veel mensen hun leven en welzijn aan de medische technologie te danken hebben? Waarom zou een ongeboren kind ervan verstoken moeten blijven?

Waarom, vraagt David Galton, zouden we de mensen verhinderen hun wens te realiseren om een gezond kind ter wereld te brengen? Zolang andere leden van de maatschappij en het ongeboren kind zelf daar geen schade van ondervinden, is er toch niets aan de hand? Ouders hebben het recht hun kinderen hun eigen waarden, ideologieën en geloof mee te geven. Ze hebben in het algemeen het recht om het welzijn van hun kinderen op hun eigen manier te bevorderen. Wat kan er dan op tegen zijn de bijzonderste factor van dat welzijn, de gezondheid, al bij de verwekking van het kind te vrijwaren? Waar ligt evenwel de grens? Zal de wetenschap halt houden bij de selectie van genen? Uiteraard niet. Ze kan nu de nadelige eigenschappen elimineren die in het genoom aanwezig zijn, waarom zou ze het niet aanvullen met de voordelige eigenschappen die ontbreken? Waarom zou ze geen genen vervangen, of nieuwe genen introduceren in het embryo? Bij muizen wordt die techniek al zeer intensief aangewend. Bij mensen is ze verboden. Voorlopig althans.

Er zijn al uitzonderingen. Zo is het in de Verenigde Staten toegestaan mitochondriaal dna in te brengen in een bevruchte eicel. (Mitochondria leveren energie voor de chemische reacties in de cel, en hebben hun eigen dna.) Het knippen en plakken van genen wordt overigens niet alleen op embryo's uitgevoerd. In de VS werden nieuwe genen geïnjecteerd in de bloedcellen van twee kinderen die aan een zeldzame ontregeling van het immuunstelsel leden. Een van hen is volkomen genezen. Gentherapie is waarschijnlijk ook de enige remedie tegen hemofilie, waarvan de oorzaak het ontbreken van een stollingsfactor is. Het gen dat voor de factor codeert, kan rechtstreeks in de dijspier worden geïnjecteerd. De verwachting is dat gentherapie over tien jaar net zo gewoon zal zijn als vandaag orgaantransplantatie.

Zal er dan niet een soort genetisch proletariaat ontstaan? Gentechnologie is duur. Tenzij er dan een beleid wordt gevoerd om het discriminerende effect van de vrije markt te corrigeren, zouden de defecte genen zich na enkele generaties opstapelen in de lagere inkomensklassen, terwijl de rijken ervan verschoond zouden blijven. Alleen zij zouden in staat zijn hun nageslacht door middel van genetische manipulatie voor allerlei ziekten te behoeden. Diabetes, hartklachten, hersenbloedingen, kanker en dementie zouden allengs het treurige monopolie vormen van de onderlaag.

De weerstand tegen genetische manipulatie met het oog op preventie of therapie zal afnemen naarmate er meer resultaten worden geboekt. Het ethische front zal worden teruggedrongen naar de last frontier, waar het Superkind zijn opwachting maakt. Het is denkbaar dat sommige ouders in een volstrekt gezond embryo genen laten inplanten om de intelligentie, de spierkracht of welke andere eigenschap ook van het aanstaande kind te verhogen. Moeten we niet doen, verklaart Galton. Het is de taak van de artsen om mensen te genezen, niet om de mens te veranderen.

Maar dat er pogingen in die richting zullen worden ondernomen, zodra de stand van de techniek het mogelijk maakt, lijdt weinig twijfel. Zoals er in de nabije toekomst ook wel een mens gekloond zal worden. In de VS staan al kloonklinieken klaar. Het is echter niet waarschijnlijk dat de Europese en Amerikaanse wetgevers de techniek ooit zullen toelaten. De voordelen - voor een onvruchtbaar ouderpaar dat een genetisch verwant kind wil - wegen niet op tegen de nadelen.

Is het klonen van mensen onethisch? Dat is de algemene consensus. Het is een aantasting, zo hoort men vaak, van de menselijke waardigheid. Dat is een vaag concept. Het beslissende bezwaar is dat de methode ook medisch niet deugt. Een kloon krijgt slechts één stel genen: die van de ouder uit wier cel hij is gekweekt. Die ouder is een volwassene, wat inhoudt dat zijn cellen zich al zeer vaak hebben gedeeld. Bij elke celdeling worden de genen gekopieerd en kunnen er fouten sluipen in de kopieën. Men heeft berekend dat een vierde van het genoom van een volwassene fouten bevat. Het dna van een kloon is dus minderwaardig. Er is nog een ander probleem. In een volwassen cel zijn sommige genen die actief waren bij de ontwikkeling van het embryo, uitgeschakeld. De gevolgen merkt men bij Dolly. Het in 1997 gekloonde schaap is op de sukkeltoer en vertoont tekenen van voortijdige veroudering. Het fundamentele bezwaar tegen het klonen van mensen is medisch: de kans is niet gering dat een kloon ongezonder zou zijn dan een normaal kind.

Een heel andere opzet is het klonen van een embryo met therapeutische bedoelingen. Daarbij is het niet de bedoeling een mens te creëren, maar een patiënt te helpen. Op het embryo, gekweekt uit een lege eicel en het dna van de patiënt, zouden stamcellen of weefsels worden geoogst, met het oog op transplantatie. Het voordeel ten opzichte van een gewone transplantatie, met weefsel van een donor, is dat er geen risico van afstoting bestaat. De patiënt is immers zijn eigen donor. De techniek bevindt zich nog in een experimenteel stadium. Het klonen van een menselijk embryo van zes cellen door het Amerikaanse bedrijf Advanced Cell Technology laat vermoeden dat de eerste toepassing niet lang meer op zich zal laten wachten. De politiek staat nog afwijzend tegenover het therapeutisch klonen. Het Europees Parlement heeft in september 2000 een resolutie gestemd die het klonen met het oog op onderzoek verbiedt. George W. Bush acht het verwerpelijk dat menselijk leven zou worden verwekt om de spare parts, de onderdelen, aan te wenden voor medische toepassingen. Dat argument is een variant van de theorie van het Vaticaan, dat stelt dat een embryo een persoon is, wiens integriteit niet mag worden aangetast. De Britse Human Fertilisation and Embryology Authority, die de regering adviseert, aanvaardt het oogsten van stamcellen op embryo's die minder dan twee weken oud zijn. Met die beperking lijkt de helende functie van het therapeutisch klonen zwaarder door te wegen dan de ethische bezwaren. Het Britse Lagerhuis heeft dat advies gevolgd.

In zijn essay 'Utopisten in het laboratorium' (DM 20/10) zette Hans Magnus Enzensberger zich krachtig af tegen de 'almachtsfantasieën' van de biotechnologie. De wetenschappers zouden zich presenteren als ' verlossers' die beloven alle leed uit de wereld te bannen maar inmiddels volgens een heel andere agenda opereren. Zij zijn de 'marktkooplui van de toekomsttechnologieën'. Zij pogen 'een putsch te plegen met het doel de democratische besluitvorming buitenspel te zetten'. Zij werken aan een 'ver in de toekomst reikend project: de mutatie van de menselijke soort'.

Marktkooplui? Een aantal microbiologen verdient inderdaad handenvol geld aan de goldrush op het gen. In een vrije markt is dat onvermijdelijk. Een aanzienlijk groter aantal genetici en artsen zet zich, in ruil voor een normaal arbeidsloon, dag na dag in om de kennis te vergroten en het leed in de wereld te verzachten.

Putsch? Je hoort het wel vaker. De putsch van Bill Gates, of van de oliesjeiks, of van het militair-industrieel complex. Die zijn alleen invloedrijker dan de genetici. Ze proberen de democratie te gebruiken, niet ze omver te werpen.

De mutatie van de soort? Dat is pas een interessant idee. De mens is geen onveranderlijk fenomeen. Hij evolueert. Het tempo van die evolutie neemt exponentieel toe. Het is niet uitgesloten dat ze uitmondt in een nieuw menstype, denkt bijvoorbeeld Francis Fukuyama, de ongelukkige uitvinder van het 'einde van de geschiedenis', nooit te beroerd om een nieuwe trend te omhelzen. Nieuwe menstypes zijn uiteraard al eerder ontstaan. Drie miljoen jaar geleden splitste de Australopithecus zich op in een vegetarische en een vleesetende variant. Dertig miljoen jaar geleden leefden er in Europa twee soorten naast elkaar, de Neanderthaler en de Homo sapiens. De laatste overleefde omdat hij zich beter aanpaste aan het barre klimaat. En nu lijkt Homo sapiens opnieuw op een tweesprong aangekomen. Hij zal weldra in staat zijn zichzelf om te bouwen.

Is dat een kwalijke zaak? Indien de genetische selectie ter beschikking zou staan van elke burger, kan de uitkomst alleen maar gunstig zijn. Het menselijk genoom wordt dan geleidelijk van fouten gezuiverd. Dat is op dit ogenblik niet het geval. Integendeel, ons genoom gaat erop achteruit. Een merkwaardige paradox openbaart zich: de vooruitgang van de geneeskunde zorgt ervoor dat er steeds meer foute genen voorkomen in het dna van de soort. Personen die vroeger niet aan voortplanting toekwamen omdat ze leden aan erfelijke kwalen die zich vroeg in het bestaan openbaren, zoals vormen van diabetes, hartkwalen en leukemie, krijgen nu wel kinderen. Ze dragen dus hun foute genen over. Dat is op den duur ongunstig voor de volksgezondheid. Het vooruitzicht foute genen te kunnen repareren, hoeft dus geen angstige 'toekomstvisioenen' op te roepen.

De mens evolueert. Verandering is zijn wezenskenmerk. Hij is een product van de evolutie, maar in tegenstelling tot de andere dieren heeft hij die evolutie zelf een handje geholpen door het ontwikkelen van technieken. De mens, zo schrijft de Duitse filosoof Peter Sloterdijk, wordt bepaald door wat hij in de hand heeft: een steen, een wapen, een werktuig, een toets. En nu dus een gen. Met die werktuigen heeft hij zich geleidelijk bevrijd uit het keurslijf van de natuurlijke selectie. Hij heeft zichzelf in toenemende mate verfijnd. En dat proces is nog lang niet voltooid.

Bronnen: David Galton, In our own Image (Little, Brown and company) The Human Cloning debate (Berkeley Hills Books) Joël de Rosnay, L'Homme symbiotique (Seuil) Jean-Claude Guillebaud, Le principe d'humanité (Seuil) Peter Sloterdijk, Das Menschentreibhaus (Verloag und Datenbank für Geisteswissenschaften, Weimar)

'Een merkwaardige paradox openbaart zich: de vooruitgang van de geneeskunde zorgt ervoor dat er steeds meer foute genen voorkomen in het dna van de soort'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234