Maandag 25/01/2021

'Op mijn zestiende had ik al een hart van steen'

Dertig jaar nadat hij als kindsoldaat voor de Tamil-tijgers vocht, staat schrijver-acteur Antony Jesuthasan (°1967) voor Gouden Palm-winnaar Dheepan op het podium van Cannes. Verbaasd aanhoort de wereld een stukje van zijn waanzinnige levensverhaal. Enkele maanden na zijn moment de gloire doet hij zijn hele geschiedenis uit de doeken.

Ook voor de filmpers in Cannes is de eerste kennismaking met Antony Jesuthasan een verrassing. Journalisten hebben de Sri Lankaanse acteur aan het werk gezien in Dheepan, de film van de befaamde Franse regisseur Jacques Audiard. In die prent speelt Jesuthasan een voormalig kindsoldaat uit Sri Lanka die met een vals paspoort naar Frankrijk vlucht en in de banlieues terechtkomt. Om de asielinstanties te verschalken, vormt hij een nepgezinnetje met de jonge vrouw Yaline en het meisje Illayaal.

De acteur krijgt lof voor zijn sterke vertolking, maar blijft tijdens het festival in de schaduw van celebrity's als Naomi Watts en Catherine Deneuve. Pas als blijkt dat Dheepan de Gouden Palm heeft gewonnen, draaien de schijnwerpers naar de schuchtere Jesuthasan. Plotseling wordt hij behandeld als een ster en moet hij tijdens de afsluitende persconferentie vragen over zichzelf beantwoorden.

Hij wordt daarin bijgestaan door een tolk, waardoor het verhaal er in schokjes uitkomt. "Ik kom uit Sri Lanka. Ooit vocht ik voor de Tamil-tijgers. Toen vluchtte ik naar Frankrijk. Ik had geen papieren. De politie zat altijd achter me aan. Ik was bordenwasser in een restaurant. Maar

's nachts schreef ik boeken. En acteur ben ik altijd geweest, al van toen ik als kind straattoneel speelde. Waar ik woon? In de banlieues."

Verbazing bij de journalisten. "Maar dan zijn Dheepan en Jesuthasan een en dezelfde persoon!", merkt een van hen op.

50 procent Dheepan

Enkele maanden na zijn moment de gloire in Cannes ontmoeten we Jesuthasan in Amsterdam. Dheepan is net uit in België en krijgt lovende kritieken. De zon schijnt, de acteur heeft zijn witte hemd lekker wijd openstaan en zegt dat hij vandaag alle tijd heeft om zijn levensverhaal uit de doeken te doen. "Ook u wil blijkbaar weten hoeveel mijn persoonlijke geschiedenis overeenstemt met die van Dheepan?"

Hij glimlacht.

"Even uitrekenen. Ik denk ongeveer 50 procent. Misschien wel 55." Waarna hij ernstiger wordt. "Ach, ik weet het niet. Mijn leven is mijn leven en de film is de film. Maar het is natuurlijk wel zo dat ik niet veel moeite had om mij in te leven in het personage van Dheepan. Niemand moest mij uitleggen wat het betekent om kindsoldaat te zijn. Ikzelf was 16 jaar toen ik me liet inlijven.

"Het waren niet de commandanten van de Tamil-tijgers die me dwongen. Het waren de omstandigheden. In 1983 richtten Sri Lankaanse regeringsmilitairen een bloedbad aan onder mijn volk. Duizenden burgers werden vermoord. Onze leiders belandden in gevangenissen waar ze doodgefolterd werden. Ik zat toen op de middelbare school en ik kon die georganiseerde moordpartij op ons volk onmogelijk aanvaarden. Samen met vele andere scholieren vervoegde ik de Tamil-tijgers."

Twee keer huilen

Jesuthasan zegt dat hij moeilijk kan uitleggen hoe het voelde om als jongeling aan het front te belanden. "Ik weet niet hoe ik dat moet vertellen aan iemand die opgroeide in het vredige Europa. Je vraagt me hoe ik mij voelde. Maar eigenlijk voelde ik niets. Weet u, op mijn 16de had ik al een hart van steen. Ik was opgegroeid in grote armoede en had alleen maar oorlog gekend. Ik was nog maar een klein kind toen regeringsmilitairen ons dorp bezetten en een normaal leven onmogelijk maakten.

"Op mijn 14de staken milities de bibliotheek van Jaffna in brand, onze allerbelangrijkste cultuurplaats. Negentigduizend Tamil-boeken gingen in vlammen op. De hele nacht keken we vol ongeloof en afschuw naar die roodgloeiende hemel. We konden het nauwelijks geloven: ze hadden al duizenden Tamils vermoord, maar blijkbaar was dat niet genoeg: heel onze cultuur moest kapot.

"Ook als kind vond ik dat verlies bijzonder pijnlijk. Zo is het gebeurd. Zonder dat ik het besefte, veranderde mijn hart langzaam in een steen. Ik denk dat ik mijn hele leven slechts twee keer heb gehuild. Als 3-jarig kind toen mijn lievelingsjuf me een klap voor m'n hoofd gaf en enkele maanden geleden toen ik Dheepan voor de eerste keer zag. Misschien kwam ik toen pas tot het besef wat voor een onbegrijpelijke aaneenschakeling van bizarre ervaringen mijn leven tot nu toe geweest is."

Zijn beslissing om voor de Tamil-tijgers te gaan vechten, betekende het definitieve einde van zijn jeugd. "Eens je beslist om strijder te worden, laat je je jeugd achter je. Niemand noemde mij nog Antony; Maniyan was voortaan mijn strijdnaam."

Gevoelens waren er niet meer, wel een gelaten aanvaarding van de dood. "We beseften dat velen van ons gingen sterven. En veel van mijn vrienden zijn ook gesneuveld. Aan het front ging er geen dag voorbij zonder dat ik dacht: 'Nu is het voorbij, vandaag zal de dood mij vinden.' We droegen allemaal een halsketting met een cyanide-capsule. Want als de vijand ons te pakken kreeg, was het beter om zelfmoord te plegen dan doodgemarteld te worden. Maar eigenlijk kon dat alles me niet deren. 'Als ik niet ga vechten, zullen ze me evengoed doden', was mijn redenering, 'dus kan ik maar beter mijn volk verdedigen.'"

Jesuthasan moest niet elke dag naar het front. "Er waren ook rustige periodes waarin er niet gevochten werd. Dan stuurden mijn commandanten me naar de propaganda-afdeling. Ik schreef pamfletten en voerde theaterstukken op over de misdaden van het regeringsleger. Bedoeling was om het Tamil-volk strijdvaardig te maken en zo veel mogelijk mannen en vrouwen aan te zetten om onze rangen te vervoegen. Zo kon ik mijn jeugdpassie toch nog verder zetten: als kind hield ik al van acteren en speelde ik straattheater."

Breuk met de Tijgers

Maar op 19-jarige leeftijd breekt er iets bij Jesuthasan. Hij had drie jaar gevochten en in die periode hadden de Tamil-tijgers in het noorden van Sri Lanka grote gebieden op het regeringsleger veroverd. De rebellenleiders moesten nu ook een grondgebied gaan besturen en dat zorgde voor grote problemen. "Met eigen ogen zag ik hoe mijn commandanten veranderden van vrijheidsstrijders in bloedige dictators.

"Ik had me aangesloten bij de rebellen omdat ik mijn volk wou verdedigen. En ook omdat hun linkse ideeën me aantrokken. De Tamil-tijgers wilden meer gelijkheid en waren ook tegen het kastenstelsel. Die strijd voor vrijheid en rechtvaardigheid was onze adrenaline. Maar toen de Tijgers een eigen Tamil-staat stichtten, werden onze leiders plotseling machtswellustelingen die alle andere oppositiebewegingen monddood maakten en hun eigen mensen begonnen te vermoorden. Ook de moslims moesten het ontgelden. Wij hadden gehoopt op progressieve leiders; we kregen extreemrechtse dictators. Ik besloot om uit de strijd te stappen."

Met die beslissing wou Jesuthasan zichzelf bevrijden, maar in feite kwam hij in een onmogelijke situatie terecht. De Sri Lankaanse regeringsmilitairen en de Indiase vredestroepen beschouwden hem nog steeds als een vijand, voor de Tamil-tijgers was hij voortaan een deserteur. "Ik kon geen kant meer uit. Hoewel ik voordien nooit had overwogen om mijn vaderland te verlaten, kon ik op dat moment niet anders dan vluchten."

Hij belandt eerst in Hongkong en reist dan door naar Thailand, waar hij eerst in een vluchtelingenkamp verblijft en daarna in een sloppenwijk terechtkomt waar hij met allerlei klusjes probeert te overleven. "Het allerliefst wou ik zo snel mogelijk terug naar Sri Lanka. Maar hoe langer ik in Bangkok bleef, hoe meer de situatie in mijn land verslechterde. De gedachte dat ik de rest van mijn leven in de goot van Bangkok zou moeten leven, kon ik niet aanvaarden en daarom maakte ik plannen om naar het Westen te vluchten.

"Niet dat ik ook maar een vaag idee had van het Westen. Australië. Canada. Groot-Brittannië. Ik kende die landen wel van naam, maar dat was het dan ook. Toevallig kon ik een vals Frans paspoort bemachtigen en enkele weken later stond ik op Charles De Gaulle. Veel tijd om mij over dat gigantische luchthavengebouw te verbazen had ik niet. Ik werd meteen opgepakt door politie-agenten die me trouwens enkele rake klappen verkochten. Waarom? Omdat ik een vals paspoort had. En waarschijnlijk ook omwille van mijn grote mond. Bienvenue en Europe!"

Geboorte van een schrijver

De eerste jaren in Frankrijk verschillen niet veel van de tijd in Bangkok. Als sans-papiers heeft Jesuthasan allerlei slecht betaalde baantjes. Bordenwasser, rekkenvuller, bouwvakker, piccolo. Ondertussen woedt de oorlog in zijn land verder. In 1990 krijgt hij te horen dat 23 van zijn familieleden door het regeringsleger zijn geëxecuteerd. "Ik bleef wel strijdvaardig en schreef artikelen tégen de Sri Lankaanse regering en tégen de Tamil-tijgers.

"Door mijn linkse sympathieën kwam ik in contact met de internationale trotskistische beweging. Het is mede dankzij hen dat ik opnieuw als schrijver en acteur begon te denken. Zij brachten allerlei boeken voor me mee die ik stuk voor stuk verslond. Derrida, Foucault, Tolstoj."

Na de lange werkdagen in het restaurant zit hij elke nacht aan zijn bureau om te schrijven: niet meer als politiek propagandist, maar als romancier wiens werk ook in kleine oplage in het Engels wordt vertaald. In zijn eerste boek Gorilla beschrijft hij zijn eigen ervaringen als kindsoldaat. Zijn tweede roman Traitor is gebaseerd op een massamoord op politieke gevangenen die in 1983 plaatsvond.

In 2011 schrijft Jesuthasan het scenario voor de Indiaas-Sri Lankaanse film Sengadal, The Dead Sea, een verhaal over Sri Lankaanse vissers die met hun bootjes de oorlog ontvluchten en aanvankelijk door de Indiase censuur verboden werd. In die film speelde hij de hoofdrol en dat was dan weer een van de redenen waarom regisseur Audiard hem de hoofdrol in Dheepan aanbood.

Ontdooien door de liefde

Jesuthasans uitspraak over dat hart van steen blijft in m'n hoofd spoken. Ik vraag hem of zo'n hart van steen dan niet uitzonderlijk sterk is om allerlei problemen te overwinnen. "Eerlijk gezegd: ik heb de problemen niet overwonnen, de problemen hebben mij overwonnen. Of beter gezegd: ik ben nog altijd aan het vechten. Want ik kan nog steeds niet terug naar mijn land. De oorlog in Sri Lanka mag dan al voorbij zijn, de situatie van de Tamils blijft heel slecht. Eigenlijk komt er nooit een einde aan het vluchtelingenbestaan."

Hij zegt ook sterk aangegrepen te zijn door de huidige vluchtelingencrisis. "Die beelden van dolende Syriërs, Irakezen en Afghanen raken me diep. Mannen, vrouwen en kinderen die verdrinken in de Middellandse Zee. Europese politici die aarzelen om die mensen te helpen en een menswaardig bestaan te geven. Ik herken het maar al te goed."

En die internationale erkenning als acteur? Die Gouden Palm voor een aangrijpende film over Sri Lanka: was dat dan geen overwinning? "Dat maakt me blij, maar ook niet meer dan dat. Kijk, dankzij die film heb ik wat geld kunnen verdienen. Daardoor heb ik de vrijheid om enkele maanden voluit aan mijn nieuwe boek te schrijven. Maar weet je: binnenkort is dat geld op en zal ik weer borden moeten afwassen in een restaurant. Dat is geen fatalisme; het is gewoon zo.

"Ik zou in India scenario's voor B-films kunnen schrijven en zo aardig wat geld kunnen verdienen. Maar dat wil ik niet. En de kans dat een Franse regisseur binnenkort nood heeft aan een Sri Lankaanse acteur, acht ik klein. Ik wil daarover niet klagen, het is mijn eigen keuze. Ik wil mooie en pertinente films maken, geen rotzooi. En mijn boeken wil ik in alle vrijheid schrijven.

"Voor de rest zal ik mijn hart af en toe wel laten ontdooien door de liefde. Niet dat ik de vrouw van m'n leven al gevonden heb. Ik hoed me voor dat soort ideeën en ik vrees dat een familiaal leven me zou verstikken. Maar af en toe ontmoet ik wel een vrouw waarvoor ik liefde voel. Mijn hart van steen wordt dan inderdaad minder hard. Een hart dat zich vult met liefde is een open en tolerant hart."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234