Dinsdag 26/10/2021

InterviewDaan Stuyven

‘Op mijn sterfbed zal ik meer aan mijn drie kinderen hebben dan aan mijn driehonderd songs’

null Beeld Guy Kokken
Beeld Guy Kokken

In Overijse begint het platteland in de tuin van de vierkantshoeve van zanger Daan Stuyven. In zijn met oude instrumenten volgestouwde studio is Blanche gisteren nog komen opnemen, de feestzaal – waar Jan Paternoster en Eva De Roo hun huwelijk hebben gevierd – doet nu dienst als hangar: lichtreclames, oude motoren en een BMW 6 uit de jaren 70 staan en liggen er stof te vergaren.

Op de binnenkoer is zijn inwonende vriend Peter druk in de weer, zijn hond Joan dartelt kwispelend rond haar baasje. In de woonkamer trekt een zwarte vleugelpiano de aandacht. Er staat een witte gipsen buste van Beethoven met een zwart Kiss-masker op. ‘De kenners weten dan meteen over welk lid van Kiss het gaat’, zegt Daan. ‘Gene Simmons?’ probeer ik. Daan: ‘Euh, geen idee.’

Daan heeft sinds 2016 geen nieuwe muziek meer uitgebracht, behalve de Dead Man Ray-plaat ‘Over’, maar hij had zowel voor als tijdens corona de handen meer dan vol. Begin 2019 werd hij voor de derde keer vader (van een dochter, Samuelle Lou Jane), aansluitend speelde hij de hoofdrol in een Hongaarse film, en in januari van dit jaar verloor hij zijn eigen vader Jef, de dag na zijn 87ste verjaardag. Tegen de volgende lente plant hij een nieuwe plaat. ‘Een belachelijk optimistische plaat, met veel kleurtjes.’ We nemen plaats aan de picknicktafel in de tuin, naast een aftandse caravan die de naam van zijn oudste dochter Michelle draagt.

Daan Stuyven: “Ze had een tuinhuisje gemaakt, maar dat heb ik opgestookt toen ik aan het opruimen was. Een nieuw tuinhuis had gekund, maar het leek me toffer om ergens een oude caravan te halen. Uit 1976, mijn favoriete jaar.»

Waarom?

“Een gigantisch warme zomer, en ik was jong en naïef. Ik was bijna 7.”

Wat is je eerste herinnering?

“‘Ik heb gedaan!’ (lacht) Ik zat op het potje en probeerde zindelijk te worden. Of met mijn moeder gehaktballetjes rollen in de keuken. Of de loopbrug over de spoorweg in Leuven, waar mijn meter me altijd mee naartoe nam. Ik meen ook een vage herinnering te hebben aan het feit dat ze mij gewogen hebben bij Kind en Gezin, maar dat kan natuurlijk niet. Toch herinner ik me die zaal en die madammekes.”

Was 1976 een goed muziekjaar?

“Jazeker! ABBA, de Bee Gees, het begin van Supertramp, ‘YMCA’ van Village People, al zal dat iets later geweest zijn. Ik ben pas in 1977 naar de radio beginnen te luisteren. Ik had een Philips-radiootje en was verslaafd aan hitparades: op woensdag had je die van Nederland, op donderdag de Europese, op zaterdag de Belgische… En ik ben een getallenfetisjist: zoals iemand anders op de beurs speelt, volgde ik op de voet hoe de nummers stegen en dalen. Als kind had ik ook een spel met twee teerlingen, eentje met getallen en eentje waar ik de letters A tot F op had geplakt. Het enige wat ik deed, was teerlingen gooien en streepjes trekken op een groot blad met 36 kolommen. En kijken wie won. Ik was grote fan van E5, minder van E6. En I kid you not: de combinaties van E en F met 5 en 6 kwamen er altijd als winnaars uit. Zeer opvallend.”

Was je enig kind?

“Nee, ik ben de jongste van vier. Maar ik heb altijd de neiging gehad om me terug te trekken in zelfgemaakte universums. Hier ook.”

Ik weet niet of we al je obsessies moeten overlopen, maar je hebt er ook één met letters, en met fietszadels.

“Euh, ja. Ik vind het interessant om meerdere dingen van hetzelfde naast elkaar te zetten, en die sterk te laten worden in hun hoeveelheid. Je kunt dat verzamelen noemen. (lacht) Ik verzamel ook signalisatiestokjes van de koers. Vaak zijn die zelfgemaakt, dan wordt het naïeve kunst.”

Wil je die verzamelingen delen of tentoonstellen?

“Nee, en ik ga ook niet op zoek op het internet. Ik ben dol op rommelmarkten en spring in containers. Een vuilnisbak is ook al goed. (lacht)

Waarom ben je met muziek wel naar buiten gekomen? Ik heb de indruk dat je veel meer visueel dan auditief bent ingesteld.

“Met dat visuele is het gewoon fout gelopen. Ik heb grafische vormgeving gestudeerd om de spannende technieken, niet omdat ik grafisch vormgever wilde worden. Ik wilde kunstenaar worden. Maar als je geld nodig hebt, verzeil je toch in de vormgeving. Zo heb ik de artistieke band met kleuren, geuren en letters verbrod. Ik vond er geen vrijheid of pure expressie meer in. En ik werd zot van het feit dat ik niks te zeggen had over de teksten in reclamecampagnes. Ik wilde ook de job van de copywriter. Achteraf gezien had ik beter muziek gestudeerd, dan was ik nu schilder geweest. (lachje)

Je vader was schilder.

“Hij is vaak van kleur veranderd, maar veel van zijn mooiste werken zijn heel getemperd, niet gewelddadig. Qua grijswaarden zit alles tussen de 40 en 60 procent. Met heel mooi groen en grijs. De boodschap is vaak heel subtiel, er wordt niet gevloekt. Zijn groen en grijs hebben veel te vertellen, maar het is nooit demonstratief. Olijfgrijs kan interessante conversaties hebben met gebroken blauw.”

Zegt dat iets over wie hij was?

STUYVEN «Zeker. Iemand die liever tien seconden nadacht voor hij zijn gefundeerde mening over iets gaf. Alles was overwogen, doordacht en poëtisch. En doordrongen van een zekere melancholie.»

Schilderen was zijn beroep?

“Ja. Mijn moeder had een winkel, dus financieel voelde hij geen druk. Het was zijn missie, zijn alles. Hij is er ook nooit mee gestopt, tot op de laatste dag is hij blijven tekenen. Het was bijna een godsdienst, er zat een obsessief kantje aan. Ik denk dat hij er veel meer harmonie in vond dan in de wereld.”

Herkenbaar?

(lachje) Met dat verschil dat ik het nog moet uitleggen voor een publiek. Maar het escapistische kantje herken ik uiteraard.”

Wat heb je nog van hem?

(denkt lang na) Een bepaalde vorm van humor, hoop ik. En hij heeft me geleerd om in alles schoonheid te zien, en een zachtheid of mildheid te hanteren tegenover wat dingen kunnen uitstralen. De liefde voor gebroken klanken, een gebroken stem, gebroken teksten. Een eerherstel voor dingen die hebben afgezien of veel hebben meegemaakt. Op een gegeven moment schilderde hij alleen nog geblutste voorwerpen. De lofzang van het gebrokene. Het tegenovergestelde van de oppervlakkige perfectie, en daarmee raak je al een hele stap vooruit. Het is ook het omarmen van je eigen kwetsuren, van de schade die je hebt opgelopen in het leven, dat toch wel lang duurt. Het is een louteringsproces en een statement. Het idee om je als schilder te ontfermen over gebroken voorwerpen heeft iets humanistisch. Dat gezegd zijnde kan ik zelf wel tegen een gladde synthesizerlijn, hoor. (lacht)

Je eerste soloplaat uit 1999 heette Profools, een woordspeling op ProTools, de tegelijk verguisde en gelauwerde studiosoftware die toen net zijn intrede deed en waarmee de weg naar de perfectie in de popmuziek werd ingezet.

“Door een gebrek aan opnametechniek van mijnentwege, en een gebrek aan harde schijven, deed ik het met les moyens du bord: kapotte gitaren, slechte microfoons… En die opnames behandelde ik dan extreem minutieus, alsof het een superproductie was. Een toffe uitdaging. Het was veel minder interessant geweest als ik dat met perfect opgenomen nummers had gedaan. Als ik het nu terughoor, klinkt het hilarisch. (lacht) Maar het was de tijd van Ween en Beck, het mocht smossig klinken. Profools heeft een jeugdige naïviteit, een onnozel optimisme.”

Luister je nog graag naar je oude platen?

“Ja, vooral naar Profools.”

Niet naar de rest?

“Daar moet ik wellicht nog een jaartje mee wachten. (lacht)

Is je werkwijze in de loop der jaren veranderd?

(denkt na) Nee. In mijn eentje prutsen, dat is nog altijd de kern van de zaak. Alleen is het moeilijker geworden, minder intiem. Profools kwam uit in een periode waarin ik ’s avonds met mijn viersporencassettes werkte, ik wilde ontsnappen aan de grafische vormgeving. Ik had ook geen statuut of ambitie. Dat verandert als je een publieke figuur wordt of meer erkenning krijgt. Met een professionele structuur errond, platenfirma’s en toestanden. Dat maakt het minder intiem. Ik wilde gewoon één keer een soloplaatje gemaakt hebben.”

null Beeld Guy Kokken
Beeld Guy Kokken

Een quote van John Updike die ik onlangs heb gelezen: ‘Celebrity is a mask that eats into the face.’ Die deed me denken aan de openingsregels van Icon: ‘When you try to be an icon, then the icon becomes you.’

“Wauw, dat is mooi gezegd. Van Updike, hè. (lacht) Het is veel plezanter om jezelf te verrassen en onverwachte dingen te doen, dan te voldoen aan een verwachtingspatroon dat het publiek je met de beste bedoelingen heeft aangemeten. Daarom heb ik de laatste jaren doelbewust ondergeacteerd. Ik laat er een paar jaar overheen gaan, tot ik het gevoel heb dat ik out of the game ben. Pas dan kan ik weer verrassen.”

Nada, uit 2016, was je laatste werkstuk, afgezien van Dead Man Ray.

“Shit, da’s vijf jaar geleden. Ik moet iets doen! (lacht) Na Nada was de vraag: waar heb ik nu het meest goesting in? En ik had meer goesting om nog een kindje te maken dan een nieuwe plaat.”

Hoe oud was je toen je voor het eerst vader werd?

“Dertig. Ik zag die kaap aankomen en dacht: het moet gebeuren. Ik ben superblij dat ik toen de even zotte als dartele moeder van mijn zoon ben tegengekomen. Mijn kinderwens was…”

Uitzonderlijk voor een man?

“Ook al moest het op mijn dertigste nog allemaal beginnen. Ik had al wel wat muziek gemaakt, ik had ook al een huisje, en ik dacht: wat wil ik nu echt? Wat is het belangrijkste? En bij de geboorte van mijn drie kinderen heb ik telkens dat gevoel gehad: dit is het enige belangrijke. Het overstijgt alles. En het doet je aanvaarden dat je zelf sterfelijk bent. Aan een catalogus van driehonderd songs zal ik op mijn sterfbed weinig hebben, aan het feit dat ik drie kinderen heb wel. Daarvoor maak je hen natuurlijk niet, maar toch.”

Waarvoor dan wel?

“Om ze gelukkig te maken, om alles door te kunnen geven, om verwonderd te zijn over hoe ze in het leven stappen, over hoe verschillend ze zijn. Het is van een totaal andere orde dan de vraag welke muziekjes je allemaal kunt maken. Bij mijn jongste dochter was ik al een beetje over tijd, maar ik wilde nog zo graag een kind.”

Over tijd?

“Als ik over vijf jaar mijn dochter van school ga halen, denken ze dat ik haar grootvader ben. Ik was 50 toen ik haar kreeg. Maar goed, ik voel me er niet schuldig over. Mick Jagger was 74 toen hij de laatste keer vader werd.”

Maar jij gaat nu stoppen?

“Ik hou niet van onpare getallen. (lachje) Veel vriendinnen zitten op een kantelleeftijd, maar hebben geen relatie, en ik heb de laatste tien jaar tijdens een avondje stappen vaak moeten zeggen: ‘Ik ga naar huis.’ (lacht) Wat mijn scheppingsdrang betreft, moet ik mij censureren: ‘Nee, Daan, niet doen, slecht idee!’ (lacht)

Je kinderen wonen deeltijds bij jou?

“Ja. Mijn zoon woont nu samen met zijn lief, hier een kilometer vandaan. Ik heb hem net met de auto leren rijden. Een potentieel explosieve situatie, maar het viel goed mee. We hebben het omgedraaid in een soort vertrouwensrelatie. Hij heeft zijn rijbewijs wel meteen gehaald – trots dat ik was!”

Had jij je rijbewijs ook meteen?

“Pas na het derde examen. Ik vond dat brommers geen voorrang van rechts mogen hebben. (lacht) Dat mijn ruitenwissers het hele examen lang aanstonden terwijl het niet regende, was ook minder. En die stelling had ik beter niet omvergereden. (lacht)

Wat erven je kinderen beter niet van jou?

(denkt lang na) Mijn zucht naar drama? Soms wentel ik me graag in mijn eigen drama: ‘Kijk wat mij nu overkomt!’ Terwijl het dingen zijn die op te lossen vallen. De rest van de week weet ik dat, maar soms cultiveer ik de emoties, ook omdat het een vorm van inspiratie is. In muziek mag je overdrijven, maar ik maak weleens de fout om het ook privé op de spits te drijven.”

Merk je er iets van bij je kinderen?

“Voorlopig niet. Mijn zoon is heel pragmatisch, voeten op de grond. Een controlefreak. Misschien is het nuttig geweest dat ik mezelf bij momenten zo hard heb laten gaan, zodat hij kon zien: dat is niet de manier om de dingen aan te pakken. Veel te vermoeiend. Eerst analyseren, dan keuzes maken.”

Ben je door of voor je kinderen gezonder gaan leven?

“Ja. Door corona ook. Mijn job is een avondjob: vóór drie, vier uur ’s nachts kom je niet thuis en ben je niet kalm. Je moet pieken naar acht, negen uur ’s avonds, soms zelfs naar tien of elf uur. De ochtend en de middag hebben geen belang, wat haaks staat op een leven met kinderen. Door corona kon ik niet meer uitgaan en moest ik niet meer de baan op. Vóór twaalf uur lig ik nu in bed, om zeven uur sta ik op en klap ik in de handen: ‘Wat zullen we vandaag eens doen?’ Ik zit hier op het platteland, ik kom niet meer in de gevaarlijke steden met alle vrienden en verleidingen. De leeftijd zit er ook voor iets tussen. Je ziet weinig marathonlopers van 51.”

FILM ZONDER SEKS

Heb je nieuwe bezigheden aangevat tijdens de pandemie?

“Op 13 maart 2020, vlak vóór de lockdown, ben ik doeken, penselen en verf gaan kopen, maar die liggen er nog altijd. Ik dacht dat ik een hobby nodig had. Ik heb in mijn leven nu en dan geschilderd, maar het feit dat mijn vader schilder was, werkte intimiderend. Sinds zijn dood heb ik zoveel werk van hem ontdekt dat ik nog méér geïntimideerd ben geraakt. En ik wil tijdens het rouwproces ook niet zelf beginnen te schilderen.

“De grootste opdracht tijdens de pandemie was en is: mentaal en fysiek in orde blijven. Een oefening in beheersing. Je bent je statuut kwijt, je uitlaatklep, je inkomsten, en dan je vader… Je zou voor minder zot worden.”

Hoe blijf je fysiek oké?

“Ik fiets wat. En het coronacliché: ik heb enorm veel gewandeld. Wandelingen van 10, 15 kilometer, met een plannetje dat ik vooraf uitprint. Je bent hier direct in Wallonië, in de mooiste landschappen. En voor de rest: eten en slapen.”

Ben je een goeie kok?

“Nee. Mijn vriendin godzijdank wel. Ik ben de koning van de afhaalmaaltijden. Ik zorg er wel voor dat er iets lekkers in huis is. Maar zelf kan ik geen eitje bakken, geen pizza opwarmen…”

Opgewarmde pizza: altijd een slecht idee.

“Die dingen die je in de supermarkt koopt, moet je toch opwarmen? En je moet ernaast blijven staan, want als je een halfuur gaat telefoneren, is hij aangebrand. En de folie die eronder zit, mag je niet mee in de oven steken, anders is de pizza echt niet lekker. (lacht)

Je hebt net de hoofdrol gespeeld in de Hongaarse film Eden. Ik heb er nergens beelden van kunnen vinden.

“Superintens was dat, ik heb er vier maanden van mijn leven aan gegeven. Ik werd ondergedompeld in het absurde Boedapest, in het gecontesteerde Hongarije. De regisseuse maakte zware, deprimerende films, en deze was drie uur lang. Artistieke zelfmoord, vond de producent. Maar alle scènes die eruit moesten, waren er met haar dochter, en die heeft ze niet willen knippen. Resultaat: de film is nooit uitgebracht. Niemand kan beoordelen of ik een goeie acteur ben of niet, maar ik kan wel in mijn bio zetten dat ik de hoofdrol in een buitenlandse film heb gespeeld. (lacht)

“Fien Troch, met wie de regisseuse ooit in een jury had gezeten, had mij getipt: ‘Een depressieve psychiater van 49 met een alcoholprobleem en een dochter van twaalf: Daan zal die wel kunnen spelen.’ (lacht) Ik had nog nooit geacteerd en het leek mij een interessante manier om het medium te leren kennen.”

Je bleek niet geheel talentloos te zijn?

“Ik heb mijn kop mee, ma gueule, en ik beheers mijn stem. Je moet niet Daan, the Warrior met mij maken, maar zo’n zwaar Oostblok-drama leek me wel haalbaar.

“Veel acteurs hadden er een probleem mee dat de film gedubd zou worden, maar voor mij werkte dat drempelverlagend. Als ik een stuk tekst verknoeide, kon dat achteraf nog gecamoufleerd worden. Het absurde idee om in een Hongaarse film mee te spelen trok mij natuurlijk ook aan. Die taal leren, daar valt niet aan te beginnen. En dat land is zó wereldvreemd. En nog helemaal doordrongen van het communisme. De mensen zijn er behoorlijk xenofoob en racistisch. Wat ook Viktor Orbán overigens aantoont. (lacht) Verder heb ik niets tegen het communisme, hoor.”

Welke taal sprak jij?

“Ik mocht alles in het Engels doen, en mijn tegenspeelster, een Servische, ook. Met haar kon ik me goed inleven in mijn scènes, het werd moeilijker als we Hongaarse tegenspelers hadden. Er was een scène waarin ik mij razend kwaad moest maken op mijn Hongaarse advocaat, maar ik snapte niks van wat die man zei. Ik moest wachten en mij concentreren op zijn laatste drie lettergrepen – brùch nig môs, of zoiets – en dan kwaad losbarsten: ‘Yeah, but you don’t know what the fuck you are saying!’ Nog zoiets: de acteur die mijn stem uiteindelijk dubde, was in enkele scènes ook mijn tegenspeler, een collega-dokter. Zijn eigen stem moest óók gedubd worden, opdat hij mij zou kunnen dubben. Behoorlijk absurd.”

Had je een seksscène?

“Het was een soort precoronafabeltje. Mijn tegenspeelster was allergisch voor alles en nog wat, en ik moest heel hygiënisch met haar omgaan. In de meeste scènes zat ze in een soort ruimtepak. Ik moest mij ontsmetten vóór ik in haar flat mocht komen. Dus: een seksloze film!”

Zou je het wel gedaan hebben?

“Ik heb ooit kortfilms afgezegd omdat ik in een relatie zat. ‘Gij gaat geen seksscène onder de douche spelen!’ ‘Ja maar, het is een interessante rol, met Elli Medeiros…’ ‘Stop!’ (lacht) Ik ben nu 51, voor een seksscène zou ik aan mijn lichaam moeten werken. Dus nee, laat maar.”

null Beeld Guy Kokken
Beeld Guy Kokken

EEN VERLIEFDE VENT

Een straffe quote van jou uit 2013, toen je een vriendin in Boekarest had: ‘Het feminisme is hier niet gepasseerd. Ze hebben dat niet gewild en ze willen het nog steeds niet. Vrouwen zijn hier 100 procent vrouw. Ze zijn sterk, en ze weten precies waarvoor een vent dient.’ Zou je dat in deze woketijden herhalen?

“Ik beledig de vrouwen toch niet? Dat was met veel respect gezegd. Ik was wel graag een vrouw geweest, en ik weet niet hoe correct ik dan geweest zou zijn. Ik vind dat je als vrouw vrouw moet mogen zijn, zoals je als man man moet mogen zijn. Met wederzijdse goedkeuring en enthousiasme. Ik haat mannen die respectloos met vrouwen omgaan. Maar proactief bang of overgevoelig rondlopen? Dan gaat er veel plezier verloren. Ik doe de dingen graag uit enthousiasme in plaats van uit frustratie. Als ik een vrouw was, zou ik nogal feestvieren. Ik zou van de mannen profiteren en genieten. Het is heel simpel om een man om je vinger te winden of om respect af te dwingen. Focus je daarop, denk ik dan. Maar ga niet klagen dat het máár mannen zijn. Weet je wel hoe simpel een man in elkaar zit? (lacht) Een verliefde vent: daar doe je mee wat je wilt.”

Leeft je moeder nog?

“Ja, ze is nog erg kwiek. En ze verveelt zich dood, want zoals Johnny Cash zingt: ‘Everyone I know goes away in the end’. Het is een zegen om gezond oud te worden, but it’s a lonely job.”

Was je vader ziek?

“Omdat hij wilde blijven tekenen en schilderen tot op het einde, en thuis wilde blijven, heeft hij zijn symptomen tot op het allerlaatste moment geheimgehouden. Als wij hem vroegen: ‘Is er iets?’, dan zei hij: ‘Neenee, helemaal gezond.’ En dat is hij blijven volhouden tot de laatste dag, bij wijze van spreken. Toen belde hij uiteindelijk: ‘Ik denk dat jullie mij morgen misschien toch mogen komen halen.’”

Kanker?

“Uitgezaaid in alle richtingen.”

Was je boos?

“De dokters constateerden dat hij op was, maar we hebben toch nog een week intense gesprekken met hem gehad. Heavy, maar je haalt de schade in van gesprekken die je nooit hebt gevoerd, en er zijn mooie dingen gezegd. Ik had er liever nog wat meer gehad. Maar hij was een koppigaard in zijn leven en zijn aanpak.”

Hoe oud hoop je zelf te worden?

“76. Ik dacht vroeger dat ik maar 40 zou worden, maar intussen ben ik de 50 al voorbij en word ik ambitieuzer. Ik besef dat ik niet te veel mag vragen – ik heb flink geleefd, sommige jaren tellen dubbel. Maar 76 vind ik fair.”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234