Woensdag 07/12/2022

Op kroegentocht in het Brusselse verleden

Je hoeft geen secretaris van een heemkundige kring te zijn om vast te stellen dat het aantal oude kroegen afneemt. Een bescheiden tentoonstelling op een steenworp van Manneken Pis brengt foto's van Brusselse cafés, estaminets en brasserieën samen. Zij zijn haast allemaal verdwenen of vervangen door nachtwinkels, hamburgertenten, pubs en andere lounges. Dat zegt iets over het sociale weefsel waarin ze ontstonden en over de maatschappij die ervoor in de plaats kwam.

Brussel

Eigen berichtgeving

Eric Min

In 1930 telde Brabant nog 16.000 kroegen, een voor elke honderd inwoners. Rijk en arm kon er terecht voor gezelschap en drank, in die volgorde. Misschien waren de cafés wel de cultuurcentra van de negentiende eeuw: oorden waar mensen hun kleine, niet al te comfortabele huizen en de dagelijkse zorgen ontvluchtten om er met gelijkgestemden te discussiëren, te zwanzen, te kaarten en een partijtje vogelpik of biljart te spelen. Ze zochten er letterlijk de warmte op. Belandden schrijvers als Sartre of De Beauvoir in de donkere dagen van de Duitse bezetting ook niet op de banken van het Parijse Café de Flore omdat er een kachel stond die geregeld werd opgepookt? In Brussel zou het een Leuvense stoof geweest zijn. Zet er wat houten stoelen en tafels bij, een zinken toog, een pietjesbak en wat reclameborden voor (intussen roemloos ten onder gegane) biersoorten, en je komt uit bij het typische café-interieur dat standhield tot in de jaren zestig.

En volk dat er over de vloer kwam: buren, passanten en leden van de ontelbare verenigingen die er hun vaste stek hadden. "Hier is verboden / Niet te zingen", lezen we op een balk in de Brasserie des Brigittines. Op de stoep van Le Boerendans en La Bagatelle poseert een groep stamgasten als voor een familieportret. Op de Grasmarkt schurkt het ene café zich tegen het andere aan en zelfs in de Nieuwstraat vinden we enkele exemplaren. Telefoonwinkels en fashion outlets komen nog niet in het straatbeeld voor. De estaminets kregen vaak de naam van hun uitbater: Prosper, Anna, Jean Patatje. Op het Vossenplein stapt een processie voorbij het café Chez Jean van Dikken Tich.

Er was ook geen gebrek aan ietwat nobelere oorden. Enkele ervan hebben weerwerk geboden tegen de tand des tijds. De interieurs van de Cirio, de Metropole en de Falstaff zijn tegenwoordig zelfs beschermd. Het rendez-voushotel in art deco L'Espérance bij de Finisterrae-kerk is nog altijd een goed bewaard geheim. De sloophamer heeft vooral in de minder riante buurten toegeslagen. Van op de drempel van de sjofele keet Au Diable in de Onze-Lieve-Vrouw-Van-Vaakstraat kijken twee vrouwen naar de camera, het verval is al goed te zien. Even verderop in de straat is 't Spinnekopke vandaag de betere toeristenval.

De fototentoonstelling in het Huis van Folklore en Tradities is een aardig aperitief, geen volledig menu. Plekken met geschiedenis als de Mort Subite of Het Goudblommeke van Papier, waar de surrealisten en de mannen van Cobra kind (en kunst) aan huis waren, ontbreken in het overzicht. Maar we kunnen er gelukkig nog een pint gaan drinken.

Tot 22 mei in het Huis van Folklore en Tradities, Eikstraat 19, Brussel (02/279.64.36). Open van donderdag tot zondag, van 12 tot 17 uur. De toegang is gratis.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234