Vrijdag 03/12/2021

Op je lijf geschreven

Eind januari verraste Karl Lagerfeld vriend en vijand toen hij de demonstranten tegen het
homohuwelijk in Frankrijk lik op stuk gaf door een meisjeskoppel in bruidsjurk op de catwalk te zetten. Door een maatschappelijke overtuiging te uiten via zijn werk, stelt de ontwerper zich niet langer politiek neutraal op. En laat hij zien hoe krachtig kleren een boodschap kunnen uitdragen.

U herinnert zich nog het tumult over de lokethomo van een paar weken terug? Bij de hernieuwde toelichting van de neutrale kledingcode voor loketbedienden van de stad Antwerpen had burgemeester Bart De Wever onderstreept dat loketbeambten hun geloofsovertuiging, politieke strekking of seksuele geaardheid niet nadrukkelijk mogen etaleren via hun kledij. Een politieke slogan noch een hoofddoek zijn toegelaten in het voorkomen.

Maar waar het publiek deze keer hard over struikelde, was de uitspraak rond uitgesproken homokledij. "Geen regenbogen", gaf De Wever als voorbeeld. Daarmee wilde hij allicht niet zozeer de homoseksuelen viseren, als wel een ban leggen op activisme voor eender welke strijd tijdens de werkuren. Wat de bedoeling ook was, één ding is zeker. De Antwerpse burgemeester weet goed genoeg dat kleren dikwijls meer zijn dan bij momenten modieuze stofjes, dat mensen via hun kledij en accessoires hun overtuigingen delen.

De antwoorden kwamen snel en varieerden tussen furieuze verontwaardiging, groot gelijk en hilariteit. Op de sociale netwerksites circuleerden diezelfde dag bijvoorbeeld nog beelden van T-shirts met regenbogen op en daaronder de slagzin 'I am not gay, I just like rainbows'. Hoewel het in de roze hoek zelf betrekkelijk stil bleef, reageerde een jonge ontwerper prompt met een roze T-shirt met daarop het vrolijke 'God save the Queens'. "Je kunt het zien als een antwoord op Bart De Wever", aldus designer Kristof Buntinx. "Al heb ik dit T-shirt om andere redenen ontworpen. Ik ben gelovig, fan van het koningshuis, gay. Ik hou ervan zo te zijn. Ik wil bevriend blijven met iedereen, maar op deze manier kon ik toch even mijn mening kwijt."

Lesbobruidjes

Het spreekt voor zich dat een thema als gelijke rechten voor holebi's de overwegend homoseksuele modescene triggert. 'I pay my taxes, I want my rights' kopte ook een T-shirt van ontwerper Marc Jacobs in 2009. De Amerikaanse ontwerper zet wel vaker zijn mening op een T-shirt. Hij ontwierp T-shirts voor Playboy waarvan de opbrengst naar de Belgische organisatie Designers against Aids (zie lager) ging. Ook van politiek is hij niet bang. In 2006 liet hij een vitrine van zijn winkel in San Francisco inrichten met de woorden 'Worst president ever', en afgelopen jaar ontwierp hij een logo voor de herverkiezingscampagne van president Obama.

In China liet hij van zich horen met zijn 'Free Tibet'-collectie, waarmee hij de Chinezen aan de oren wilde trekken. Die reageerden echter furieus en dreigden een boycot in te voeren tegen Marc Jacobs' eigen merk én tegen Louis Vuitton, waarvoor hij ontwerpt. Sindsdien is Jacobs voorzichtiger en maant hij collega's aan om terughoudend te zijn met het uiten van politieke meningen in hun werk.

Des te opmerkelijker was daarom de actie van Karl Lagerfeld. Hij maakte gebruik van een Chanel-defilé, niet zijn eigen merk, en dat tijdens de show van de haute-couturecollectie die overwegend kapitaalkrachtig en conservatief cliënteel aantrekt. Dat is kras.

Bovendien verlegde de ontwerper niet alleen een professionele grens, maar ook een persoonlijke. Lager-feld, die beweert dat hij nog nooit in zijn leven heeft gestemd, was tot dan openlijk tegen het homohuwelijk. Hij vond het maar niets dat homo's in de jaren zestig strijd leverden om anders te mogen zijn, terwijl ze nu toch kiezen voor een kleinburgerlijk leven. En hoewel hij geen probleem heeft met een dameskoppel dat kinderen heeft, voelt hij minder voor een mannenkoppel met kinderen.

Maar over dat homohuwelijk heeft hij zijn mening duidelijk herzien. Met zijn lesbobruidjes steunde hij de plannen van de Franse overheid om het homo-huwelijk en adoptie te legaliseren. Zijn commentaar achteraf aan persagentschap Reuters: "Ik begrijp niet waarom mensen die samenleven niet dezelfde zekerheden mogen hebben als gehuwde burgers. Twee vrouwen die trouwen, kinderen die twee moeders hebben, het is niet meer dan normaal", aldus de ontwerper.

Tussen de regels door deed Lagerfeld ook nog een ander statement. Zijn catwalk was omgetoverd in een oase van groen. "De natuur wordt bedreigd, we moeten haar vieren."

Middelvinger

Het klimaat is ook een van de dada's van de Britse ontwerpster Vivienne Westwood, de koningin van het catwalkactivisme. Dame Westwood, ooit een rasechte punkster wier ex-man Malcolm Mc-Laren manager van The Sex Pistols was, ademt rebellie. Misschien is het mooiste voorbeeld daarvan wel haar stiekem bedoelde middelvinger toen ze in 1992 door de Britse koningin werd ontvangen op Buckingham Palace. Toen bij het buitengaan de wind haar rok optilde, bleek Westwood geen slip te dragen. Maar het kon ook de coverfoto van magazine Tatler in april 1989 geweest zijn, waarop ze verkleed als premier Margaret Thatcher staat, compleet met het mantelpakje dat Thatcher bij haar had besteld maar dat nog niet was geleverd. Een fijnbesnaarde aprilgrap. Brutaal, maar nooit echt grof, zo is Vivienne Westwood.

Dat ze toch een bloeiend bedrijf weet op te bouwen en zich handhaaft in een wereld die liever geen politieke uitspraken doet, getuigt van haar intelligentie en haar talent. Westwood voerde op de catwalk, maar ook ernaast, campagne tegen kernwapens, tegen massaconsumptie, tegen klimaatverandering, voor burgerrechten. Vandaag, op haar 73ste, draagt ze T-shirts met opschriften als 'I am Julian Assange' en 'Climate revolution', en blijft ze haar politieke gedachten naarstig noteren op haar blog. Daar ijvert ze voor het belang van kunsteducatie, omdat kunst mensen volgens haar leert omgaan met wat ze niet meteen begrijpen.

Hoewel men haar nog steeds zietals de oermoeder van de punk, neemt ze zelf afstand van die periode. Volgens haar stortte de punkscène in toen Sid Vicious overleed en The Sex Pistols splitte. Op haar blog schreef ze vorige maand nog dat alle afgeleide rebellen van punk poseurs zijn die niet begrijpen waar het eigenlijk om gaat. "Punk is niet wild rondspringen in een T-shirt waarop 'Destroy' staat", schrijft ze. "Om subversief te zijn, heb je ideeën nodig."

Dat de punkbeweging teloorging, is volgens haar omdat de punkers geen ideeën hadden. "Ideeën krijg je als je je engageert voor de wereld en zijn verleden. Als punk al ergens over ging, dan was het wel over opstaan tegen het mismanagement van de wereld, tegen corruptie van macht en tegen vernietiging. Punk is controle hebben over je eigen leven, en controle hebben op de overheid."

Minirokken

In 2008 stuurde de Franse ontwerper Jean-Charles de Castelbajac zijn fameuze Obamajurk de catwalk op. Vorig jaar werd zangeres Katy Perry gezien met wat men 'obamanicure' noemt. Het hoofd van president Obama als nagelversiering? Het is maar één voorbeeld van hoe mode als spiegel van de samenleving kan dienen en sociale veranderingen weerspiegelt. Omdat ze veranderlijk is van aard, is het een ideaal medium om te experimenteren met het uitdrukken van het sociale klimaat, van rebellie en anarchie, van veranderingen en evoluties.

Doorheen de ge-schiedenis diende mode altijd al als medium om politieke ideeën en veranderende so-ciale waarden te communiceren. In de 19de eeuw kon men al via kledij registreren wat de drager dacht over thema's als nationalisme of feminisme. Dat ging dan over het gebruik van de kleuren van een vlag, of het verwerpen van het korset. Pas laat in de 20ste eeuw verschenen thema's als homorechten, aids, klimaat, vrede, kernenergie en bewapening in de kleerkast.

De kentering vond plaats in de jaren vijftig, met de opkomst van de jeugdcultuur die wilde breken met de conventies. Jongeren eigenen zich hun mode en hun muziek toe, waarin ze een spreekbuis zien voor hun afkeer van de tradities van voorgaande generaties. Zowel het dragen van jeans - tot dan kledij van de 'werkman' - als de opkomst van de minirok kun je lezen als een vorm van sociale commentaar. Het kortgerokte futurisme van Pierre Cardin en André Courrèges verscheen in de marge van de Koude Oorlog in de jaren zestig, de monokini van Rudi Gernreich was een revolte tegen de seksuele onderdrukking. De jaren zeventig, dat was antimode met olifantenpijpen, maar ook de periode van antioorlog en een tweede feministische golf als de broek voor de vrouw die dankzij Yves Saint Laurent finaal ingang vindt bij vrouwen van alle leeftijden in plaats van enkel de hippe beatniks.

Skinheads

Uiteindelijk is mode telkens weer een kwestie van symbolen en betekenissen. Dat maakt dat het een ambivalent fenomeen is. Via symbolen identificeren individuen zich met elkaar en de groep waartoe ze (willen) behoren. Maar tegelijk streeft men naar originaliteit, naar het zich onderscheiden van elkaar. Context is ontzettend belangrijk. De Afro-Amerikaanse gemeenschap die de preppy mode van Tommy Hilfiger draagt, of kopieën ervan, drukt daarmee bijvoorbeeld de wens van de American Dream uit die Hilfiger belichaamt. De ontwerper zelf vond dat minder geslaagd, maar erg veel kon hij niet veranderen aan die perceptie.

Maar wat Burberry, Lonsdale, Target en ook Lacoste overkwam was veel erger. De beige ruiten van Burberry bleken zo in de smaak te vallen bij Britse hooligans dat het merk zichzelf volledig moest heruitvinden. Lonsdale en Target werden favoriet van racistische skinheads en neonazi's. En Lacoste zweette peentjes toen de Noorse massamoordenaar Anders Breivik een voorliefde bleek te hebben voor polo's met de groene krokodil. Ook Dior haastte zich om afstand te nemen van ontwerper John Galliano en diens antisemitische uitspraken.

Toch zijn dit uitwassen. Deze voorbeelden getuigen niet zozeer van een sociale verandering als wel van maatschappelijke kwalen. Mode is een spiegel, maar kan ze ook een motor zijn voor sociale verandering? Tijdens de presidentiële verkiezingscampagne deed het gerucht de ronde dat Vogue-opperhoofd Anna Wintour ontwerpers afraadde om Ann Romney te kleden. Drager en kledij versterken elkaar als het verhaal klopt. Daarom willen labels beroemdheden als uithangbord. Acteurs of First Ladies. Het spanningsveld tussen mode en politiek werkt in twee richtingen.

Dat is de motor achter het sociaal activisme van initiatieven als Desig-ners Against Aids, dat tot vorig jaar samenwerkte met H&M en rolmodellen uit de popcultuur om jongeren via T-shirts bewust te maken van het belang van veilig vrijen. Vandaag werkt DAA samen met JBC en zet men ook alles gereed voor een nieuw initiatief, Beauty without Irony. De bedoeling is om jongeren te bereiken met thema's die hen aangaan: gelijkheid tussen jongens en meisjes, zelfvertrouwen bij jonge vrouwen, opkomen tegen geweld.

In het VK ontwerpen namen als Vivienne Westwood, Katharine Hamnett, Eley Kishimoto, Christian Lacroix en Giles Deacon mee aan T-shirts waarvan de opbrengst projecten voor het Environmental Justice Foundation (EJF) moet financieren. Eveneens in het VK doet de organisatie All Walks beyond the Catwalk fantastisch werk door op modescholen studenten te leren dat ze voor allerlei soorten vrouwen moeten ontwerpen. Drijvende krachten zijn ex-ID-magazine-journalist Caryn Franklin en ex-topmodel Erin O'Connor. Met acties als Size Me Up en Diversity NOW breken ze in een wereld in die verhangen is aan onhaalbare schoonheidsidealen.

Of het effect blijvend zal zijn? Herinnert u zich nog de slogans van de Greenpeace T-shirts uit de jaren tachtig en negentig? 'No time to waste' of 'This body is in danger'. Soms is de kracht van een slogan groter als hij op een T-shirt staat in plaats van op een spandoek.

De 'Climate Revolution'-lijn van Vivienne Westwood, ooit rabiaat punkster en nu catwalkactiviste.

Eind jaren 80 maakte Katherine Hamnett furore met haar 'Choose Life'-T-shirts. De jongens van Wham! droegen ze ook.

Inzet: Breivik in een Lacoste-truitje.

The Vaccines in een shirt van Katharine Hamnett voor Climate Week 2012.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234