Woensdag 27/01/2021

Op het tweede gezicht

Mensen houden niet van nieuwe architectuur. Te kaal, steriel, te groot of gewoon onleefbaar. Iedereen kent de verwijten. Van architectuur uit het verre verleden kunnen we daarentegen niet genoeg krijgen. Zouden architecten daar geen lessen uit moeten trekken? De architectuur-expo Pasticcio gooit met die vraag de steen in de kikkerpoel.

Pasticcio is geen volledig nieuwe tentoonstelling. Ze was in een iets andere versie al deel van de architectuurbiënnale van Venetië. Die onderzocht, onder de leuze 'Common Ground', onder andere wat architecten gemeen hebben. In de eerste plaats een 'body of knowledge' natuurlijk, maar ook een traditie die teruggaat tot de oudheid. Op zo'n kolossaal beeldenarchief kun je ook nu nog voortbouwen, letterlijk en figuurlijk.

Onze oude steden zijn trouwens de fysieke neerslag ervan. Toch keerde de modernistische architectuur dat verleden een kleine eeuw lang de rug toe. Gapende wonden en ongerijmde breuken waren vaak het gevolg. Die vergissing dient dringend rechtgezet.

Dat is alvast, in een notendop, de grondgedachte van Pasticcio, de installatie van het Britse architectenbureau (Adam) Caruso (& Peter) St John op de Biënnale. Ze toonde werk van zeven architecten uit Europa die uit de klassieke architectuur en de oude stad wel lering trekken. Samen beslaan ze drie generaties. Een van die architectenbureaus is Bovenbouw Architectuur. Dirk Somers, stichter van het bureau, haalde de tentoonstelling nu in samenwerking met het Vlaams Architectuur Instituut en de Singel naar Antwerpen.

Hij plaatste ze in een nieuw decor. In een reeks video's komen de hier gepresenteerde architecten ook aan het woord. Een tweede extra zijn foto's van Mark Pimlott. Ze documenteren 'vergeten' Belgische projecten die in dezelfde geest ontstonden.

Een overmaatse tafel met een ouderwets gepolitoerd, zwaar blad is het eerste wat opvalt in deze tentoonstelling. Wel veertien houten, ouderwets gedraaide poten in alle vormen schragen het. Op de tafel prijken zeven maquettes. Ze bestrijken diverse schalen, van een orgelontwerp van Peter Märkli (CH) over een verbouwing van een woning van Bovenbouw tot een kantoorgebouw in Eindhoven van Caruso St John Architects zelf.

Een ding hebben ze gemeen: ze zijn gemaakt van ouderwetse materialen als hout en karton, maar die zijn maniakaal precies verwerkt. Minstens even fascinerend - zeker voor architecten - zijn de ingebonden boeken die er bij liggen. Ze presenteren vooral details van deze en andere gebouwen. Extreem precieze details. Alsof deze architecten elke schroef en nagel in hun gebouwen tekenen.

Die precisie zie je ook in de fotobeelden, plannen en 3D-simulaties van projecten tegen de wanden. Meteen valt ook iets anders op. De voorgestelde gebouwen zijn zelden spectaculair 'nieuw', zeker niet 'modern', zelfs wat saai soms. Klassiek eigenlijk. Als je wat beter kijkt, merk je wel dat ze er niet minder inventief, zelfs tegendraads of eigenwijs om zijn.

Twee ontwerpen van Bovenbouw, een verbouwing van een oud huis en een politiekazerne, zijn daar mooie voorbeelden van. De woning kreeg, als zovele, een uitbreiding naar achter. Op het eerste gezicht niets bijzonders. Tot je merkt dat de uitbreiding de bestaande woning min of meer spiegelt, tot de trappartij toe. Dat levert een ongewone ruimtelijke werking op. De gevels blijken dan weer een bizar patchwork van vele steenformaten en -verbanden. Alsof het een oude muur was. Tot je vaststelt dat die grillige tekening in feite de inwendige structuur van de woning representeert. En ten slotte: de uitbreiding lijkt, dat zie je op de maquette, ongewoon gezellig. Ze is gebouwd rond een grote schoorsteen die een haast voorouderlijk gevoel van huiselijkheid oproept.

De politiekazerne wordt dan weer voorgesteld in een fascinerende 'explosion view' in 3D. Elke bouwlaag is apart uitgeknipt uit papier. Al die bouwlagen zijn over elkaar heen gekleefd tot een tekening die, net niet hyperrealistisch, de bouwstructuur tot leven brengt. In één oogopslag ervaar je de belevingswaarde én de constructieve opbouw van het gebouw.

Wat maakt dat nu zo belangwekkend? Ongetwijfeld: deze werken laten materialen - door hun details - spreken als geen ander. Ze gaan ook behoedzaam en gevoelig, een beetje maniëristisch soms, om met de context waarin ze werken. Daardoor doen de ontwerpen trouwens vaak vertrouwd, zelfs gezellig aan. Zoals de Nederlandse Biq architecten spelen met aloude beeld van Hollandse rijtjeshuis in Lakerlopen, Eindhoven, het doet je hart smelten. Dat maakt de tentoonstelling ook erg leuk voor de leek die graag naar gebouwen kijkt of geniet van een mooi detail of ornament. Die verveelt zich geen moment. Wie weet doe je er zelfs een mooi idee op.

Dirk Somers: "Het doet er wel degelijk toe of een gebouw mooi gedetailleerd is of niet. Als oude ramen vervangen worden door pvc-kaders schendt dat een gebouw en zelfs een hele straat vaak onherroepelijk. Iedereen ziet dat. Niet enkel architecten. De maquettes getuigen van die zorg voor sprekende details. Als we van aannemers verwachten dat ze het goed doen, dan moeten we zelf ook het goede voorbeeld geven."

Om mooie stemmige plaatjes gaat het evenwel niet. De tentoonstelling opent een polemiek. Ze richt haar pijlen zowel op het puriteinse modernisme dat de architectuur en de stad verschraalde als op de speculatieve hedendaagse bastaardkinderen van dat modernisme. Om duidelijk te maken wat daar mis mee is, voert de tentoonstelling een achtste architect op, de Engelsman John Soane, al overleed die in 1837. Op een binnenplein van zijn woning in Londen stond een merkwaardige constructie: een kolom van oude bouwfragmenten, bekroond met een ranke pinakel van Soanes hand. Deze 'pasticcio', waar de tentoonstelling zijn naam aan ontleent, is als een catalogus van alle beelden die de architectuurgeschiedenis voortbracht.

Koken met overschotjes

Soane was niet de minste. Hij was wereldwijd een van de meest toonaangevende architecten in de tumultueuze overgang van de 18de naar de 19de eeuw. Zijn meesterwerk was de (later vernielde) Bank of England. De zalen van het gebouw, bekroond door majestueuze koepels, staken de Romeinse baden naar de kroon in pracht en lichtinval. Op de tentoonstelling zie je onder andere een reproductie van een schilderij van Joseph Michael Gandy, een rechterhand van Soane. Het hele

oeuvre van Soane staat er opeengestapeld als een berg maquettes in een somptueus salon.

Wat maakt hem nu plots zo relevant? Wat is de link met de hedendaagse architectuur die we hier zien? Dirk Somers licht toe. "Caruso St John koos Soane als een voorbeeld van een houding tegenover het verleden. Hij staat te boek als neoclassicist, maar uit zijn oeuvre blijkt dat hij allerminst slaafs het verleden kopieerde. Soane maakte, als zovelen, een 'grand tour' door Italië om de oudheid te bestuderen, maar in feite zag hij vooral ruïnes. Uit de beelden die hij met zich meedroeg naar Engeland, sloeg hij zijn slaatje: 'pasticcio' is inderdaad ook Italiaans voor 'koken met overschotjes', of 'mengsel'. Wellicht interpreteerde hij veel dingen verkeerd, maar het resultaat was magistraal. Daar draait het in deze tentoonstelling ook om: werken met het verleden en de context als inspiratiebron in plaats van altijd alles opnieuw uit te vinden. Die modernistische benadering heeft niets dan breuken en verschillen, en uiteindelijk bloedarmoede gebracht."

Het is een stokpaardje van Dirk Somers. Classicisme als een elegant en slim spel met referenties die het ontwerp voeden. "De straat en de stad moeten, wat mij betreft, het normatief kader zijn voor architectuur. Maar oudere referenties kunnen dat werk mee voeden. Als je een oud klooster als leidraad kiest voor een woningbouwcomplex, kan dat ideeën opleveren waar je anders nooit op zou komen. Dat is de kracht van referenties. Dat versta ik ook onder classicisme. Het is een houding, geen strikte code. Wij gaan nog altijd gebukt onder de taboes van de moderne beweging. Die verketterde imitatie, ornament en historisch citaat. Maar wat is er mis met een gebouw dat in zijn omgeving het juiste gebaar stelt, op een welsprekende, welvoeglijke manier? Voor mij is een goed gebouw inderdaad als een complex, intrigerend personage. Dat begrijp je niet in één oogopslag. Dat is net het probleem van veel moderne gebouwen. Na één keer heb je het wel gezien."

Heilige koe

Die houding kan verstrekkende gevolgen hebben. Dirk Somers heeft het bijvoorbeeld helemaal niet begrepen op de moderne opvatting van restauratie, die aan het oude niet wil raken. "In de 19de eeuw keek men daar anders tegen aan. Hendrik Beyaert schrok er niet voor terug om de Hallepoort in Brussel, in wezen een banale wachttoren, op te werken tot een imposante vesting. Enkel zo vertelt dat oude gebouw, op die plek, terug iets. Dat het niet strookt met de 'ware' historische toedracht is niet zo belangrijk. Dat is een moderne heilige koe, maar geen eeuwige waarheid."

De Weense Hermann Czech, ouderdomsdeken van dit clubje architecten, toont met twee restauraties van Weense paleizen wat een prachtig resultaat kan voortkomen uit een meer vrijpostige omgang met het verleden. De geest van die gebouwen kent hij door en door, maar dat belet hem niet om her en der op zijn eigen manier verder te breien aan het verhaal van die paleizen. Maar voor een nieuw hotel draait hij ook zijn hand niet om. Classicisme - het komt altijd van pas als je Pasticcio wil geloven.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234