Dinsdag 16/07/2019

lust & liefde

"Op het schoolplein liet een vader blijken dat hij belangstelling voor me had. Ik was niet van plan daarop in te gaan"

Beeld rv

Carol, 39, telde dagelijks haar zegeningen – mooie man, fijn gezin, groot huis – maar gelukkig werd ze er niet van. Pas toen ze verliefd werd op een man die ze op een schoolplein had ontmoet, zag ze het onder ogen: haar huwelijk was voorbij.

Vaak dekte ik de tafel en zei mijn man: ‘Waarom heb je de kaasschaaf niet gepakt?’ Hij zei ook regelmatig dingen als: ‘Restjes pasta moet je niet onder aluminiumfolie bewaren, want dan droogt alles uit.’ Dan verweerde ik mezelf en antwoordde: ‘Ik ben geen kind.’ Waarop hij zei: ‘Je gedraagt je als een kind.’

“Deze dialoog of een variant daarop draaiden we samen een paar keer per week af. Beiden hielden we ons voor dat die gesprekken werkelijk gingen over de manier waarop het huishouden gerund diende te worden: hij die zich zorgen maakte over de restjes in de koelkast en ik die er een punt van maakte dat iets minder orde ook wel kon. Als hij thuiskwam van zijn werk, en ik mijn best had gedaan om alles op te ruimen, wees hij beschuldigend naar de Lego-bouwwerken die nog op de grond stonden.

“Hij was geen vervelende man. Hij was zorgzaam en kon geweldig koken. Een man die een arm om me heen sloeg, die vond dat nare dingen niet bestonden, als je ze gewoon ontkende. ‘Denk aan wat je allemaal hebt’, zei hij als ik hem vertelde dat ik me soms zo somber voelde. En na weer zo’n dialoog die klonk als een refrein zonder woorden, dronken we gewoon samen een glas wijn en aten er een kaasje bij. We konden niet onder ogen zien dat we op een einde afstevenden, elk vochten we intuïtief voor onze eigen plek. Het was of we niet gelijktijdig in een kamer, een keuken konden zijn zonder dat dit ten koste ging van de bewegingsvrijheid van de ander. Dat was waar het gekibbel echt over ging, maar dat inzicht is er nooit geweest. Ons huwelijk spoelde langzaam weg.

“Toen hij de helft van de week in het buitenland ging werken, voelde ik me vrijer. Ik had verwacht dat het zwaar zou zijn, in mijn eentje met de kinderen en mijn baan, maar in plaats daarvan ging alles me makkelijker af. Ik smeerde wat boterhammen en gaf die de kinderen in hun handen, dat scheelde weer dekken en afruimen, en het speelgoed kon ’s avonds zonder schuldgevoel blijven staan.

‘Zo raar, hoe ik zonder me ervan bewust te zijn in een diep karrenspoor terechtkwam. Ik zag mijn zegeningen en telde ze: de grote mooie man, de kinderen, het grote huis in de straat waar alle vaders in het weekend met alle kinderen barbecueden, mijn werk. Maar het welbevinden dat doorgaans met zulke zegeningen gepaard gaat, was weg. Ik werd nog somberder, begon steeds meer op mijn tenen te lopen en nadat mijn man een tijd ziek was geweest, leek het of we samen een wedstrijd deden in wie het vermoeidst was. Weer dat vechten om die ruimte dus, weer zonder het te benoemen. We waren kansloos.

“Op het schoolplein liet een vader blijken dat hij belangstelling voor me had. Ik was niet van plan daarop in te gaan. Mijn moeder had met haar affaire haar huwelijk verwoest, en boven mijn bureau had altijd een denkbeeldig bordje gehangen: Gij zult niet scheiden. Maar het volslagen idiote van verliefdheid en vreemdgaan is: je weet dat je een cliché leeft en dat je nooit naar die andere man had omgekeken als het lekkerder had gelopen met je eigen man, maar dat helpt niet. Ik was me ervan bewust dat het vooral aantrekkingskracht was die mij naar hem dreef, dat ik afleiding vond en een gedeelde verontwaardiging over het feit dat we allebei onbegrepen waren door onze geliefden, en dat dit nieuwe ‘wij’ niets met liefde te maken had, toch gleed ik steeds verder weg in deze affaire.

“Toen deze man liet weten verliefd op me te zijn, was het of de wereld zich voor me opende. Niet in de betekenis van wilde hartstocht, maar als verstrooiing, avontuur, nieuwtje. Die woorden wilde ik hem nog eens horen zeggen. Nog een keer die zin, misschien wat zoenen en dan weer wegwezen. Zo zag ik het toen hij mij op een avond via de achterdeur binnenliet. Zijn vrouw was uit met vriendinnen. Hij omhelsde me, en intussen zeiden we tegen elkaar dat we hier niet mee door moesten gaan omdat we onze gezinnen op het spel zetten. Ik stond al bij de deur, toen ik ineens zei: ‘Ach, nu ik hier ben, kan ik net zo goed een biertje drinken’.

“Hij was het tegendeel van mijn man: zijn riem matchte niet met zijn schoenen, zijn warrige haar had geen scheiding en hij droeg een jeans in plaats van een pak. De geur van zijn goedkope aftershave wond me eigenaardig genoeg op. We zoenden. Zo werd ik verliefd. En toen hij ook nog naar me bleek te luisteren en mijn schrijfambities serieus nam, werd ik nog verliefder. Maar, zoals hij het verwoordde: ‘Tijdens die eerste kus werd er iemand geboren en ging er iemand dood’. De hervonden vrijheid was tijdelijk en een mijn onder onze huwelijken. Een halfjaar later ben ik gescheiden. Hij inmiddels ook.

“Toch zien we elkaar niet meer. Toen ik aarzelde met hem een nieuw gezin te stichten, vond hij onmiddellijk een andere vrouw die dat wel wilde. En midden in de verwarring, de turbulentie en het verdriet vind ik nu in mijn eentje eindelijk de kalmte. Steeds meer raak ik ervan overtuigd dat niet liefde maar vriendschap de omgangsvorm is waarbij ik mij het prettigst voel. Niet alleen kan ik het als ex-partner weer veel beter met mijn ex-man vinden, maar sowieso uit ik me makkelijker binnen het kader van vriendschap dan binnen de liefde die altijd verbonden is aan maar één persoon en aan onverenigbare verwachtingen. Vriendschap is misschien wel onvoorwaardelijker dan liefde. In mijn geval althans, omdat vriendschap losser is, kan ik me er makkelijker aan verbinden.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden