Dinsdag 28/01/2020

Op het mooiste schip tussen evenaar en Méditerranée

Peter Ustinov ziet eruit als een Beierse veelvraat met gebrek aan tafelmanieren, een totaal ongeloofwaardige Hercule Poirot. Van wijlen David Niven beklijft vooral de snor. Bette Davis mag welgeteld één keer haar talent als bitch tentoonspreiden en de jeugdige Jane Birkin is vooral ontroerend door haar jeugd. Nee, de veelbelovende cast van Death on the Nile (1978) stelt teleur. Dit is een klassieke thriller van Agatha Christie, maar dan wel een saaie - ware het niet dat één acteur met boeg en spriet boven al de andere uitsteekt: de M/S Karnak, een luxecruiser uit de vorige eeuw. Dit is de ware vedette van deze film. Wij voeren met het nostalgische schip de Nijl af.

JEF COECK

Het toerisme in Egypte is aan een zachte maar blijkbaar soliede heropleving toe - na de spectaculaire schietpartij in Luxor vorig jaar. Sindsdien zijn de veiligheidsmaatregelen aanzienlijk verscherpt, met als resultaat dat je weer voor de voeten wordt gelopen door Japanners, Duitsers, Amerikanen en nu dus ook door Egyptische politiemannen. Het vertrouwen van de doorsneetoerist is duidelijk nog niet voor het volle pond hersteld. Voor de bekende Nijl-cruises waren er een jaar geleden zowat 10 van de 280 schepen in de vaart. Nu is dat toch weer opgeklommen tot de helft van het varend bestand. Daarvan is de Sudan ongetwijfeld het meest nostalgische schip tussen de evenaar en de Middellandse Zee. Het werd in 1885 gebouwd op last van Sultan Fouad, die in 1922 met Britse steun bevorderd werd tot eerste koning van de Egyptische parlementaire monarchie naar Belgisch model. Jawel. De Sudan is volgens alle regels van de toenmalige scheepskunde opgetrokken: een raderboot met ijzeren romp en houten bovenbouw, een krachtige stoommotor en een voor die tijd ongekende luxe met badkamers, eigen toiletten en vergulde kranen. Egypte was toen nog het exclusieve speelterrein van de internationale jetset. Daartoe behoorde ook de Britse crime-auteur, de legendarische Agatha Christie. Van haar is bekend dat ze de locaties van haar misdaadromans met zorg placht uit te kiezen. Voor het plegen van haar Death on the Nile, verschenen in 1937, had ze meerdere malen gelogeerd in een van de Royal Suites op het middendek. Het zijn ruime kamers met riante glaspartijen die een dito uitzicht bieden op de rivier. In de jaren dertig moet het schip al de sporen hebben gedragen van late art deco (de lampen van gekleurd glas in de zoldering van het salon) en natuurlijk van Britse koloniale grootheidswaan (oosterse tapijten en tudorzetels). Overal aanwezig zijn ook tropische houtsoorten, stijlvolle trappen, ramen van geslepen glas en bedienend personeel in Turkse kledij, met fez.

Toen ons kleine gezelschap in de oktoberse namiddagluwte (25 graden Celsius) voor het eerst het schip betrad, vielen de monden open van verbazing en slaakten we vervolgens de kelen een kreet van verrukking. Deze laatste werd zeker niet getemperd door het betreden van de persoonlijke kajuiten, sorry de Gewone Suites. Ook hier overvloedige lambrizering, bedden met koperen traliewerk (maar modern matrascomfort), tot een ouderwets radiotoestel en een nog oudere telefoon toe. Beide apparaten bleken te werken, zij het niet echt naar behoren - maar dat wordt met Belgische technologie ongetwijfeld snel verholpen. Belgisch, inderdaad, want de Sudan is voor niet minder dan drie jaar gecharterd door Hansa, een volle dochter van de Brugse touroperator Escape. Hij heeft het schip aan de Duitse toeristenindustrie weten te ontrukken en met zorg laten restaureren. Toch kwamen we nog voor verrassingen te staan: een 'boekenkast' in de bar bleek niets minder dan een gecamoufleerd harmonium te zijn, inclusief toetsen en pedalen. Het zal wat tijd en geld vergen om het ding te herstellen, want het mag Egypte niet uit en dus moet er een buitenlandse instrumentenmaker-met-toebehoren worden aangetrokken. De ondernemingsgeest van de Bruggelingen kennende zal ook dit wel geen probleem zijn.

Toen we aan boord kwamen, hadden we al enkele bezoeken achter de rug: de koningsgraven van Thebe, de tempelcomplexen van Luxor en Karnak. Ook hier is Agatha Christie niet ver. In de film struint het gezelschap wat rond door het Karnakse woud van zuilen, waarbij deze laatste de betere acteurs zijn, zeker als zogenaamd bij toeval een duizendjarige rotsblok naar beneden stort. Bij het bezoeken van ruïnes of musea, waar meerdere groepen tegelijk worden toegelaten, komt het niet zelden tot verbale strijdtaferelen tussen de diverse gidsen. Wie voert het hoogste woord? Wie kan de ander overschreeuwen? Dat is niet leuk voor de bezoekers maar met een beetje diplomatisch overleg valt het doorgaans wel te regelen. Tfaddal. Alstublieft, na u! Egypte bezit nu zo'n vierduizend goed geschoolde gidsen, velen met een universitair diploma. Natuurlijk zijn ze niet allemaal even begaafd, ook een beetje talent mag niet ontbreken. Onze Dahlia was ondanks haar jeugdige leeftijd heel deskundig en voldoende assertief om zo nodig haar luidruchtiger collega's het zwijgen op te leggen. Volgens betrouwbare gegevens zit het hele toerisme in Egypte nu ongeveer aan de helft van zijn gewone capaciteit. De kameeldrijvers, souvenirverkopers en andere sjacheraars hebben hun spetterende activiteiten hernomen, zij het nog op een laag pitje. Indien ze je op de zenuwen werken, zijn er altijd wel een paar Arabische toverformules en/of scheldwoorden voorhanden, maar uit respect voor de nazaten van de farao's zal ik deze uitdrukkingen niet op schrift stellen. Je kunt je natuurlijk ook laten gaan in een beleefde discussie over de prijs-kwaliteitverhouding. Dat is in alle opzichten verkieslijk, hoewel tijdrovend. Malish, het zij zo.

Het gezapige ritme waarmee de Sudan door het midden van de rivier klieft, biedt de passagiers op het promenade- of zonnedek alle kansen om het Egyptische buitenleven gade te slaan. De felouka's (zeilscheepjes) worden voor zowat alle soorten vervoer gebruikt. Als u iemand van op een bootje met een lange stok op het water ziet slaan, is hij aan het vissen. De visser slaat letterlijk de vis zijn netten in. Tussen de dadelpalmen liggen velden met maïs, sesam, bananen, graan of druiven. Al duizenden jaren geleden werd hier wijn verbouwd, maar de kwaliteit van het brouwsel lijkt er in al die tijd weinig op vooruit te zijn gegaan. Witte Egyptische wijnen vallen doorgaans nog wel te drinken, de rode zijn liefst te mijden. Het lokale Stella-bier (geen verwantschap met Interbrew) is voortreffelijk en bestaat in twee versies, kies bij voorkeur de Export. De Egyptische keuken is lekker maar zwaar. Veel groenten in allerlei vormen, vlees en vis zijn altijd supervers. Lekkere kazen en sauzen ook. De keuken van de Sudan is Europees en zeer behoorlijk maar getuigt niet van veel fantasie. Daar zal de Belgische eigenaar zeker wat aan moeten doen. Eén keer per vaart wordt er een Egyptisch feest gehouden op het bovendek. Niet te missen, voor het voedsel. De sfeer wordt natuurlijk door het gezelschap zelf bepaald.

Er is plaats voor een veertigtal passagiers en er zijn ongeveer evenveel personeelsleden aan boord. De stoommotor, hoewel aangedreven door een dieselmachine, is intact. Van op het middendek kun je de reusachtige cilinders gadeslaan. Ze zijn gedrenkt in de olie. In alle hutten hangt trouwens de geur van olie, niet die opdringerige stookolie maar het bescheiden, enigszins zoete parfum van vooroorlogse smeerpullen. Het zachte gestamp van de motoren went al na korte tijd, wat zeg ik, na enkele uren kun je niet meer zonder. Ta, ta, taaa, tata. Ook dit is de jaren dertig. Tot in je bubbelbad, toch volop jaren negentig, word je achtervolgd door nostalgie. Welke filmsterren, zangers en captains of industry hebben deze gouden kranen beroerd? Met zekerheid Jane Birkin, in de film een kamermeisje. Waarschijnlijk Liz Taylor. Misschien zelfs Maria Callas? Sjah Pahlevi? Henry Ford? De koningen Farouk, Hoessein, Hassan en hoe ze verder allemaal heten?

Het voordeel van zo'n cruise is dat je geregeld aanlegt op plaatsen waar je anders nooit zou komen, of slechts heel moeizaam. In Esna staat de enige sluis op de rivier, een belevenis op zich. En wie heeft ooit gehoord van de Horustempel in Edfu of de Ptolemaërs van Kom Ombo? Nochtans zeer de moeite waard. Met een beetje geluk bij het versluizen kun je sommige ruïnes zelfs om zeven uur 's ochtends bezoeken, het is dan nog niet te warm en nadien kun je schitterend ontbijten op het bovendek terwijl de Sudan in alle waardigheid de steven wendt. Ibissen en andere exotische vogels vatten hun dagtaak aan. Door de luidsprekers klinkt zachtjes de stem van Oum Kalsoum, de legendarische zangeres die ook twintig jaar na haar dood nog de ganse vrouwelijke bevolking van het land tot tranen toe beweegt. Ana bahebek, habibi. Mannen dienen zich te onthouden.

Het eindpunt van deze droomboottocht is Aswan, op de grens met Soedan. Vroeger was het ontoegankelijk vanwege de stroomversnellingen en de (vermeende) bronnen van de Nijl. Nu is er de Grote Dam, een uiterst imposant kunstwerk. Het werd in de jaren zestig opgetrokken onder impuls van president Nasser. Het stuwmeer is vijfhonderd kilometer lang en zowat twintig kilometer breed. De elektriciteitsproductie bedraagt hooguit een derde van wat aanvankelijk was verhoopt, ook al omdat de Russen het in een vroege fase hebben laten afweten, kort na de opening in 1971 waren ze blut. De normale jaarlijkse overstromingen van de Nijloevers zijn nu onder controle, maar ze moesten wel worden vervangen door een duur en ingewikkeld stelsel van bevloeiing met hoofd- en bijkanalen. Als je over land terugkeert van Aswan naar Luxor, is dat heel goed te merken. Een ander gevolg van de dam was dat 100.000 Nubiërs willens nillens dienden te verhuizen. Ze werden tegen hun zin in nieuwe habitats gestopt, waar ze nu teren op het verleden.

Sedert de dam is de bevolking van Aswan verdriedubbeld, er wonen nu meer dan driehonderdduizend mensen. Architectonisch zit de stad goed in elkaar. Er is een centrum met winkels en andere voorzieningen en een gloednieuw militair ziekenhuis genoemd naar president Moebarak. En er is het oude koloniale gedeelte, dat ons uiteraard het meest interesseert. Hotel Old Cataract - verwijzend naar vroegere stroomversnellingen en watervallen - is een pareltje van Britse koloniale wellust. Ook hier had Agatha Christie haar suite en ook hier verbleef het gezelschap van de Karnak/Sudan. De zonsondergang van op het terras is een onvergetelijk gebeuren, met uitzicht op het nabijgelegen eiland Elephantine en tegen de helling het graf van de Aga Khan. Deze islamitische leider vond Aswan zo prachtig dat hij er persé begraven wilde worden. Zijn vrouw woonde in een witte villa onderaan de voet van de heuvel. Tot voor enkele jaren bracht zij elke dag een verse rode roos naar het mausoleum, om maar te zeggen dat ook in het hedendaagse Egypte de romantiek niet ontbreekt. Wie voor het eerst het restaurant van de Old Cataract betreedt, waant zich in het Alhambra, met de Moorse hoefijzerbogen en de glazen koepel. De lift heeft zowaar nog een boy, die je zonder schaamte wat piasters ontfutselt. Wat heeft ons toch bezield om in onze jeugd het kolonialisme te bestrijden?

Vanuit Aswan kun je nog andere kanten op. Er zijn de steengroeven waaruit rotsblokken voor onder meer de bouw van de piramiden werden gehakt en dan duizend kilometer over de stroom vervoerd. Er is de tempel van Philae, gewijd aan Isis. Het eiland Philae zelf is in het meer verzonken, zodat de tempel in 1979 steen voor steen werd afgebroken en overgebracht naar het eiland Agilkia. Maar het mooiste wat Egypte, dit meest gigantische openluchtmuseum ter wereld, te bieden heeft, is het tempelcomplex van Aboe Simbel. Het is de extra inspanning overwaard.

Om vijf uur in de ochtend sta je in de prachtige nieuwe maar totaal verlaten luchthaven van Aswan, compleet met lunchpakket en een kouwelijke bewaker in een versleten overjas en met dito geweer. Sommigen zouden het surrealisme noemen. Een jet zal ons in een half uurtje naar Aboe Simbel brengen. Dat is slechts 280 kilometer verderop, maar de weg is onberijdbaar en zal pas volgend jaar open gaan. Het valt een beetje koud op de maag, ook al omdat je hiervoor 140 dollar extra hebt moeten betalen. Maar dan, de landing. De zon die opgaat boven Lake Nasser en de eerste stralen op de tempel van Ramses II, overbekend uit alle boekjes maar daarom niet minder indrukwekkend. Een lichte bries vergezelt ons naar de 'kleine' tempel van Hathor, met zijn zes reusachtige beelden. Het pakkendste moet nog komen. De binnenkant van deze tempels is zonder weerga. Alles is in een uitstekende staat bewaard, standbeelden, hiëroglyfen, taferelen in halfverheven en halfverzonken beeldhouwwerk. Maar bovenal een ongekende kleurenpracht. In tegenstelling tot de meeste andere Egyptische tempels zijn hier de kleuren niet of nauwelijks verbleekt - Allah mag weten waarom. Je krijgt anderhalf uur om erin rond te dolen, maar voor mij had het anderhalve week mogen zijn. Er valt zoveel te ontdekken dat ik er mij met moeite van los moet scheuren. Dan neemt de gids ons op sleeptouw voor het sluitstuk: een tocht door het innerlijk van de rots. Het blijkt geen rots te zijn maar een holle betonconstructie, met trappen en uitgekiende materialen die het geheel moeten beschermen tegen aardbevingen. Voor sommigen is het een ontnuchtering, niet voor mij. Ik ben de Unesco en de Egyptische autoriteiten eeuwig dankbaar dat zij in de jaren zestig deze tempels tweehonderd meter verder en zestig meter hoger hebben geplaatst, zodat ze bewaard zijn gebleven als cultureel erfgoed van de mensheid. Dat mag best jaren werk en handenvol geld hebben gekost. Wie niet in Aboe Simbel is geweest, heeft Egypte niet gezien. Dat besef ik nu, na al die vorige bezoeken.

DE SUDAN PRAKTISCH: Escape-Hansa heeft drie formules uitgedokterd, waarbij het schip een min of meer prominente rol speelt. Zeven dagen cruise heet 'Agatha Christie'. Alles in vijfsterrenhotels - hoewel het schip natuurlijk buiten categorie is. De prijzen schommelen van 35- tot 55-duizend frank. Volpension op het schip, halfpension in de hotels. Gids inbegrepen. Vlucht met Egypt Air eveneens.

BAQSHISH: Egyptenaren staan graag met het handje open. Voor elke dienst (of ondienst) moet worden betaald. Dit wordt grotendeels opgevangen door een collectief systeem, waarbij elke deelnemer 25 dollar inlegt. Zo bent u van alle sores af. De gidsen betalen in uw plaats de baqshish.

EXTRA'S: De prijzen van de dranken aan boord zijn zonder de fikse taksen berekend. Dat wil nadien nog wel eens tegenvallen. Hansa werkt aan nieuwe prijskaarten die realistischer zijn. Er is ook een souvenirwinkeltje. Afdingen is de boodschap. Neem er tijd en geduld voor. De bar is goed voorzien, maar laat u geen Egyptische Red Label Johny Walker aansmeren. Die valt niet te zuipen. Drink nooit water van de kraan. Eis ongeopende flessen Baraka, mineraalwater. Het ijs in de bar is ervan gemaakt, dus te betrouwen. Doe de groeten aan barman Morad.

BEZOEKEN: In principe zijn de toegangstickets voor tempels en andere bezienswaardigheden inbegrepen, maar ze verschillen bij elk van de drie formules. U maakt uw eigen keuze, bepaalt zelf wat u wil zien. Toegangstickets variëren van 12 tot 36 Egyptische ponden - wisselkoers ca. 10 frank. Dat is dus goedkoop.

INFO: Escape-Hansa, St.-Sebastiaanstraat 4, 8200 Sint-Andries-Brugge.

Tel 050/ 39.55.93. Fax 050/39.55.83.

E-mail : http//www.Escape-Hansa.be. En in alle reisbureaus, natuurlijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234