Maandag 16/09/2019

Op het lijf geschreven

Er zijn tattoos die gezet worden omwille van de pure schoonheid, er zijn er die een dieperliggende betekenis hebben. Een bewuste kerf in de ziel. Een afgesloten hoofdstuk of net een nieuw begin. We gingen op zoek naar de verhalen op het lichaam van actrice Deborah Ostrega, veldrijder Ben Berden en Jean, ex-soldaat bij het vreemdelingenlegioen. Soms zijn die inktzwart, dan weer kleuren ze donkerrood.

Door Peter-Jan Bogaert Foto's Stephan Vanfleteren

'Het zijn mijlpalen in mijn leven'

'Ik moet zeven jaar geweest zijn. We woonden in een multiculturele wijk in het Limburgse Beringen. Bij de Algerijnse buren kwam toen de grootmoeder op bezoek, een imposante figuur. Ze was een struise vrouw die met stevige hand en luide stem het huishouden in handen nam. Ze intrigeerde mij enorm, vooral omdat ze van die typische Berberse tatoeages op haar handen en in haar gezicht had. Ik kon blijven kijken naar haar.

"Het verklaart misschien waarom ik altijd al gefascineerd ben door tatoeages en lichaamsversieringen. Ik heb er jaren naar verlangd om er zelf een te hebben. Ik ben vrij streng opgevoed en wellicht daardoor ook geboeid door alles wat verboden was. Maar het is pas op mijn 26ste dat ik het echt heb gedaan. Ik had altijd te horen gekregen dat het in de mediawereld not done was om rond te lopen met tattoos. Dat het mijn professionele carrière zou schaden.

"Het is precies als kinderen willen krijgen. Op een bepaald moment voel je dat je er echt klaar voor bent, dat het dat is wat je wilt. Het was een helder moment, zeker geen folieke of een uitschuiver in een dronken roes. Het was de zomer van 1999. We waren op tournee in Amerika met de hardcoretechnoband Lords of Acid, waar ik de frontvrouw van ben. Die tour was voor mij een mijlpaal, een drastische wending van mijn leven. Vanaf toen kon ik ook zijn wie ik wou zijn. Ik wilde me niet meer laten leiden door anderen. Vandaar ook die eerste tattoo.

"Het was in Dallas. De tour heette Heaven Is Coming en ik wou die hele naam in mijn lies laten zetten. Samen met een aantal crewmensen zijn we dan een tekening gaan uitkiezen. We vonden snel een Japans teken dat heaven betekende en dat heb ik laten zetten. Die Is Coming kon er later wel aan toegevoegd worden, dacht ik. Ik was één ding vergeten: dat de lies niet de meest ideale plek is om iets te laten tatoeëren. (lacht) De huid is er flinterdun en het stikt er van de zenuwuiteinden. Man, dat waren de pijnlijkste twintig minuten uit mijn leven. Je kunt de pijn vergelijken met een schaafwonde op je knie, waar er constant opnieuw over geschaafd wordt. En opnieuw. En opnieuw.

"Ik heb gezweet, het uitgevloekt en ik voelde me constant wegdraaien. Maar twee dagen later, toen de pijn weggeëbd was, was ik verschrikkelijk trots. Nu nog altijd: als ik ga zwemmen of zonnebaden zorg ik ervoor dat ik altijd een stukje laat zien. Wie wat vertrouwd is met tattoos weet dat het me moeite heeft gekost.

"De tweede heb ik laten zetten op het einde van die tournee, in San Francisco. We hadden met z'n twaalven meer dan drie maanden samen opgetrokken, lief en leef gedeeld. Samengehokt in een toerbus, met bijna niets van privacy. Maurice Engelen (het brein achter Praga Khan en Lords of Acid, PJB) is een hele toffe mens, maar niet altijd de gemakkelijkste om mee samen te werken. Hij heeft zo vlak na het laatste optreden een volle fles water naar mijn kop gegooid. Ik kon die net nog ontwijken, maar ik was er verschrikkelijk boos om. Ik heb toen ook met een barkruk naar het plafond gesmeten om mijn woede te bekoelen.

"Die haat-liefdeverhouding met Lords of Acid heb ik proberen duidelijk te maken in een nieuwe tattoo op mijn linkerbovenarm. Het zijn twee Venetiaanse carnavalsmaskers. Vreugde en verdriet. De lijnen zijn wel wat strakker en soberder dan de originele maskers; ik ben wel voor kubistische vormen. Het is vooral de symboliek die me trof: een lach en een traan. Dat is toch het leven? Het is in ieder geval het verhaal van mijn leven.

"Toen mijn vader mij kwam ophalen aan de luchthaven en die tattoo zag, wreef hij erover, in de hoop dat hij wat zou uitgaan. Maar het was een echte, die bleef voor het leven. (lacht) 'Allez Deborah', zei hij. 'Je bent toch geen zeeman of een hoer.' 'Jawel Papa', zei ik. 'Ik ben alles. Dat is mijn leven.' Hij zuchtte even en zei toen: 'Als je er tevreden mee bent, dan is dat goed voor mij.'

"Zowat jaar later zat ik zwaar in de put. Het zwarte gat na het leven als een rockster. Geen fatsoenlijk werk, een gebroken liefde. Ik wou een bloedend hart met een dolk erin laten tatoeëren. Dat was mijn eerste gedachte. Maar een vriend van me heeft me gelukkig kunnen tegenhouden. Pijn draag je sowieso al mee, zei hij. Laat het tegenovergestelde op je lichaam zetten. Iets moois. En dat werd mijn derde tattoo.

"Het is een roos op mijn kuit. Gezet in Antwerpen door Daan, een beruchte tatoeëerder. Bedoeling was dat hij ook nog ingekleurd werd, maar op een dag is Daan met de noorderzon verdwenen. En zo is hij onafgewerkt gebleven. Want laat nooit een ander tatoeëerder het werk van een collega afmaken: ieder heeft zijn eigen stijl en manier van werken."

"Achter mijn vierde zit ook een bijzonder verhaal. Mijn zus Myriam zou bevallen en ik had afgesproken dat ik haar de laatste twee weken zou bijstaan. Maar plots kreeg ik telefoon van Maurice Engelen. We konden onverwachts vertrekken voor een nieuwe tour in Amerika met Lords of Acid. 'Tja', haalde mijn zus eerst haar schouders op, toen ik haar vertelde dat ik niet bij haar kon blijven. 'Dat is het gevolg van het leven dat je leidt, zeker.' Maar toch heeft ze me gevraagd meter te worden van haar kindje. Daar was ik enorm door ontroerd.

"In Amerika heb ik om de dag gebeld naar haar. Dat heeft me toen een fortuin aan belkaarten gekost. En toen haar dochter geboren werd, heb ik een speciale tattoo laten zetten. Een tekening van een orchidee met een tribal (een tatoeage geïnspireerd op de oude cultuur van de Maori's, PJB) erin verweven. Speciaal op mijn onderrug. Niet toevallig daar centraal, waar veel kracht en energie zitten. Dicht bij de bron van alle leven.

"Heel discreet is de naam van mijn metekind, Mina, erin verwerkt. Heel klein. Wie er niet op let, ziet het niet. Neen, geen grote letters. Anders had ik mijn hele leven vragen van mannen moeten beantwoorden waarom er in godsnaam een vrouwennaam op mijn lichaam staat. (lacht uitbundig)

"Een vrouw met een tattoo heeft wel iets, merk ik bij sommige mannen. Het heeft iets mysterieus, iets sexy, zegt ook mijn vriend Carlo. En wie ben ik om hem tegen te spreken. (lacht) Soms voel ik wel dat mannen vrouwen met tattoos beschouwen als een 'makkelijke prooi'. Omdat ze blijkbaar iets promiscue uitstralen. En zo werd ik al een paar keer benaderd. Maar dat schattebolleke hier en schatje daar pakt bij mij niet.

"Echt last heb ik er nog niet mee gehad. Ja, toch een keer. Een gynaecoloog die absoluut eens wou wrijven over de tattoo in mijn lies. 'Blijf met je vuile fikken van mij af. Dat is van mij. En mij alleen', hoorde ik mezelf in mijn hoofd roepen. Ik ben nooit meer teruggegaan.

"Soms krijg ik wel eens een vervelende opmerking van iemand die me er op wijst dat tattoos voor het leven zijn. Of dat ze het niet mooi vinden. 'Wie bepaalt nu wat mooi of lelijk is', repliceer ik dan. Het is mijn lijf en ik doe er mee wat ik wil. Een vriend van me heeft me ooit gevraagd om mijn tattoos te verbergen toen ik voorgesteld werd aan zijn ouders. Toen ik daar achteraf over nadacht, kon ik maar één ding besluiten: wie zoiets van mij vraagt, houdt eigenlijk niet van mij.

"Ik draag geen juwelen, ringen of kettingen. Ik ben bang dat ik ooit eens zal blijven hangen of haperen. Wellicht nog een trauma uit mijn jeugd. Mijn vader was mijnwerker en met zijn grote grove handen is hij eens blijven hangen aan een oorbel. Pijnlijk dus. Neen, geef mij maar een tatoeage, dat pakt me veel meer. Dat is intenser, gaat ook tot op het bot, tot in de ziel.

"Het gaat goed met mij. Ik ben al meer dan een jaar samen met Carlo (Didden, chef-kok van Antwerps restaurant De Kleine Zavel, PJB). Hij heeft van mij met Kerstmis een tattoo gekregen, die hij net heeft laten zetten. Twee grote sterren op zijn borstkas. Het is de bedoeling dat ik ze ook krijg. Ik weet nog niet waar, maar ze komen er zeker. Absoluut. Het is een nieuwe mijlpaal. Een nieuw hoofdstuk in mijn leven."

Ben Berden (32), veldrijder, heeft armen en borst vol

'Niet op mijn benen, die zijn zo mooi genoeg'

'Het liefst zou ik geleefd hebben in het Amerika van de jaren zestig en zeventig. Dat moet fantastisch geweest zijn. Rock-'n-roll als levenswijze. Muziek uit de jukebox. Kleurrijke bars. Mooie, open, lange sleeën van auto's. Pin-upgirls. Flipperkasten. Las Vegas. Gokken, plezier maken, een pint drinken. Met een Harley wegscheuren en cruisen door het verlaten landschap. Heerlijk om bij weg te dromen.

"Ik ben altijd een buitenbeentje geweest, al van in mijn jeugd. Ik luisterde naar een andere soort muziek, iets hardere (lacht), dan mijn klasgenoten. Mijn fascinatie voor tatoeages heb ik al lang. Toch heb ik moeten wachten tot ik achttien was. Een tribal was toen heel erg in de mode. Die heb ik midden op mijn rug gezet, tussen mijn schouderbladen. Daarna zijn er snel nog een paar gevolgd, maar altijd wel klein en discreet. Oorringen had ik ook en een tijdlang heb ik zelfs tepelpiercings gehad. Maar door het vele sporten en zweten begonnen die op de duur te irriteren.

"Lang heb ik mijn tattoos verborgen gehouden voor de buitenwereld. Ik was al op vrij jonge leeftijd beroepsveldrijder en het hoorde niet echt om daarmee te koop te lopen. Zeker als de resultaten wat tegenvielen, was er weinig begrip voor een jonge snaak met iets speciaals. Een rare vogel, zou men denken.

"Het is pas toen 'de affaire' is losgebarsten dat ik mijn armen en buik heb laten volzetten. Ik ben in december 2004 betrapt op het gebruik van het verboden middel epo. Mijn bijnaam was 'Ben Derden', omdat ik zelden of nooit een wedstrijd won. Dat frustreerde mij en daarom heb ik epo genomen. Om mezelf beter te maken en te kunnen winnen. Liep ik niet tegen de lamp, dan was ik zeker in dat seizoen wereldkampioen geworden. Maar goed. Ik ben in de fout gegaan en ben daarvoor twee jaar geschorst. Ik ben er ook niet kwaad om. Nu nog altijd loopt er een procedure voor het betalen van een zware boete van 60.000 euro. Mijn relatie is er ook door op te klippen gelopen.

"Ik ben in korte tijd veel kwijtgeraakt. Zeker in het eerste jaar van mijn schorsing wist ik niet goed wat ik met mijn verdere leven wou aanvangen. Dat ik opnieuw zou gaan koersen, stond lang niet vast. Ik ben een tijd gaan werken als postbode, maar dat was mijn ding echt niet. In die tussentijd heb ik me vooral beziggehouden met mijn hobby: tattoos.

"De tattoos op mijn armen en buik vertellen in grote lijnen het verhaal van de affaire. Een grote epofles siert nu mijn arm. '150 procent epo fuel', heb ik erbij laten zetten. Iedereen weet dat je met die verboden brandstof 10 tot 15 procent sneller kunt fietsen. Er staan ook vleugeltjes bijgetekend. (glimlacht) Ik heb ook de bewuste dag dat ik tegen de lamp liep op mijn lichaam laten zetten: 18 december 2004. Niet toevallig staat die in de buurt van mijn schouder. Het is een last die ik voor eeuwig op mijn schouder meedraag.

"Noem het speciaal. Noem het apart. Ik heb er geen moeite mee om telkens weer geconfronteerd te worden met het verleden. Iedereen weet het. Het is geen geheim meer. En ik moet er zelf mee door het leven.

"Ik heb met die doping gegokt en verloren. Daarom ook de vele verwijzingen naar casino's, speelkaarten, dobbelstenen en roulettes. Allemaal in de stijl van Las Vegas, waar ik een grote voorliefde voor heb. Er staat ook een eight ball op mijn arm. Dat verwijst naar het alles-of-nietsspel dat ik gespeeld heb, maar is ook codetaal voor de drugs die epo toch zijn.

"Een briefje van honderd dollar verwijst dan weer naar het grote geld dat de wereld domineert. Alles draait om geld, ook in de sport. En de letters 'FTW' op mijn arm spreken ook voor zich: Fuck The World. (lacht) Ik vond dat wel grappig. En het is toch zo, het is toch een harde wereld waarin we leven? Ik voel me soms als een crimineel bekeken, terwijl de grootste gangsters toch meestal een maatpak aan hebben.

"Laatst stond ik in een lift. Toen ze me zag, drukte een wat oudere vrouw haar handtas dicht bij haar. Ik voelde dat ze niet erg op haar gemak was. Wat had ik haar misdaan? Ik heb eens geglimlacht.

"Ik word het liefst met rust gelaten. Ik heb een hekel aan drukte, aan een stad. Ik ga nooit een druk café binnen. Ik zou het niet erg vinden om ergens te wonen waar ik in weken niemand zou tegenkomen. Maar financieel kan ik me dat nog niet veroorloven. Ik heb geen spaarboek. Ik moest wel opnieuw gaan fietsen om mijn boterham te kunnen verdienen. Nu zou ik 'Ben Derden' als een compliment beschouwen. Omdat ik weet en aanvaard dat ik geen echte topper ben. Ik wil me weer bewijzen als een goede subtopper. En ik geloof dat het kan. In de eerste wedstrijden eindigde ik vier minuten na de eerste, in de laatste wedstrijden was dat nog maar twee minuten. Zonder doping. Gegarandeerd.

"Ik verstop mijn tattoos niet meer. Iedereen mag ze zien, ook die van de epofles. Dat ze maar denken en zeggen wat ze willen. Ik ben altijd rechttoe, rechtaan. Klikt het niet, dan botst het maar. Ik ben zwart-wit. Niet toevallig de kleuren die de sponsor gekozen heeft voor mijn uitrusting.

"Het wegseizoen is nu begonnen, dat beschouw ik als een goede voorbereiding op het nieuwe veldritseizoen. Ik zal telkens in korte mouwen aan de start verschijnen. Geen geheimen meer. Iedere keer dat een renner achter me zit, zal hij boenk met zijn neus op de epo geduwd worden. Grappig, toch. (lacht)

"Op mijn lijf staan ook andere dingen. Amerikaanse wagens met een manneke erin bijvoorbeeld. En ook mooie pin-ups. Een is ook gemaakt naar het voorbeeld van mijn nieuwe vriendin. Een eerbetoon aan haar schoonheid. De eerste keer dat ik haar zag, had ze cowboylaarzen aan. Helemaal mijn stijl. Ze is ook verzot op tattoos. We hebben samen ook een kleine schoppenaas op onze ringvinger laten tatoëeren, net als een trouwring. En ja, er staat een doodskop in. We houden allebei van die morbide humor en we delen dezelfde passies. Ik vind haar tatoeages best wel sexy. Een vrouw met tattoos straalt iets mysterieus uit. Ook iets gedurfds. Ze heeft ballen aan haar lijf en dat spreekt me zeker aan.

"We verwachten nu samen een baby en we hebben al afgesproken om de naam van ons kind te laten tatoeëren op onze pols. Dat lijkt ons een mooie verbintenis voor het leven. Samen kijken we al uit naar hoe en waar we onze volgende tattoo willen laten zetten. Maar op één plaats wil ik geen tattoos. Dat zijn mijn benen. Iedere wielrenner is trots op zijn benen. Gespierd, staalhard. Vrouwen vallen ervoor. De armspieren zijn veel minder ontwikkeld bij coureurs. Daarop mag van alles staan. Maar zolang ik wielrenner ben, komt er geen enkele tatoeëerder aan mijn mooie benen."

Jean (48), ex-legionair, lijf vol tattoos

'Iedere tekening is in mijn ziel gekerfd'

'De eerste tatoeage heeft een buurjongen van zestien bij me gezet. Hij zat tijdens de week in een instelling en kwam in het weekend naar huis. Zijn armen en handen waren helemaal vol getatoeëerd en ik was daar weg van. Zelf was ik nog maar negen jaar. Het was een klein niemendalletje in zwart-wit. "Zie dat er het er snel afgaat", zei mijn moeder toen ze het na een tijdje opmerkte. Maar het ging er natuurlijk niet af. En zo is mijn verhaal begonnen. Omdat er al een opstond, kon er een bij.

"Nog meer dan door de tekeningen op zich was ik gefascineerd door hoe ze gemaakt werden. In de Antwerpse havenbuurt liet ik als tiener eerst een mooie rode roos zetten. Daarna vroeg ik de tatoeëerders uit over hun methode, hun gerief, hun machines. Maar al snel bleek dat het een gesloten wereld was. Uit angst voor concurrentie hielden ze hun lippen stijf op elkaar.

"Ik heb dan maar zelf iets ontwikkeld. Dierenartsen gebruikten in de tijd een machientje om honden te merken. Je moest het wel met de hand bedienen. Via via ben ik aan zoiets geraakt en heb het kunnen aanpassen met een pedaal van een naaimachine, zodat mijn handen vrij waren om te tatoeëren. Zo kon ik zelf beginnen. Mijn eerste professionele tattoos probeerde ik op mezelf uit. Ik had al vlug een paar geïnteresseerden, waardoor ik geld kon vragen.

"Ik was goed en goedkoop, de klanten waren content en zo ben ik in een dorp in Vlaams-Brabant in de jaren tachtig begonnen met een tattoobar. Je kon er een pint drinken en eventueel ook een tattoo laten zetten. Met mijn eerste geld ben ik naar Thailand gereisd. Om er een paar tattoos te laten zetten door de grote meesters. Naalden werden op een bamboe geplaatst en er zo met een stok ingeslagen.

"In België waren tattoos toen nog niet zo ingeburgerd. Integendeel. (lacht) Ik moest mijn zaak sluiten van de politie; ik ben dan maar verhuisd naar een ander dorp, waar ik mijn tattoohandel verder kon zetten. Met succes. De klanten bleven maar komen. Op de duur moest ik coke en speed slikken om te kunnen blijven werken. Bijna dag en nacht. En toen is het fout gelopen. Door omstandigheden, zullen we maar zeggen. (stilte)

"Ik moest weg uit België. Een nieuw leven beginnen. Ik heb me toen aangesloten bij het Franse vreemdelingenlegioen. Kort gezegd zijn dat de buitenlandse elitetroepen van het Franse leger. We verbleven vlak bij Nîmes, maar ik ben een paar keer op buitenlandse missie in gegaan. Gevechtssituaties, dus."

"Het vreemdelingenlegioen is apart, dat is zo. De vriendschap en de band die je krijgt van je medelegionairs vind je niet in de gewone wereld. Omdat de omstandigheden er ook zo extreem zijn. Je moet je plan trekken, in welke situatie ook. De gulden regel was dat je nooit je geweer afgaf en ook nooit doden of gewonden liet liggen. Ik heb het meegemaakt dat we ons eigen leven riskeerden om een gewonde legionair op te pakken om in veiligheid te brengen.

"Het zijn lessen die voor het leven gebleven zijn. Ik zal zelf nooit om hulp vragen, maar als er iemand een ongeval heeft, zal ik de eerste zijn die alles laat vallen om die persoon te helpen.

"Veel legionairs hadden tattoos. Ik viel daar dus niet op. (lacht) Om de tijd tussen de opdrachten door te doden, hielden we ons bezig met elkaar te tatoeëren. We zaten met dertig in een trottoir, de naam die we gaven aan de grote gemeenschappelijke slaapkamer, en altijd was er wel iemand bezig iets aan het zetten op een ander zijn lijf. Het was ook de gewoonte om de woorden Légion etrangère op ons te zetten. (wijst op zijn nek) Het stoort me niet. Ik beklaag het me ook niet, het is bewust gezet.

"Op mijn handen en borst staan er nog tal van andere verwijzingen naar die periode uit mijn leven. Een typische legionair met een hoge hoed, bijvoorbeeld. Ook een palmboom, een moskee. De rode epauletten van ons gelegenheidskostuum. En een rat, dat is een verwijzing naar hoe de legionairs de Algerijnen noemden tegen wie we vochten in de onafhankelijkheidsoorlogen. De Algerijnen hebben een paar duizenden legionairs vermoord en sindsdien is het nooit meer goed gekomen.

"Het was een hard bestaan. Vechten op leven en dood. Af en toe werd het testament van een legionair op zijn rug getatoeëerd. Omdat hij besefte dat hij er de volgende dag niet meer zou zijn. Doodskoppen waren ook een geliefd thema om te tatoeëren bij het legioen. Gemiddeld sterft er één legionair per dag tijdens een missie, ook nu nog, want het leger bestaat nog altijd. Wel zijn de regels sterk aangepast.

"In het vreemdelingenlegioen heb ik een aantal tattoos proberen weg te halen. Een pijnlijke affaire. Uitschuren met zout en water, klinkt eenvoudig, maar het doet echt pijn. Je blijft schuren tot er zich een korst met de tattoo erop vormt. Dan kun je die korst wegtrekken, maar er blijft altijd wel een litteken over. Wegbranden met een sigaret of een sigaar is ook een optie, maar pijn doet het altijd.

"Mijn pijngrens is wel opgeschoven, vertellen dokters en verplegers mij. Als ik in het ziekenhuis beland, dan krijg ik altijd schouderklopjes omdat ik zo goed met pijn om kan. Ik blijf liggen, geef geen kik en vraag nooit om pijnstillers. Waren alle patiënten maar zoals u, krijg ik dan te horen."

"Na mijn avonturen in het vreemdelingenlegioen kon en wou ik terugkeren naar België. Maar deftig werk vinden, zat er niet in. Alles wat gevaarlijk of ongezond was, dat wel. Ik heb tonnen asbest gesloopt, zonder enige vorm van bescherming. Of op duizelingwekkende hoogtes gehangen met een snijbrander. Voor mijn bazen was ik nooit veel waard. Letterlijk een outlaw die ze makkelijk konden gebruiken en daarna weggooien. Alsof ik zou protesteren.

"Er zat niets anders op dan in de criminaliteit gaan. Ik had een zoontje, een gezin dat ik moest onderhouden, dat ik wou koesteren. Ik heb gestolen uit liefde: een tattoo van een boef met handboeien en een hart verwijst daarnaar.

"Ik ben pooier geweest, heb bars geopend, hield me bezig met inbraken. In die wereld los je conflicten niet op door het even uit te praten of naar de rechtbank te stappen. Neen: er werd gevochten en af en toe geschoten. En een schot bleek fataal. Het was hij of ik, en ik leef nog...

"Ik heb in bijna alle gevangenissen van België gezeten, werd voortdurend verplaatst. Eén keer kon ik ontsnappen en vluchtte ik naar Zuid-Amerika. Drie jaar was ik op de vlucht. In totaal heb ik toch zeven jaar in de gevangenis gezeten. (wijst naar zijn hals) Zeven streepjes. Wie zijn hele hals rondomrond heeft vol staan, die is er aan voor de moeite. Dat is een typisch Franse gevangenistattoo. Die heeft levenslang. Of beter: die is figuurlijk onthoofd. Een Franse klassieker zijn ook de vijf puntjes: vier voor de vier muren van de cel en één in het midden, die de eenzaamheid in de gevangenis symboliseert: alleen tussen vier muren.

"De mooiste tattootijd heb ik in de gevangenis van Dendermonde beleefd. Ik was er de huistatoeëerder, zeg maar. (lacht) Ik volgde tekenlessen en kon zo aan Chinese inkt geraken. Dat was de basisgrondstof voor tattoos. Uit een cassettespeler die je in de gevangenis kon kopen, prutste ik een motortje dat ik kon laten aandrijven door batterijen. Met tape, een vork en een lege huls van een stylo kon ik mijn bescheiden tattoo-installatie afwerken. Mijn machine werkte en aan klanten was er geen gebrek. Ze betaalden me met sigaretten of telefoonkaarten.

"De eerste figuren probeerde ik wel op mijn eigen lijf uit. (stroopt zijn broek omhoog en laat de enkel zien) Hier, de naam van mijn toenmalige lief in alle mogelijke stijlen en lettertypes uitgeprobeerd. Wel zeven keer staat haar naam erop. Ook dat is een verhaal, een betekenis. Waarom zou ik dat moeten laten weghalen? Wie me wil, moet mij nemen zoals ik ben. En ik ben al die verhalen.

"Een vleermuis verwijst naar het nachtleven, de vele naakte vrouwen naar de periode dat ik in de prostitutie zat. Namen van exen heb ik soms laten weghalen, soms niet. En ook dat heeft een betekenis. 'Bang Bang' staat er op mijn handen. Dat heeft niets met schieten te maken, maar herinnert wel aan de tijd dat ik bokste. Mijn idool was een wereldkampioen uit de negentiende eeuw die bokste met zijn blote handen. Zonder handschoenen. Hij had 'Bang Bang' op zijn knokkels laten tatoeëren en dat vond ik een geweldige vondst.

"Ik heb ook een swastika staan. Niet dat ik sympathiseer met de nazi's, integendeel zelfs. Maar ik heb hem laten zetten uit sympathie voor een vriend die eigenlijk meer was dan een vriend. Hij was een vaderfiguur voor me. Hij was het kind van een verboden affaire tussen een Belgisch meisje en een Duitse onderofficier tijdens de bezetting. Een fout kind. En zijn hele leven heeft hij daarvan afgezien. Nooit de kansen gekregen die hij verdiende. Hij werd altijd met zijn verleden geconfronteerd, waar hij zelf niets kon aan doen.

"Het heeft hem zo diep geraakt dat hij een portret van Hitler heeft laten tatoeëren op zijn borst en op de achterkant van zijn rug liet hij een oude Volkswagen tekenen. Met daarop een Duitse officier, met open hemd, terneergeslagen. Verslagen. Verloren. De man is ondertussen gestorven, maar omwille van onze warme band heb ik dat teken laten zetten. En ook al weet ik dat dit mensen afschrikt, ik zal hem nooit laten verwijderen.

"Er is een tattoo die ik wel absoluut weg wou. Franse criminelen die niets meer te verliezen hebben, laten soms twee kleine maar duidelijke streepjes zetten naast hun ogen. Ik heb dat ook laten doen, in een zatte bui. Maar achteraf had ik er toch spijt van. Die tattoo heb ik laten weghalen door een vriend met een Gillettemes. Hij heeft een 'V' in mijn vel gesneden en het vel dat er tussen zat met een ruk weggehaald. Het bloed bleef maar stromen. Achteraf heb ik gehoord dat ik geluk had, dat er cruciale zenuwen in de buurt zaten. Ik kon dus blind zijn.

"Eenmaal uit de gevangenis heb ik de criminaliteit afgezworen. Eerst heb ik nog wat gewerkt, maar vrij snel heb ik beslist om weer te gaan studeren. Ik zit nu aan het einde van mijn vierjarige opleiding ervaringsdeskundige in de sociale uitsluiting. Ik loop stage bij een sociaal project in een moeilijke buurt. Ik heb veel contact met mensen die het moeilijk hebben, die zelf ook al in contact zijn gekomen met politie en gerecht. Ik geef hen raad, steun en tips.

"Veel tattoos zijn er niet meer bijgekomen de laatste jaren. Het is de laatste jaren trendy geworden om tattoos te zetten puur omwille van de schoonheid of de tekening. Wat weten de mensen die een tribal zetten over de achtergrond van de Maori's? Of zijn ze ooit in de buurt geweest? Dat is een evolutie die ik wat betreur. Vandaar dat ik ook geen zin meer heb om zelf weer de pen vast te nemen.

"Mocht ik kunnen ruilen voor een blank, onbeschreven lichaam: ik zou het zeker niet doen. Iedere tekening is ingekerfd in mijn ziel. Iedere tattoo ligt me na aan het hart. Ook al zien ze er niet uit, zijn het littekens geworden.

"Ik heb nog altijd een nauwe band met mijn moeder. Zij is me altijd graag blijven zien. Voor haar ben ik nog altijd de ideale zoon, ondanks alles wat er is gebeurd. Als je over tattoos begint, zegt ze dat ze dat niet zo graag heeft, maar dat ze er nu eenmaal zijn. Dat is toch pure moederliefde?"

Het is precies als kinderen willen krijgen. Op een bepaald moment voel je dat je er echt klaar voor bentMijn tattoos vertellen het verhaal van de epo-affaire. Een grote epofles siert nu mijn arm. Ook de dag dat ik tegen de lamp liep, heb ik op mijn lichaam laten zetten: 18 december 2004. Niet toevallig op mijn schouder. Het is een last die ik voor eeuwig meedraagMocht ik kunnen ruilen voor een blank, onbeschreven lichaam: ik zou het zeker niet doen. Iedere tattoo ligt me na aan het hart. Ook al zien ze er niet uit, zijn het littekens geworden

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234