Donderdag 22/10/2020

'Op het einde was ik echt paranoïde'

Vier jaar lang zonderde Peter Buwalda zich als een kluizenaar af voor zijn debuut Bonita Avenue. Het resultaat prijkt vandaag boven aan alle bestsellerlijsten, maar het heeft bloed, zweet en een tikkeltje paranoia gekost. 'Ik was bang dat ik voor de finish met mijn auto ergens in de vangrail zou belanden. Dan had niemand ooit geweten wat ik al die tijd had zitten doen.'

at een lefgozer is die Peter Buwalda. Je moet het maar durven, debuteren met de meest ambitieuze roman die de Nederlandse letteren in jaren hebben gezien. Een vuistdikke pil is zijn Bonita Avenue: 543 bladzijden. Een roman die tegelijk een ontroerende familiekroniek, het verhaal van een gedoemde liefde, een meeslepende whodunit en een scherpe zedenschets is. Critici hebben Bonita Avenue een Great Dutch Novel genoemd en het vergeleken met The Corrections van Jonathan Franzen. Zij hebben gelijk. Bonita Avenue is een verhaal over ambitie en geweld, porno en politiek, jaloezie en verraad. Geschreven door een uitmuntend stilist met een uitzonderlijk inlevingsvermogen. Zo'n ouderwets boek dat je door donkere winteravonden helpt.

Niet dat het geen moeite gekost heeft voor het boek er lag. Buwalda (1971) nam een stevige gok. Hij zei zijn goedbetaalde baan als redacteur bij een literaire uitgeverij op en ging aan een hoek van de keukentafel zitten. "Meer dan vier jaar lang heb ik niets anders gedaan dan geschreven. Zeven dagen per week. Minimaal acht uur per dag. Met mijn verjaardag, met kerst, met oud en nieuw zat ik te werken. 's Avonds zag ik wel eens een vriend, maar overdag had ik geschreven. In die vier jaar ben ik overdag vijf keer de deur uitgeweest. Vier keer naar de tandarts, de kapper deed ik steeds aan het einde van de dag. Eén keer ging ik bij een vriend gitaar spelen. Dat voelde alsof ik spijbelde. Ik wilde meteen terug naar huis."

Ook het nadenken over het boek ging de hele tijd door. "Elke ochtend werd ik wakker met een aantal problemen die ik de avond ervoor geformuleerd had. Onder de douche haalde ik ze tevoorschijn en probeerde ik ze op te lossen. Zo was ik altijd aan het nadenken. Als ik niet schreef, spookten de problemen die ik moest tackelen door mijn hoofd."

De toewijding eiste zijn tol. Buwalda raakte afgesneden van zijn vroegere sociale leven. Op een dag vroeg iemand of hij kanker had, zo beroerd zag hij eruit. "Het was een lange, beetje bittere periode wel. Dit boek kon alleen tot stand komen door letterlijk af te zien. Fysiek en ook emotioneel. Het was een volstrekt solitaire bezigheid. Naarmate het boek vorderde, kreeg ik angst om te reizen. Bang dat ik voor de finish in de vangrail zou belanden met de auto of dat het vliegtuig zou neerstorten. Dan had niemand ooit geweten wat ik al die tijd had zitten doen. Ik was op het eind echt paranoïde. Iedere avond mailde ik mezelf op Hotmail wat ik die dag geschreven had."

From hero tot zero

Bonita Avenue vertelt het verhaal van de ondergang van Siem Sigerius, "een gedrongen, donkerbehaarde kerel met een stel oren waarnaar je meteen moest kijken, ze waren kroppig, ze leken gefrituurd." Hij is rector van de Universiteit Twente. Een selfmade man, opgeklommen uit een karig, kil bestaan en nu de onbetwiste meester in zijn vak. Op handen gedragen door zijn studenten en professoren staat hij op het toppunt van zijn roem. Ooit zal hij gevraagd worden als minister in het kabinet. Maar dan gaat zijn wereld aan het wankelen.

Op een dag staat hij handjes te schudden op een receptie op de campus en in een flits herkent hij in zijn stiefdochter Joni het pornomodel van lindaloveslace.com. Dat is de website waar hij, de eerbiedwaardige maar al jaren seksloze hoogleraar - "in bed was hij een dweil" met "een rauwe slavink tussen zijn benen" - nog eens aan zijn trekken komt. Paniek en schaamte maken zich van hem meester. "Al haar trekken, de brede ongereptheid van haar krachtige, zelfverzekerde gezicht, alles wat samen het signalement van zijn dochter bepaalt, schuiven over dat ándere gezicht, een gezicht dat hij in zekere zin ook kan dromen - totdat het 'klik' zegt in zijn transpirerende hersenen. Ze is het."

De ontdekking zet een noodlottige keten van gebeurtenissen in gang. Want precies op het moment dat Siem zijn stiefdochter ontmaskert, komt zijn biologische zoon Wilbert vrij uit de gevangenis. Wilbert is een woesteling, schorremorrie van de ergste soort, die zich door zijn vader vreselijk verraden voelt. Hij zint op wraak. Siem, de man die dacht door hard werken de ellende uit zijn verleden achter zich te kunnen laten, gaat ten onder aan zijn onbetrouwbare kroost. En dat in een zo ingenieus geconstrueerde plot dat we hiermee amper een tip van de sluier hebben gelicht.

Buwalda: "Al vanaf het eerste hoofdstuk weet je exact wat er gaat gebeuren als je aandachtig leest. Ik heb dit boek gecomponeerd volgens de oude wet van Tsjechov, die stelt dat als je in akte vijf iemand met een geweer laat schieten, dat geweer al in akte één een keer zichtbaar moet zijn geweest."

De roman werd in 2011 liefst negen keer genomineerd. Niet alleen voor belangrijke literaire onderscheidingen als de AKO en de Libris Literatuurprijs, maar ook voor thrillerprijzen als De Gouden Strop en de Diamanten Kogel. "Het is apart dat mijn boek in beide circuits opvalt", zegt Buwalda. "Het wordt door veel lezers ervaren als een soort thriller, maar mensen smaken het ook als een literair werk." Uiteindelijk kon Buwalda drie van de negen nominaties verzilveren: de Academica Literatuurprijs, de Selexyz Debuutprijs en de prijs voor de mooiste literaire zin van het afgelopen jaar. Van Bonita Avenue werden intussen 140.000 exemplaren verkocht.

Maar terug naar Siem Sigerius. Hoe kwam Buwalda bij dit noodlotsdrama? "Ik wilde een groot, complex verhaal schrijven met ruimte om de karakters uit te diepen en ook ruimte voor detail. Het liefst lees ik zelf een roman waarvan ik achteraf het gevoel heb dat ik de personages beter ken dan mijn vrienden of familie. Mijn voorbeelden zijn Amerikanen: Philip Roth, Tom Wolfe, John Updike, Jonathan Franzen. De personages uit The Corrections ken ik ook beter dan mijn vrienden. De roman is bij uitstek een plek waarin je dingen die normaal niet tussen twee mensen worden uitgesproken toch ten tonele kunt brengen. Het is de werkelijkheid in poedervorm. In goede fictie leer je de mens geconcentreerd kennen. Dat gebeurt bovendien op neutraal terrein. Daarom is de roman zo'n mooi medium. Het is een buffer tegen te veel intimiteit in je eigen leven. Als jij me nu een verhaal zou vertellen als dat van Siem Sigerius, zou ik dat helemaal niet prettig vinden. Het zou gênant zijn.

"Ik vroeg me af wat een interessante, sterke vader als Sigerius zou vinden van een dochter als Joni, die zelfbewust het internet aangrijpt om zich te etaleren voor geld. Dat was mijn allereerste idee. Daarna bedacht ik dat het mooi zou zijn als het over kinderen in het algemeen zou gaan. Dat het interessant zou zijn om te kijken of het nog iets zou uitmaken of het om een biologisch of een aangenomen kind ging. Ik zadelde Siem op met een gewelddadig addergebroed. Mijn vraag was: wat weegt nou zwaarder als je het in een schaal naast elkaar legt? Onzedelijkheid of echte criminaliteit? Siem vindt Joni beschamender. Wat zij doet is niet strafbaar, maar er zit kennelijk zo'n taboe op dat de moord die Wilbert heeft gepleegd eerder te verkroppen valt. Het benepene, het victoriaanse weegt nog altijd zwaar op ons. Ik moest denken aan Bill Clinton terwijl ik dit schreef. Toen hij Kroatië aan het bombarderen was, kreeg hij het hele Congres over zich vanwege Monica Lewinsky. Daar werd zwaarder aan getild."

Monsterlijke zoon

Siem Sigerius zit zich de hele tijd af te vragen wie zijn dochter eigenlijk is. "Ken ik Joni? Laat me niet lachen", piekert hij in Bonita Avenue. Betekent dat dat je een ander in het echte leven nooit helemaal kunt doorgronden? "Laten we zeggen dat het in de werkelijkheid vaak voorkomt dat je elkaar gewoon niet leert kennen, terwijl je toch nauw op elkaar betrokken bent. Het zit ook besloten in de relatie van ouders met hun kinderen, door het leeftijdsverschil. Alleen al het feit dat je het als kind niet kunt verdragen om ook maar iets te weten over het seksleven van je ouders... Dat facet sluit je op voorhand uit. Wederzijds. Op een intiem niveau kun je nooit helemaal open en bloot zijn. Dat is niet erg. Op zich is het normaal dat ouders en hun kinderen niet écht nieuwsgierig zijn naar elkaar. Alleen in dit boek is dat noodlottig omdat de kinderen hele kwalijke dingen doen.

"Joni is genetisch ook een black box voor Siem. Hij is niet haar vader. Hij vraagt zich af: hoe kan een meisje met een vader als ik dat nou doen? Hij heeft altijd zo liefdevol voor haar gezorgd, ze is - in zijn woorden - 'een meisje door hem bestempeld voor het geluk, een dochter die hij geborgenheid heeft geboden' en 'die aanzienlijk meer liefde van hem heeft opgestreken dan hij als kind ontvangen heeft'. Hij vraagt zich af wat hij heeft fout gedaan. Tot hij beseft dat zij niet zijn genen heeft. De man die haar verwekt heeft, is een troubadour, een artistieke losbol. Wat dat voor invloed heeft op haar, weet hij niet.

"Wilbert is wel zijn biologische zoon, maar hij is een oncontroleerbaar iemand. Hij keert zich tegen zijn familie. Hij heeft iets monsterlijks, zeker in Sigerius' ogen. Ik heb eens een essay geschreven over De gedaanteverwisseling van Franz Kafka. Ook daar wordt een monsterlijke zoon geboren, letterlijk dan, een kever. In eerste instantie willen die ouders hun zoon helpen, maar op een gegeven moment raken ze zo van die kever vervreemd dat ze hem dood maken. In hetzelfde essay haal ik een gedicht aan van de Poolse dichteres Wislawa Szymborska. 'Wie is dat snoesje in dat babyjurkje toch? Dat is nu de kleine Adolf, 't zoontje van de Hitlers. Zou hij misschien doctor in de rechten worden? Of als tenor in de Weense opera gaan zingen? Van wie is dat handje, van wie dat oortje, oogje, neusje? Van wie dat volle melkbuikje is, weten we nog niet.' Siem heeft geprobeerd om Wilbert op het rechte pad te brengen. Hij heeft hem een tijd bij hem in huis genomen, maar uiteindelijk moest hij wel van hem af. Het was te erg."

Je kunt als ouder dus maar weinig invloed uitoefenen op je kinderen? Maakt niet uit of het biologische of aangenomen kinderen zijn? "Dat wijst de geschiedenis toch uit. Alle moordenaars en boeven zijn ook kinderen geweest, meestal van ouders die zelf geen misdadigers waren. Het lot is gruwelijk. Het leven is een Russische roulette. Er is geen relatie tussen je gedrag en je lot, hoogstens een correlatie. Dat vind ik een hele nare constructie. Je kunt hopen dat je rechtvaardig behandeld zult worden als je zelf rechtvaardig bent. Of dat je door gezond te leven ziekte zult voorkomen. Maar dat is niet gegeven. Daar komt religie waarschijnlijk vandaan. Mensen vinden het al eeuwen onrechtvaardig dat het leven geen zin heeft, dat er geen evenwichtige gedachte achter zit. Daarom hebben ze er in arren moede een rechtvaardig systeem bovenop gelegd."

Dat Peter Buwalda met het thema van de erfelijkheid aan de slag ging, hoeft niet te verbazen als je er zijn biografie op naleest. Hij is de zoon van een Brusselse longarts die zijn Nederlandse moeder, een verpleegster, had leren kennen in het ziekenhuis in Eindhoven waar ze toen beiden werkten. Buwalda heeft de eerste jaren van zijn leven in Sterrebeek gewoond, tot zijn biologische vader het gezin verliet. Hij was toen een jaar of vijf. Een paar weken was er een weekendregeling, maar al snel verdween de Belg helemaal uit zijn leven.

"Mijn moeder keerde terug naar Nederland en hertrouwde met haar buurman. Vanaf het begin klikte dat enorm goed tussen hem en mij. Dat was zijn verdienste. Mijn moeder is een hele leuke vrouw en mijn tweede vader was de verdiende aanvulling daarop. Al op de dag dat ze trouwden, heb ik hem papa genoemd. Op mijn zesde heb ik zijn naam aangenomen. Voor mij is het nooit problematisch geweest om een stiefvader te hebben, serieus niet. Ik heb gezien dat een vader van buitenaf net zo makkelijk de ouderrol op zich kan nemen als een bloedverwant. Er lag dus zeker niets op mijn lever over mijn afkomst, maar het is wel zo dat ik dingen uit mijn eigen leven inzet om mijn verhaal te stofferen. Dat is een goed systeem voor mij. Ik verzin alle personages uit mijn boek, maar om ze echt te laten worden bevoorraad ik ze met dingen uit mijn leven."

Waarom is Buwalda pas op zijn achtendertigste gedebuteerd? Hij is al zijn leven lang bezig met literatuur. Hij heeft Nederlands gestudeerd, werkte jaren in een uitgeverij voor hij zich aan het schrijven zette. "Door mijn studie Nederlands was ik ervan overtuigd geraakt dat boeken niet door mensen geschreven worden. Er hing zo'n aura om de canonieke schrijvers dat ik vergeten was dat ook zij maar gewone stervelingen waren. Het heeft lang geduurd voor ik mezelf met zelf schrijven kon associëren. Bij de uitgeverij waar ik werkte, zag ik elke dag boeken verschijnen waar ik niet van onder de indruk was. Dat heeft het ontzag geneutraliseerd. Ik ben er ook niet rouwig om dat ik pas zo laat gedebuteerd ben. Het is prettig als je al veel gelezen hebt en ook wat te vertellen hebt. Als ik op mijn twintigste was begonnen met schrijven, had ik nog niet de visie op literatuur gehad die ik nu heb. Dan was er een heel ander debuut gekomen.

"Ik heb mijn talenten onderzocht, zoals elke mens. Ik heb aan judo gedaan, maar al snel had ik door dat ik niet goed genoeg was om wereldkampioen te worden. Ik heb geen talent om in het bedrijfsleven iets belangrijks te verwezenlijken. Maar ik kan kennelijk wel schrijven. Daar heb ik me op gericht. Ik ben niet iemand die allerlei dingetjes gaat doen. Ik moet niet elke dag iets nieuws meemaken. Ik kan heel lang focussen op één ding. Net als Siem Sigerius heb ik dat monomane. Dat streven naar het beste wat je zou kunnen doen."

Verfspat in de geschiedenis

Dat enorme concentratievermogen van Peter Buwalda voor de literatuur blijkt overduidelijk uit de opmerkelijke ontstaansgeschiedenis van Bonita Avenue. "Toen ik ontslag nam bij de uitgeverij, ging het rondzingen in de literaire wereld dat ik aan een boek werkte. Toen nodigden alle uitgevers mij uit. Het lukte me om ze heel precies te vertellen hoe het boek er zou uitzien. Dat wekte bij hen kennelijk veel vertrouwen. Ze wilden me allemaal graag hebben en toen begon het opbieden. Ik koos voor de Bezige Bij. Niet eens omdat die het meeste bood, maar omdat ik dat een prachtige uitgever vind."

Nog voor hij een bladzijde had ingeleverd, kreeg Buwalda een voorschot van 35.000 euro van De Bezige Bij. "Dat lijkt veel, maar nadat de belastingen eraf waren, bleef nog maar weinig over. Het is wonderbaarlijk dat ik daar vier jaar van geleefd heb. Ik moest heel sober en karig zijn. Ik zat natuurlijk zeven dagen op zeven thuis. Dan geef je weinig uit. Ik leefde als een kluizenaar en als een monnik. En dat vond ik niet eens erg, omdat ik zo geobsedeerd was door het schrijven."

Na tweeënhalf jaar wroeten had Buwalda een eerste versie af. Toen begon de grote revisie. "Ik gaf elk hoofdstuk een cijfer. Er waren tweeën, drieën, vieren, vijven, één zesenhalf... Dat was het hoogste. Die dag moest ik huilen, echt huilen. Ik was kapot. Ik had helemaal niet verwacht dat ik het zo slecht zou vinden. Een van mijn beste vrienden is schrijver Hans Münstermann. Ik vroeg of hij me kon helpen: 'Wil je het lezen?' 'Neen', zei hij. 'Dit is normaal. Dit zul je altijd hebben en je moet het zelf oplossen.' Toen heb ik hoofdstuk per hoofdstuk, in rondes die drie, vier maanden duurden, gewerkt aan de passages die ik niet goed genoeg vond. Langzaam heb ik alle hoofdstukken opgewaardeerd. Op een gegeven moment had ik een lijst van 21 hoofdstukken met 18 tienen en 3 negens. Toen heb ik de laatste negens weggewerkt tot ik allemaal tienen had."

Het boek was klaar, tijd om het te laten gaan. En toen begon het grote wachten: hoe zouden lezers reageren? "Ik vertelde aan mijn familie dat mijn boek af was. Een van mijn broers zei: 'Weet je wat het ook kan zijn? Eén grote narcistische wensdroom, wat jij hebt zitten doen.' Dat was niet giftig bedoeld, eerder luchtig. En er zat ook wel een kern van waarheid in. Ik vond het een realistische opmerking. Er zijn zoveel mensen die iets willen maken. Dat zie je bij programma's als Idols(de Nederlandse versie van Idool, IDG). Daar komen negenduizend mensen auditie doen en die denken alle negenduizend dat ze kunnen zingen. Er blijft er maar één over die wint. En die blijkt in de hele popgeschiedenis een verfspatje te zijn."

Peter Buwalda neemt in februari 2012 deel aan het literaire evenement Saint-Amour, www.begeerte.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234