Vrijdag 30/07/2021

Op het eerste gezicht

Iemand met een platte neus lijkt op een os en is dus traag en koppig. De 'gelaatkunde' vinden we een rare pseudowetenschap van vroeger. Maar op Facebook en Tinder doen we het ook: koppen keuren en daar van alles uit afleiden.

"Heeft die geen typische criminelenkop?" Het lijkt een achterhaalde uitspraak uit tijden toen 'de wetenschap nog niet op punt stond'. Maar toen de Nederlandse moordenaar Joran van der Sloot begin januari 2012 dagelijks in het nieuws was omdat hij terechtstond voor de moord op de Peruaanse studente Stephany Flores, was het exact die vraag die bloggers zich stelden.

Toen een jaar later Kim De Gelder berecht werd, zwaaiden advocaten met hersenscans die zouden aantonen dat de moordenaar duidelijk afwijkt van de doorsneemens.

Ondertussen menen we niet alleen moordenaars te kunnen herkennen aan hun hersenen of gelaat, maar speuren we ook naar een geliefde op basis van een paar foto's op Tinder. En ontstaat heftige discussie wanneer blijkt dat humanresourcesmedewerkers van grote bedrijven de Facebookpagina van hun toekomstige werknemers screenen.

Eeuwenoud thema

De tentoonstelling Karakterkoppen laat ons inzien dat het slechts varianten zijn op een eeuwenoud thema. Een thema wellicht zo oud als de mens zelf.

Net zoals de hr-medewerker vandaag profielfoto's op Facebook bestudeert, onderzocht de Griekse wijsgeer Pythagoras al het uiterlijk van zijn studenten voor hij ze toeliet tot zijn opleiding. De oude Grieken hadden complete beschrijvingen van karakter en capaciteiten op basis van gelaats- en lichaamsbouw, een leer waar ook Aristoteles veel aandacht aan besteedde. De Griekse arts Hippocrates beschouwde het als een overwinning op het irrationele denken dat hij kon aantonen hoe de vier grondhoudingen in de mens - vurig, melancholisch, woedend en onderkoeld - niét door de planeten en sterren werden bepaald, maar door zijn of haar temperament. Toch bleef het idee dat het de hemellichamen zijn die een mens zijn karakter bepalen tot in de middeleeuwen bestaan.

De gedachte dat gelaat en schedel 'de spiegels van de ziel' zijn, werd pas veel later een beslissende duw in de rug gegeven door twee Italiaanse wetenschappers, een Zwitserse theoloog en een Duitse arts. Waarop het idee voor altijd verspreid werd in Europa en de VS. Sindsdien heeft iedereen wel een vaag idee wat met een 'criminelenkop' wordt bedoeld: kleine schedelpan, diepliggende ogen, geprononceerde wenkbrauwen.

Domme geiten

Giambattista della Porta, een Italiaanse arts, bond in de zestiende eeuw als eerste de strijd aan met de astrologen. Hij werkte de fysionomie uit, of leer om iemands persoonlijkheid af te leiden uit het uiterlijk, gebaseerd op wat rationeel waarneembaar was in de natuur. Zo kwam deze 'rationalist' tot de conclusie dat wie leek op een leeuw, sterk en onbevreesd was, en wie leek op een os, koppig en traag. Ook concludeerde hij: "Mensen die op een geit lijken, zijn als een geit: dom". We zeggen het nog steeds: 'Wat een geit.'

De Zwitserse predikant Johann Kaspar Lavater (1741-1801) breidde die leer uit tot een echt 'systeem' en populariseerde ze. Veel van zijn beweringen waren praktisch en werden in het dagelijkse leven gebruikt. Zo bestond er zelfs een 'draagbare' Lavater, een klein boekje met de kenmerken per gezichtsdeel, met vermakelijke beschrijvingen als: "Een vrouw met een zeer concave neuswortel, een volle boezem en ietwat vooruitstekende hoektanden zal, niettegenstaande haar lelijkheid en onaantrekkelijkheid, eerder gemakkelijker en onweerstaanbaarder een hele kudde gemene wellustigen verleiden dan een volmaakte schoonheid dat kan. Mijd ze als de pest, ook al is de reputatie ogenschijnlijk vlekkeloos."

Lavaters tijdgenoot, de Duitse arts Franz Joseph Gall (1758-1828) breide een nieuw hoofdstuk aan de nieuwe 'wetenschap'. De neuroanatoom vond in de achttiende eeuw de frenologie of 'bultkunde' uit: een theorie die mentale vaardigheden en karakter terugbrengt tot verschillen in de grootte van hersengebieden. Gall geloofde dat verschillende hersengebieden zich meer of minder ontwikkelen naargelang je persoonlijkheid, en dat je dat kon vaststellen aan de hand van de locatie van specifieke bulten op je schedel.

Vandaar dat we vandaag nog spreken van een 'wiskunde- of talenknobbel'. Ook zijn vondsten stonden neergepend in praktische gidsjes, die een grote invloed hadden op het bedrijfsleven, vertelt Yoon Hee Lamot van het Guislainmuseum.

"Mensen onderzochten elkaar en hadden, wanneer ze solliciteerden, een certificaat over de 'normaliteit' van hun schedelpan op zak. Bedrijven kochten gespecialiseerde meetinstrumenten. De relatie tussen het gezicht en de economische, bedrijfspsychologische betekenis is dus niet zo nieuw als we vermoeden. Dat was er al lang vooor Facebook."

Misdadigerskop

Niet veel later zag de beruchte misdadigerskop het licht. De controversiële arts en criminoloog Cesare Lombroso (1835-1909) paste de gelaatkunde en frenologie toe binnen de criminologie, en loodste de discipline daarmee een nieuw tijdperk binnen (zie kader).

Hoewel die criminologische versie van de gelaatkunde heel wat invloed had op de rechtspraak en tot uitwassen leidde, was de aanvankelijke aanzet eerder positief, zegt Patrick Allegaert van het Guislainmuseum. "Lombroso stelde dat bepaalde misdadigers er niet aan konden doen en dat ze dus niet bestraft maar behandeld moesten worden. Dat was nieuw."

Toch kwamen er ook uitgebreide classificatiesystemen van neuzen en oren bij politie en gerecht in omloop, en sijpelde deze variant van de gelaatkunde ook de toen nog prille psychiatrie binnen.

Zo paste de Brusselse psychiater Louis Vervaeck de metingen van oren, neuzen en kaakbeenderen uitgebreid toe om criminelen te klassificeren, onder wie gewoontemisdadigers en gedegenereerde criminelen die door erfelijke aanleg en omgeving bepaald waren, en 'morele gekken' of 'criminele krankzinnigen' die louter door hun erfelijkheid bepaald waren. Hij geloofde in gespecialiseerde instellingen per type misdadiger en pleitte voor het tegengaan van alle bronnen van deze 'degeneratie' door zowel de omgeving te verbeteren als door 'rasverbetering' of eugenetica.

Er kwam in 1930 zelfs een interneringswet op basis van zijn ideeën en tot begin jaren veertig werden zeer uitgebreide metingen gehanteerd om mensen in te delen per ziekte of misdadige aanleg.

De foute neus

De gevolgen waren niet zelden noodlottig. Zelfs Charles Darwin ontsnapte maar op het nippertje aan het determinisme van de gelaatkunde. Toen de vader van de evolutietheorie aan zijn cruciale onderzoeksreis van vier jaar wilde beginnen, twijfelde de kapitein van de Beagle. De kapitein was een fervent aanhanger van de gelaatstheorie van Lavater en wat hij zag stond hem niet aan: de neus van Darwin wees op een gebrekkige energie en uithoudingsvermogen, net wat je wel nodig hebt voor zo'n reis. Uiteindelijk liet de kapitein zijn twijfel varen, maar bijna was een cruciaal stuk in de moderne wetenschap er niet geweest door deze pseudowetenschap.

Toch nam niet iedereen de waarheden van de frenologie klakkeloos over. Ondanks de populariteit van de gelaatkunde is er ook altijd veel kritiek geweest, en werd er zelfs gespot met de 'bultologen'. Net zoals er nu kritiek komt op de 'wij zijn ons brein'-hype omdat bijvoorbeeld blijkt dat schizofrenie met niet één, maar twintig verschillende hersenstructuren is geassocieerd. Terwijl er natuurlijk ook mensen zijn met slechts één daarvan, die helemaal geen schizofrenie hebben.

Koppen keuren en persoonlijkheidskenmerken 'afleiden' uit het uiterlijk, het lijkt erop dat de mens het altijd zal blijven doen. Niet zozeer omdat een oude pseudowetenschap dat in ons collectief geheugen heeft gestampt, maar wel omdat we het altijd al gedaan hebben en ervoor gemaakt zijn.

In het vakblad Neuroscience verscheen afgelopen zomer onderzoek dat aantoont hoe onze hersenen, zelfs nog voor we ons ten volle bewust zijn van het gezicht dat we zien, al in 30 milliseconden 'beslissen' of iemand betrouwbaar is of niet. Voor wie wilt ontdekken tot welke grappige, maffe, racistische en inhumane praktijken dat door de geschiedenis heen al heeft geleid, is de tentoonstelling Karakterkoppen een must.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234