Zaterdag 11/07/2020

Reportage

Op het assisenproces tegen Ivo Poppe, 'de diaken des doods'

Ivo Poppe in de Brugse assisenrechtbank.Beeld Photo News

Op een assisenproces in Brugge wordt diaken Ivo Poppe al een week lang neergezet als een van onze grootste seriedoders ooit. 62 slachtoffers, minsténs. De geestelijke die zoveel doodde dat hij zelf de tel kwijtraakte. Impressies vanuit de rechtszaal.

Kort na zijn bekentenis werd hem op 19 juni 2014 gevraagd om in een ziekenhuiskamer na te spelen hoe hij achtereenvolgens nonkel Maurice (80), nonkel Leo (79), schoonpa Gérard (80), Irma Parmentier (84) en zijn moeder Ivonna Vanhaverbeke (90) had gedood. In het bed lag een politieagent als stand-in.

In de rechtszaal worden foto’s van de wedersamenstelling geprojecteerd op een scherm. Ivo Poppe (61) begraaft z’n hoofd in z’n handen. Hij kan er niet naar kijken.

Onderzoeksrechter Jan Deltour: “Hier zien we hoe Ivo Poppe de spuit in zijn broekzak steekt. Ivo Poppe gaat tot bij zijn grootoom. Ivo Poppe sluit de spuit met valium aan op de katheter. Ivo Poppe maakt de grote spuit klaar door het optrekken van lucht. Ivo Poppe sluit voor een eerste keer de opgetrokken lucht aan op het infuus. Hier ziet u hoe Ivo Poppe zich vergewist van de toestand van zijn moeder. Hij geeft haar eerst nog een kruiske.”

Rechter Bart Meganck: “Hoe was zijn gemoeds­toestand tijdens de weder­samen­stelling?”
Onderzoeksrechter: “Rustig en medewerkzaam. Als een volleerd acteur.”
“Hij heeft aan het begin van de wedersamenstelling ook een grapje gemaakt, begreep ik?”
“Ja, dat was wel een beetje ongepast.”
Rechter: “Mijnheer Poppe, wilt u rechtstaan?”
Kreunend komt hij overeind.
“Wat was dat met die grap?”
“Euh, ik heb letterlijk gezegd tegen de stand-in: ‘U mag zeker zijn dat u levend uit de weder­samen­stelling zult komen.’ Dat was een totaal ongepaste opmerking, dat geef ik toe. En ik wil mij daarvoor graag excuseren.”
“Humor mag. Tegenwoordig worden ook op tv alle taboes volledig doorbroken. Maar wat was uw bedoeling?”
“Het was een verspreking. Door de stress. Ik wil mij daar nogmaals voor excuseren.”

‘In uw hoofd!’

Mocht er zoiets bestaan als een overtreffende trap van zelfverwijt, dan droeg het zijn naam. Je staart naar hem, daar in de beklaagdenbank, en je denkt: geef deze man een gifbeker en hij aarzelt geen seconde. Tenzij om zich eerst nog uitgebreid te excuseren voor verdere praktische ongemakken.
De Wevelgemse diaken Ivo Poppe staat voor het assisenhof in Brugge terecht voor zes moorden: op terminale oudjes, op één na allemaal uit z’n eigen familie. Bij zijn eerste ondervraging vermeldde Ivo Poppe op 28 mei 2014 nog “een twintigtal gevallen”. Namen kon hij zich helaas niet herinneren, alleen die van z’n familie.

Onderzoeksrechter Deltour: “Op 3 juni is hij op het politiebureel meer dan vijf uur bezig geweest met het samenstellen van zijn lijst. Later zei hij: ‘Geef mij de medische en verpleegkundige dossiers.’ Dan ging hij dat bekijken. Nadien is hij eerdere bekentenissen gaan intrekken. Dat heeft ons verrast. Vanuit zijn geloof zou je denken: de tien geboden. Ik mag niet doden, en ik mag ook niet liegen.”

Het requisitoir vermeldt nu 62 verdachte overlijdens waar Ivo Poppe tussen 1978 en 2011 de hand in zou hebben gehad, eerst als verpleger en later als diaken in Wevelgem. In 2014 hadden lokale media het nog over 100 en misschien wel 150 kisten die her en der op West-Vlaamse kerkhoven zouden worden opgedolven en geopend.
Serge Malefason, openbaar aanklager: “Dat was economisch niet haalbaar.”

Vraag is ook wat er in het labo te onderzoeken valt aan wat botten uit de vroege jaren negentig. Op vier na dateren alle cases van lang voor de euthanasiewetgeving in 2002. Het breekpunt is het jaar 1996, toen Ivo Poppe gewijd werd als diaken, lekenpriester, en zijn geweten hem kennelijk nog meer ging kwellen dan daarvoor.

Ivo Poppe: “Het waren er maximaal twintig. Maar de namen zijn weg. Rekenkundig is dat dan ook toch maar één overlijden per jaar. Ik heb ook honderden mensen begeleid op hun sterfbed, duizenden misschien wel, zonder iets te doen.”

Experts schatten dat we in Belgische rusthuizen ondanks de euthanasiewet nog steeds met een dark number van zo’n 3.600 geforceerde overlijdens per jaar zitten. Tien keer per dag: morfine­pompje hier, insuline­spuitje daar. Volgens Poppes advocaat Filip De Reuse is het geheugen van zijn cliënt net zo dark. “Hij heeft het altijd van zich weggeduwd en dat is nu niet anders.”

Ivo Poppe zelf, op dag 2 van zijn proces: “Ik kan niemand iets verwijten behalve mijzelf. Als er nog middelen opduiken om te helpen met namen, dan wil ik dat doen.”
Rechter: “Het zit wel in uw hoofd hé! Daar zit het! In uw hoofd.”
Ivo Poppe: “Ofwel is de harde schijf gewist, en dan kan ik daar niks aan doen.”

Incident

De zaal zit elke dag tjokvol. Mensen uit Wevelgem. Ivo Poppe heeft hun kinderen gedoopt, reed op zondagmiddag met zijn fiets door het dorp om hun hoogbejaarde ouders hosties aan huis te brengen. Er was wel een echte pastoor in Wevelgem, maar zijn adem rook al vanaf 9 uur ’s ochtends naar whisky. De man zag zich onlangs veroordeeld tot 15 dagen rijverbod na met 2,67 promille alcohol tegen een andere auto te zijn aangeknald.
Ivo Poppe heeft nooit van z’n leven ook maar een druppel alcohol aangeraakt.

De mensen fluisteren. De rechtszaal lijkt hen bang te maken over wat je kan overkomen als je vrijuit gaat spreken. Wat mijnheer de diaken heeft gedaan, dat kan natuurlijk niet. Nooit. Maar aan de andere kant.
Er zijn in Vlaanderen honderden Ivo Poppes. En iedereen weet dat.

Op woensdag neemt professor en psycholoog Mattias Desmet plaats in de getuigenbank. Ivo Poppe kwam in 2010 bij hem aankloppen voor een eerste van vijftien sessies, sprak daar voor het eerst over zijn nachtmerries. Het wordt de psycholoog de volgende dag in enkele kranten ten kwade geduid dat hij niet aan de alarmbel heeft getrokken. Een volgende therapeut, met het woord ‘vertrouwenspersoon’ op z’n deur, ging Ivo Poppe eind 2013 wél verlinken bij het parket. Daardoor zit hij nu al vier jaar in de gevangenis van Ieper met het predicaat seriedoder op z’n voorhoofd.

Mattias Desmet: “Ik zou zoiets nooit in mijn hoofd halen. Voor feiten uit het verleden? Nooit. Het beroepsgeheim is de kern van ons beroep. Dat is heilig. Er moet een plek zijn waar mensen in alle vertrouwen over hun diepste geheimen kunnen spreken.”

De therapeut ziet in Ivo Poppe iemand met een geringe ego­sterkte. Vader was een ouderwetse West-Vlaamse wrochter. Die ging werken, kwam thuis en vlijde zich dan neer in de sofa. Moeder deed het huishouden.

Mattias Desmet: “Als kind vermeed Ivo Poppe om zijn neus in een zakdoek te snuiten in het bijzijn van zijn moeder. Ze had het zo al druk genoeg, vond hij. Zijn hele verdere leven bestond erin mensen te helpen. Hij ging nagels knippen bij oude mensen. Hij fietste met een vuilniszakje op zijn bagagedrager door Wevelgem om vuilnis op te rapen op straat. Ja, iemand moest het doen, toch?
“Het was dwangmatig. Hij neemt heel makkelijk gevoelens van anderen over, ook in het lijden. Hij is overmatig empathisch.”

Het is de eerste keer dat Mattias Desmet wordt opgeroepen als getuige in een assisenzaak, en het eindigt met een incident. Voorzitter Bart Meganck heeft hem ergens halfweg gevraagd of hij een persoonlijk dossier bij zich heeft. Ja, dat heeft de therapeut, niet wetend dat artikel 295 van het strafwetboek zegt dat elk stukje papier dat je als getuige op een assisenproces bovenhaalt, moet worden ‘neergelegd’ en ‘gevoegd’ bij de strafbundel. Het betekent dat tientallen mensen – advocaten, magistraten, juryleden – opeens een kopie in handen krijgen van een persoonlijk dossier van een psycholoog.

Mattias Desmet: “Hier staan details in van het seksuele leven van niet enkel Ivo Poppe, maar ook sommige dorpelingen, onder wie enkele bekende personen. Voor een psycholoog is dat een ramp.”
Toch moet het, zegt rechter Meganck: “En het is niet dat we u in de val gelokt hebben.”
Vanuit de zaal roepen enkele mensen: “Toch wel!”

Voor de kick?

Was assisen dan niet afgeschaft? Niet helemaal. Slechts in hoogst uitzonderlijke omstandigheden, waar het openbaar ministerie de levenslange gevangenisstraf wil vorderen, kan een uitzondering nog. De zaak-Poppe leek bij het uitbreken in 2014 zo’n megazaak te gaan worden. Het openbaar ministerie in Brugge verwachtte honderden, misschien wel duizend wrokkige nabestaanden. Maar burgerlijke partijen as such zijn er op dit proces niet. Geen enkele familie lijkt van mening dat Ivo Poppe iets heeft gedaan waar een schadevergoeding of enige andere juridische daad moet tegenover staan.
De enige burgerlijke partij is het bisdom van Brugge. Dat had minder clementie met de Wevelgemse diaken dan met pakweg bisschop Roger Vangheluwe. Ivo Poppe werd op staande voet ontslagen. Waar zijn naam ergens nog kon worden teruggevonden in een folder of een website, werd die in 2014 zorgvuldig verwijderd.

Advocaat Jan Leysen, die optreedt voor het bisdom, staat nu met aanklager Serge Malefason voor de ietwat ambitieuze taak om de twaalf gezworenen des volks ervan te overtuigen dat daar een soort weerwolf tegenover hen zit, een onverbeterlijke seriedoder die het deed voor de kick van het doden, die daarvan genoot.
Dat gaat dan zo.

Aanklager: “Heeft u stress vastgesteld bij de heer Poppe?”
Onderzoeksrechter: “Nee, daar heb ik niks van gezien.”
“Toen u hem bij zijn voorleiding de eerste vragen stelde, hebt u toen een schok gezien, een decompressie?”
“Nee, ik heb een zeer rustige persoon gezien.”

Luchtembolie

Gérard Vercaemer werd pas na twee dagen gevonden, onderaan aan zijn trap. Fataal hersenletsel. Artsen die naar het geval keken, konden niet anders dan berustend knikken. Gérard werd naar ‘de gewone afdeling’ teruggebracht om daar dan maar te liggen wachten op wat niet meer komen zou.

Telkens als hij zou stikken, schoot Gérard in een finale epileptische kramp en zoog met zijn laatste krachten alsnog wat zuurstof naar binnen. De intervallen werden langer. Het werd een eindeloos uitgesponnen doodsreutel. Gérard was Ivo’s schoonvader. Lutgarde, zijn echtgenote, was de hele nacht bij haar vader gebleven, denkend dat het nu zou gebeuren. Ze bleef tegen hem praten: “Ze zeggen dat de oren het langst blijven werken.”

Tegen de ochtend ging Lutgarde even terug naar huis. Ivo zou haar aflossen aan het sterfbed. Ze was nog maar net thuis toen hij belde.

De modus operandi van Ivo Poppe bestond erin om precies datgene te doen waarover hem tijdens zijn opleiding verpleegkunde op het hart was gedrukt dat het nooit mocht gebeuren: via een intraveneuze injectie zuurstof door de ader jagen. De enige wetenschappelijke literatuur over wat een luchtembolie met je doet, danken we aan nazi­dokters in Auschwitz. Een doodsstrijd van een seconde of twintig, dertig. Langer soms.

Werner Jacobs, wetsdoker: “Dat zijn dan wel de laatste en tevens langste seconden van je leven. Bijna iedereen die dit meemaakte, beschrijft dit als naderend onheil en doodsangst. Volgens wat ik zag, gebruikte hij twee spuiten van 50 cc. Dat komt perfect overeen met de experimenten in de Duitse concentratiekampen.”
Ivo Poppe: “Ik wilde een waardeloos leven inkorten. Die mensen hadden geen leven meer. Doorligwonden, rochelende ademhaling, familie die niet meer afkomt. Noemt u dat nog een leven?”

Er nemen twee Wevelgemse huisdokters plaats in de getuigenbank. Het zijn West-Vlaamse artsen van dertien in een dozijn. Vraagt een patiënt om euthanasie, dan beginnen ze over de voetbal. Of zoiets.

“De arrestatie van Ivo Poppe, dat was een bom op heel Wevelgem”, zegt een van hen. “Als ik hem in één woord moet samenvatten, dan is het dienstbaarheid. En u moet weten: het katholieke deel van de bevolking stond daar niet zo open voor euthanasie. Ik heb niet veel te bieden op het moment dat iemand terminaal is en zegt dat hij wil dat ik er een einde aan maak.”
Je zult op een dag maar zelf nonkel Gérard zijn. Wie wil je naast je sterfbed?

De echtgenote

Woensdagavond. Ze gaat zitten.
Rechter: “Als echtgenote van de beklaagde kan ik u niet vragen de eed af te leggen. Dat is de wet.”
De kwestie van de eed en de wet lijkt Lutgarde Vercaemer niet zo heel erg bezig te houden.
“Wat voor iemand is uw man?”

“Hij is iemand die altijd wil helpen en goed doen. Hij is heel plichtsbewust, misschien een beetje té. Onze laatste Pasen, 2014. We zaten met het gezin taart te eten. De bel gaat. Een buurmeisje, hysterisch. Haar moeder was zelfmoord aan het plegen. Ivo is overgestoken, heeft die vrouw uit haar bad gehaald. Ze was bezig haar polsen door te snijden. Hij heeft de 100 laten komen. Hij heeft achteraf een kaart gekregen van die mensen. Die dochter zei: ‘Gij hebt ons mama gered.’ Maar ja, onze taart en onze koffie stonden daar dan wel. En zo was er eigenlijk elke dag wel iets.”

“Sprak hij over euthanasie?”
“Kort voor zijn arrestatie nog. Er waren verkiezingen en je kon op de computer aan de hand van vragen zien bij welke partij je uitkwam. Er stond een vraag tussen over euthanasie. Hij was daar categoriek tegen. Hugo Claus, dat vond hij maar allesbehalve. Er is ook iets geweest met een receptie, met flessen champagne
(doelt op de film ‘Tot altijd’ van Nic Balthazar, DDC). Ivo keurde dat af. En ik ook. Gelijk of dat ’t een feestje was. Allez.”

“Gaat u ’m bezoeken in de gevangenis?”
“Toch wel al zeshonderd keer.”

“Mijnheer Poppe, wenst u nog iets te zeggen?”
Ivo Poppe: “Schat, als ik ooit vrijkom, maak ik de volgende dag een standbeeld voor jou. Ik weet niet hoe je het volhoudt, maar ik weet dat je in heel Wevelgem door iedereen wordt gerespecteerd. Ik neem alle verantwoordelijkheid op mij.”

Jan Leysen, advocaat van het bisdom, heeft nog een vraag.
“Mevrouw, bent u nog steeds getrouwd?”
“We zijn een jaar geleden gescheiden. Ik had het gehad. Ik wist het helemaal niet meer. Maar ik ben blijven op bezoek gaan.”
De aanklager vraagt haar waarom ze dat dan niet meteen had gezegd, bij de kwestie van het al of niet afleggen van de eed. Het had een procedurefout kunnen zijn.
Ze moet eerst even bekomen. Zegt dan: “Omdat ik er niet fier over ben.” 

De zaak-Poppe kan op grote belangstelling rekenen. Zowat iedereen in Wevelgem kent de diaken. Beeld Bas Bogaerts
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234