Vrijdag 24/09/2021

'Op een zonnige dag redden wij vijfhonderd levens'

'Er zijn drenkelingen die je achteraf op het strand zien en je nogmaals bedanken. Er zijn er ook die weigeren te beseffen waaraan ze zijn ontsnapt. Die het je kwalijk nemen dat je ze hebt gered. Ik zeg altijd tegen de jongeren: ga ervan uit dat de toerist iemand is zonder verstand.'

"Het was 9 augustus 2005, kwart over drie. Ik zal de beelden altijd bij me blijven dragen, want je eerste dode laat je nooit los. Het was een jongetje van twaalf uit Seraing. De kranten - ik heb ze thuis allemaal bewaard - schreven dat het iets communautairs was. Dat het de eerste drenkeling in een bewaakte zone was sinds 1973, ook. Dat we hadden getalmd. Ik was daar, in het water. Natuurlijk gingen we wel achter dat jongetje aan. Ik weet wat er is gebeurd. Het was níét in een bewaakte zone. Een journalist was later die dag aan mijn nummer geraakt, ik weet al niet meer hoe. Weet u wat hij mij vroeg? 'Hoe voelt u zich?'"

Postoverste Robby Vandenbroele (37) zegt over zichzelf dat hij weet dat hij bot is, direct. Dat hij nu eenmaal zo is, kort van stof. Dat dat de jaren zijn. Van achter zijn zonnebril lossen zijn ogen geen seconde contact met de waterlijn. Dit is zone 4, achter het casino van Middelkerke. Hier is het toen gebeurd, het joch uit Seraing was heel even aan de aandacht van de toeterende redder ontsnapt en was vervaarlijk dicht bij de golfbreker gaan zwemmen.

Het is nu eb en er plonsen hooguit vijf kinderen in het water.

Céline Coeck (19) staat er met haar toeter op te kijken. Dat ze naar rechts moeten, gebaart Robby, meer naar rechts. "Mensen die niet van hier zijn, begrijpen dat niet, merken het zelfs niet. Dat de stroming niet noodzakelijke dezelfde richting uitgaat als de wind. Dat je zo verraderlijk snel in de problemen kunt komen. Maar Céline is goed. Ze is een van de beteren in de nieuwe lichting."

Op een dag als vandaag staan er langs de hele Belgische kust een kleine vijfhonderd jongelui als Céline van halfelf 's ochtends tot halfzeven 's avonds naar de mensen in de zee te staren. Niet iedereen werkt gelijktijdig. Alles samen is het leger van redders zo'n 1.400 man/vrouw sterk.

Droomstudentenjob

"De overgrote meerderheid bestaat uit jobstudenten", zegt An Beun, secretaris bij de intercommunale IKWV. "Voor veel jongeren is dit een droomjob. Zon, zee, blije gezichten. Het betaalt ook vrij goed, reken 1.800 tot 2.000 euro per maand. Per post hebben we een volwassene die erop toeziet. Iemand zoals Robby, die hiervoor gewoon zijn verlof overslaat."

Anno 1870 was de oerredder een Oostendse kustvisser die zelf niet eens kon zwemmen, maar wel haarscherp de stroming kon lezen, precies kon zeggen waar wel en waar niet. Die zich al wadend in de branding overeind kon weten te houden tijdens een omarming met een drenkeling en zich per katrol naar het strand liet takelen.

In haar kantoortje in de duinen van Westende checkt An Beun haar berichtjes. Vanuit Oostende wordt gemeld dat daar zonet drie mensen tegelijk uit het water zijn gehaald. Dat klinkt als routine, als het landen van de duif, maar dat is het niet. "Drie mensen tegelijk, dat is veel", zegt An Beun. "Als wij zeggen dat we iemand uit het water hebben gehaald, betekent dat dat we drie mensenlevens hebben gered. Het is simpel: als wij vaststellen dat je niet op eigen kracht terug op het strand raakt, ben je aan het verdrinken."

Eind juni tuimelde voor de kust van De Panne een man uit z'n plezierjacht. Strikt genomen hoorde dat niet het probleem te zijn van de IKWV-redders, maar de hulpdiensten vroegen assistentie op het strand. "Achteraf bleek dat die man bij zijn val was geraakt door de schroef van het schip. Dat was - om zo te zeggen - pure horror voor onze mensen op het strand. Daar stond een meisje van zeventien, een van haar eerste dagen als redster. We hebben er de dienst slachtofferhulp bijgehaald."

Zone 4, het strafkamp

Robby Vandenbroele stapt naar de waterlijn. Het bevalt hem maar niks dat de reddingsboot ergens halfweg eb en vloed in het midden van het strand is achtergelaten. De boot, vindt hij, moet altijd - "echt, altijd!" - zo dicht als mogelijk bij de waterlijn liggen. Terwijl hij, Céline en hoofdredder Marc Muyle (60) de wielen van de oplegger uit het harde zand trachten los te wrikken, rekent hij voor. Dertig seconden, al direct, tussen het besef van een situatie en het moment waarop de redder het water in gaat.

"Als mensen voelen dat het niet meer gaat, moeten ze vooral trachten hun hoofd boven water te houden. Dat ze zich laten meevoeren met de stroming, desnoods. Het is niet als in Baywatch, waar mensen dan nog eens drie keer boven water komen. Mijn ervaring is: zodra iemand onder water gaat, is het te laat."

Hij keurt de positie van de boot. Zo is het goed. Of het komt door die jongen uit Seraing, vragen we. Die ene keer dat ze te laat kwamen.

Hij zegt: "Het komt eerder door ouder te worden. Ik heb ergens ook het gevoel dat toen ik begon, zomer 1996, er meer druk was om in topconditie te zijn dan nu."

Zijn oog is zo-even blijven hangen bij een affiche op de witte muren van de hulppost. Zaterdag 11 juli: life-guardparty voor de redders van Middelkerke. Robby is ook lesgever. Het eerste wat hij zijn cursisten vraagt, is waarom ze graag redder willen worden. Als iemand de zon vermeldt, het loon of - godbetert - de outfits, komt er een kruisje naast die naam te staan.

"Over de hele kust noemen ze zone 4 het strafkamp. Als een redder niet genoeg discipline heeft, sturen ze hem naar mij. Voor mij mogen die gasten fuiven, maar ik ga ervan uit dat ze weten dat de dag op zondag zal beginnen met een strandloop en door de branding waden. Dat ze hier niet moeten aankomen met kleine oogjes. Work before pleasure. Ik herhaal zo vaak als ik kan de cursus EHBO, want daar kan een leven van afhangen. Wie een fout antwoord geeft, doe ik vijf keer pompen."

Voor ons op het strand is er een uk van hooguit twee met een plastic schepje in z'n hand, resoluut de eindeloosheid tegemoet stappend. Het is niet duidelijk of de uk een doel heeft, en hoe ver dat dan is. Robby bukt zich.

"Waar is je mama?"

Het kind wijst naar de gele verdwaalpaal in de vorm van een vrolijke vis.

Mama ligt naast de paal te slapen.

Robby hijst de uk op zijn schouders, vertelt een verhaaltje en brengt 'm naar de vis. "Zo doe ik het altijd. Ik leg vriendelijk aan die mevrouw uit waar we haar zoon hebben aangetroffen en verzoeken haar vriendelijk om in de toekomst iets aandachtiger te zijn."

An Beun: "Veel ouders zien ons als een door de overheid voorziene babysit. Als onze redder dan het verloren kind terugbrengt, geven ze het soms een rammeling. Dan moeten onze mensen daar weer tussenbeide komen. Het is juist eigen aan een kind dat het geen richting kent, dat het het strand ervaart als een onbegrensde zone. Ouders horen gewoon zelf op hun kinderen te letten."

Vijf zones verderop staren Simon en Bryan vanuit hun hulppost de twee kleine meisjes na die met een surfplank in de richting van de zee stappen. Het is rustig hier, in de voor surfers voorbehouden zone in Westende. Het is te winderig om te zonnen en niet winderig genoeg om te surfen. De twee jongens veren recht, rennen als gestoken door een wesp het strand op. Nog voor het eerste meisje haar plank in het water heeft gelegd, zit Simon al bovenop zijn stoeltje. "Dat is de basisregel", zegt Bryan Uyttersprot (22). "Gaat iemand het water in, ook al is het maar één iemand, dan zijn wij op post."

Bryan studeerde in juni af als industrieel ingenieur en doet er straks nog een jaartje burgerlijk bij. Hij behoort tot de generatie die weldra ex-redder zal zijn. "Ik doe het ontzettend graag", zegt hij. "Maar het is generatiegebonden. Na een jaar of vijf-zes zijn je vrienden afgestudeerd, gaan ze hun eerste stages doen. Je voelt het dan ook, dat je op reddersfeestjes stilaan tot de oudsten behoort. Maar ik kan nu zo ver nog niet denken. Vorige week hebben we een kiter teruggehaald. Zijn touwen waren losgekomen. Dan heb je echt een voldaan gevoel."

Weer zoiets dat Robby Vandenbroele frustreert. Dat jongens van zeventien te snel voor de leeuwen worden gegooid en zich omstreeks het bereiken van hun beste niveau te oud voelen. Hijzelf doet dit sinds z'n zeventiende, eerst als jobstudent en later als PO, postoverste. "Dit is mijn twintigste zomer."

Of hij hier ooit rust denkt te vinden? Of hij zich ooit zelf op een strand ziet liggen?

"Als ik mij wil ontspannen, dan ga ik voorbij de branding in de zee heen en weer zwemmen. In zee zwemmen moet je onderhouden. Ik ga van golfbreker tot golfbreker. Zo kan ik al zwemmend mijn redders in de gaten houden. Ik weet niet hoe lang ik dit nog ga doen. Ik moet aanvaarden dat mijn partner zelf ook wel eens een zomervakantie wil, maar ik heb nog altijd het gevoel dat ik die jongelui nog veel bij te brengen heb. Op een strand gaan liggen zonnen, dat zie ik me nooit van m'n leven doen."

Ondankbare drenkelingen

Hoofdredder Marc Muyle is ambtenaar in Middelkerke en gaat na deze zomer met pensioen. Hij plaatst zijn hiel in een geultje op zo'n 30 meter van de waterlijn. Voor ons is dit een waterplas en niet meer dan dat, voor hem is het de zee die iets over zichzelf vertelt. "Als je zoiets 's ochtends ziet, weet je het al: gele vlag. Dan mag het nog zo heet zijn, dit is zware ebstroming. Het is voor ons soms lastig te begrijpen dat andere mensen dat niet zien. Dat ze in enkele minuten tijd tien meter richting gevaar zijn opgeschoven."

Een redder kan vanaf z'n zestiende aan de proeven deelnemen. Je moet 200 meter kunnen zwemmen met je kleren aan binnen de 4:30. Je moet ook vanaf de bodem van het zwembad een pop met het gewicht van een mens naar boven weten te hijsen. Robby vindt dat de proeven zwaarder zouden mogen zijn, en zucht.

"Er zijn te veel dingen die je pas leert door ze mee te maken. Er zijn drenkelingen die je achteraf, jaren daarna nog, op het strand zien en je nogmaals bedanken. Er zijn er ook die weigeren te beseffen waaraan ze zijn ontsnapt. Die het je kwalijk nemen dat je ze hebt gered. Ik zeg altijd tegen de jongeren: 'Ga ervan uit dat de toerist iemand is zonder verstand.' En soms heb je mooie dagen. Twee jaar geleden hebben we op 21 juli vijf mensen uit het water gehaald. En aan het eind van de dag nog een zeehond."

Blankenberge

Voor Céline is dit het eerste jaar als redder. Ze studeert sociaal werk in Gent. Deze baan moet haar voor september geplande reis naar Mallorca financieren.

"Ik weet dat ze dit het strafkamp noemen, maar dan denk ik: hier leer je het meest. Zoals de meeste redders ben ik er samen met mijn zus ingerold via de zwemclub. Anderen komen vanuit het waterpolo. Ik heb geleerd zo weinig als mogelijk te toeteren. Mensen worden daar blijkbaar agressief van." (lacht)

De voorbije jaren worden redders steeds vaker aan het eind van de dagtaak opgewacht door enkele badgasten die hen in elkaar timmeren. Dat zal u leren, zo te toeteren.

An Beun: "We hebben - vervelend om te zeggen - enkele probleemzones. In Blankenberge stappen mensen zo van de trein het strand op. Je hebt daar heel veel mensen uit Wallonië, die zich enkel dat ene weekend eens goed laten gaan. Die veel te veel gaan drinken, die geen flauw idee hebben van de stroming."

In zijn jaarverslag publiceert de IKWV cijfers over interventies. Over zelfdodingen, hartaanvallen en mensen die buiten de bewaakte zone in het water zijn gesukkeld. Over hoe de in 1982 opgerichte IKWV buiten dat ene voorval - 9 augustus 2005, kwart over drie - een zonder meer perfect parcours kan voorleggen, maar het jaar na jaar financieel lastiger krijgt en nog slechts weet te overleven dankzij hoofdsponsors Scapa, Axa en Isuzu. 250.000 euro komt van de tien kustgemeenten en 100.000 euro van de provincie West-Vlaanderen, maar die laatste geldstroom valt weldra droog.

An Beun: "Ik wil de test niet doen, te onderzoeken hoe het zou zijn als er geen redders meer zouden zijn. In andere landen komen reddingsdiensten in actie als mensen al in de problemen zitten. Wat wij doen, met onze toeters en onze trapladdertjes, is vrij uniek. Wij lossen, dat is becijferd, 85 procent van de problemen op voor ze zich stellen. Door preventie."

Robby Vandenbroele maakt de berekening voor zichzelf: "Op een goede, zonnige dag redden wij vijfhonderd mensenlevens. Enkel in deze zone, door alles wat wij zien misgaan in het water en hoe het zou zijn als we lieten betijen. Echt, neem ons hier weg en dat is wat je krijgt."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234