Woensdag 19/06/2019

Achtergrond

‘Op den duur reed ik huilend naar de universiteit’: hoe een sterrenprof weer tegen de lamp liep

Beeld Leon Fernando

Er circuleerden al langer verhalen over zijn ‘geïntimideerde’ en ‘weggepeste’ doctoraatsstudenten. En hij liep al eens tegen de lamp voor wetenschapsfraude, maar wuifde dat toen weg. Nu blijkt dat Marc Hooghe, sterrenprof aan de KU Leuven, zich opnieuw schuldig maakte aan auteursfraude.

“Wij spraken altijd over ‘schuiven’. ‘In welke schuif lig jij tegenwoordig?’, vroegen we dan aan elkaar. Want zo ging dat. Ineens lag je in de bovenste schuif en mocht je aan het belangrijkste onderzoek meedoen en mee naar de beste conferenties. Dan weer belandde je zonder duidelijke reden in de onderste schuif en werd je overal buiten gehouden. Die emotionele spelletjes hebben erg aan me gevreten. Ik klopte aan bij de ombudsman en de decaan, maar die konden weinig ondernemen. ‘Dit is heel erg, maar het is niet illegaal. Wij kunnen hier niets tegen doen’, zei de decaan.”

Politicoloog V. (*), aan de slag bij een buitenlandse universiteit, durft nu pas, nu hij zijn eigen academische netwerk heeft uitgebouwd en ‘veilig ver weg is’, te vertellen over wat hij als doctorandus meemaakte aan het Centrum voor Politicologie, toen nog onder leiding van professor Marc Hooghe, vooraanstaand politicoloog.

En dan nog enkel anoniem.

Het meest concrete voorval was toen V. in 2013 onderzoek deed met een collega en er besloten werd om in een vakblad te publiceren.

“Maar plots hoorden we er niets meer over”, zegt V. “Toen we Marc na veel aandringen toch te spreken kregen, gaven we aan in welk vakblad we wilden publiceren. Niet veel later kwam er een mail van hem waarin hij meldde dat onze paper door net dat blad was geweigerd. Dat was vreemd, want het was duidelijk dat ik de eerste auteur was. Dat is normaal gezien ook degene die een paper indient. En als iemand anders het doet, moet die hoe dan ook de auteursnamen in een elektronisch systeem ingeven en krijgen de hoofdauteurs daar automatisch een melding van. Dat was niet gebeurd. Navraag bij de editor van dat vakblad bevestigde mijn vermoeden. Hooghe had achter onze rug onze paper aangeboden en er enkel zijn naam als auteur op gezet.”

Documenten die de redactie kon inkijken bevestigen het verhaal.

V. klopte opnieuw aan bij de decaan. “Maar die zei: ‘Ik kan niets doen. Want Marc kan perfect stellen dat hij nog van plan was geweest jullie namen alsnog toe te voegen.’ Ik ondernam geen verdere stappen.” Uiteindelijk heeft V. zijn doctoraat aan een andere universiteit afgewerkt.

Buigen of barsten

Het relaas van V. is niet uniek.

De laatste twee jaar doken verschillende getuigenissen op van voormalige medewerkers van Hooghe die allemaal als variaties op eenzelfde scenario klinken: invloedrijke professor leidt zijn onderzoeksgroep met een verdeel-en-heersbeleid waarbij favoritisme, zonder uitleg uit de gratie vallen, geschrapt worden van de auteurslijst van je eigen onderzoek en intimidatie vaste prik zijn. “Zelfs doctoraatsverdedigingen konden worden gecanceld”, zegt iemand. “Op den duur reed ik huilend naar de universiteit”, zegt iemand anders.

De enige die met naam en toenaam durfde getuigen is de Duitse politicologe Annika Grieb. “Ik heb enorm veel geweend. Uit miserie en machteloosheid. Want bij Hooghe telt maar één wet: buigen of barsten”, zei ze tegen De Standaard.

Voor die manier van leidinggeven is Hooghe twee jaar geleden door de algemene evaluatiecommissie van de universiteit op de vingers getikt.

In haar verslag van 18 mei 2017 heeft ze het over “een gebrekkige communicatie en bij momenten intimiderende – bedoeld of onbedoeld – omgang met (een deel van) de eigen medewerkers” en over “sterke aanwijzingen dat Hooghe zijn positie als promotor misbruikte om twee ex-medewerkers die mee aan de alarmbel hadden getrokken, in de eindfase van hun doctoraat te dwarsbomen”.

Lichte inbreuken

De getuigenis van Grieb kwam in 2017 naar buiten naar aanleiding van onthullingen door nieuwssite Apache over het werk door nog een andere commissie: de Commissie voor Wetenschappelijke Integriteit (CWI) van de KU-Leuven.

Medewerkers van Hooghe hadden klacht ingediend bij die interne waakhond die zich buigt over mogelijke inbreuken op die wetenschappelijke integriteit, zoals plagiaat, auteursfraude, intimidatie, gesjoemel met data in publicaties.

Die klachten tegen Hooghe deed even wat stof opwaaien maar leken dan weer geruisloos te gaan liggen. Want het Leuvense CWI oordeelde dat ze wel gegrond waren, maar dat het om lichte inbreuken ging. Daardoor belandde het dossier nooit op het bureau van toenmalig rector Rik Torfs, die dat nu opnieuw bevestigt.

Hooghe zelf tilde ook niet zwaar aan de feiten. “Er zijn altijd discussies over wie veel en wie weinig bijdrage heeft geleverd. Welke namen wel of niet worden opgenomen als auteur”, liet hij noteren bij Apache.

Uiteindelijk zijn er toen ‘remediërende maatregelen’ genomen. Ook stapte Hooghe uit het expertenpanel van het gerenommeerde Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO), dat beslist over welke onderzoeksfondsen naar welke wetenschappers gaan en is hij niet langer coördinator van het Leuvense Centrum voor Politicologie.

Autoriteit

“Hoe die zaak is afgehandeld is interne keuken”, zegt Gustaaf Cornelis, VUB-professor gespecialiseerd in wetenschapsfraude. “Het kan perfect dat je er dan van afkomt met een mondelinge blaam. Zeker als het eerder lichte feiten zijn en als je een belangrijk uithangbord bent voor de universiteit. En al helemaal als je veel onderzoeksfondsen binnenbrengt.”

En zo iemand is Hooghe absoluut.

Deze academicus geldt als een autoriteit binnen zijn vakgebied, kan teren op een indrukwekkende staat van dienst en heeft een lange publicatielijst. Door zijn aanzien aan de KU Leuven is hij jarenlang ook een graag geziene gast in de Vlaamse pers geweest.

Marc Hooghe Beeld ID Emy Elleboog

Ook ontvangt Hooghe fondsen van het FWO en hij kreeg een ‘ERC Advanced Grant’ goed voor liefst 2,4 miljoen euro van de prestigieuze European Research Council.

Maar tegelijkertijd kunnen een dossier bij het CWI en ‘auteursfraude’ zwaarder klinken dan ze zijn en is het zeker niet uitzonderlijk dat lichte en eenmalige inbreuken daarom in der minne worden uitgeklaard.

“Er zijn gradaties”, zegt Cornelis. “De concurrentie aan universiteiten is erg groot. Het kan dus dat sommigen anderen via zo’n klacht willen zwartmaken.

En omdat er voor auteurschap geen vaste regels zijn, kan dat complex en voor discussie vatbaar zijn. Eerste auteur zijn levert je extra krediet en kansen op, dus dat ligt erg gevoelig. Maar per faculteit, domein, vakgebied verschillen de ongeschreven regels en tradities.

“Soms mogen onderzoekers om de beurt eerste auteur zijn, soms is er standaard een ‘tweede eerste auteur’, soms mag de supervisor die alleen het geld binnenbracht mee als laatste auteur op de paper staan, soms niet. Als iemand echt iets bijbracht, is er in principe geen probleem”, zegt Cornelis.

Maar een bevriende collega of iemand die je nog een wederdienst moet erbij zetten terwijl die werkelijk niets deed? Dat is fraude. “En een auteursnaam achter diens rug schrappen en die van jezelf erop zetten is een nog zwaardere vorm van fraude”, aldus nog Cornelis. “Dat komt denk ik gelukkig maar erg weinig voor. Maar als het gebeurt, kun je ervan op aan dat het niet bij die ene keer blijft.”

‘Bekende feiten’

Dat blijkt nu bij Hooghe het geval. Bronnen die De Morgen kon raadplegen, tonen dat de professor zich voor een tweede keer schuldig maakte aan auteursfraude. Deze nieuwe feiten bestempelt de bevoegde Leuvense Commissie voor Wetenschappelijke Integriteit (CWI) als “ernstig problematisch”.  Dat is de zwaarste categorie voor inbreuken.

De twee rapporten van het CWI, een bevoegd universiteitsorgaan bemand met collega-wetenschappers dat waakt over academische deontologie, laten aan duidelijkheid niets te wensen over. Zo staat er dat Hooghe tussen 2014 en 2017 artikels onder zijn eigen naam publiceerde hoewel ze hoofdzakelijk werden geschreven door medewerkers. Hij verwijderde hun namen van de artikels, diende ze in voor publicatie bij wetenschappelijke tijdschriften en bracht de betrokkenen daarvan nooit op de hoogte.

Omdat het ernstige feiten zijn, beveelt het CWI de rector aan “bijzonder te laten waken over de begeleiding van jonge onderzoekers in de onderzoeksgroep van de betrokkene”.

Uiteindelijk belandden sommige nieuwe klachten ook bij de Vlaamse Commissie voor Wetenschappelijke Integriteit (VCWI), het overkoepelende orgaan boven alle CWI’s.

“Dat wil zeggen dat het niet lukt om het dossier op lagere echelons binnenskamers op te lossen”, legt professor Cornelis uit. “Want intern kun je eerst bij veel anderen aankloppen. Er is de centrale ombudsdienst, de vertrouwenspersoon, de ombudsdienst van de faculteit, de decaan, de doctoraatscommissie en dan dus ook het CWI. Pas als dat niets oplevert, zijn mensen geneigd om het ‘naar buiten’ te brengen en ook de VCWI in te schakelen.”

Ook die ultieme waakhond schat het dossier in als ernstig. Hij adviseert preventieve maatregelen om ‘de wetenschappelijke integriteit’ te vrijwaren. En net zoals de interne commissie tilt hij zwaar aan het feit dat het eerder al misliep. Professor Hooghe was niet bereikbaar voor commentaar, ondanks herhaalde pogingen van de redactie via e-mail en telefoon. Hij wilde enkel in één zin kwijt dat het volgens hem gaat om bekende feiten. Dat klopt niet volgens onze informatie. 

Sanctie? 

En nu? Rector Luc Sels reageert dat er een sanctie voor onregelmatigheden is uitgesproken. Maar welke precies, blijft ‘vertrouwelijk’. “De feiten wogen voor mij te zwaar om het te houden bij de sancties die ik als rector zelf kan uitspreken, namelijk een al dan niet schriftelijke blaam of schorsing”, zegt Sels.

Voor de zwaardere sancties, terugzetting in graad of ontslag, moet de rector een voorstel van sanctie doen aan de Tuchtcommissie. Sels: “Dat deed ik en er is ook een sanctie uitgesproken. We hebben dit niet licht opgenomen. Maar welke de sanctie precies is, maken we niet publiek.”

Toch staat Hooghe nog steeds als gewoon hoogleraar en lid van de KU Leuven op de website van de instelling. Zeker is ook dat Hooghe nog altijd actief is als wetenschapper: hij publiceert papers, bezoekt conferenties en geeft les. En uit de website van het Leuvense Centrum voor Politicologie blijkt dat hij nog zeker één doctoraatsstudent begeleidt.

Volgens Cornelis vraagt de zwaarste vorm van auteursfraude in combinatie met recidive een zware sanctie. “Maar ook dat is een interne kwestie en verschilt per universiteit. Aan de ene zal iemand na één misstap geschorst worden, elders niet. Maar als het zo uit de hand loopt, moet zelfs de gans met de gouden eieren geslacht worden. Dat is beter dan dat het in de media uitlekt en je dan als universiteit helemaal in de verdediging wordt geduwd”, zegt de expert.

Ondertussen wachten de medewerkers die de klachten indienden, nog op antwoord sinds de rapporten van de integriteitscommissies zijn afgewerkt, zo leert navraag door De Morgen. Verder onthielden ze zich van elke commentaar.

“De huidige procedures bepalen dat benadeelden niet op de hoogte worden gebracht van sancties”, zegt Sels daarover. En hij geeft toe dat dat misschien anders moet. “Ik heb er zelf naar verwezen in mijn openingsrede dit academiejaar: we moeten onze procedures bijstellen.”

*V. is een schuilnaam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden