Woensdag 23/10/2019

Op de Westoever probeert een vrijwilligersorganisatie een Palestijnse filmcultuur op te bouwen

Schooldirecteur Hashem Farouk: 'Af en toe een film kijken en ontspannen helpt je je staande te houden'De paradox van cinema in Palestina: vrijwel nooit maakt een Palestijn een film, maar vrijwel non-stop zijn de Palestijnen in beeld op de journaals

Ook Hebron wil een Hollywood

Palestina mag dan morgen met Paradise Now meedingen naar de Oscars, de Palestijnse gebieden tellen welgeteld één bioscoop. Een Palestijnse vrijwilligersorganisatie probeert iets van een filmcultuur op te bouwen, door les te geven aan cameramensen en films te vertonen op scholen. 'North By Northwest van Alfred Hitchcock mochten we niet laten zien. Daar zit een kus in.'

Ramallah

de Volkskrant

Alex Burghoorn

Als Muayad Alayan terugdenkt aan zijn tijd in San Francisco, dan loopt het water hem in de mond. "Zit je daar zomaar met vijf man in een café, dan zijn er geheid een cameraman, een lichtman en een regisseur bij. Met gemak vind je er veertig jongeren die gratis en voor niets aan je film willen meewerken, omdat ze weten dat jij ook meewerkt als zij een plannetje hebben."

Kom daar maar eens om in Ramallah, Bethlehem, Nabloes, Hebron, Gaza-stad en Rafah! Of in Beit Zafafa, het Palestijnse dorp ten zuiden van Jeruzalem waar de 21-jarige Alayan is geboren.

Pas drie maanden is hij terug van de West Coast, na tweeënhalf jaar studie aan de filmafdeling van het City College in San Francisco. De energie van de Amerikaanse droom is hij nog niet kwijt, want Muayad Alayan heeft het in zijn hoofd gehaald een Palestijnse filmcultuur op te bouwen - desnoods eigenhandig. "Toen ik vijftien was en meer van film wilde weten, kon niemand mij helpen. Dat moet veranderen."

Als een profeet van de cinematografie wervelt hij daarom door Beit Zafafa: de jonge Palestijnse regisseur werkt aan een film over de jeugd van zijn ouders, hij vertoont elke week in de middelbare school voor veertig leerlingen een Palestijnse film (Jenin, Jenin, Divine Intervention, dat werk) én hij leert op vrijdagmiddagen drie jongens en vier meisjes van vijftien de geheimen van de Canon XL 2-camera en het spelen van een dialoog.

Het is je reinste pionieren wat Alayan en een handvol andere filmfanaten in de Palestijnse gebieden doen. Immers, sinds het uitbreken van de eerste intifada, in 1987, zijn op een na alle bioscopen gesloten. Alleen het Al-Kasabatheater in Ramallah op de Westoever, de officieuze Palestijnse hoofdstad, is nog in bedrijf. Soms draaien er films in culturele centra in Bethlehem of het oostelijke, Palestijnse deel van Jeruzalem. Maar vanwege de Israëlische checkpoints en het stringente reisvergunningenbeleid onder de bezetting is het voor veel Palestijnen onmogelijk die steden te bereiken. De Gazastrook is al helemaal bioscooploos.

Het is zo bezien enigszins onwerkelijk dat 'Palestina' zondag meedingt naar de Oscar voor de Beste Buitenlandse Film. Maar zoals alle grote Palestijnse films is de Oscarkandidaat Paradise Now gemaakt door een Palestijn van buiten - regisseur Hany Abu-Assad woont in Nederland. "Als Hany komt filmen, neemt hij zijn crew mee uit Amsterdam", zegt Muayad Alayan. "Als Michel Khleifi komt, neemt hij zijn mensen mee uit Brussel en Eli Suleiman komt met zijn vrienden uit Parijs. Geen wonder, want er is hier niemand."

De cijfers uit het enige onderzoek dat ooit is gedaan naar de Palestijnse filmindustrie, spreken voor zich. Op de Westelijke Jordaanoever wonen 85 regisseurs, cameralieden en acteurs, in de Gazastrook wonen er twee. De inventarisatie, uit 2005, is van de A.M. Qattan Foundation, gerund door een Palestijnse familie in Groot-Brittannië. Het fonds voor educatie en cultuur is werkzaam in de Arabische wereld vanuit de gedachte dat "een samenleving niet de gevolgen van oorlog, tirannie en onwetendheid kan verwerken zonder burgers die verlicht, moedig en creatief zijn".

Met 640.000 euro van de Europese Unie is de Qattan Foundation anderhalf jaar geleden begonnen aan het Palestijns Audiovisueel Project om de fundamenten te leggen waarop een filmindustrie kan worden gebouwd. "Alleen investeringen en opleidingen van lange termijn kunnen de baaierd aan initiatiefjes omvormen in een industrie en de weg openen naar een bloeiende en levende kunstvorm", zegt filmproducent en regisseur Omar al-Qattan, die vanuit Londen directeur is over het project. Op de dependance in Ramallah coördineert Abir Arafat in haar eentje de toekomst van de Palestijnse film.

Het betekent in de praktijk onderwijzen, onderwijzen, en nog eens onderwijzen. Samen met regisseur Michel Khleifi (1950) is Omar al-Qattan (1964) twee keer afgereisd om les te geven aan jonge Palestijnse cameramensen en televisiejournalisten die zich willen verbreden. Khleifi en Al-Qattan zijn cracks: de eerste won in 1987 met Wedding in Galilee de prijs van de filmcritici op het festival van Cannes en de tweede won in 1991 op het documentairefestival IDFA in Amsterdam de Joris Ivens Award met Dreams & Silence. Samen geven ze een zwengel aan de eerste Palestijnse filmopleiding.

Maar zo mogelijk belangrijker is de verspreiding van filmprojectieapparatuur over veertien middelbare scholen op de Westoever en vijf in de Gazastrook voor een lesprogramma rond westerse en Arabische filmklassiekers. Het is, hoe geïmproviseerd van opzet ook, waarachtig een netwerk van cinemaclubs.

Tussen twee portretten van Yasser Arafat hangt in de kelderzaal van de jongensschool Al-Rashidien het grootste filmdoek van Hebron: het is een diascherm. "Een doorbraak", zegt schooldirecteur Hashem Farouk. De filmzaal is de eerste bioscoop uit de geschiedenis van Hebron - en die geschiedenis gaat ver terug, want in de grootste stad op de Westoever liggen volgens de overlevering de aartsvaderen Abraham, Isaak en Jakob met hun vrouwen begraven.

"Hebron is een conservatieve stad. U bent hier niet in Ramallah of Bethlehem", zegt Farouk. "De ouders waren aanvankelijk tegen het vertonen van films. Het zou de goede zeden aantasten. Soms zien ze dingen op de televisie met mannen en vrouwen en seks. Ze denken dat dat in de bioscoop ook zo is."

In zijn jonge jaren ging Hashem Farouk naar de Indiase films die eind jaren zeventig draaiden in de bioscopen van Bagdad, in Irak. Saddam Hoessein bood Palestijnen destijds de kans gratis te studeren en Farouk haalde zijn bul in de Engelse letteren. Bij terugkeer werd hij leraar, immers: "The Child is the father of the Man. Dat is van de dichter William Wordsworth, als u dat wat zegt."

De Al-Rashidienschool heeft tot nu toe drie films gekregen van de Qattan Foundation: Pantserkruiser Potemkin (1925) van Sergei Eisenstein, Das Kabinet des Doktor Kaligari (1920) van Robert Wiene en Modern Times (1936) van Charlie Chaplin. Het moeten er tien worden, maar het is moeilijk klassiekers met Arabische ondertiteling te vinden, zegt projectcoördinator Abir Arafat. "Bovendien heeft het ministerie van Onderwijs ons verboden North By Northwest van Alfred Hitchcock te verspreiden. Daar zit een kus in."

De 17-jarige jongens uit de hoogste klas van de middenstandsopleiding kijken vanochtend Modern Times. Voor de tweede keer alweer. "Het leert ons veel over de industriële revolutie", zegt Ahmed. "Hoe arbeiders worden uitgebuit."

Schoolhoofd Farouk wil zijn leerlingen met de films een "tijdelijke uitweg" bieden uit de misère van alledag. "Ons leven gaat alleen maar over politiek en oorlog, over moord en doodslag, over aanslagen, over lijden. Deze jongens hebben nooit vakantie - ikzelf ben al twintig jaar de stad niet uit geweest voor een weekendje weg. Af en toe een film kijken en ontspannen helpt je je staande te houden."

Van Paradise Now, over twee jongens uit Nabloes die zijn gerekruteerd voor het plegen van een zelfmoordaanslag in Tel Aviv, heeft Farouk nog nooit gehoord. "U bedoelt toch niet Paradise Lost van Milton, hè?"

Weinig Palestijnen hebben de film van Hany Abu-Assad nog gezien. Maar Muayad Alayan, de jonge regisseur uit Beit Zafafa, weet één ding zeker: "Als Paradise Now na de Oscaruitreiking eenmaal op dvd beschikbaar is, is het binnen no time de meest gekopieerde film."

Het mooie aan Paradise Now is dat de twee jongens als echte mensen worden geportretteerd, zegt Odeh, die de film in haar woonplaats Ramallah zag. "Het zijn geen helden." Jammer alleen dat er zo weinig aandacht is voor "het lijden onder de bezetting dat voorafgaat aan het besluit om zich op te blazen".

Het is kritiek die Muayad Alayan al vaker heeft gehoord van Palestijnen en Arabieren die Paradise Now zagen - met Abu-Assad was hij in december nog op het filmfestival van Dubai. "Iedereen hier is gewend te kijken naar de nieuwszenders Al-Arabiya en Al-Jazeera en daar zien ze dag in dag uit zogezegd de werkelijkheid", zegt Alayan. "Vandaar dat ze dat ook verwachten in Paradise Now." Het is de paradox van cinema in Palestina: vrijwel nooit maakt een Palestijn een film, maar vrijwel non-stop zijn de Palestijnen in beeld op de journaals.

"Altijd zijn hier televisiecamera's en altijd lokken die dezelfde reactie uit: 'Laat zien wat de Israëli's ons aandoen!' Als dat niet de boodschap is van een film, dan zaait dat verwarring. Maar om in de wereld gehoord te blijven worden, moeten we op een andere manier gaan vertellen - de simpele uitbarsting van woede over de ellende die de Israëlische bezetting brengt, werkt niet meer. We moeten daarom leren lange documentaires en dramafilms te maken."

Het is simpel, zegt Muayad Alayan: "Tot de bezetting van de Westoever en de Gazastrook in 1967 had Israël het sterkste verhaal - over de noodzaak van de Joodse staat, et cetera. Maar door ons land af te pakken, hebben ze hun verhaal vergooid en ons het verhaal over het land Palestina gegeven."

Het zijn mooie gedachten, zegt schoolhoofd Farouk Hashem. "Zo kunnen we uren praten over cinema. Ik hield toch zo van die romantische films. Maar mijn grootste zorg is of ik mijn salaris deze maand wel krijg."

Muayad Alayan zucht. "Ik ken een goede cameraman in Ramallah, maar ik durf hem niet te vragen een dag lang voor niets te komen werken aan mijn film, als hij diezelfde dag ook bij persbureau Reuters 150 dollar kan verdienen."

De Oscaruitreiking wordt zondagnacht (5 maart) uitgezonden op Kanaal Twee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234