Vrijdag 15/11/2019

Reportage

Op de vlucht voor vuile lucht: ‘Nooit gezond fietsen, dat zag ik niet zitten’

Hans van Scharen: ‘Ook in België zijn zeer weinig plekken echt gevrijwaard van luchtvervuiling.’ Beeld BOB VAN MOL

Ze houden van de stad, maar de belabberde luchtkwaliteit dreef hen naar groenere oorden. Vijf ‘luchtvluchtelingen’ vertellen. ‘Eén woord van de kinderarts en we waren weg.’

Hans van Scharen (50): ‘Verhuizen is niet de oplossing’

Hans van Scharen heeft het gehad. Met door auto’s verstopte steden. Met het feit dat we steeds meer SUV’s kopen. Met ouders die hun kroost met de auto naar school brengen en meewarig tegen fietsouders zeggen dat wat ze doen toch niet helemaal veilig is. “Zelfs groene politici durven niet te pleiten voor het gefaseerd afschaffen van de bedrijfswagens”, zegt hij.

Hij woonde jarenlang in het centrum van Brussel, maar toen Hans en zijn vriendin recent de kans kregen een huis te huren in Watermaal-Bosvoorde, pal aan het Zoniënwoud, twijfelden ze geen seconde. “Een kleine drie jaar geleden werd ik opnieuw vader en daardoor las ik meer over luchtvervuiling en gezondheid. Nu bedenk ik me soms dat het makkelijker zou zijn om het allemaal niet te weten. Ons zoontje is niet vaak ziek, maar áls hij ziek is, dan is het altijd iets met de bronchiën. Ik begon meer over luchtvervuiling te lezen en zo werd ik me bewuster van het probleem. We waren erg blij dat we aan het bos konden gaan wonen.”

Lees nu

Die laatste 1 procent groene long in Vlaanderen, waar ligt die?

Toch heeft het gezin ook nu geen auto. “Ik heb het volste begrip voor mensen die mindervalide zijn en de auto nemen. Of voor kleine zelfstandigen die met hun materiaal moeten rondrijden. Maar de meeste verplaatsingen in de stad gaan om heel korte afstanden. Dan is de auto pure gemakzucht.”

Bovendien heeft Hans nu, als hij ’s avonds van het werk in centrum Brussel de laatste helling naar huis op fietst en de wind goed staat, het gevoel dat hij de frisse lucht uit het bos kan opsnuiven. “Dat maakt mij gelukkig. Ik probeer er met mijn zoontje zo veel mogelijk te vertoeven.”

Maar zich opsluiten in zijn eigen geluk, dat is niets voor hem. “Ik denk geregeld aan de vaders en moeders in Molenbeek of Sint-Joost die ook gezonde lucht voor hun kinderen willen. Het is onze eerste levensbehoefte, maar voor een heel groot deel van de wereld is het een luxe geworden. Ook in België zijn zeer weinig plekken echt gevrijwaard van luchtvervuiling. Vluchten kan niet meer. Verhuizen is niet de oplossing, dat besef ik goed. Een combinatie van gedegen beleid en gedragsaanpassing van burgers, bedrijven en organisaties is de oplossing. Het gaat de hele tijd over waarden en normen. Voor mij is schone lucht een kernwaarde én een norm.”

Hans hoopt dat de situatie in Brussel wat verbetert nu Groen er meespeelt, maar hij vreest dat “de achterstand van decennialang crimineel beleid niet zo snel in te halen is”. Het nieuwe Vlaamse regeringsbeleid voor klimaatbeleid, milieu en mobiliteit noemt hij “ronduit cynisch”. En dan wordt hij zelf weleens cynisch. “‘Plaats de uitlaat van auto’s met een hoge uitstoot zo dat de uitlaatgassen in het voertuig zélf uitkomen’”, denk ik dan. Zo krijgt de chauffeur als eerste de volle laag, niet de ander. Radicaal? Nee, je smeerlapperij in het gezicht van iemand anders blazen, dát is radicaal.”

Sander Valcke: ‘We trokken op een kaart een cirkel rond Brussel en kozen een plek die goed bereikbaar is met de trein.’ Beeld BOB VAN MOL

Sander Valcke (35): ‘Nooit veilig en gezond fietsen, dat zag ik niet zitten’

Het went wel op den duur. Maar toen programmeur Sander en zijn geliefde over kinderen begonnen na te denken, ging hij meer stilstaan bij de impact van zijn dagelijkse fietstochten door de hoofdstad.

“Ik deed het gewoon elke dag, ook al is het echt gevaarlijk”, vertelt Sander. “Elke dag fietste ik van mijn huis aan de Elsense­steenweg naar het werk. Over een afstand van zeven kilometer passeerde ik altijd erg veel stilstaand verkeer. Je ademt dat allemaal in en je kunt er soms niet door omdat de straten te nauw zijn voor zo veel auto’s.

“Dan las ik dat kinderen, omdat ze zo klein zijn, precies op de hoogte komen van uitlaat­pijpen, waardoor ze nog meer vervuiling binnenkrijgen. Of dat er zelfs in het bloed van zwangere vrouwen en in foetussen roetdeeltjes gedetecteerd worden. Dat deed ons besluiten weg te trekken uit deze auto­stad. Ik kon me gewoon niet voorstellen dat ik, als jonge vader, niet met mijn kinderen naar school zou kunnen fietsen omdat het te ongezond en te gevaarlijk is. En de tocht die ik elke dag ondernam, zag ik me echt niet met kleine kinderen doen.”

Nu brengt hij elke ochtend zijn zonen van twee jaar en van drie maanden op de fiets naar de crèche. In Denderleeuw. “Het is een totaal ander leven. Er gebeurt hier niet veel. De levendigheid van de hoofdstad vind je hier niet, maar ik kan met mijn kinderen meefietsen en dat is een enorm verschil. En wij gaan met het openbaar vervoer naar het werk.”

Want dat vond dit koppel belangrijk. “Je wilt niet verhuizen omwille van al die auto’s en dan zelf meer auto­rijden. Dus toen ons besluit genomen was, trokken we op een kaart een cirkel rond Brussel en kozen we een plek die goed bereikbaar is met de trein. Denderleeuw is zo’n plek. Mijn vriendin gaat met de trein in Brussel werken en ik spoor naar Gent, waar ik ondertussen werk. De verbinding is heel goed.”

Dat kleinere gemeentes niet per se veel gezonder zijn voor de longen dan de groot­stad, beseft Sander terdege. “Wij wonen nu in een woonwijk die niet vlak bij een weg ligt, maar verderop is een baan, hier is ook verkeer. Soms consulteer ik een inter­actieve luchtvervuilingskaart en kan ik zien dat het beter is waar we nu wonen, maar ook weer niet super. Zaten we in Elsene in een donkerrode zone, dan wonen we nu in een oranje zone. Daar komt het ongeveer op neer. Maar dat ik niet door die ellendige files moet fietsen elke ochtend en dat hier fiets­paden zijn, maakt psychologisch een enorm verschil.”

Habiba Temsamani: ‘’s Zomers een ochtendwandeling, dat is mijn grote genot. Daarna zit ik binnen met de ramen dicht of ik haal het niet.’ Beeld BOB VAN MOL

Habiba Temsamani (50): ‘Mijn longen willen naar zee, maar mijn leven is in de stad’

Het hele gesprek klinkt ze buiten adem. En dat is ze ook. Al haar hele leven. Habiba Temsamani woont in Woluwe en heeft een zeldzame longziekte.

“Ik snak al naar zuivere lucht sinds mijn geboorte”, zegt Habiba Temsamani. “Maar die is er niet. En al zeker niet in de stad waar ik geboren ben. Brussel. Mijn longen zouden veel beter kunnen werken aan zee of bij een bos. Toch blijf ik hier, want ik hou zo van Brussel. En hier zijn mijn familie en mijn vrienden. Ik twijfel wel vaker en vaker de laatste tijd. Misschien moet ik het toch eens durven: naar zee verhuizen. Want vrij ademen, dat voelt zo goed. Maar ik ben bang voor isolement. Ik ken niemand aan zee of op het platteland.”

Vooral in de zomer steekt de twijfel de kop op. “Bij een hittegolf lijd ik echt. Dan wordt het nog moeilijker om de vervuilde lucht in te ademen. Voelen jullie dat niet ook een beetje? Want ze zeggen toch dat wij, longpatiënten, de signaalmeters zijn voor jullie, de mensen met gezonde longen die kunnen ademen zonder nadenken, zonder last. Hoe dan ook, in de zomer kom ik amper buiten. Terwijl ik zo van de zomer hou. Picknicken in het park. Terrasjes. Niet voor mij. Daarom heb ik een systeem. ’s Ochtends zorg ik ervoor dat ik altijd even naar buiten ga, want dan is de lucht het zuiverst. Een kleine ochtendwandeling op een warme zomerdag, dat is mijn grote genot. Daarna zit ik binnen met de ramen dicht of ik haal het niet.”

Gelukkig kon ze recent wel al ‘een klein beetje verhuizen’. “In april verkaste ik van Schaarbeek naar

Woluwe. Schaarbeek is een autoparadijs. Ik durfde er soms niet op mijn fijnstofmetertje te kijken. Waar ik nu woon, in een studio vlak bij de UCL-campus, is er tenminste wat groen. Er zijn nog altijd veel auto’s in de buurt, maar ik zie of hoor ze niet. Ik adem hier wat beter. Maar zodra ik uit mijn groene enclave kom, gaat het weer bergaf. Zeker op hete dagen.”

Habiba is sociaal assistente, maar werkt al een hele tijd niet omdat de longen haar te zeer uitputten en te veel zorg nodig hebben. “Ik ga vier keer per week naar het ziekenhuis voor verzorging en dagelijks naar de kinesist voor oefeningen. Soms heb ik een crisis en moet ik vijftien dagen in het ziekenhuis blijven. Ook die intense verzorging houdt me tegen om te verkassen.”

Eigenlijk worstelt ze al sinds haar prille jeugd met de vraag of ze luchtvluchteling zou worden. “Als klein kind stuurde mijn familie me een paar keer naar het platteland, waar ik veel beter ademde. Maar ik was er wel doodongelukkig omdat ik iedereen miste. Toen ik op mijn vijftiende echt heel ziek was, verhuisden we van Brussel naar Seneffe en later woonden we in een dorpje bij Namen. Mijn longen waren blij, maar ik miste mijn stad zo hard. Alleen is de prijs die mijn longen betalen om stadslucht te ademen erg hoog. Wie weet zal de zeelucht mij op een bepaald moment toch finaal verleiden.”

Alfred Bernard: ‘Als er niet snel veel verbetert, zullen er steeds meer Vlaamse luchtvluchte­lingen richting Waalse bossen trekken.’ Beeld BOB VAN MOL

Alfred Bernard (65): ‘Zonder de weekends op het platteland trek ik het niet’

Zijn werk als professor toxicologie aan de UCL in Brussel drukt Alfred Bernard met de neus op de feiten. “Er is net weer een studie af die toont hoe we de impact van luchtvervuiling op onze longen nog onderschatten.”

“Door mijn onderzoek weet ik maar al te goed hoe blootstelling aan de toxische stoffen in de lucht op jonge leeftijd voor veranderingen in de longen kan zorgen waar je als volwassene nog last van hebt”, zegt Alfred Bernard. “Telkens als ik dat soort data zie, prijs ik mezelf gelukkig dat ik op het platteland ben opgegroeid. Dan ben je, net zoals een kind dat in de eerste levensfase aan zee leefde, beter beschermd omdat de longen zich dan beter hebben kunnen ontwikkelen.”

Ondertussen woont Alfred met zijn gezin al meer dan dertig jaar in Brussel. “Het is niet eens een echt drukke buurt, maar het aantal auto’s is ook daar erg toegenomen. Dat is confronterend, zeker als je veel weet over gezondheid en luchtvervuiling. Er is wel al minder luchtvervuiling dan twintig jaar geleden, maar voor bepaalde stoffen liggen de concentraties nog te hoog en de Europese normen waarop ons land zich richt, zijn een stuk minder streng dan de gezond­heids­normen van de Wereld­gezond­heids­organisatie. Er sterven jaarlijks bijna 10.000 Belgen te vroeg door luchtvervuiling en we rijden nu met meer dan 7 miljoen auto’s rond in dit land. Ik maak me vooral zorgen over de jongste kinderen. Zij betalen de prijs.”

Alfreds eigen vijf kinderen groeiden op in Brussel, maar gelukkig hadden ze een tuin. “Dat is pure luxe in de stad. Toen ze opgroeiden, was er bij ons in de buurt ook nog niet zo veel verkeer als nu. En ons grote geluk is dat we een buitenverblijf hebben in de buurt waar ik opgroeide, op het platteland bij Namen. Mijn hele familie komt er. Mijn vrouw en ik zijn parttime luchtvluchtelingen, want we gaan ieder weekend. Wij hebben geen nood aan city­trips, maar zonder onze wekelijkse portie zuivere lucht en natuur kunnen we niet. De kalmte, de stilte en de schone lucht zijn levensbehoeftes.”

Voltijds verhuizen is voor Alfred niet meteen een optie. “Dat is het voor velen niet en het is zeker ook niet altijd een oplossing, want als iedereen verhuist, komen er nog meer kilometers bij. Zelf gebruiken wij de auto enkel in de weekends. In de stad begin ik er niet aan. Nog een reden waarom verhuizen niet per se een oplossing is, is dat de lucht in veel gemeentes niet veel schoner is dan in de stad. Zeker in Vlaanderen is dat het geval. Als er niet snel veel verbetert, zullen er steeds meer Vlaamse luchtvluchtelingen richting Waalse bossen trekken.”

Sofie Lemaire: ‘De enige echte oplossing is dat de stad wél leefbaar en gezond wordt.’ Beeld Joris Casaer

Sofie Lemaire (36): ‘Nu moeten we helaas wel met de auto naar het werk’

“Ooit doen we daar zeker iets mee en het is hoe dan ook een goede investering.” Dat is wat Sofie Lemaire en haar vriend dachten toen ze op een dag een erg mooi gelegen stuk grond kochten in Keerbergen.

“Wij waren van die latente verhuisplanners”, vertelt Sofie. “We woonden in Antwerpen en houden van de stad, maar we vonden het wel druk worden. Van het drukke werk naar de drukke stad altijd. De files, het geraas dat nooit stopt. Dus keken we soms uit naar een alternatief, maar zonder haast of duidelijk plan.”

Totdat hun zoontje geboren werd. Vanaf het begin was hij heel vaak ziek. “Alle kinderziektes passeerden de revue”, zegt Sofie. “Hij kreeg vlak nadat hij naar de crèche ging ook RSV (respiratoir syncytieel virus, red.), een ontsteking aan de luchtwegen die typisch is voor jonge kinderen. Maar hij had er zeer veel last van en moest twaalf dagen in het ziekenhuis blijven. Dat het bij hem zo erg was, gaf aan dat hij ook meer vatbaar was voor andere infecties. Twee jaar lang had hij altijd wel iets.”

Eén vraag van een van de kinderartsen gaf de doorslag. “Hij vroeg waar we woonden. Omdat het kan dat luchtvervuiling de gevoeligheid voor infecties aan de luchtwegen verhoogt. Ik wil benadrukken dat hij dat niet zei alsof dat zeker zo was. Hij vroeg het zich gewoon af. En hij was kinderarts. En wij woonden aan de Ring. Zijn vraag had een grote impact op ons. ‘We zijn hier weg’, besloten we meteen.”

Sindsdien woont het gezin, nu alweer zo’n drieënhalf jaar, op het platteland. “Het is niet wetenschappelijk te bewijzen en het kan ook gewoon zijn omdat hij ouder werd, maar sinds onze verhuis is Gust veel minder ziek. Voordien sliep hij ook nooit door. Zelfs dat veranderde van de ene op de andere dag sinds onze verhuis. Ik wil niet beweren dat er een oorzakelijk verband is. Dat kun je niet bewijzen. Maar we zijn gewoon heel blij dat dit voor hem de juiste beslissing is gebleken.”

En ook de ouders houden van hun nieuwe leven. “Al mis ik de stad soms nog. Maar de rust, de zuivere lucht, het hobbelpaadje waarover we met de fiets naar school gaan en waar geen auto’s zijn, de boeren bij wie we verse groenten kopen... ik zou het allemaal niet meer kunnen missen.”

Op het platteland gaan wonen is vandaag evenwel niet populair. “Wij moeten nu immers met de auto gaan werken omdat we er anders vier uur over zouden doen. Ik vind het erg lastig dat je dan bijdraagt aan het probleem waarvoor je wegvluchtte. Maar mensen die met de Mobiscore in de hand kritiek geven, staan niet stil bij de gezondheidsproblemen van sommigen. De enige echte oplossing is dat de stad wél leefbaar en gezond wordt.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234