Zondag 20/09/2020

InterviewMario Carminati

‘Op de vloer van de kerk zie je nog steeds waar de kisten stonden’: de aartspriester van Bergamo begroef bijna alle doden zelf

Don Marcello Crotti en Don Mario Carminati (rechts) houden een collectieve begrafenisdienst in Bergamo, eind maart. Beeld Photo News

Toen Italië zich geen raad meer wist met de coronadoden, maakte Don ­Mario Carminati, aartspriester in Bergamo, in zijn kerk ruimte voor de lange rijen houten doodskisten. ‘Ik begin nu pas te begrijpen wat voor een golf van verwoesting er door de stad is getrokken.’

“Daar, zie je? En daar. Daar ook, daar.” Terwijl hij over de begraafplaats van de Santissimo Redentore loopt, wijst Don Mario Carminati, aartspriester van de grootste parochie in de provincie Bergamo, naar de schier oneindige hoeveelheid gedenkplaten met, vers in steen uitgehouwen, dat vermaledijde jaartal 2020 erop.

Hij heeft ze bijna allemaal zelf begraven, zegt hij. “Kijk, april, maart. Hier weer april, mei, daar eentje uit juni.” Op sommige dagen bracht hij hier wel vijf uur achter elkaar door, alsof hij niet voor de kerk werkte, maar aan een lopende band. Wijwater, wierook, het Onze Vader en weer door. Zijn priesterwoning ligt op vijf minuten loopafstand van de begraafplaats. Dat kwam goed uit als hij bijvoorbeeld even naar de wc moest, want hij had maximaal 30 minuten per dode.

Don Mario is sinds kort beroemd in Italië. Dat komt doordat de begrafenisondernemers hier in de stad maximaal 24 doden per dag konden verwerken, terwijl er op het hoogtepunt van de coronacrisis zo’n 120 mensen per dag stierven in de omgeving. Het gevolg was een macaber logistiek probleem: er was een overschot aan lijken. Precies op dat moment, toen Italië zich geen raad meer wist met de doden, trad Don Mario naar voren, een 63-jarige priester met een zacht gelaat die het niet over zijn hart kon krijgen dat al die mensen zouden worden opgeslagen op kille, anonieme plekken. Hij schoof daarom alle bidbankjes in zijn San Giuseppe-kerk opzij om ruimte te maken voor de lange, lange rijen houten doodskisten.

Het gebouw, waar tijdens het hoogtepunt van de crisis 76 kisten per dag werden opgeslagen, werd er wereldberoemd mee – een beroemdheid die enkel toenam toen er op 26 maart een volledig legerkonvooi voor de deur stopte, waarna militairen in witte pakken de kerk van Don Mario binnenliepen om de eerste lijken te vervoeren naar crematoria elders in het land. De foto’s van die avond markeren het absolute dieptepunt van de Italiaanse coronacrisis. In een van de rijkste, meest aangeharkte delen van het land, in een regio waar de mensen het goed hebben en de ziekenhuizen tot de beste ter wereld behoren, kon een onbekend virus zo om zich heen grijpen, dat zelfs Onze Lieve Heer hulp nodig had van het leger.

“Misschien is het vanaf een afstand minder goed te begrijpen”, zegt Don Mario vanaf de begraafplaats waar hij te veel tijd doorbracht, “maar de afgelopen maanden zijn voorbijgegaan als een droom. Alsof ik in een wolk leefde. Als iemand mij zou vragen of het veel geregend heeft in die periode, of dat de zon juist scheen, dan zou mijn antwoord zijn: geen idee. Mijn hoofd was al die dagen op de aarde gericht, want daar werd onze oorlog uitgevochten.”

Don ­Mario Carminati op de begraafplaats van Santissimo Redentore, waar hij vele slachtoffers van het coronavirus heeft begraven. Beeld Nicola Zolin

Lukt het u om de San Giuseppekerk te betreden zonder aan alle doodskisten te denken die er tot eind april stonden?

“Nee, dat is onmogelijk. Al was het maar omdat de doden fysieke sporen in de kerk hebben achtergelaten. Voor het leger de kisten wegbracht, werden ze eerst gedesinfecteerd met een spul dat de marmeren vloer heeft aangetast. Je ziet dus nog precies waar de kisten stonden, omdat dat de enige plekken zijn waar het marmer nog intact is. Maar ook zonder die sporen zal het beeld van die kisten voor altijd op mijn netvlies blijven. Iedere keer dat ik de kerk binnenkwam, wist ik dat daar geen kisten lagen, maar personen met levens en relaties die allemaal waren geëindigd. Personen die bovendien alleen waren op het lastigste moment van hun leven, namelijk de overgang richting de dood. Weet u dat ik pas later besefte dat San Giuseppe, naar wie de kerk vernoemd is, de beschermheilige is van zowel de begrafenisondernemers als van de stervenden die een goede dood wensen? Dat is toch mooi? Toen de eerste kisten kwamen, stond ik daar niet bij stil. Toen dacht ik alleen: de kerk is groot, een beetje buiten het centrum en dicht bij de autoweg.”

Hoe gaat het nu met u, vijf maanden na de eerste besmetting in Bergamo en ruim 7.000 doden in de provincie later?

“Eigenlijk begin ik nu pas te begrijpen wat er de afgelopen tijd allemaal gebeurd is. Wat voor golf van verwoesting er door de stad is getrokken. Vanochtend was ik op bezoek bij mijn neefje, 34 en altijd kerngezond, maar nu al weken in het ziekenhuis vanwege het virus. De zoon van mijn nicht, 36 jaar, is gestorven, net als Aristide, een 84 -jarige vrijwilliger die hier altijd het onkruid kwam wieden. En Don Giuseppe Berardelli, mijn collega. Hem hebben we begraven op de dag af veertig jaar nadat hij voor het eerst in onze parochie kwam werken.”

“Weet u, ook al is het nu voorbij, toch herinnert iedereen van ons zich de stilte. Dat komt doordat het een stilte was vol met rumoer. Wekenlang was er niemand op straat en toch klonk overal het geluid van de ambulances. ’s Avonds zei ik een keer tegen mijzelf: basta, basta, ik kan het niet meer aan. Hou ermee op, ik ben zo moe. Het was emotioneel zwaar. Ik weet niet meer of het die avond was, of een andere, dat ik voor het slapengaan een telefoontje kreeg van een zuster uit het ziekenhuis. Het was op een dag dat er al tien leden van de parochie waren overleden en de zuster belde over het laatste verzoek van een man, nummer elf, die net daarvoor was heengegaan. Hij had gevraagd of ik aan zijn vrouw kon vertellen dat hij haar altijd heeft aanbeden, en ook op het allerlaatste moment zielsveel van haar hield.”

Net als de ziekenhuizen speelde ook de kerk een cruciale rol tijdens de coronacrisis in Italië. Tienduizenden daklozen waren van maart tot juni bijna volledig afhankelijk van opengestelde kerken, omdat de reguliere daklozenopvang vanwege de nieuwe afstandsregels veel minder plekken had. Hetzelfde gold voor de voedselbanken: op het hoogtepunt van de crisis ontving de voedselbank van een stad als Palermo vier nieuwe inschrijvingen per minuut – veel te veel om iedereen te kunnen helpen. Zonder de gaarkeukens van de kerk hadden honderdduizenden Italianen de afgelopen maanden honger geleden.

Ondertussen waren priesters als Don Mario vrijwel dagelijks aan de frontlinie te vinden door stervende patiënten bij te staan, ze te begraven of hun nabestaanden geestelijke verlichting te bieden. De artsen zorgden met hun medicijnen voor de lichamen, aldus de algemene opvatting in Italië, de priesters gebruikten hun genegenheid als balsem voor de ziel.

Dat was gevaarlijk werk, zegt Don Mario terwijl hij een kleine graftombe binnenloopt die gereserveerd is voor geestelijken werkzaam in de parochie. Begin mei waren al 121 priesters overleden aan de gevolgen van Covid-19, onder wie zeker 25 priesters in het bisdom Bergamo. Paus Franciscus roemde ze tijdens zijn iconisch geworden dienst vanaf een totaal verlaten Sint-Pietersplein. Hij noemde ze de ‘heiligen bij ons in de straat’.

Bent u zelf nooit bang geweest voor het virus?

“Gek genoeg niet. Ik heb geen idee waarom, want ik liep dagelijks in een kerk rond vol doodskisten. Ik wist dus dat het virus gevaarlijk was. Maar het is gewoon niet gebeurd. Sterker nog: ik heb me lichamelijk eigenlijk nooit sterker gevoeld. Misschien was daar een reden voor, want er was veel te doen. We voerden continu overleg met de burgemeester en het ziekenhuis. Er waren de begrafenissen, we hielden contact met gelovigen via WhatsApp. En dankzij een paar jongeren van de parochie hebben we tijdens de lockdown ook missen georganiseerd via internet. Soms hadden we wel 5.000 kijkers per dienst. Dat is heel erg veel, zeker als je weet dat er achter elke computer meerdere mensen meekeken.”

Vond u dat verrassend, dat er in tijden van crisis zo’n behoefte was aan de kerk?

“Zelf begrijp ik het wel. Voor de pandemie dachten velen van ons dat we almachtig waren geworden en onsterfelijk. Diep van binnen waren we ervan overtuigd dat ons niets kon gebeuren, omdat er uiteindelijk toch wel medicijnen konden worden uitgevonden om ons te redden. De afgelopen maanden hebben ons geleerd dat dat niet zo is. Dat wij niet de sleutel in handen hebben, maar dat ons bestaan juist kwetsbaar is. Bij dat onzekere, beangstigende besef kan het geloof denk ik helpen.

“Kijk in dat kader ook naar alle kritiek die losbarst in Italië. Er is kritiek op de regionale overheid, op de bestuurders van bejaardentehuizen, op de regering. Iedereen wordt nu beschuldigd van fouten, maar gek genoeg blijft ons die kritiek bespaard. Dat komt denk ik doordat mensen hebben gezien dat wij niet wegliepen van onze verantwoordelijkheid. Wij hadden na de sluiting van de kerken gewoon thuis kunnen blijven, maar in plaats daarvan zijn we onze gemeenschappen ingetrokken om hulp te bieden. Dat wordt gewaardeerd. Ook omdat we daar een zeer hoge prijs voor hebben betaald.”

Hoe kijkt u, na dergelijke opofferingen, naar andere delen van Italië, of naar landen als Nederland, waar de straten weer volstromen met mensen en het soms lijkt alsof er nooit een virus heeft bestaan?

“Ik heb weleens de begrafenis geleid van een jongen die overleden was tijdens een scooterongeluk. Iedereen huilde, maar ’s avonds reed iedereen weer op zijn scooter naar huis. Dat komt doordat mensen, vooral jonge mensen, hun eigen fragiliteit maar nauwelijks kunnen bevatten. Iemand anders kan verongelukken. Ik niet. Het verschil met landen als Nederland is dat wij dat in Bergamo niet meer kunnen beweren, omdat we allemaal betrokken waren bij het ongeluk. Wij kennen het virus niet alleen van horen zeggen. Hier heeft het virus onze huid aangeraakt. Daarom zie je hier nog altijd weinig mensen op straat. Wij weten namelijk hoe gevaarlijk het is, en hoe fragiel we zijn.”

Terwijl Don Mario richting de uitgang van de begraafplaats loopt, wijst hij opeens omhoog, niet naar de aarde, waar de afgelopen maanden de oorlog werd uitgevochten, maar naar de lucht daarboven. “Kijk”, zegt hij en hij glimlacht. “De zon schijnt.”

Don Mario Carminati

1956 geboren in Casnigo, provincie Bergamo

1980-1985 hulppriester in Grumello del Monte, provincie Bergamo

1985-1988 studie aan de pauselijke universiteit in Rome

1988-2005 lid van de Curie, de hofhouding van het Vaticaan

2005-2010 vicaris in een parochie het centrum van Bergamo

2015-heden aartspriester van Santissimo Redentore, de grootste parochie in het bisdom Bergamo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234