Woensdag 29/01/2020

Op de nostalgietoer in ex-DDR

Het is alweer bijna tien jaar geleden dat de Muur viel. Wat is er overgebleven van de DDR-cultuur? Lex Veldhoen maakte een Trabi-Safari, bezocht het Grenzlandesmuseum, Ferropolis, Jüterbog, een Wendeklinik en sliep in de Kolos van Rügen.

Mijn reis door de voormalige DDR begint bij grensstation Worbis in Thüringen, nu omgebouwd tot museum. Het grenscomplex bestaat nog in zijn geheel: gebouwen gehuld in grijs stucwerk, een controletoren en garages met legerkleurige Trabants en Oost-Duitse jeeps. Er wacht een delegatie van drie man op me, met koffie en zoetigheden. Alle drie zijn het 'Wessies', terwijl driekwart van het personeel 'Ossie' is. Konrad Lochner, nu gepensioneerd, werkte bij de Grenzschutz, de West-Duitse grenspolitie: "Ik controleerde de grens in dit gebied per auto of helikopter. Ik heb nooit een vluchtpoging meegemaakt. Ik had dagdienst, de mensen probeerden 's nachts te vluchten. Zo'n poging is in die vijfentwintig jaar een of twee keer door ons opgemerkt, zoals in 1981 toen de familie Jahn vluchtte, waarbij de vrouw een been verloor door een mijn."

De Oost-Westgrens was in totaal 160 kilometer lang. Tussen 1949 en 1961 vluchtte circa procent van de bevolking (1.650.000 mensen) voor het strenge DDR-regime. Hierop bouwde Oost-Duitsland het zwaarbewaakte IJzeren Gordijn. Herr Lochner: "Op het laatst was er zelfs een Signalzaun en had je Selbstschussanlagen, waarbij er automatisch via een mechanisme op je geschoten werd als je de draden aanraakte. Bij de achttien grensovergangen was er via een veldtelefoon om acht uur 's morgens contact om te controleren of de lijn functioneerde, met een door de DDR vastgelegde tekst. Als wij hen prettige kerst wensten, werd er even geslikt, maar verder niet op gereageerd. Ik heb ooit zo'n gesprek opgenomen. Dat is nu in de centrale controletoren nog te horen."

De laatste vlucht vond in 1989 plaats. Twee vrienden reden met een Trabant op de hekken in en klommen er vervolgens overheen. Lochner: "Na de openstelling van de grens heb ik officieren en compagniechefs aan de andere zijde opgezocht. Ik wilde weten wat voor mensen het waren, die niet met ons wilden spreken. Sommigen waren echt sympathiek, anderen waren nog niet gewendet, echte militairen. De commandant was een grote, trotse officier; zijn rijk was ineengestort. Velen zagen West-Duitsland als overwinnaar en zichzelf als verliezer."

Ik loop door een smalle ruimte, de Personskontrolschleusse, waar men via eenrichtingsspiegels door beambten achter glas werd geobserveerd. In een kamer bevindt zich een Stasi-telefooncentrale met bandrecorder, ingebouwd in een bureaulade, om privégesprekken tussen Oost en West op te nemen. De West-Duitsers dachten in 1989 zeer moderne apparatuur aan te treffen, maar het was jaren-vijftigspul. De wapenkamer heeft een traliedeur en een dikke metalen deur met daarop nog

een lichtgroen, wasachtig zegel, waarmee de ruimten na de Wende verzegeld werden. Op een foto zwaait een vouw naar een dorpje in het Oosten, zonder dat aan de andere kant iemand te zien is. In een bak met zand liggen mijnen. De Selbstschussanlage, met smalle trechter die ijzersplinters afschoot bij aanraking van de IJzeren-Gordijndraden, ziet er amateuristisch uit. Om de onderkant van de auto's te controleren was er een simpel steekwagentje met een naar boven gerichte spiegel, twee fietslampjes en een wit plastic aan/uitknopje. Het best bewaakte deel van het IJzeren Gordijn was de Muur, die West-Berlijn 28 jaar lang tot een Westerse enclave in de DDR maakte. Onlangs werd door bondskanselier Kohl een monument onthuld op de plek waar het eerste slachtoffer viel. Bij 40.000 vluchtpogingen verloren 255 mensen het leven (voor het IJzeren Gordijn over zijn hele lengte is dat 938 mensen). Op mijn netvlies staan nog de beelden gebrand van mensen die zich door prikkeldraad heen wurmen of erin blijven hangen. Mensen vluchtten door riolen en tunnels (in 1962 groeven West-Berlijnse studenten een tunnel waar 29 mensen door ontsnapten), met ladders vanaf vrachtwagens, in dubbele bodems van auto's, met vervalste documenten of in gepantserde vrachtwagens en zelfs met een zelfgebouwde luchtballon. De Muur werd een attractie, een symbool, een betonnen lijn dwars door Berlijn, die steeds kleuriger werd door graffiti en bijvoorbeeld een openstaande deur op ware grootte geschilderd. Vopo's (Volkspolizisten) tuurden van op uitkijktorens door verrekijkers naar het Westen, toeristen bekeken het Oosten vanaf steigerplatforms en familieleden zwaaiden elkaar toe, gescheiden door de Muur en duizend bewakingshonden aan looplijnen tussen prikkeldraadversperringen. Vlak na de 40ste verjaardag van de DDR, eind 1989, stortte het regime ineen. Mensen klommen op de Muur, begonnen er in te hakken en sloegen bressen. Oud en Nieuw werd dat jaar weer gezamenlijk gevierd.

Het buitenmuseum of Grenzlandesmuseum bestaat uit een tankwal, grenstorens met zoeklichten, wachthuisjes en een strook grond die is aangeharkt om voetsporen te zien. Daarnaast ligt de betonplaten Kolonnenweg, waarlangs de Vopo's de grens controleerden. Bij de hoofdweg staat een 'stormram op wielen', ofwel de Kraftfahrzeugschnellsperre, een zware metalen balk die met afstandsbediening snel over de weg gereden kon worden. Hij functioneerde goed: de ene keer dat hij in stelling werd

gebracht, was fataal. De man in de aangereden auto overleed in het ziekenhuis van Worbis. Ik beklim de trappen van de controletoren. Op de achtergrond is het kille telefoongesprek te horen dat Vopo's met het Westen voerden. Op een driepoot staat een verrekijker die via een stangmechanisme verbonden is met een zoeklamp, zodat hij automatisch de plek belicht waar je de kijker op richt. Van een grensstrook is geen sprake meer, nu is het een lappendeken van bossen en korenvelden. Het grensgebied was een Todesstreifen, maar ook een waar zich zeldzame dieren vestigden. Na de val werd de grond teruggegeven aan de vroegere eigenaren, veelal boeren, als al te achterhalen viel wie ze waren. De rest van het gebied werd tot beschermde natuur verklaard. Die avond ga ik slapen aan de oostzijde, in een voetbalkantine in Berlingerode, waarvan een nieuwe vleugel opgewaardeerd is tot pension. In het kalige restaurant - systeemplafond, bierglazen die ondersteboven boven de bar hangen - staat de televisie op RTL. De 42-jarige eigenaar woonde in zijn jeugd in het Sperrgebiet: "Het was vijf kilometer breed, niemandsland, waar bezoekers alleen met een Ausweis in mochten. Als je wilde trouwen, mocht je verloofde twee keer komen; om de trouwerij te bespreken en voor de trouwerij zelf. Later, toen ik ergens anders woonde, moest ik veertig dagen vooraf toestemming vragen als ik mijn ouders wilde bezoeken."

In Kneipe 'Deutsches Haus' in het naburige Taistungen, kwamen vroeger Vopo's drinken. Aan de toog, deTheke, praat ik met Udu, dertiger, die nog dienst heeft gedaan als DDR-grensbewaker en met Josef, gespierde dorpssmid en tevens thuisslachter, die hier is blijven hangen. Hij moest in 1979 voor een aannemer grenshekwerk herstellen: "Het oude hek was zo verroest dat het alarm en de detectoren totaal niets meer deden, zelfs niet als je de detectordraden met een tang doorknipte. De honden aan de looplijnen werden na twee jaar vervangen, dan waren ze helemaal doorgedraaid." Udu doet wat schamper over het Grenzlandmuseum: "Dat nagebouwde stuk grens klopt niet met de werkelijkheid, ze hebben er maar wat van gemaakt. Toen ik bij de Grensschutz was, kreeg ik erg goed te eten, zoals bananen, iets wat de gewone burger niet kreeg. Als kind mochten we geen kauwgum of chocoloade van Westerse mensen aannemen. Er werd gezegd dat ze er iets in deden waardoor je verslaafd raakte, maar wij deden het toch." Josef: "Het is nu beter voor mensen die werk hebben, maar minder goed voor werklozen; die bestonden vroeger niet. Op de LPG hier, de Landwirtschaft Produktions Genossenschaft, werkten honderden mensen, nu nog enkele tientallen. De werkloosheid valt hier wel mee; veel mensen werken aan de westzijde en de jongeren zijn weggetrokken. Vroeger was je veel onafhankelijker, je ging niet naar een garage, maar bij die Audi's kun je niets meer zelf doen. Er was meer handwerk, daar zijn wij ook nu nog beter in. Ik heb voor mijn smeedwerk zelfs klanten in Travemunde en als je twintig kilometer verderop worsten koopt, zijn ze heel anders van smaak dan die van mij."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234