Dinsdag 21/01/2020

Reportage

Op de kade met Theo Francken: "Wellicht zou ik hetzelfde doen als die mannen"

Theo Francken (N-VA) ziet bootvluchtelingen aankomen op de kade van Lampedusa Beeld Joost De Bock

Hoe bekend de noodlottige pier van Lampedusa, waar honderden bootvluchtelingen aankomen, ook is, haast niemand mag de betonnen strook betreden. Enkele Belgische journalisten mochten, in het kielzog van Theo Francken, de aankomst van twintig Afrikanen wel mee volgen.

Volle maan, rustige zee, warme nacht. Op Lampedusa zijn dit ideale omstandigheden. Niet voor afgezaagde romantiek, wel voor de aankomst van bootvluchtelingen.

Dinsdagavond om half elf ontving de politie een signaal dat er een rubberboot met vluchtelingen op zee dobberde. De Guardia di Finanza ging erheen, pikte hen op en voer naar het piepkleine haventje van het eiland.

Om twaalf over twaalf meren ze aan. Staatssecretaris Theo Francken (N-VA) kijkt vanop de kade toe. Hij houdt zich afzijdig, wendt zijn hoofd af van de camera's. Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft hem, en enkele Belgische journalisten, op deze pier toegelaten. Normaal gezien mogen hier geen 'onbevoegden' komen, en al helemaal geen pers.

Op het achterdek van de grijze boot staan reddingswerkers met witte maskers en steriele pakken. De eerste vluchteling die van boord komt, heeft eenzelfde pak aan. Hij kijkt versuft in de felle lampen aan de kade. Waarom hij het witte pak draagt, hoe ziek hij is, dat houden de Italiaanse autoriteiten voor zich.

Na de duidelijk verzwakte man volgen nog twintig lotgenoten. Ze stappen niet, ze wankelen van de loopplank. Hun ogen zijn leeg. Hun eerste kennismaking met Europa is een verpleegster die hun vingers spreidt en er met een felwitte lamp op schijnt. Dan trekt ze hun trui omhoog en checkt ze met dezelfde lamp hun onderbuik. De handelingen verlopen routineus, in een vreemde, geconcentreerde stilte. De dokters of andere hulpverleners wisselen geen woord: ze kennen de procedures door en door.

Theo Francken is onder de indruk wanneer een boot van de Italiaanse kustwacht aanmeert. Aan boord: een twintigtal opgeviste vluchtelingen. Ze hebben Europa bereikt, maar hun toekomst is erg onzeker. Beeld Joost De Bock

Hoogseizoen

Naast Francken staat dinsdagnacht de burgemeester van dit onbeduidend stadje. Zij is de bootvluchtelingen liever kwijt dan rijk omdat ze het toerisme, en dus de lokale economie kapot maken. De felle Italiaanse hoopt op asielkantoren aan de Afrikaanse kust waar vluchtelingen zich kunnen aanmelden zodat de druk op de Italiaanse havens en stranden mindert. Een optie die Francken niet echt genegen is.

De volgende ochtend, om tien over acht, komt er weer een schip aan, ditmaal veel groter. Opnieuw zijn het - vooral - vluchtelingen uit zwart Afrika, met een kleine kans op erkenning en een legaal leven in Europa, die voet aan wal zetten. Bij deze vluchtelingen zijn er ditmaal enkele vrouwen en baby's. Hun schip werd onderschept dichtbij de Libische kust. Twee vrouwen zijn er slecht aan toe en worden meteen afgevoerd.

Dinsdagnacht meerden er drie boten aan op Lampedusa, en dat is nog maar een fractie van de hele stroom in dit 'hoogseizoen'. Overal aan de Italiaanse kust komen smokkel- of reddingsboten toe.

Na de korte medische controle begeleiden de hulpverleners de vluchtelingen altijd naar een grote bus wat verderop de kade. Die brengt hen naar het gigantische opvangcentrum op Lampedusa. De vluchtelingen verblijven er drie dagen, en dan volgt de overtocht naar het Italiaanse vasteland. Buitenstaanders geraken in dit centrum, waar de vluchtelingen opeengepakt zitten, nooit verder dan het toegangshek. Francken mag er binnen, de meegereisde journalisten niet.

Vanaf dan wordt het onduidelijk waar de vluchtelingen terechtkomen. Hoe meer we horen, hoe minder we weten. Het Italiaanse opvangsysteem is in nevelen gehuld. Van elke burgemeester, politiechef of ambtenaar komt er een andere versie van de verblijfplaatsen van de vluchtelingen en asielzoekers. Ook de duur van hun verblijf verschilt. Idealiter rekent de Italiaanse overheid op hooguit enkele maanden, in werkelijkheid zitten uitgeprocedeerde vluchtelingen soms jaren in een centrum.

De Italiaanse staatsstructuur helpt ook niet echt mee. Italië bestaat uit 103 prefettura's, te vergelijken met onze provincies. De prefecten regelen op eigen houtje de opvang. In Catania kiest de prefect voor grote, meer anonieme opvangcentra. In Palermo zijn er kleine opvanginitiatieven, zoals het lieflijke voormalig buitenverblijf van de nonnen waar Francken zijn rondreis begon (DM 5/5). Het is vreemd van de Italiaanse overheid dat ze de staatssecretaris net dit vijfsterrenverblijf voor de vluchtelingen toonde. Als ze fondsen wil van de andere Europese landen, zou ze hen beter met de chaos in meerdere centra dichter bij de kust confronteren.

In Italië lijkt het niet te gaan om een gebrek aan geld of een gebrek aan capaciteit, wel om een gebrek aan management. Niemand lijkt, ondanks alle goedbedoelde inspanningen, goed te weten welke vluchteling waar naartoe kan.

Net daar kan België van pas komen. Ons land heeft met scha en schande geleerd hoe dramatisch een opvangcrisis kan worden en wil die lessen gerust delen met de Italianen. In Rome is er nu al een Belgische protection officer die de Italiaanse asieldiensten ondersteunt. "België is een van de landen die de Italianen het meest helpt", zegt Francken. "Maar het mag nog gerust meer worden."

Even belangrijk is dat Italië geen lijst heeft met 'veilige landen'. In België weten asielzoekers uit deze landen binnen de vijftien dagen waar ze aan toe zijn. In Italië worden hun asielaanvragen behandeld zoals alle andere.

Als de Italianen hun vluchtelingen beter zouden opvangen, zou dat uiteraard ook betekenen dat de rest van Europa minder vluchtelingen over de vloer krijgt. De lessen die België aanbiedt, samen met andere landen, zijn dus niet enkel ingegeven door puur altruïsme.

Na een eerste medische controle worden de Afrikanen op de bus gezet, richting opvangcentrum. Vandaar zullen ze 'verdeeld' worden. Beeld Joost De Bock

Liefdadigheid

Blijft over: de totaal andere Italiaanse sociale zekerheid. Erkende vluchtelingen krijgen in de laars geen leefloon. In België wel. "Als erkende vluchtelingen het centrum verlaten," zegt Francken, "vallen ze vaak terug op liefdadigheid. Geen wonder dat ze doorreizen naar België of andere Europese landen. Met ons leefloon oefenen wij een grote aantrekkingskracht op hen uit. Daar zit de essentie van deze Europese asielcrisis."

Terug naar dinsdagnacht, op de kade. De bus met bootvluchtelingen is uit het zicht verdwenen. Francken staat wat verweesd te turen naar het kleine haventje. "Als je erover leest, is het goed. Als je het ziet, is het toch nog iets anders. Wellicht zou ik hetzelfde doen als die mannen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234